RaboResearch - Economisch Onderzoek

Circulaire economie vraagt om meer dan een ambitieus overheidsprogramma

Themabericht

Delen:
  • De overheid heeft met het rijksbrede programma een goede aanzet gegeven om tot een Nederlandse circulaire economie te komen
  • Die ambitie kan echter alleen lukken als alle partijen in de samenleving, bedrijven, huishoudens, financiële sector, zich daarvoor inzetten
  • Het succes van die transitie moet daarbij niet worden afgemeten aan economische groei of banen. Een duurzamer economisch systeem is de doelstelling van die transitie, niet nog meer lineaire groei

De Nederlandse overheid heeft in een recent uitgebracht rapport de intentie uitgesproken om Nederland circulair te maken. Dit is een goed begin maar deze intentie moet niet alleen door de overheid worden uitgesproken maar door iedereen worden gedragen. Daarbij moet men van hoog tot laag beseffen dat een succesvolle circulaire economie ook betekent dat de productie van goederen kan krimpen. Een houdbaardere wereld moet de intentie zijn en die ambitie zal ongetwijfeld ook gevestigde belangen treffen. 

Nederland circulair in 2050

In september is het rijksbrede programma circulaire economie (CE) uitgekomen: ‘Nederland circulair in 2050’. Een ambitieus rapport dat het perspectief schetst op een toekomstbestendige, duurzame economie en een leefbare aarde voor toekomstige generaties. De urgentie en de noodzaak om naar een ecologisch houdbaardere economie te streven zijn hoog. Daarom is het de ambitie om in 2030 50% minder gebruik te maken van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) en uiteindelijk over 34 jaar helemaal circulair te zijn.

Een mooie ambitie. Maar er is meer nodig dan overheidsbeleid om te komen tot een volledig circulaire economie in 2050. Het is een uitdagende stip op de horizon, waarbij alle partijen in de samenleving hun bijdrage moeten leveren.

Circulaire economie anders dan duurzaamheid

De aarde waarop we nu met ruim zeven miljard mensen leven raakt uitgeput. Wanneer we een waardig bestaan willen garanderen voor alle mensen nu en in de nabije toekomst als we met negen miljard mensen op aarde rondlopen, dan moet er iets veranderen. De grondstoffen die de aarde ons kan geven, zijn eindig en dus is het zaak om hier zorgvuldig mee om te gaan. Circulaire economie is een manier om dit grondstofgebruik flink te verminderen en ecologische waarden te verhogen. Met andere woorden gaat het om het minimaliseren van grondstofgebruik en afval, het optimaliseren van de levensduur van producten en afval gebruiken als grondstof. Circulaire economie wordt steeds populairder, maar de focus ligt bij veel partijen enkel op het afvalvrij maken van de huidige economie (EC, 2015). Bij een transitie naar een circulaire economie komt echter meer kijken dan alleen minder afval.

Dat een transitie nogal wat voeten in de aarde heeft, wordt ook duidelijk bij het lezen van ‘Nederland circulair in 2050’. Hierin staat dat een systeemverandering nodig is voor een transitie naar een circulaire economie. Met een systeemverandering wordt bedoeld dat zowel de economische structuur als de materiaalstromen daarbinnen moeten veranderen. En met een circulaire economie willen we uiteindelijk een samenleving realiseren waarin duurzaamheid voor nu en toekomstige generaties centraal staat (UN, 2015). 

Een faciliterende overheid

De overheid heeft een andere rol in de circulaire economie in vergelijking met sec duurzaamheid. In het geval van CE is de rol van de overheid er een van faciliteren in plaats van beperken: niet voorschrijven wat niet mag, maar juist ook door wet- en regelgeving stimuleren wat wel goed is. Dat kan ook zijn door minder regels, bijvoorbeeld over wat afval is.

Een transitie naar een circulaire economie kan de overheid niet alleen realiseren. Juist niet. Het bedrijfsleven, de financiële sector en consumenten zullen samen moeten werken met de overheid om gezamenlijk stappen te zetten naar een circulaire economie. Het Rijksbrede programma Circulaire Economie is een eerste stap in de juiste richting. In dit programma worden het belang van CE en de complexiteit van de transitie goed uitgelicht.

Het Rijksbrede programma bevat een plan om de transitie naar de circulaire economie waar te maken. Hierin staan de drie grootste uitdagingen op het gebied van grondstoffen centraal: de explosieve vraag naar grondstoffen, de grondstofafhankelijkheid van landen en de effecten van grondstofgebruik op het klimaat. Deze uitdagingen aanpakken en tegelijk een waardig bestaan voor mensen garanderen, vereist een absolute ontkoppeling van grondstofgebruik en economische groei. Dit betekent dat er tegelijk een economische groei en een dalend grondstofgebruik zou kunnen zijn. In theorie biedt de circulaire economie hier een oplossing voor. Het is echter de vraag of deze absolute ontkoppeling van grondstofgebruik en economische groei in de praktijk kan, aangezien er ook een grens zit aan het dematerialiseren van economische groei (Tukker, 2016).

De overheid kan de transitie vormgeven met vijf instrumenten of interventies binnen vijf sectoren, zo is te lezen in het programma. De eerste interventie is waar mogelijk wet- en regelgeving wegnemen als deze belemmerend is voor de ontwikkeling van circulaire economie en de innovatie die hiervoor nodig is. De tweede interventie is het implementeren van slimme marktprikkels. Deze moeten zo worden ingezet dat de vraag naar circulaire producten (zoals biobased en recyclede materialen) stijgt en circulaire innovaties en bedrijfsmodellen worden gestimuleerd. De derde interventie is ondersteuning en inzicht proberen te bieden op het gebied van investeringen in circulaire producten en diensten. Deze hebben een ander risicoprofiel dan de huidige diensten en producten; meer inzicht in de kosten en baten zou de investeringen kunnen stimuleren. De vierde interventie is kennisontwikkeling: kennis en onderzoek beschikbaar maken en verspreiden. De laatste interventie is internationale samenwerkingen aangaan en afspraken maken om de juiste conditie te creëren voor de circulaire economie.

Deze vijf interventies focussen op vijf sectoren: biomassa en voedsel, maakindustrie, kunststoffen, bouw en consumptiegoederen. Deze sectoren zijn gekozen vanwege hun grote economische impact en grote milieudruk. Ook bieden ze kansen vanwege aanwezige initiatieven en sluiten ze goed aan bij de prioriteiten van de Europese Commissie (EC, 2015). Er wordt vooral gekeken naar hoe de samenwerking binnen een sector kan worden verbeterd in de ketens.

Maar commitment op hoog en laag niveau is nodig voor een circulaire economie

Als Nederland in 2050 circulair wil zijn, dan is er een andere manier van denken en organiseren nodig: een systeemverandering. Een circulair Nederland is mogelijk in 2050, maar daar is wel veel commitment voor nodig. Dat geldt in Nederland, maar ook internationaal. Want veel van onze bedrijvigheid is georganiseerd in internationale waardeketens. Alleen door samen te werken in die internationale ketens kunnen we erin slagen om grondstofkringlopen te sluiten. Dat vraagt bijvoorbeeld om internationale standaardisering van wat we afval vinden en hoe daar mee om moet worden gegaan. Ook het meer uniform gebruiken van productstandaarden kan leiden tot een beter hergebruik van onderdelen en materialen in de circulaire economie.

Gelukkig is Nederland niet het enige land dat koploper wil worden op het gebied van circulaire economie. Al is het land niet onafhankelijk, ook de Schotse overheid wil van Schotland een koploper maken op dit gebied (Scottish government, 2016). Sinds 2014 is circulaire economie ook een van de belangrijkste speerpunten van de premier van Finland (SITRA, 2015). En in 2015 was Denemarken een van de winnaars van ‘The Ecolab Award for Circulair Economy Cities & Regions’ (The circulars, 2015). Het is een goed teken dat er meer landen zijn die van circulaire economie een speerpunt hebben gemaakt. We hebben immers meer landen nodig om haar mogelijk te maken.

Voor Nederland geldt dat alle partijen moeten willen meewerken aan het circulair maken van onze samenleving. Het bedrijfsleven moet zich committeren door circulaire economie te omarmen en meer samen te werken in de keten en met andere sectoren, dus van concurrentie naar coöperatie. Dit geldt zeker voor het creëren van nieuwe markten voor afval en het gebruik van reststromen. De financiële sector moet zich committeren door circulaire initiatieven in het bedrijfsleven te steunen. Dit betekent soms anders financieren, waarbij de levensduur van producten, voorraad- en ketenfinanciering steeds belangrijker worden.

En daarbij niet onbelangrijk is dat consumenten moeten inzien dat het voordelen heeft om een product langer mee te laten gaan en minder te consumeren. Door te kiezen voor duurzaam en recyclebaar in plaats van wegwerp en vervuilend moet uiteindelijk ook de consument een bijdrage leveren aan de circulaire economie.

Alleen wanneer er internationaal, nationaal en lokaal wordt samengewerkt, en men ook op individueel niveau het nut ervan inziet, is een circulaire economie mogelijk. 

Het begint met ambitie

En wat levert het ons dan op, die circulaire economie? Als eerste een duurzamere samenleving. Een economisch systeem dat de draagkracht van de aarde niet overstijgt. Als ‘earth overshoot day’[1] de komende jaren weer dichter naar het einde van het jaar komt, dan weten we dat die belangrijkste doelstelling van de transitie naar een circulaire economie in beeld komt.

Of het ons ook economische winst oplevert, in de vorm van een hogere economische groei en meer banen, is nog maar de vraag. Dit wordt vaak wel als argument gebruikt. Economische groei meet namelijk vooral hoeveel goederen en diensten we in een land in een bepaalde periode produceren. In een circulaire economie is het nu juist de intentie om minder spullen te produceren en de goederen die je hebt vooral langer te gebruiken. Dit zou dus tot economische krimp kunnen leiden. Hier staat waarschijnlijk echter een verdere verschuiving naar een diensteneconomie tegenover. Reparatiediensten, diensten verkopen in plaats van producten en service voor bestaande producten worden steeds belangrijker. En als een land erin slaagt om van de expertise op het gebied van circulaire economie een exportproduct te maken, kan dat zelfs leiden tot banengroei (Stegeman, 2015). Waar dit per saldo op uitkomt, is ongewis.

Maar de ambitie om te komen tot een circulaire economie zal niet moeten gaan over economische winst op macroniveau. Een houdbaar economisch systeem, met circulaire bedrijven die gezonde verdienmodellen hebben, zou de ambitie moeten zijn. En dat betekent in de tussentijd dat de niet-circulaire bedrijven het loodje moeten leggen. En dat een succes ook betekent dat de productie van goederen kan krimpen.

Voetnoot
[1] Overshoot day is de dag dat we in een jaar meer natuurlijke hulpbronnen hebben gebruikt dan de aarde kan vernieuwen; dit jaar was dat op 8 augustus 2016.

Literatuur

Europese Commissie (2015), Closing the loop – An EU action plan for the Circular Economy, Brussel, december 2015.

Ministerie van I&M (2016). Nederland circulair in 2050. Den Haag.

Scottisch government, (2016), Making Things Last, A Circular Economy Strategy for Scotland, Edinburgh, februari 2016.

SITRA studies 100, (2015), The opportunities of a circular economy for Finland, Helsinki, oktober 2015.

Stegeman, H. (2015). De potentie van de circulaire economie. Rabobank: Utrecht.

The circulars, (2015), 2015 Finalists, thecirculars.org, januari 2015.

Tukker, A. (2016). In kringetjes vooruit: de circulaire economie als recept voor duurzaamheid. Universiteit Leiden: Leiden.

United Nations, (2015), New sustainable development agenda, UN.org, 25 september 2015.

Delen:
Auteur(s)
Tara Janssen
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
06 8217 2389
Hans Stegeman
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven