RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Nederland: sterke binnenlandse groei omgeven door buitenlandse onzekerheden

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • Nederlandse economie groeit met 2% in 2016 en 2017
  • Binnenlandse bestedingen dit jaar geholpen door tijdelijke factoren
  • Lichte terugval uitvoergroei in 2016, herstel in 2017
  • Arbeidsmarktherstel wint aan kracht
  • Toegenomen internationale onzekerheden nadrukkelijk risico voor economische groei

In 2015 is ons reële Bruto Binnenlands Product (BBP) gegroeid met 1,9%. Dit is de hoogst gemeten groei sinds 2007 en volgde op 1,0% groei in 2014. Het laat zien dat de Nederlandse economie in de afgelopen twee jaar het pad naar economisch herstel heeft ingezet. De relatief hoge economische groei in 2015 was mogelijk omdat naast de export ook de binnenlandse bestedingen eindelijk weer meededen (figuur 1). Voor dit jaar verwachten we een verdere toename van de binnenlandse bestedingen, die een extra impuls krijgen van tijdelijke factoren. In 2017 vallen deze tijdelijke factoren naar verwachting weg en zal de groei van de binnenlandse bestedingen wat lager uitvallen. Een hogere uitvoergroei in 2017 compenseert dit echter, waardoor wij al met al voor zowel 2016 als 2017 een BBP-groei van 2% verwachten (tabel 1). Wel zijn de internationale onzekerheden de afgelopen periode toegenomen, waardoor er een reële kans bestaat dat de economische groei lager zal uitvallen.

Tabel 1: Kerngegevens Nederland
Tabel 1: Kerngegevens NederlandBron: CBS, Rabobank

Dat het economische herstel vorig jaar breed gedragen was, laat ook figuur 2 duidelijk zien: vrijwel alle sectoren droegen positief bij aan de groei. De enige sector die duidelijk van de groei aftrok, was de delfstoffenwinning. Dit is volledig te verklaren door de lagere gaswinning, vanwege het verlaagde gasplafond in Groningen. Onderliggend was het economische herstel in 2015 dus nog krachtiger dan de BBP-cijfers doen vermoeden: zonder de lagere gaswinning zou het BBP vorig jaar met 2,3% zijn toegenomen.

Voor dit en volgend jaar verwachten we dat het economische herstel zich voortzet. De binnenlandse dynamiek is sterk: de woningmarkt trekt aan, de werkgelegenheid neemt toe en het consumentenvertrouwen is fors verbeterd. Daarnaast helpt een aantal tijdelijke factoren de particuliere consumptie dit jaar nog. Zo zorgen de lage inflatie en het pakket lastenverlichtingen van vijf miljard euro voor een stijgende koopkracht, wat de particuliere consumptie ondersteunt. In 2017 zal de steun van deze tijdelijke factoren grotendeels wegvallen, waardoor wij verwachten dat de particuliere consumptie in dat jaar wat minder hard groeit.

Ons buitenlandbeeld is met meer onzekerheden omgeven. Voor dit jaar verwachten we dat de exportgroei lager zal zijn dan in 2015, doordat de mondiale groei wat terugvalt en de uitvoer minder ondersteuning krijgt van de waardedaling van de euro. Volgend jaar trekt de groei in de voor Nederland belangrijke handelspartners weer aan, waardoor de exportgroei van Nederland weer hoger zal zijn. Een kanttekening bij deze verwachtingen is dat de internationale onzekerheden groot zijn (zie het hoofdstuk Blik op de wereld). Mocht de angst van veel beleggers bewaarheid worden en er een sterke mondiale groeivertraging plaatsvinden, dan zal ook Nederland als open economie hier last van hebben. De uitvoergroei zal dan een stuk lager kunnen uitvallen dan onze huidige voorspellingen.

Figuur 1: Breed gedragen economisch herstel
Figuur 1: Breed gedragen economisch herstelBron: CBS, Rabobank
Figuur 2: Lagere gaswinning drukte de groei in 2015
Figuur 2: Lagere gaswinning drukte de groei in 2015 Bron: CBS

Internationaal onzekerheden mogelijke bedreiging economisch herstel

De toename van het uitvoervolume van Nederlandse goederen en diensten is de afgelopen jaren de belangrijkste motor van de economische groei geweest. Wij gaan ervan uit dat de uitvoer ook in 2016 en 2017 een belangrijke aanjager van de economische groei blijft. Wel zal de exportgroei in 2016 wat terugvallen ten opzichte van 2015, doordat de economische groei in de voor Nederland belangrijke handelspartners dit jaar wat lager is. Ook het positieve effect van de goedkope euro is inmiddels een stuk kleiner. In 2017 herstelt de mondiale groei zich naar verwachting weer, waardoor de Nederlandse uitvoer dat jaar ook weer harder zal toenemen.

Ons internationale beeld is echter met veel onzekerheden omgeven, aangezien het aantal neerwaartse risico’s de afgelopen periode sterk is gestegen (zie Eurozone). Zo staat de Chinese yuan steeds verder onder druk. Als de Chinese centrale bank een forse depreciatie niet kan voorkomen, zal dat leiden tot een lagere wereldhandelsgroei en een duurdere euro. Dit drukt de export van Nederland en de rest van de eurozone. Ook interne Europese perikelen kunnen de Nederlandse export parten spelen. Zo is het mogelijk dat de vluchtelingenproblematiek leidt tot een (tijdelijke) opschorting van het Schengenverdrag, wat een negatief effect heeft op de handel van goederen en diensten binnen de EU. Daarnaast is er altijd nog het risico van een vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU. Tot slot is er een algemene zorg over het monetaire beleid van de centrale banken en is er op het moment veel onrust op de financiële markten. Als deze onrust blijft aanhouden, kan ook dit de economische groei bij onze handelspartners aantasten.

De opeenstapeling van al deze risico’s maakt het niet onwaarschijnlijk dat ten minste een van deze negatieve scenario’s bewaarheid wordt. In dat geval is het goed mogelijk dat de uitvoergroei van Nederland dit en volgend jaar lager uitvalt, waardoor ook de economische groei lager zal zijn.

Lagere grondstofprijzen goed voor koopkracht…

In het afgelopen jaar zijn de grondstofprijzen (waarvan gas- en olieprijzen voor Nederland de meest relevante zijn) sterk gedaald. De effecten hiervan voor Nederland zijn tweeledig. Enerzijds zorgen de gedaalde grondstofprijzen voor een lagere inflatie, wat een opwaarts effect heeft op het reëel besteedbare inkomen van huishoudens en leidt tot een hogere particuliere consumptie. Anderzijds zorgen vooral de gedaalde gasprijzen voor fors lagere overheidsinkomsten, wat het overheidstekort verhoogt en toekomstige bezuinigingen waarschijnlijker maakt.

Zoals gezegd zorgen de gedaalde grondstofprijzen voor een laag inflatieniveau. In 2015 kwam de inflatie volgens de Europese geharmoniseerde maatstaf HICP uit op 0,2%, de laagste stand sinds het begin van de meting in 1997. De belangrijkste verklaring voor de lage inflatie is de gedaalde prijs van gas en olie. De lagere olieprijs heeft gezorgd voor goedkopere brandstofprijzen, terwijl de lagere gasprijs heeft geleid tot een lagere energierekening. Dit is positief voor de koopkracht van huishoudens. De cao-lonen liggen ruim boven de inflatie, wat zorgt voor een reële loonstijging (figuur 3). Dit was vorig jaar, samen met de toegenomen werkgelegenheid en het toegenomen consumentenvertrouwen, een belangrijke impuls voor de particuliere consumptie.

Figuur 3: Sterke stijging reële lonen
Figuur 3: Sterke stijging reële lonenBron: CBS

De gas- en olieprijzen zijn recentelijk verder gedaald, waardoor de inflatie ook dit jaar laag zal blijven en de reële lonen verder stijgen. Behalve hogere reële lonen zorgen ook het lastenverlichtingspakket van vijf miljard euro en de stijgende werkgelegenheid voor een flink hoger beschikbaar huishoudinkomen in 2016. Hierdoor verwachten wij dat de particuliere consumptie dit jaar verder aantrekt en met 2% zal groeien.

In 2017 valt een deel van deze bestedingsimpulsen weg. De inflatie zal volgend jaar stijgen, onder meer doordat de grondstofprijzen dan niet langer een neerwaartse druk uitoefenen. Wij verwachten dat de loongroei niet volledig mee zal stijgen met de toename van de inflatie, waardoor de reële lonen in 2017 minder hard zullen stijgen. Ook de tijdelijke bestedingsimpuls van de lastenverlichting wordt in 2017 niet herhaald. De groei van de particuliere consumptie valt volgend jaar daarom wat terug, tot 1½%.

…maar leiden tot kopzorgen in Den Haag

Zoals gezegd zijn de lagere grondstofprijzen gunstig voor huishoudens. Voor de overheidsfinanciën zijn met name de gedaalde gasprijzen minder prettig. De overheid heeft de productie van aardgas de afgelopen jaren al sterk verminderd, wat tussen 2013 en 2015 al heeft geleid tot rond de vijf miljard euro minder overheidsinkomsten. Doordat de gasprijzen in de tussentijd ook sterk zijn gedaald, zijn de overheidsinkomsten met nog eens vijf miljard geslonken, waardoor de overheid nu in totaal tien miljard euro minder aardgasbaten per jaar ontvangt ten opzichte van 2013 (figuur 4).

Figuur 4: Sterke terugval aardgasbaten overheid
Figuur 4: Sterke terugval aardgasbaten overheidBron: CBS, Rijksoverheid, Rabobank

Dit zorgt voor een forse verslechtering van de overheidsfinanciën, waardoor het structurele overheidstekort bij gelijk blijvende prijzen veel hoger uitkomt dan de Europese begrotingsregels toestaan (zie Nederlandse begroting: na het jubeljaar 2016 dreigen zure bezuinigingen in 2017). Het is dan ook waarschijnlijk dat de Europese Commissie op basis van hun lenteraming aan de Nederlandse overheid zal vragen om nieuwe bezuinigingsmaatregelen te nemen. Als de regering dit advies ter harte neemt, zal dit betekenen dat na de feestbegroting van 2016 dit jaar een zure Prinsjesdag volgt. In dat geval kan de economische groei lager uitvallen dan we nu hebben geraamd.

Lage rente steun voor de woningmarkt…

Een andere factor die de Nederlandse economie momenteel beïnvloedt, is de zeer lage rente. Het lage renteniveau, mede veroorzaakt door het ruime monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB), vergroot de betaalbaarheid van woningen. Dit geeft de huizenmarkt een flinke impuls (zie ons recente Kwartaalbericht Woningmarkt). In 2014 en 2015 resulteerde dit al in een sterke stijging van het aantal woningverkopen (figuur 5). 

Figuur 5: Sterk herstel prijzen en transacties
Figuur 5: Sterk herstel prijzen en transactiesBron: CBS

Inmiddels stijgt de gemiddelde woningprijs ook weer geruime tijd, hoewel deze zich nog wel 15% onder het hoogtepunt van 2008 bevindt. Wij verwachten dat de huizenprijzen de komende jaren een relatief sterk herstel laten zien, terwijl de toename van het aantal transacties gematigder zal zijn. De herstellende woningmarkt zorgt voor een verbeterd vertrouwen en leidt ertoe dat minder huishoudens onder water staan, wat de particuliere consumptie verder ondersteunt.

Ook de woninginvesteringen profiteren van het herstel op de huizenmarkt. Vorig jaar groeiden de woninginvesteringen ongekend hard. Dit jaar zal de groei gematigder zijn, maar nog steeds verwachten wij dat de woninginvesteringen met 8% toenemen ten opzichte van vorig jaar. Volgend jaar valt de groei van de woninginvesteringen wat terug.

…maar verhoogt de zorgen over het monetaire klimaat en de pensioenfondsen

De lage rente helpt de binnenlandse dynamiek dus op de korte termijn. Tegelijkertijd brengt een laag renteniveau ook structurele problemen met zich mee voor de Nederlandse economie (zie Hoogste tijd voor fundamentele herijking monetair beleid). Ten eerste kan een langdurig lage rente het verdienvermogen van banken en verzekeraars aantasten. Als dit leidt tot verdere financiële onrust kan dit de economische vooruitzichten doen verslechteren.

Ten tweede zorgt de lage rentestand voor problemen bij pensioenfondsen. Door de lage rente komen de dekkingsgraden van veel pensioenfondsen onder het vereiste niveau, zeker nu de rendementen op het belegde vermogen door de onrust op de financiële markten ook onder druk staan. Als dit aanhoudt, is de kans groot dat de opgebouwde rechten van werkenden en de pensioenuitkeringen niet alleen onvoldoende kunnen stijgen om de inflatie te compenseren maar wellicht opnieuw moeten worden gekort. Een andere mogelijkheid is dat de premies omhoog gaan. Beide kunnen zorgen voor een lagere groei van het besteedbare huishoudinkomen, wat slecht is voor de consumptiegroei. Onzekerheid over de pensioenen kan bovendien leiden tot een hogere spaarneiging, wat ook ongunstig is voor de consumptiegroei. 

Herstel arbeidsmarkt wint aan kracht

Het herstel van de economische groei is ook te merken op de arbeidsmarkt. Voor het eerst in jaren waren er in 2015 gemiddeld meer mensen aan het werk dan het jaar ervoor. Het laatste kwartaal van 2015 was met een stijging van de werkgelegenheid met 40.000 werkzame personen zelfs het beste kwartaal sinds 2008.

Kijken we naar de sectoren, dan zien we dat de sector commerciële diensten het al geruime tijd goed doet en zeker in de laatste kwartalen van 2015 een forse stijging liet zien (figuur 6). Een groot deel van deze banen betreft uitzendwerk, wat een teken is van vroegcyclisch herstel maar ook wijst op een structurele verschuiving naar flexibele arbeid (zie Nederlandse bedrijven schakelen vaker uitzendbranche in). Ook in de sectoren handel, vervoer en horeca neemt de werkgelegenheid al geruime tijd toe. Daarnaast is het positief om te zien dat de werkgelegenheid in de bouw in het laatste kwartaal van 2015 niet meer is afgenomen, voor het eerst sinds 2011. Tot slot is een belangrijke ontwikkeling dat de overheidssector in de laatste kwartalen van vorig jaar nauwelijks meer aftrok van de werkgelegenheid. Door bezuinigingen in onder meer de zorg nam de werkgelegenheid in de publieke sector in de jaren daarvoor sterk af, wat de daling van de werkgelegenheid versterkte. Dit terwijl de publieke sector tussen 2000 en 2008 juist goed was voor meer dan driekwart van de werkgelegenheidsgroei.

Figuur 6: Sterke stijging werkgelegenheid
Figuur 6: Sterke stijging werkgelegenheidBron: CBS

De vooruitzichten voor de arbeidsmarkt in 2016 en 2017 zijn positief. De Nederlandse economie groeit nu al geruime tijd en het herstel zal zich dit en komend jaar naar verwachting voortzetten. Dit geeft ruimte voor een conjunctureel herstel op de arbeidsmarkt. Dit is ook te zien aan vroegcyclische indicatoren zoals het aantal vacatures, dat al geruime tijd onafgebroken toeneemt. Wat ook bijdraagt aan het werkgelegenheidsherstel is dat de publieke sector de komende jaren naar verwachting niet meer aftrekt van de werkgelegenheidsgroei, waardoor de werkgelegenheidsgroei dit en volgend jaar op een wat hoger pad komt.

Het herstel op de arbeidsmarkt uit zich ook in een lagere werkloosheid. In 2015 daalde de werkloosheid naar 6,9% ten opzichte van 7,4% in 2014. Het sterke werkgelegenheidsherstel zal ook in 2016 en 2017 leiden tot een lagere werkloosheid. Een hoger arbeidsaanbod als gevolg van een hogere arbeidsparticipatie zal de daling van de werkloosheid echter remmen. Desondanks verwachten we dat de werkloosheid daalt naar 6¼% in 2016 en naar 6% in 2017.

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Macrobond. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Kennis en Economisch Onderzoek aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development, IMF: Internationaal Monetair Fonds, CPB: Centraal Planbureau

Gebruikte afkortingen landen: VK: Verenigd Koninkrijk, VS: Verenigde Staten, EZ: Eurozone, IE: Ierland, AT: Oostenrijk, BE: België, DE: Duitsland, NL: Nederland, FI: Finland, PT: Portugal, ES: Spanje, IT: Italië, FR: Frankrijk, GR: Griekenland. 

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rabobank.nl

Eindredactie: 
Allard Bruinshoofd, hoofd Internationaal Onderzoek
Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Graphics: Reinier Meijer

Delen:
Auteur(s)
Martijn Badir
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 - 21 62666

naar boven