RaboResearch - Economisch Onderzoek

Verenigde Staten: stevige tegenwind

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • De zwakke wereldeconomie, de dure dollar en de lage olieprijs raken de Amerikaanse industrie en mijnbouw
  • De dienstensector heeft echter minder last van de tegenwind van overzee en schept voldoende banen om de werkloosheid te verlagen en de koopkracht van huishoudens te ondersteunen
  • De onzekerheid over de economische vooruitzichten en de turbulentie op de financiële markten vertragen het voorgenomen rentepad van de Fed; wij verwachten hooguit twee renteverhogingen dit jaar

Vliegen op één motor…

Na twee kwartalen van sterke economische groei noteerde de Amerikaanse economie in het laatste kwartaal van 2015 slechts een mager groeicijfer van 1%, kwartaal op kwartaal, geannualiseerd). De netto exporten, de bedrijfsinvesteringen en de voorraden leverden zelfs een negatieve bijdrage aan de economische groei (figuur 1). De zwakke wereldeconomie en de dure dollar beperken de afzetmogelijkheden voor de industrie, die daarom ook minder prikkels heeft om te investeren in de productiecapaciteit. Daarnaast dwingt de aanhoudend lage olieprijs de mijnbouw tot een pijnlijk aanpassingsproces. Daarbij staan de investeringen in de exploratie van nieuwe olievelden onder druk. De beste jaren van de schalieolierevolutie lijken hierdoor achter ons te liggen. De consumptie van huishoudens en de investeringen in woningen leveren een positieve bijdrage aan de economische groei. Dit is mede te danken aan de aanhoudende werkgelegenheidsgroei in de dienstensector, die minder afhankelijk is van het buitenland. Daarnaast leveren de overheidsbestedingen een positieve bijdrage aan de economische groei. De binnenlandse dynamiek houdt de Amerikaanse economie dus overeind ondanks de tegenwind van overzee. Bovendien heeft de lage olieprijs niet alleen negatieve effecten op de Amerikaanse economie. Voor consumenten betekent de lage olieprijs juist dat ze minder geld kwijt zijn aan benzine en daarom meer bestedingsruimte hebben voor andere goederen en diensten. Voor huishoudens en bedrijven betekent een lagere olieprijs bovendien een lagere energierekening.

Figuur 1: Bedrijfsinvesteringen onder druk
Figuur 1: Bedrijfsinvesteringen onder drukBron: Macrobond
Tabel 1: Kerngegevens Verenigde Staten
Tabel 1: Macro-economische kerngegevensBron: Macrobond, Nigem, Rabobank

… leidt tot tragere groei

Zowel in 2014 als in 2015 kwam de economische groei voor de Verenigde Staten uit op 2,4%. Door de aanhoudende tegenwind verwachten we voor 2016 echter een BBP-groei van slechts 2%. De kans op een recessie –die onlangs onder analisten weer meer aandacht kreeg– achten wij gering. De bedrijfsinvesteringen en de netto export blijven onder druk staan van de dure dollar en de lage olieprijs. Hoewel de Fed waarschijnlijk niet zo hard van stapel zal lopen als de beleidsraad in december nog voor ogen had, kijkt de Amerikaanse centrale bank nog steeds omhoog, terwijl de meeste andere centrale banken het monetaire beleid juist willen verruimen. Het gevolg is dat de dollar duur zal blijven ten opzichte van andere munten. Het ruime aanbod van olie en een matige vraag als gevolg van de zwakke wereldeconomie zullen de olieprijs naar verwachting laag houden. Als deze negatieve schokken voor de Amerikaanse economie eenmaal zijn verwerkt, verwachten we voor 2017 een economische groei van 2½%. Hierbij veronderstellen we wel dat de dienstensector in staat is om door te blijven groeien, ondanks de problemen in de industrie en de mijnbouw. Ook gaan we ervan uit dat huishoudens en bedrijven zich niet laten ontmoedigen door de turbulentie op de financiële markten.

Inflatiedoelstelling ook dit jaar buiten bereik

De binnenlandse dynamiek houdt niet alleen de economische groei overeind, maar ondersteunt ook de inflatievooruitzichten van de centrale bank. Hoewel het tempo van de werkgelegenheidsgroei is afgenomen, is dit voldoende om de werkloosheid te verlagen. In januari daalde deze tot 4,9%. Dit versterkt ook het vertrouwen van de Fed dat de inflatie uiteindelijk weer in de richting van de doelstelling van 2% beweegt. De centrale bank gaat er vanuit dat als het aanbodoverschot op de arbeidsmarkt verdampt, er opwaartse druk op de loongroei zal ontstaan die tot hogere kerninflatie zal leiden. Op dit moment groeien de lonen echter nog steeds in een laag tempo, omdat er nog een flink reservoir aan onderbenut arbeidspotentieel is. Enerzijds zijn er veel mensen ontmoedigd geraakt na tevergeefs een baan te hebben gezocht en komen zij inmiddels niet meer voor in het officiële werkloosheidscijfer (figuur 2). Anderzijds zijn er veel deeltijdwerkers die liever een voltijds contract zouden willen hebben. Dit reservoir zorgt ervoor dat bedrijven voor de meeste functies nog betrekkelijk gemakkelijk aan extra fte’s kunnen komen zonder de lonen flink op te schroeven. Pas als dit potentieel beter wordt benut, kan er in onze optiek opwaartse druk op de lonen ontstaan. Een hogere loongroei kan de inflatie een broodnodige impuls geven. Momenteel drukken de lage olieprijs en de dure dollar de inflatie echter nog. Wij verwachten voor 2016 dan ook een gemiddelde inflatie in de Verenigde Staten van slechts ½%. De door de Fed verwachte terugkeer naar de doelstelling van 2% voorzien wij op zijn vroegst pas in de loop van 2017. Daarbij veronderstellen we wel dat de inflatieverwachtingen van huishoudens stabiel blijven. Een lange periode van lage inflatie betekent echter wel een neerwaarts risico voor de inflatieverwachtingen en uiteindelijk ook voor de inflatie (figuur 3).

Figuur 2: Werkloosheid en onderbenut arbeidspotentieel
Figuur 2: Werkloosheid en onderbenut arbeidspotentieelBron: Macrobond
Figuur 3: Inflatie herstelt maar langzaam
Figuur 3: Inflatie herstelt maar langzaamBron: Macrobond

Fed houdt koers, maar wordt wel afgeremd

De onzekerheid over de wereldeconomie en de effecten op de Amerikaanse economie maken het rentebeleid voor de Fed bijzonder lastig. Zoals wij al geruime tijd voorspelden, durfde de Amerikaanse centrale bank het pas in december 2015 aan om de beleidsrente voor het eerst te verhogen. In december lieten de renteprojecties van de beleidsraad vervolgens nog vier verhogingen van de beleidsrente zien voor 2016. Inmiddels lijkt dit een nogal optimistische inschatting van de centrale bank. Wij hebben vanaf het begin onze twijfels geuit over het tempo van de economische groei en de inflatieontwikkelingen en derhalve ook over het rentepad dat de Fed voor ogen had. We verwachten dit jaar hooguit twee renteverhogingen met de kanttekening dat de risico’s voor dit basisscenario vooral neerwaarts gericht zijn. Vanwege de onzekerheid over de wereldeconomie en de effecten op de Amerikaanse economie verwachten we de eerstvolgende renteverhoging niet voor juni.

Wat zit er nog in het wapenarsenaal van de Fed?

Als de neerwaartse risico’s voor de Amerikaanse economie werkelijkheid worden, zal de Fed het echter over een andere boeg moeten gooien. Als de Amerikaanse groeimotor gaat haperen, dan zal de centrale bank de renteverhogingen mogelijk uitstellen tot volgend jaar. Mocht de groeimotor zelfs helemaal stilvallen, dan is een renteverlaging niet ondenkbaar. Ook de mogelijkheid van negatieve beleidsrentes kan voor de Verenigde Staten niet meer worden uitgesloten. Tenslotte brengt één renteverlaging van een kwartje de bandbreedte voor de beleidsrente weer terug op het nulpunt (figuur 4).

Figuur 4: Beleidsrente nog steeds dicht bij nulpunt
Figuur 4: Beleidsrente nog steeds dicht bij nulpuntBron: Macrobond

Een meer voor de hand liggende noodmaatregel is echter een vierde ronde van kwantitatieve verruiming. Voor de Amerikaanse centrale bank is dit inmiddels een bijna normaal beleidsinstrument geworden, terwijl de beleidsraad de nadelige effecten van een negatieve beleidsrente in eerdere discussies nog te groot vond. Het feit dat er in de Verenigde Staten wel drie ronden van kwantitatieve verruiming (en Operation Twist) hebben plaatsgevonden, maar er nooit tot negatieve rentes is overgegaan, toont aan dat de voorkeuren van de Fed anders zijn dan bijvoorbeeld die van de ECB. Mocht Amerika in een recessie terechtkomen, dan zal de Fed na een renteverlaging waarschijnlijk eerst overgaan tot ‘QE4’ en het negatieve rentewapen pas later inzetten wanneer het echt niet anders kan.

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Macrobond. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Kennis en Economisch Onderzoek aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development, IMF: Internationaal Monetair Fonds, CPB: Centraal Planbureau

Gebruikte afkortingen landen: VK: Verenigd Koninkrijk, VS: Verenigde Staten, EZ: Eurozone, IE: Ierland, AT: Oostenrijk, BE: België, DE: Duitsland, NL: Nederland, FI: Finland, PT: Portugal, ES: Spanje, IT: Italië, FR: Frankrijk, GR: Griekenland. 

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rabobank.nl

Eindredactie: 
Allard Bruinshoofd, hoofd Internationaal Onderzoek
Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Graphics: Reinier Meijer

Delen:
Auteur(s)
Philip Marey
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 71 21437

naar boven