RaboResearch - Economisch Onderzoek

Gebrekkige begrotingsregels dwingen Nederland tot bezuinigingen in 2017

Economisch commentaar

Delen:

Verschenen op MeJudice, 10 mei 2016

  • Op basis van de lenteraming van de Europese Commissie voldoet Nederland niet aan de Europese begrotingsregels
  • De landenspecifieke aanbevelingen en de daaruit volgende maatregelen zijn nog niet bekend, maar  de kans is groot dat er voor 2017 een bezuinigingsopdracht uit Brussel volgt
  • Bezuinigingen zijn wat ons betreft in het huidige economische klimaat onwenselijk
  • Volgens ons zijn de Europese begrotingsregels dan ook onjuist vormgegeven

Begrotingsregels vragen om bezuinigingen in 2017…

Uit de lenteraming van de Europese Commissie (EC) blijkt dat de Nederlandse overheid de Europese begrotingsregels in 2017 overtreedt als zij geen extra bezuinigingsmaatregelen neemt. Naar aanleiding van deze lenteraming volgen op korte termijn landenspecifieke aanbevelingen. De kans is groot dat de Commissie Nederland daarin oproept structurele bezuinigingsmaatregelen van ongeveer vier miljard euro, oftewel 0,6% van het Bruto Binnenlands Product (BBP), op te nemen in de begroting voor 2017. Volgens de lenteraming van de EC staat ongeveer de helft daarvan al gepland, getuige de door de Commissie verwachte verbetering van het structurele tekort in 2017 met 0,3% (tabel 1). Er moet echter nog voor ongeveer twee miljard aan extra maatregelen worden geïntroduceerd. Als de Nederlandse overheid hier geen gehoor aan geeft, dan volgt in het voorjaar van 2018 mogelijk een boete in de vorm van een rentedragend deposito. In het Stabiliteitsprogramma kondigde het Nederlandse kabinet echter aan dat ze zich volledig committeert aan de Europese begrotingsafspraken. Een boete lijkt daarom onwaarschijnlijk.

Tabel 1: Ontwikkeling en ramingen structureel tekort
Tabel 1: Ontwikkeling en ramingen structureel tekortBron: Europese Commissie

De waarschijnlijke bezuinigingsopdracht in 2017 komt niet uit de lucht vallen (CPB, 2016; Raad van State, 20152016; Giesbergen en Wijffelaars, 2016; Giesbergen en Wijffelaars, 2015; Giesbergen, 2015). De teruglopende gasbaten als gevolg van lagere gasprijzen en het lagere productieplafond in Groningen en de lagere belastinginkomsten door de lastenverlichting van vijf miljard euro in 2016 slaan een (structureel) gat aan de inkomstenkant van de begroting. Hoewel het feitelijke begrotingssaldo van Nederland nog altijd voldoet aan de Europese begrotingsregels (kleiner dan 3% van het BBP), wijkt het structurele begrotingstekort van Nederland (-1,5% in 2016 en -1,2% van het potentiële BBP in 2017) hierdoor behoorlijk af van de doelstelling die voor de middellange termijn is afgesproken (-0,5%)[1]. Bovendien groeien de uitgaven van de overheid in 2017 significant harder dan toegestaan: met 1% BBP, terwijl een afname van 0,7%-BBP nodig zou zijn om aan de regels van de uitgavenrichtlijn te voldoen (CPB, 2016).

Na een jaar van lastenverlichting keert de overheid volgend jaar dus alweer terug in de bezuinigingsstand. De begrotingsinspanning die nodig is om aan de regels te voldoen is echter aanmerkelijk kleiner dan in 2013 en 2014.

Voetnoot
[1] Het structurele tekort is het feitelijke begrotingstekort geschoond voor stand van de conjunctuur en eenmalige inkomsten en uitgaven. Zie voor meer informatie over de Europese begrotingsregels: Infographic Stabiliteits- en Groeipact.

…maar dit is om uiteenlopende redenen onwenselijk en onlogisch

De economische situatie vraagt niet om bezuinigingen in 2017
Bezuinigingen in 2017 zijn vanuit economisch oogpunt niet wenselijk. De binnenlandse bestedingen dragen na een periode van krimp en zeer zwakke groei weer op een positieve manier bij aan de economische groei in Nederland. Mede daardoor groeit de werkgelegenheid, maar de werkloosheid is nog aan de hoge kant. In ieder geval hoger dan mag worden verwacht als de economie optimaal presteert. Bezuinigingen kunnen een remmend effect hebben op de binnenlandse bestedingen en daarmee de werkgelegenheidsgroei.

Structureel tekort is niet zo structureel
De economische groei van de afgelopen jaren speelt een grote rol bij de berekening van het structurele tekort door de Commissie (CPB, 2016; Weernink, 2014). Het idee achter het structurele tekort is om de conjuncturele cyclus eruit te filteren. Dit moet ervoor zorgen dat overheden meer bezuinigen in economisch goede tijden en minder in economisch slechte tijden. Door de manier waarop de EC het potentiële BBP, en dus ook het structurele tekort, berekent, wordt de cyclus er echter onvoldoende uitgefilterd. In het geval van Nederland betekent dit dat de Commissie er momenteel vanuit gaat dat de output gap gesloten is en dat de economie dus optimaal presteert, terwijl het CPB nog uitgaat van een output gap van 2%. De door de EC gebruikte methode zorgt er ook voor dat het structurele tekort vaak met terugwerkende kracht wordt herzien. Het CPB toonde recent dat, gegeven de economische verwachting van het CPB en gelijkblijvend beleid van de Nederlandse overheid, de Europese Commissie in 2021 zal berekenen dat het structurele begrotingstekort in Nederland in 2017 niet 1,2% maar 0,7% van het potentiële BBP is geweest (CPB, 2016). Dat is nog altijd hoger dan het toegestane structurele tekort van 0,5%, maar het zou de bezuinigingsopgave wel verlagen. Het gebruik van een structureel begrotingstekort om door de cyclus heen te kijken en meer focus te leggen op de houdbaarheid van de overheidsschuld op middellange termijn juichen wij toe, maar de gebrekkige methode voor de berekening ervan verdient een aanpassing.

Eurozone brede blik ontbreekt
Tot slot is het een beperking dat de begrotingsregels zich enkel richten op individuele lidstaten en nauwelijks rekening houden met welk begrotingsbeleid wenselijk is voor de eurozone als geheel. In sommige situaties kan het voor de lidstaten zelf en de gehele monetaire unie wenselijk zijn om lidstaten met relatief lage schuldhoudbaarheidsrisco’s, lage rentetarieven en/of substantiële overschotten op de lopende rekening, zoals Duitsland en Nederland, minder restrictief of misschien zelfs expansief begrotingsbeleid te laten voeren (Wijffelaars, 2014). Dit is niet mogelijk binnen de huidige begrotingsregels[2].

Voetnoot
[2] Uiteraard zou dergelijke flexibiliteit niets doen aan het feit dat landen als Duitsland als overschotland zijnde geen extra geld uit wíllen geven, ook al is dit volgens de (huidige) regels toegestaan. Een (gedeeltelijk) gecentraliseerd begrotingsbeleid dan wel de mogelijkheid landen te verplichten geld uit te geven zou in dit opzicht economisch wenselijk kunnen zijn. Maar dat lijkt gezien de huidige politieke context in Europa voorlopig onhaalbaar.

Literatuur

CPB (2016). Middellange-termijnverkenning 2018-2021. Centraal Planbureau: Den Haag.

CPB (2016). Centraal Economisch Plan 2016. Centraal Planbureau: Den Haag.

EC (2016). Spring forecast the Netherlands: domestic demand drives growth as the cycle matures. Europese Commissie: Brussel.

Ministerie van Financiën (2016). Stabiliteitsprogramma Nederland. Den Haag.

Raad van State (2016). Voorjaarsrapportage Begrotingstoezicht 2016. Den Haag.

Raad van State (2015). Septemberrapportage Begrotingstoezicht 2015. Den Haag.

Rabobank (B. Giesbergen en M. Wijffelaars), 2016. Nederlandse begroting: na het jubeljaar 2016 dreigen zure bezuinigingen in 2017. Themabericht.

Rabobank (M. Wijffelaars), 2016. Stabiliteits- en Groeipact voor landen in de eurozone. Infographic. 

Rabobank (B. Giesbergen en M. Wijffelaars), 2015. Nederland ontspringt bezuinigingsdans bij begrotingsbeoordeling uit Brussel. Economisch Commentaar.

Rabobank (B. Giesbergen), 2015. Europese begrotingsregels bieden Nederland beperkte ruimte voor lastenverlichting. Economisch Commentaar.

Rabobank (M. Weernink), 2014. De zin en onzin van de ‘output gap’. Special.

Wijffelaars, M. (2014). Ruimere EU-begrotingsregels alleen met grotere rol Brussel. Me Judice, 14 november 2014.

Delen:
Auteur(s)
Maartje Wijffelaars
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 68740
Björn Giesbergen
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 62562

naar boven