RaboResearch - Economisch Onderzoek

Opgeven is geen optie

Column

Delen:

Naast het afzien van ‘competitieve devaluaties’ beloofden de G20-landen in Shanghai afgelopen weekend om elkaar nauw te consulteren als het om wisselkoersen gaat. Maar de inkt van de G20-verklaring was nog niet opgedroogd of de eerste centrale bank (de Chinese in dit geval) schond het bestand al weer, met een verlaging van de reserveverplichtingen voor banken. Dat is weliswaar geen directe devaluatie van de wisselkoers, maar het resultaat is uiteindelijk hetzelfde.

Nou ja, misschien was het ook allemaal wel teveel gevraagd. Als begrotingsimpulsen of (liever nog) structurele hervormingen om de een of andere reden niet haalbaar zijn, dan komt de druk tegenwoordig immers al gauw op de centrale banken te liggen. Ze hebben ons tenslotte al zo vaak uit de brand geholpen?

Helaas lijkt het medicijn van de centrale banken niet langer te helpen. De patiënt (lees: de economie) lijkt er resistent voor geworden. Sterker nog, de bijwerkingen van de medicijnen overschaduwen zo langzamerhand hun vermeende heilzame werking. De wereldwijde valutaoorlog als uitvloeisel van de wedloop in kwantitatieve verruiming en almaar lagere beleidsrentes (toegegeven, de Fed zit even op de reservebank) is bovenal een klassiek coördinatieprobleem tussen een beperkt aantal grote prijszetters. Maar de bewijzen nemen toe dat zij verlammend werkt voor de wereldhandel. Het beleid van centrale banken zorgt bovendien voor allerlei perverse prikkels op het spaar- en investeringsgedrag van bedrijven en gezinnen. Met dienovereenkomstige gevolgen voor de trendmatige groei. In onze ogen is dat een van de redenen waarom het economische herstel zeven jaar na de Grote Recessie nog altijd zo traag en ongelijkmatig verloopt.

Dit alles weerhoudt centrale banken er niet van om het ingeslagen pad te vervolgen. Of, zoals ECB-president Draghi het in zijn laatste persconferentie verwoordde: “We geven niet op.” Want de inflatie –uiteindelijk het enige echte mandaat van de ECB– is te laag. En dus komt de volgende reeks van monetaire verruimingsmaatregelen in de eurozone er al weer aan. We kunnen nu al raden wat de mogelijke gevolgen hiervan zullen zijn. In het beste geval reageren de markten ‘positief’: de marktrentes stabiliseren, risico-aversie onder beleggers neemt af en de euro daalt. De ECB heeft weer wat tijd gekocht. Het is dan slechts wachten op de eerstvolgende centrale bank (Bank of Japan? Of zelfs Fed?) die de tegenaanval inzet. In het ergste geval reageren de markten zelfs negatief: de marktrentes en inflatieverwachtingen dalen opnieuw, we zien een nieuwe golf van risico-aversie onder beleggers en de wisselkoers stijgt juist in waarde. Een dergelijk scenario overkwam gouverneur Kuroda van de Bank of Japan toen hij eind januari voor het eerst in de geschiedenis een negatieve rente aankondigde in Japan.

Financiële markten hebben vaak de neiging om te overdrijven, maar voor de richting die de economie op gaat hebben ze veelal een goede neus. Dat betekent in ieder geval dat het komende jaar, ook economisch gezien, nieuwe uitdagingen met zich meebrengt. Een echte wereldwijde groeimotor ontbreekt nog steeds, een conclusie die wij ook al in onze Visie op 2016 trokken. Voor de meerderheid van landen en regio’s zijn de groeiprognoses voor dit jaar verder naar beneden bijgesteld. Voor 2017 is het beeld een tikkeltje gunstiger, hoewel het doormodderen blijft. Opgeven is immers geen optie.

Delen:
Auteur(s)
Elwin de Groot
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 69012

naar boven