RaboResearch - Economisch Onderzoek

Vrijhandel blijft middel om welvaart voor allen te creëren

Column

Delen:

Verschenen in het Het Financieele Dagblad, 4 november 2016 

Het debacle rond de onderhandelingen van het Ceta-akkoord met Canada heeft grote gevolgen voor de onderhandelingspositie van de EU en vormt een bedreiging voor de Nederlandse economie. Andere landen of handelsblokken zullen zich tweemaal bedenken voor ze gaan onderhandelen met de EU. Bij elke stap kan een klein deelbelang het hele proces immers laten ontsporen. Kijk maar naar de halsstarrige Walen. Zij representeren minder dan 1% van de Europese bevolking en eisen een hoofdrol op in de onderhandelingen over Ceta. Bovendien, als een vrijhandelsverdrag met een Europagezind land als Canada na 7 jaar onderhandelen nog bijna kan sneuvelen, hoe moet het dan met het grotere, belangrijkere TTIP-verdrag?

Voor Nederland is dit geen goed nieuws. We zijn economisch afhankelijk van de export en import van goederen en toenemend protectionisme vormt een groot risico. Tegenover de angst voor vrijhandel staan de economische feiten en principes over vrijhandel. David Ricardo beschreef al in 1817 de theorie van het comparatief voordeel. Landen zijn gebaat bij specialisatie. Als het ene land zich toelegt op de productie van auto’s en het andere op de productie van voeding en de landen deze producten onderling verhandelen dan zijn ze beide beter af dan als ze zelf auto’s en voeding zouden maken. Empirisch onderzoek toont overtuigend aan dat landen met minder handelsbarrières welvarender zijn. Vrijhandelsakkoorden leiden tot lagere prijzen en meer keuze voor consumenten. 

Waarom stuit een verdrag als Ceta of TTIP dan toch op zoveel weerstand? Allereerst is er veel misinformatie verspreid. Met name milieuorganisaties zaaien paniek met indianenverhalen over voedselonveiligheid. Daarnaast zijn de baten van vrijhandel, waaronder lagere prijzen voor consumenten, dun verspreid over de gehele samenleving, terwijl verliezers geconcentreerd zijn in bepaalde sectoren of groepen. Deze kleine minderheid van verliezers overschreeuwt in het debat over vrijhandel de zwijgende meerderheid. Een derde punt is dat veel laaghangend fruit al in eerdere verdragen is geplukt, waardoor er nu alleen nog lastigere en gevoeligere punten over zijn. Meer dan de helft van het Ceta-verdrag beschrijft uitzonderingen.

De veel bekritiseerde arbitragetribunalen zijn ondertussen grotendeels uit het verdrag geschrapt. De vrees was dat multinationals te veel macht zouden krijgen en via private, niet-openbare arbitragetribunalen nationale regelgeving zouden kunnen omzeilen. Deze vrees speelde niet alleen Ceta maar ook TTIP parten. De inhoudelijke bezwaren hebben tot serieuze aanpassingen geleid. In het kader van TTIP heeft de EU aan de VS voorstellen gedaan die ook voor Ceta gaan gelden. Er wordt een bilateraal Investeringshof opgericht met onafhankelijke rechters en beroepsmogelijkheden. Het Investeringshof bestaat uit een tribunaal van eerste aanleg en een beroepsinstantie met gekwalificeerde rechters uit de EU, Canada en derde landen. Deze rechters worden door de landen en niet door de bedrijven benoemd en zij behandelen zaken bij toerbeurt. Dat de oorspronkelijke arbitragetribunalen uit het akkoord zijn gehaald, geeft aan dat inhoudelijke bezwaren wel degelijk serieus worden genomen. Het Waalse protest was hiervoor onnodig.

Veel tegenstanders zijn simpelweg niet gemotiveerd door de inhoud of gezond verstand. Zij voelen zich misleid door de politici en grote bedrijven, die meer geprofiteerd hebben van de globalisering en vrijhandel, terwijl zij hun baan verloren of hun inkomen nauwelijks zagen stijgen. Zij hebben hun vertrouwen in de herverdelingsmachine, wat de overheid en politiek in feite zijn, verloren. Tegelijk realiseren de tegenstanders zich niet dat het tegenhouden van het Ceta-verdrag averechts werkt. Zonder vrijhandelsverdragen als Ceta is er minder groei en kan er überhaupt minder herverdeeld worden. Tegenstanders moeten de prijs van hun tegenstem kennen en daar eerlijk over worden voorgelicht. Tegelijk moeten voorstanders zich inzetten om de verliezers van globalisering te compenseren. Voorstanders moeten de politiek het mandaat geven om de winsten van vrijhandel te herverdelen.

Want die winsten zijn er: de totale baten van vrijhandel zijn altijd groter dan de verliezen. Vrijhandel is geen ‘zero sum game’. De winst van de ene is niet het verlies van de andere. Zowel koper als verkoper hebben baat bij handel. Van een geïmporteerd Belgisch of Duits biertje worden zowel de dorstige Nederlandse klanten als de buitenlandse brouwers gelukkiger. Vrijhandel creëert meer welvaart voor iedereen.

Vrijhandel maakt dat landen gemeenschappelijke belangen krijgen en elkaar wederzijds kunnen verrijken. ‘Make trade, not war’ is een gedachte die al terug te vinden is bij Kant en Montesquieu. Thomas Friedman verwoordt het prachtig in zijn boek The World is Flat uit 2005: ‘No two countries with a McDonald’s franchise had ever gone to war with one another.’ Dankzij wederzijdse economische belangen worden landen minder oorlogszuchtig.

De hang naar populistisch protectionisme vormt momenteel een niet te onderschatten bedreiging voor de mondiale en Nederlandse economie. Rationele argumenten en economische feiten doen er ook in het debat over vrijhandel steeds minder toe. Zelfs in de Verenigde Staten, toch bekend om hun liberale principes, spreken beide presidentskandidaten zich uit tegen een vrijhandelsakkoord met Zuidoost Azië.

We waren en zijn voor onze welvaart afhankelijk van het buitenland. Nederland heeft zijn welvaart te danken aan handel sinds de 16e eeuw. Vrijhandel is bovendien de beste vorm van ontwikkelingshulp. Dat vrijhandelsverdragen ondemocratisch zouden zijn, wordt pijnlijk weerlegd door het Ceta-drama. Kortom, politici moeten zich inzetten voor het algemeen belang en niet luisteren naar sterk georganiseerde minderheden.

Delen:
Auteur(s)
Barbara Baarsma
Directievoorzitter Rabobank Amsterdam en voormalig directeur Kennisontwikkeling bij Rabobank Rabobank KEO
030 21 62666
Daniël van Schoot
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven