RaboResearch - Economisch Onderzoek

Meer startende sterren: het toenemende belang van startups in Nederland

Themabericht

Delen:
  • Het aantal jonge en snelgroeiende bedrijven stijgt in Nederland
  • Startups krijgen binnen deze groep vaak bovengemiddelde aandacht
  • Het is lastig om deze groep af te bakenen door uiteenlopende definities
  • Met alle mitsen en maren lijkt het aantal startups in Nederland wel toe te nemen
  • De vernieuwende ideeën die van startups uitgaan zijn cruciaal voor innovatie
  • Startups voegen pas meetbare waarde toe wanneer het ‘scale-ups’ worden

De bijdragen van (jonge) bedrijven aan vernieuwingen en innovatie, ook wel creatieve destructie genoemd, leidt tot nieuwe producten, diensten en kennis. De ene starter is echter de andere niet. Niet elke starter draagt evenveel bij aan vernieuwing. Er is ook een duidelijk verschil zichtbaar tussen sectoren naar het aantal starters en snelgroeiende starters. Vooral de bedrijven die het beginstadium overleven en snel groeien zijn hierbij van grote waarde voor de Nederlandse economie. Hierbinnen krijgen zogenoemde ‘startups’ doorgaans bovengemiddelde aandacht. Startups worden gezien als de sterren onder de starters. Maar wat is een startup nou precies? En waarom krijgt deze groep starters doorgaans meer aandacht dan andere starters? En hoe staat het met het aantal en het type startups in Nederland? En wat is het economische belang van startups?

Wat is een startup?

Een startup is een startende (groep) ondernemer(s). Maar een startende ondernemer is dus niet direct een startup. Er bestaan verschillende definities van startups. De overeenkomsten lopen vaak langs de lijnen van leeftijd (zowel van de ondernemer als van het bedrijf zelf), het vernieuwende element (mate van innovatie), het aantal medewerkers, de groeipotentie en de haalbaarheid van de ideeën. Onderliggend bestaan verschillen tussen de invulling van deze definities. Zo vindt de een dat een bedrijf pas een startup mag heten als het product of de dienst naast het jonge en innovatieve karakter ook een disruptief karakter heeft. Daarmee wordt bedoeld dat de startup zorgt voor een fundamentele verandering binnen een bepaalde markt. Voorbeelden hiervan zijn WhatsApp en Skype. Deze bedrijven hebben een fors effect gehad op de telefoniemarkt. Anderen vinden dat een startup niet noodzakelijk technologisch georiënteerd hoeft te zijn.

Wij beschouwen een startup als een beginnend bedrijf met een vernieuwend idee dat een product of dienst maakt die schaalbaar en herhaalbaar is. Deze dienst/dit product is gemaakt met behulp van nieuwe of opkomende technologie maar is niet noodzakelijkerwijs de nagel aan de doodskist van een ander product of andere dienst. Dit vooral omdat dit ook in lang niet alle gevallen te meten is.

Starters

In de periode 2007-2015 zijn gemiddeld 165.854 nieuwe bedrijven opgericht[1]. Ruim 90% hiervan is opgericht door zelfstandigen of door slechts één werkzame persoon. Het grootste deel van deze starters is actief in de specialistische zakelijke dienstverlening, de handel en de zorg (figuur 1). Snelgroeiende starters[2] zijn vooral te vinden in sectoren waar men niet direct ‘disruptieve’ startups zou verwachten: de groothandel, de detailhandel, de welzijnszorg, het vervoer en het onderwijs (figuur 2).

Figuur 1: Starters naar sectoren
Figuur 1: Starters naar sectorenBron: CBS
Figuur 2: Snelgroeiende starters
Figuur 2: Snelgroeiende startersBron: CBS

De snelle groei die deze bedrijven doormaken qua toegevoegde waarde, omzet en werkgelegenheid is echter lastig meetbaar.
Doordat veel startups, zeker in de beginfase, een duidelijke groeipotentie hebben maar nog niet groeien, is het lastig om met data te bepalen hoeveel startups er precies zijn. Het ‘scale-uppen’ laat dan nog op zich wachten, waardoor het lastig is om een onderscheid te maken voor wat betreft groei. Dat maakt het ook lastig om een afbakening te maken binnen snelgroeiende bedrijven.
Wel is duidelijk dat starters en startups niet synoniem aan elkaar zijn. Slechts een zeer klein percentage van de starters kan een startup worden genoemd.

Hoeveel startups zijn er?

De cruciale vraag is hoeveel startups er in Nederland zijn. Een eensluidend antwoord op deze vraag is er helaas niet. Cruciaal in de definitie is niet zozeer de omvang van de startup of andere objectieve kenmerken, maar zijn businessmodel. Vaak disruptief, in de zin dat een nieuwe technologie of innovatie wordt gebruikt die huidige business- en verdienmodellen ondergraaft. Er bestaat echter nergens ter wereld een registratie van businessmodellen van bedrijven en of er daarbij sprake is van startups. Wel zijn er websites[3] waar startups zich kunnen registreren. Wij kiezen hier een combinatie van bronnen om te komen tot een schatting.

Figuur 3: Aantal starters door selectie van ‘startup’ sectoren
Figuur 3: Aantal starters door selectie van ‘startup’ sectorenBron: CBS

Ten eerste stijgt het aantal starters sinds 2012, die grotendeels zelfstandigen zonder personeel zijn (zzp’ers). Hieruit zou kunnen worden afgeleid dat er ook meer startups zijn. In overeenstemming met onze definitie hebben we een aantal sectoren geselecteerd waar de meeste startups actief zijn (figuur 3).[4] Afhankelijk van de nauwheid van de definitie zal dit aantal hoger of lager kunnen liggen. De technologische component komt duidelijk naar voren gezien het relatief grote aandeel IT-dienstverlening en informatiediensten. Op basis van onze selectie maken de bedrijven binnen de geselecteerde sectoren in de periode 2007-2015 gemiddeld 5% uit van alle starters. Slechts een klein deel hiervan kan uiteindelijk worden aangemerkt als startup. 

Een belangrijke kanttekening hierbij is dat de selectie van de sectoren tamelijk grof is. Zo bestaan er ook startups met een disruptief karakter in de (land-)bouw of de media, maar deze zijn hierbij niet meegenomen. Het beeld dat uit de beschikbare data naar voren komt is dat niet zozeer het aantal, maar de aard van de startups verandert. Ze worden meer ‘disruptief’ en zijn actief binnen fintech, (digital) design en de creatieve industrie.

Figuur 4: Van starters naar startups
Figuur 4: Van starters naar startupsBron: CBS, Rabobank, Dutchstartupdatabase

Zo zijn het de spelers die radicale innovaties en verdienmodellen weten te realiseren. Voor bestaande bedrijven is dit vaak lastiger, omdat ze gebonden zijn aan het bestaande verdienmodel: de kennis, organisatiestructuur en bedrijfsvoering laten zich niet zo gemakkelijk radicaal omgooien. Het huidige verdienmodel is vaak nog niet helemaal dood (wel eindig) en de huidige spelers hebben vaak geen belang bij verandering: hun positie staat op het spel. De startups werken steeds vaker op basis van nieuwe verdien- en businessmodellen, die niet helemaal zijn in te passen in traditionele werkwijzen en organisatiestructuren (Stegeman, 2016). Wel worden succesvolle startups vaak opgekocht door grotere bedrijven, de droom van veel beginnende startups.

Op basis van onze gegevens gaan we er van uit dat het aandeel startups in deze sectoren de afgelopen jaren klein was, zo’n 5% in 2015. Dat komt neer op ongeveer 400 startups vorig jaar (figuur 4). We nemen aan dat het aantal startups in de jaren ervoor wel met minstens 10% per jaar is gegroeid. 

Wat is het economische belang van startups?

Lang niet alle startups worden snelle groeiers. Zo’n 90% wordt geen succesverhaal. Dat betekent dus dat slechts zo’n veertig bedrijven jaarlijks succesvol worden. De rest blijft klein en ongeveer de helft stopt er binnen een paar jaar mee. Het directe economische belang van startups is dus niet zo groot. Het gaat jaarlijks maar om een klein aantal nieuwe bedrijven, met een zeer beperkte omzet en weinig werknemers.

Het indirecte belang van startups wordt echter steeds groter. Dat heeft sterk te maken met de manier waarop innovatie in toenemende mate plaatsheeft. Innovatie geschiedt steeds vaker in open systemen (Stegeman, 2016). Dat wil zeggen dat bedrijven steeds vaker samenwerken met andere, kleine partijen om te komen tot innovatie. Dat leidt ook tot innovatie- of kennisclusters, waarin veel startups een plek hebben (figuur 5). Dit valt te verklaren doordat bepaalde omgevingsfactoren het aantrekkelijk maken om een startup te vestigen. Denk daarbij aan startup-platforms van de overheid, kennisinstellingen, (grote) bedrijven, financiers en de aanwezigheid van andere startups. Dit wordt ook wel het startup-ecosysteem genoemd. De registratie van startups biedt wel de mogelijkheid om het zogenoemde ecosysteem van startups beter in kaart te brengen en om van daaruit meer ‘scale-ups’ en waarde te creëren. Iets wat overigens ook bij ondernemerschap en innovatie een belangrijke factor is (Giesbergen, 2016; Stegeman, 2016). Dit startup-ecosysteem heeft de afgelopen jaren een behoorlijke impuls gekregen, mede door overheidsbeleid zoals startupdelta. Open innovatie, nieuwe businessmodellen en een cultuur gericht op samenwerken en ondernemerschap dragen bij aan succesvolle startups.

Voor de toekomst van Nederland zijn startups dus van cruciaal belang, en van groter belang dan in het verleden. De inspanningen, ook van de overheid en het topsectorenbeleid, zullen in de toekomst hun vruchten af kunnen werpen. De directe economische impact is daarbij beperkt, maar het uitstralingseffect potentieel groot.

Figuur 5: De grotere kennisclusters met begeleiding voor startups vanuit een incubator of accelerator
Figuur 5: De grotere kennisclusters met begeleiding voor startups vanuit een incubator of acceleratorBron: Rabobank

Van startups naar scale-ups

De grote uitdaging is om van meer startups sterren te maken. ‘Scale-ups’ die ook in de toekomst de innovatie in Nederland bevorderen. Een juiste financieringsmix is daarbij van cruciaal belang. Het Nederlandse bedrijfsleven maakt in het algemeen relatief veel gebruik van bancaire kredieten in vergelijking met andere vormen van financiering. Voor startups is nu juist risicodragend kapitaal nodig. Een groot deel van deze startups zullen immers niet de sterren van de toekomst worden. Het organiseren van meer risicodragend kapitaal is een van de grote uitdagingen voor stralende toekomstige startups. Daarbij kan het gaan om traditionele investeerders, maar ook om alternatieve of nieuwe financieringsvormen zoals crowdfunding. De omvang van nieuwe financieringsvormen is evenwel nog beperkt tot enkele honderden miljoenen euro’s; een factor duizend kleiner dan conventionele financiering (Treur, 2014). Ondanks de nog beperkte omvang kunnen nieuwe financieringsvormen in de toekomst bijdragen aan het groeipotentieel van ondernemingen (Stegeman, 2016).

De toekomst van startups

Het zou goed kunnen dat het aantal startups de komende jaren versneld groeit. Het beleid is gericht op groei van deze groep en de manier waarop innovatie tot een succes kan worden gemaakt is ook afhankelijk van deze groep ondernemers. Daarbij spelen nieuwe businessmodellen een grote rol. Een jaarlijkse groei van 20% (figuur 6) is op basis van deze factoren geen onrealistische schatting. Dit zou kunnen leiden tot jaarlijks meer dan duizend startups in 2020.

Figuur 6: Ontwikkeling startups in Nederland
Figuur 6: Ontwikkeling startups in NederlandBron: Rabobank

Wat daarbij uiteindelijk het succes van startups en daarmee het succes van de Nederlandse economie zal bepalen, is in welke mate deze startups echt schaalbaar blijken te zijn. Een verhoging van het succes van startups van 10% naar 20% levert zo maar een verdubbeling op van het aantal sterren onder de startups. Beschikbaarheid van risicodragend kapitaal, overheidsbeleid gericht op het wegnemen van barrières, stimuleren van ondernemerschap en innovatie zijn factoren die hieraan kunnen bijdragen.

Voetnoten

[1] Het CBS kwalificeert een bedrijfsoprichting als het ontstaan van een nieuw bedrijf. Dit betekent dat moet zijn voldaan aan de economische criteria voor een bedrijf: er moet informatie beschikbaar zijn over werkgelegenheid of omzet van het bedrijf. Verder is het van belang dat het bedrijf daadwerkelijk nieuw is. De voortzetting van een of meer bestaande bedrijven is dan ook geen oprichting.

[2] Het CBS kwalificeert een bedrijfsoprichting als het ontstaan van een nieuw bedrijf. Dit betekent dat moet zijn voldaan aan economische criteria voor een bedrijf: er moet informatie beschikbaar zijn over de werkgelegenheid of de omzet van het bedrijf. Verder is het van belang dat het bedrijf daadwerkelijk nieuw is. De voortzetting van een of meer bestaande bedrijven is dan ook geen oprichting.

[4] Hier gebruiken we CBS-gegevens. Selectie op basis van gegevens Rabobank en startupdatabase.

Literatuur

Giesbergen, B. (2016). Ondernemerschap als sleutel voor meer verdienvermogen. Rabobank Themabericht. Rabobank: Utrecht.

Stegeman, H. (2016). Toverwoorden van vooruitgang. Rabobank Special. Rabobank: Utrecht.

Treur (2014). Financiering van het MKB: opties in kaart. Rabobank Special. Rabobank: Utrecht.

Delen:
Auteur(s)
Hans Stegeman
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666
Björn Giesbergen
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 3047 8523

naar boven