RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Diversiteit financieringslandschap neemt toe

Special

Delen:
  • Verbetering economische vooruitzichten en investeringsverwachtingen
  • Stijging van alle vormen van kredietverstrekking in 2015
  • Toenemende rol van MKB-fondsen
  • Diversiteit van financieringsvormen zorgt voor nieuwe kansen en uitdagingen

Het Nederlandse Midden- en Kleinbedrijf (MKB) maakt van oudsher vooral gebruik van bancair krediet als financieringsbron. Tijdens de recessie namen de bedrijfsrisico’s toe en konden bedrijven moeilijker aan de kredietvoorwaarden van banken voldoen. Daarom is de aandacht voor alternatieve financieringsvormen toegenomen. In april 2014 publiceerden wij een eerste Special met een overzicht van de verschillende financieringsopties voor het MKB. In deze nieuwe publicatie bespreken we onze vooruitzichten voor de economische groei, de investeringsgroei en de kredietvraag. De verbeterde vooruitzichten hebben geleid tot een toename van de kredietvraag voor investeringen en werkkapitaal.

Bancaire financiering is nog altijd de belangrijkste vorm van vreemd vermogen voor het MKB. Wel is de diversiteit van het financieringslandschap de laatste jaren toegenomen. Zowel traditionele alternatieven voor bancaire financiering –zoals leasing en factoring– als relatief nieuwe alternatieven –crowdfunding en kredietunies– maakten in 2015 een sterke groei door. Daarnaast is de rol van MKB-fondsen groter geworden.

Economische vooruitzichten en investeringsverwachtingen

De jaren van recessie zijn achter de rug. Wij verwachten dat de Nederlandse economie dit en volgend jaar met 2% zal groeien, net als in 2015 (zie ook ons Economisch Kwartaalbericht). Wel is deze raming omgeven door geopolitieke onzekerheden, zoals de vluchtelingencrisis en een mogelijke Brexit (zie onze nieuwe publicatie Politieke ontwikkelingen in Europa: toekomst van EU op de proef gesteld). Sinds 2014 nemen ook de investeringen weer toe. Een groot deel van de groei in de investeringen in vaste activa bestaat echter uit woninginvesteringen (figuur 1). Als we de woninginvesteringen, de overdrachtskosten op grond en de investeringen in grond-, weg- en waterbouw buiten beschouwing laten, krijgen we een duidelijker beeld van de groei van de bedrijfsinvesteringen. Deze zijn in 2015 met 5,4% ook redelijk toegenomen.

Gegevens over het investeringsgedrag van bedrijven naar bedrijfstak of bedrijfsgrootte zijn slechts zeer beperkt beschikbaar. Wel is in de conjunctuurenquête van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) sinds 2012 informatie beschikbaar over de investeringsverwachtingen van bedrijven opgedeeld naar aantal medewerkers. Inmiddels zien alle typen bedrijven (groter dan vier werknemers) de investeringen per saldo weer toenemen, maar het optimisme is bij grote bedrijven groter dan bij het MKB. De grotere bedrijven (meer dan honderd werknemers) zijn per saldo al sinds eind 2013 positief gestemd over het toe laten nemen van de investeringen. Bij kleinere bedrijven was dit pas in de loop van 2014 en 2015 het geval (figuur 2). Omdat de gegevens niet verder teruggaan dan 2012 kunnen we niet zeggen of dit een normale gang van zaken is of dat dit een bijzondere ontwikkeling is in de huidige fase van economische groei.

Figuur 1: Verandering in de investeringen
Figuur 1: Verandering in de investeringenBron: CBS
Figuur 2: Investeringsverwachtingen
Figuur 2: InvesteringsverwachtingenBron: CBS

Dat het grootbedrijf voorloopt in de investeringsgroei wordt ook bevestigd door de enquête kredietverlening van De Nederlandsche Bank (DNB). Banken zien per saldo sinds 2014 weer een toename van de kredietvraag door het grootbedrijf maar pas sinds eind 2015 ook een toename van de kredietvraag door het MKB (figuur 3).

Figuur 3: Toename kredietvraag naar bedrijfsgrootte
Figuur 3: Toename kredietvraag naar bedrijfsgrootteBron: DNB
Figuur 4: Vaste investeringen vrijwel geen reden voor toegenomen kredietvraag
Figuur 4: Vaste investeringen vrijwel geen reden voor toegenomen kredietvraagBron: DNB
Figuur 5: Verstrekking venture capital en groeikapitaal door participatiemaatschappijen aan Nederlandse bedrijven
Figuur 5: Verstrekking venture capital en groeikapitaal door participatiemaatschappijen aan Nederlandse bedrijvenBron: NVP

Deze toegenomen kredietvraag hoeft niet altijd samen te hangen met een grotere investeringsbehoefte. In 2014 de steeg de kredietvraag vooral in verband met herstructurering van schulden, fusies en overnames en herstructurering van de balans (figuur 4). In slechts een kwartaal gaf de meerderheid van de banken aan dat de kredietvraag ook toenam voor vaste investeringen. Andersom hoeft investeringsgroei ook niet direct te leiden tot een stijging van de kredietvraag. Het is goed mogelijk dat het grootbedrijf en delen van het MKB voldoende eigen middelen hebben om deze eerste fase van verhoogde investeringen zelf te financieren, of dat zij een beroep doen op private equity (figuur 5)[1]. Als de toename van de bedrijfsinvesteringen doorzet, zoals wij verwachten, dan zal waarschijnlijk alsnog een groter beroep op bancair krediet worden gedaan om de verdere investeringsgroei te financieren.

Sterke groei van traditionele en nieuwe alternatieven voor bancaire financiering

In 2015 bereikte de jaarlijkse bancaire kredietverstrekking aan het Nederlandse bedrijfsleven het hoogste niveau sinds de crisis, inclusief die aan het grootbedrijf. Sinds 2010 zijn de verstrekkingen uitgesplitst naar leningomvang (figuur 6). Daarbij valt op dat de toename zich vooral voordeed bij kredieten groter dan een miljoen, terwijl de jaarlijkse verstrekkingen bij kleinere kredieten licht daalden.

Met ingang van 2015 maakt DNB ook onderscheid tussen heronderhandelingen en volledig nieuwe kredieten. Van de kredieten tot € 250.000 betrof 16% een geheel nieuwe verstrekking (in totaal € 943 miljoen); bij de grotere kredieten bedroeg dit aandeel zelfs ruim een derde (€ 3,8 miljard tussen de € 250.000 en € 1 miljoen en € 49,6 miljard aan verstrekkingen van meer dan € 1 miljoen).

Traditionele alternatieven voor bancaire financiering maakten in 2015 een sterke groei door. De jaarproductie van Equipment lease[2] groeide van € 4,3 miljard naar 5,2 miljard en factoring[3] groeide van € 3,1 miljard naar 3,8 miljard (zie figuur 7). Deze sterke groei hangt niet alleen samen met een toegenomen investeringsbehoefte maar ook met de opkomst van nieuwe toetreders en met een grotere bekendheid van ondernemers met deze financieringsvormen.

Figuur 6: Bancair krediet: nieuwe verstrekkingen en heronderhandelingen
Figuur 6: Bancair krediet: nieuwe verstrekkingen en heronderhandelingenBron: DNB (Nieuwe en heronderhandelde kredietverlening aan niet-financiële bedrijven. Prolongaties zonder herziening van de voorwaarden zijn niet meegeteld.)
Figuur 7: Sterke groei leasing en factoring in 2015
Figuur 7: Sterke groei leasing en factoring in 2015Bron: NVL, FAAN

In absolute zin zijn de grootbanken verreweg de grootste verstrekker van vreemd vermogen aan het Nederlandse bedrijfsleven, met een totale uitstaande kredietverlening van € 285 miljard, waarvan € 130 miljard aan het MKB. Hiervan betreft € 14,4 miljard bedragen kleiner dan € 250.000 (DNB-cijfers ultimo 2015). Ook leasing en factoring leveren een belangrijke bijdrage.

Nieuwe financieringsvormen zoals crowdfunding en kredietunies zijn verhoudingsgewijs nog erg klein maar groeiden wel sterk. In 2015 werd € 128 miljoen opgehaald via crowdfunding, waarvan € 108,8 miljoen door ondernemingen - een verdubbeling ten opzichte van 2014 (figuur 8). Opvallend is de toename van crowdfunding voor horeca en vastgoed. Beide sectoren zijn meer dan andere sectoren genoodzaakt om te zoeken naar alternatieve financieringsbronnen, volgens een rapport van crowdfundingadviesbureau Douw & Koren. Daarnaast zien horecaondernemers in crowdfunding een manier om toekomstige klanten duurzaam te verbinden aan hun zaak.

Figuur 8: Jaarlijks opgehaald via crowdfunding
Figuur 8: Jaarlijks opgehaald via crowdfundingBron: Douw & Koren

Nederland kent enkele tientallen operationele peer-to-peerplatforms, waarvan er twaalf een AFM-vergunning hebben als beleggingsonderneming of financieel dienstverlener en 28 een ontheffing[4] voor het bemiddelen in opvorderbaar geld (AFM Register). Waar sommige platforms zich vooral richten op het afhandelen van transacties van een kleine groep investeerders en ondernemers die elkaar al kennen, zijn andere platforms gericht op het ophalen van gelden onder een grotere ‘crowd’ en verschaffen zij advies over het kredietrisico. Met ingang van 2016 zijn de investeringsgrenzen voor consumenten verhoogd; er geldt nu een maximum van € 40.000 per consument per platform voor equity-based crowdfunding en € 80.000 per platform voor loan-based crowdfunding. Daar staat tegenover dat een platform bij iedere nieuwe consument die er gaat investeren een crowdfunding-investeerderstoets moet afnemen. Ook is het platform verplicht om de consument de eerste werkdag na een nieuwe investering te vragen deze keuze actief te bevestigen dan wel te ontbinden (AFM Nieuwsbrief). Ook voor de ondernemer geldt een maximum: het totale bedrag dat over een periode van twaalf maanden mag worden aangetrokken of ter beschikking mag worden verkregen, mag niet hoger zijn dan € 2,5 miljoen (Ministerie van Financiën, 2016).

Ook Qredits zag zijn portefeuille toenemen (figuur 9). Deze non-profitorganisatie verstrekt microkredieten (tot € 50.000) en MKB-leningen (tot € 250.000) aan bedrijven en zelfstandigen. Met ingang van 1 juni 2016 verstrekt Qredits ook werkkapitaal tot een bedrag van € 25.000 (Qredits). Een voorwaarde voor de MKB-lening is dat de kredietaanvraag eerder door een bank is geweigerd. Ondernemers krijgen ook begeleiding door vrijwilligers die als coach fungeren. Qredits leent op zijn beurt van de Nederlandse grootbanken en de Europese Investeringsbank (EIB[5]).

Figuur 9: Jaarlijkse verstrekkingen Qredits
Figuur 9: Jaarlijkse verstrekkingen QreditsBron: Qredits

Op het moment van schrijven telt Nederland enkele tientallen kredietunies, waarvan sommige nog in oprichting. Tien kredietunies hebben daadwerkelijk leningen verstrekt[6]; volgens de koepelorganisaties Vereniging Samenwerkende Kredietunies (VSK) en Kredietunie Nederland (VKN) is in totaal circa € 4 miljoen verstrekt, waarvan circa € 1 miljoen via kredietbemiddeling.

Per 1 januari 2016 is de Wet Toezicht Kredietunies van kracht (Ministerie van Financiën, 2015). Dit betekent dat een kredietunie, naast het uitgeven van perpetuele ledencertificaten, nu ook middelen kan aantrekken door het uitgeven van gewone obligaties of het aantrekken van deposito’s van leden (voor een uitgebreide bespreking zie ook ons eerdere Themabericht). Hiermee wordt een drempel voor verdere groei weggenomen. Volgens een eerdere schatting van Panteia kan op middellange termijn worden gedacht aan een totaal uitstaand bedrag van € 200-300 miljoen voor alle kredietunies gezamenlijk.

Lage rente draagt bij aan grotere belangstelling van particulieren en institutionele beleggers

De lage rente op spaargeld en op veilige beleggingen zoals staatsobligaties zorgt ervoor dat particulieren en institutionele beleggers (pensioenfondsen en levensverzekeraars) op zoek gaan naar alternatieven die een hoger rendement bieden. Dit zou in theorie kunnen leiden tot een grotere interesse in het verstrekken van eigen vermogen of vreemd vermogen aan MKB-bedrijven. De mogelijkheid om een hoger rendement te behalen gaat wel gepaard met een hoger risico op verliezen en doorgaans een lange looptijd van de belegging. MKB-ondernemers die rechtstreeks financiering willen ophalen bij particuliere en institutionele beleggers moeten daarom concurreren met andere beleggingen zoals in beursgenoteerde fondsen of de woningmarkt[7].

Institutionele beleggers zijn daarbij op zoek naar een bepaalde schaalgrootte en kiezen daarom vaak voor investering via een fonds. De afgelopen jaren is er een aantal nieuwe MKB-fondsen bijgekomen. Voorbeelden hiervan zijn het MKB-Impulsfonds en het Bedrijfsleningenfonds (BLF). Het MKB Impulsfonds verstrekt leningen aan ondernemers met groei-ambitie. Het fonds is in december 2014 opgericht en heeft inmiddels tachtig nieuwe leningen verstrekt met een totaalwaarde van € 48 miljoen. Het Bedrijfsleningenfonds (BLF)[8] is in september 2015 van start gegaan. Inmiddels hebben institutionele beleggers via dit fonds voor € 70 miljoen aan leningen verstrekt. Het Achtergestelde Leningenfonds (ALF) is nog in oprichting en verwacht op korte termijn leningen te kunnen verstrekken.

Een relatief klein aantal MKB-bedrijven geeft zelf aandelen of obligaties uit. Een aantal beurzen richt zich specifiek op MKB-bedrijven. Eén daarvan is NPEX, opgericht in 2009. Tien Nederlandse bedrijven hebben een aandelen- of obligatienotering op NPEX. Daarnaast zijn veertien beleggingsfondsen genoteerd. Pensioenfonds ABP heeft aangekondigd dat het (via het NPEX Ondernemersfonds) wil investeren in achtergestelde obligaties die op de NPEX beurs worden aangeboden.

In april 2016 is de nieuwe beurs Nxchange van start gegaan. Deze beurs heeft vooralsnog één notering (het bedrijf Fastned, voorheen genoteerd aan NPEX). Op deze beurs kunnen particulieren beleggen zonder tussenkomst van een broker of bank. Omdat deze beurs geen officiële ondergrens voor emissies kent, wordt het voor meer MKB-bedrijven mogelijk om rechtstreeks toegang te hebben tot de kapitaalmarkt. En naarmate meer investeerders interesse tonen in MKB-bedrijven zal er ook een secundaire markt[9] ontstaan.

In de praktijk zorgen de kosten die gemoeid gaan met het voorbereiden van een beursintroductie (opstellen van prospectus en benaderen van potentiële investeerders) ervoor dat dit vooral voor het grotere MKB interessant is.

Diversiteit aan financieringsvormen: oerwoud of ‘one-stop shop’?

Dankzij de toegenomen diversiteit aan financieringsvormen valt er voor MKB-ondernemers meer te kiezen. Waar grote ondernemingen de mankracht en expertise in huis hebben om verschillende financieringsvormen optimaal te combineren, is het voor kleinere ondernemingen nauwelijks te doen om de mogelijkheden en voorwaarden van alle financieringsvormen te doorgronden. Sommige ondernemers huren daarom externe financiële adviseurs in.

Daarnaast zijn er diverse online wegwijzers die het oriëntatieproces moeten vereenvoudigen, zoals Fundipal (voor crowdfunding) en de Nationale Financieringswijzer (voorheen Ondernemerskredietdesk).

De grootbanken bieden van oudsher zelf leasing en factoring aan en hebben daarnaast een eigen private-equitydivisie. Daarnaast gaan banken steeds vaker strategische allianties aan met andere partijen, om een zo breed mogelijk palet aan financiële dienstverlening te kunnen bieden. Zo verloopt de verstrekking vanuit het Achtergestelde Leningenfonds en het Bedrijfsleningenfonds via de grootbanken. Ook werken steeds meer banken samen met geselecteerde crowdfundingplatforms of starten een eigen platform[10]. De achterliggende gedachte is dat door het ‘stapelen’ van financieringsvormen het in bepaalde gevallen mogelijk is om tot een hogere financiering te komen dan met een bankkrediet alleen.


Meer weten over de financieringsoplossingen van de Rabobank? Bezoek onze website of neem contact op met uw lokale bank.

Voetnoten

[1] Verstrekkers van eigen vermogen zijn zowel particulieren of oud-ondernemers (informal investors/business angels) als participatiemaatschappijen of Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen, zie ook de paragraaf ‘Participaties’ in onze eerdere Special.

[2] Equipment lease is exclusief auto lease.

[3] Vanwege de korte looptijd van factoring zijn hier niet de jaarlijkse verstrekkingen maar het totale uitstaande bedrag –‘funds in use’– vermeld. Bij andere financieringsvormen is het uitstaande bedrag juist een veelvoud van de jaarlijkse verstrekkingen.

[4] Peer-to-peerplatforms met een ontheffing hebben sinds 1 april 2016 te maken met concrete wettelijke vereisten over integere en beheerste bedrijfsvoering. Hiermee wordt het verschil in zwaarte van het toezicht verkleind tussen houders van een ontheffing en platforms die een vergunning hebben.

[5] De Europese Investeringsbank verstrekt funding aan de banken en Qredits om extra MKB-kredietverlening tegen gunstige voorwaarden mogelijk te maken. Daarnaast verstrekt de EIB ook rechtstreekse financiering via het Europese Investeringsfonds, maar daarbij gaat het om bedragen van minimaal € 25 miljoen.

[6] Waarvan zes via een centrale kas. De overige vier hebben vooralsnog alleen krediet verstrekt via bemiddeling.

[7] Particulieren houden een steeds groter deel van hun vermogen aan in ‘stenen’ door af te lossen op hun woning en institutionele beleggers zijn de laatste jaren steeds vaker hypotheken gaan verstrekken.

[8] Voor een uitgebreide beschrijving zie persbericht NLII.

[9] De secundaire markt is de handel in bestaande (eerder uitgegeven) aandelen of obligaties. Dit zorgt niet voor nieuwe financiering maar maakt het voor beleggers mogelijk om hun investering weer te gelde te maken.

[10] Rabobank heeft een kaderovereenkomst getekend met twee crowdfundingplatforms -Collin Crowdfund en Oneplanetcrowd– en start een proef met een eigen crowdfundingplatform (zie persbericht). Knab is een eigen crowdfundingplatform gestart in samenwerking met Collin Crowdfund. Triodos investeert in crowdfundingplatform Duurzaaminvesteren.nl. ASN heeft een aantal projecten van Oneplanetcrowd geselecteerd voor haar community ‘Voor de wereld van morgen’.

Literatuur

AFM (2015), Nieuwsbrief crowdfunding.

Badir, M. (2016), Nederland: sterke binnenlandse groei omgeven door buitenlandse onzekerheden.

Briegel, F. (2016), Politieke ontwikkelingen in Europa: toekomst van EU op de proef gesteld.

Douw & Koren (2016), Crowdfunding in Nederland 2015.

Ministerie van Financiën (2015), Kamerbrief inwerkingtreding wettelijk kader kredietunies.

Ministerie van Financiën (2016) Officiële bekendmakingen, Staatscourant Nr. 16472.

NLII (2015), Eerste fondsen NLII voorzien in behoefte ondernemeringsfinanciering.

Panteia (2014), Bedrijfsfinanciering: zo kan het ook.Update 2014.

Rabobank (2016), Rabobank gaat samenwerken met crowdfundingplatforms Collin Crowdfund en Oneplanetcrowd.

Rabobank (2016), Rabobank biedt ondernemers financiering via vermogende klanten

Qredits (2016), Meer financieringsmogelijkheden voor de ondernemer.

Treur, L. (2014), Financiering voor het MKB: opties in kaart.

Treur, L. en T. Smid (2015), Alternatieve financiering voor het MKB: een update.

Appendix: samenvatting alternatieve financieringsvormen

Tabel 1: Overzicht alternatieve financieringsvormen
Tabel 1: overzicht alternatieve financieringsvormenBron: Rabobank
Delen:
Auteur(s)
Leontine Treur
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 67084
Lisette van de Hei
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven