RaboResearch - Economisch Onderzoek

Wat gaan we merken van de volgende Amerikaanse president?

Themabericht

Delen:
  • De Amerikaanse verkiezingen naderen hun climax en de race loopt nu tussen Hillary Clinton en Donald Trump
  • Drie beleidsterreinen met grote uitstralingseffecten op de wereld zijn begrotingsbeleid, handelspolitiek en buitenlandbeleid
  • Vooral op het gebied van handelspolitiek breken beide kandidaten met het verleden: ze zijn beiden kritisch over handel en globalisering en met gebrek aan steun voor handelsverdragen als TPP en TTIP zal de verdere integratie van de wereldeconomie stokken
  • Een belangrijk verschil tussen beide kandidaten is hun visie op Amerikaans buitenlandbeleid. Clinton wil een continuering van het huidige beleid terwijl Trump kritisch is over de NAVO en de relatie tussen de VS en China

De aankomende Amerikaanse presidentsverkiezingen hebben het afgelopen jaar in de hele wereld veel aandacht gekregen en nagenoeg iedereen heeft er wel een mening over. Dit stuk kijkt met een economische bril naar de plannen van de Democratische Clinton en de Republikeinse Trump voor het beleid van de VS, en dan met name naar de gevolgen van hun beleid voor rest van de wereld. Aan bod komen de drie beleidsterreinen die potentieel de meest directe en grootste uitstralingseffecten hebben op de wereldeconomie, Europa en Nederland:

  1. Begrotingsbeleid
  2. Handelspolitiek
  3. Buitenlandbeleid

Begrotingsbeleid blijft een compromis

Beide kandidaten hebben elk vanuit hun eigen ideologie plannen gepresenteerd om de economie op een hoger groeipad te brengen. Clinton wil fors meer gaan uitgeven, onder andere aan infrastructuur, gezondheidszorg en het verlagen van collegegeld. Ze financiert dit onder meer met hogere belastingen aan de top van de inkomenspiramide (CFSB, 2016). Trumps plan verlaagt juist de belasting voor mensen met hogere inkomens, vanuit het idee dat zij banen creëren en dat belasting hen verhindert dit te doen. Die veronderstelling wordt overigens niet gesteund door economisch onderzoek. Zijn plan leidt tot forse tekorten en een sterk oplopende staatsschuld. Hier gaat echter ook de grootste economische impuls vanuit, iets waar Europa en Nederland van zouden profiteren.

Behalve de president wordt op 8 november ook het Huis van Afgevaardigden en een derde van de Senaat gekozen. Dit is belangrijk omdat begrotingsbeslissingen door het Congres worden genomen en de president alleen goedkeuring kan verlenen of een veto kan uitspreken. Het beleid hangt daarmee af van welke partij de meerderheid in de kamers van het parlement krijgt.

We kunnen de uitkomsten van de verkiezingen in drie categorieën indelen (Marey, 2015):

  1. ‘Divided government’: geen enkele partij krijgt zowel het Witte Huis als beide kamers van het parlement in handen[1]. Dat is nu ook het geval. De politieke polarisatie ondermijnt de daadkracht in het overheidsbeleid. Denk aan de conflicten over het begrotingsbeleid, die geregeld zo hoog oplopen dat met de sluiting van de federale overheid of zelfs het faillissement van de Amerikaanse overheid is gedreigd.
  2. ‘Republican control’: president Trump krijgt te maken met een Republikeins Congres. Belastingverlagingen om de economie te stimuleren zijn een waarschijnlijk gevolg. Het door begrotingshavik Paul Ryan geleide Huis van Afgevaardigden zal tegelijk tegenwicht proberen te bieden aan plannen om de overheidsuitgaven teveel te laten oplopen.
  3. ‘Democratic control’: president Clinton vindt een Democratisch Congres aan haar zijde. Zij zal door de linkervleugel van de partij worden aangespoord de overheidsuitgaven te verhogen, evenals de belastingen voor hogere inkomens.

Aangezien de president in optie 1 en 2 te maken krijgt met oppositie in het Congres zullen de gepresenteerde plannen waarschijnlijk in afgezwakte vorm worden geïmplementeerd. Ook zullen de effecten van begrotingsbeleid in de VS en daarbuiten wel even op zich laten wachten en niet voor 2018 zichtbaar worden.

Voetnoot
[1] Er zijn in totaal zes mogelijke combinaties die tot ‘divided government’ leiden. Voor een Republikeinse president is dit het geval als hij te maken krijgt met een Republikeins Huis van Afgevaardigden en een Democratische Senaat, een Democratisch Huis en een Republikeinse Senaat, of een Democratisch Huis en een Democratische Senaat. Analoog zijn er voor een Democratische president drie mogelijke combinaties die we tot ‘divided government’ rekenen.

Het einde van globalisering?

Deze verkiezingen hebben beide kandidaten zich negatief uitgelaten over vrijhandel. Waar Clinton nog mild sceptisch over vrijhandel is, is Trump ronduit protectionistisch. Waarom is vrijhandel zo’n topic geworden in de verkiezingen? Clinton is door haar linkse uitdager Bernie Sanders in de Democratische voorverkiezing naar een negatiever standpunt over vrijhandel getrokken, door Sanders’ kritiek op het Transpacific Partnership (TPP), een handelsverdrag waar onder andere de VS, Japan, Canada, Mexico, Chili, Australië, Nieuw Zeeland en Vietnam bij zijn betrokken. Trump was al van begin af aan anti-vrijhandel en deze boodschap resoneert goed bij zijn aanhangers. Wij hebben eerder al laten zien dat Trumps steun grotendeels wordt gedreven door de economische omstandigheden (Kalf, 2016). De opkomst van Trump kan worden verklaard door de sterke daling van de werkgelegenheid in de maakindustrie de afgelopen tien jaar. Deze ontwikkeling is ook te herleiden tot globalisering en de opkomst van China (Pierce & Schott, 2012).

Hoewel beide kandidaten zich negatief hebben uitgelaten over vrijhandel verschillen hun uitspraken wel degelijk van elkaar. Clinton heeft aangegeven als president geen enkel toekomstig handelsverdrag goed te keuren dat een negatief effect heeft op werkgelegenheid of lonen in de VS. Trump heeft zich sterker uitgesproken en beschuldigt China van het manipuleren van de wisselkoers. Hij is voor het instellen van hoge importtarieven als China zich niet committeert aan nieuwe handelsverdragen. Trump heeft ook verklaard het NAFTA vrijhandelsverdrag tussen de VS, Canada en Mexico op te zullen schorten als er geen heronderhandeling plaatsvindt. Dat zou een forse klap betekenen voor de handel tussen de VS en Mexico en Canada. Dit raakt zowel op de korte als op de lange termijn de groei in alle drie deze landen (zie volgende paragraaf). Ook zou Trump de VS uit de Wereldhandelsorganisatie (WHO) willen terugtrekken om zo importtarieven te kunnen verhogen. Als Trump inderdaad de importtarieven fors verhoogt op bijvoorbeeld China of Mexico, dan riskeren de VS een handelsoorlog. Dat hangt natuurlijk af van of de handelspartner zich schikt of terugslaat. Een speltheoretische analyse van Marey (2016) zien dat als Trump  wordt gezien als “irrationeel”, het voor handelspartners rationeel is om zich juist te schikken in verhoogde tarieven of heronderhandeling van handelsverdragen.  Een handelsoorlog blijft echter een reel risico.

De Amerikaanse verkiezingen laten zien dat een decennialange beweging om vrijhandel te bevorderen tot stilstand dreigt te komen. Hoewel er winnaars en verliezers zijn van handelsliberalisatie, is de economisch literatuur eenduidig over de positieve effecten van vrijhandel op de totale welvaart, de mechaniek achter deze verbetering is al in 1817 door David Ricardo beschreven (Ricardo, 1817). Door comparatieve voordelen te benutten, specialiseren landen zich in sectoren waarin zij het meest efficiënt zijn. Deze hogere efficiëntie leidt tot hogere welvaart (Kalf & Marey, 2015). Natuurlijk is niet alleen de omvang van de welvaart van belang, maar ook de verdeling ervan. Specialisatie leidt tot krimp van sectoren waarin een land geen comparatief voordeel heeft. Mensen die in deze sectoren werkzaam zijn, ondervinden nadeel van vrijhandel. Juist die verdelingskwesties spelen nu hoog op. Onder beide presidentskandidaten is de toekomst van de handelsverdragen TPP en TTIP, die meer dan 60 procent van de wereldeconomie dekken, onzeker geworden. Daarmee komt mogelijk een einde aan een lange periode van handelsliberalisering die de wereldwijde economische groei heeft gestimuleerd.

Amerikaanse buitenlandbeleid bepalend voor Europa

Een nieuwe Amerikaanse president betekent ook een nieuw buitenlandbeleid van de VS. De geopolitieke risico’s zijn toegenomen in Azië door het conflict over de Senkaku (Diaoyudao in het Chinees) eilanden tussen Japan en China en door de conflicten tussen China en zijn buren rondom de Zuid-Chinese Zee (Prins & Vojevoda, 2016). De risico’s in Oekraïne en Oost-Europa zijn onverminderd hoog en het Midden-Oosten blijft een bron van regionale instabiliteit en wereldwijde terreurdreiging (Kalf, 2016). Tegen deze achtergrond lopen de spanningen tussen Rusland en de VS op. Zelfs een president zonder een sterke visie op het Amerikaanse buitenlandbeleid zal een positie moeten kiezen ten aanzien van deze ontwikkelingen.

Vergeleken met Obama wordt verwacht dat Clinton zich assertiever zal opstellen in contact met landen als China en Rusland. Dat betekent niet dat Clinton een militaire opstelling kiest. Zij heeft zich tijdens haar tijd als Secretary of State onder Obama namelijk beklaagd over de militarisering van het buitenlandbeleid. Haar succesvolle deal met Iran over het verminderen van de militaire capaciteit van dat land (Kalf, 2016) is een goed voorbeeld van de diplomatieke weg die Clinton voorstaat. Met haar vierjarige ambtsperiode als Secretary of State heeft Clinton veel ervaring met internationale politiek.

Het buitenlandbeleid van Trump zou er waarschijnlijk behoorlijk anders uitzien. Trump heeft zich tijdens de campagne veel sterker uitgelaten over China, zowel over de handel als over de rol van China in de Zuid-Chinese Zee. Het grote verschil tussen Clinton en Trump zit echter in hun kijk op Rusland. Trump heeft zich positief uitgelaten over het Rusland van president Vladimir Poetin. Ook heeft een aantal van zijn buitenlandbeleidadviseurs banden met Rusland en pro-Russische partijen in Oekraïne (WSJ, 2016). Tevens heeft Trump verklaard dat de VS NAVO-bondgenoten die de 2 procentnorm niet halen niet komen helpen (ieder NAVO-lid zou 2 procent van het BBP moeten uitgeven aan defensie). Wat hiervan in de praktijk zal worden gebracht onder Trump als president is onduidelijk, maar het zou Europa kunnen destabiliseren op een moment dat de band tussen de VS en Europa losser is dan ooit sinds de Tweede Wereldoorlog (Eurasia, 2016).

Deze blik op het begrotingsbeleid, de handelspolitiek en het buitenlandbeleid laat zien dat er op 8 november echt iets te kiezen valt. Of het Trump of Clinton wordt, zal ook grote economische gevolgen hebben in de rest van de wereld. Bij welke president wij in Nederland het meest gebaat zouden zijn, leest u in het Economisch commentaar De Amerikaanse verkiezingen: de wereld kijkt gespannen mee.

Literatuur

CFSB (2016). Promises and Price Tags: A Preliminary Update.

Kalf, J.M. & Dumitru, A. (2016). De GCC-landen: ontwenningsverschijnselen door de lage olieprijs?. Rabobank.

Kalf, J.M. & Philip, M. (2016). Mare liberum: handelsbevordering over de Atlantische en Stille Oceaan met TTP en TTIP. Rabobank.

Kalf, J.M. (2016). Waarom het fenomeen Trump niet zomaar zal verdwijnen. Rabobank.

Kalf, J.M. (2016). Afbouwen Iraanse sancties: kansen voor ondernemers, risico’s voor ondernemers én banken. Rabobank.

Marey, P. (2016). The US fiscal policy risk matrix. Rabobank.

Marey, P. (2016). The Trump Trade War Game. Rabobank.

Pierce, J. R., & Schott, P. K. (2012). The surprisingly swift decline of US manufacturing employment (No. w18655). National Bureau of Economic Research.

Prins, C. & Vojevoda, K. (2016) Asia-Pacific: the rise of China in a (geo)politically diverse continent. Rabobank.

Ricardo, D. (1817). Principles of political economy and taxation. G. Bell and sons.

Delen:
Auteur(s)
Jurriaan Kalf
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666
Philip Marey
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 71 21437

naar boven