RaboResearch - Economisch Onderzoek

Megatrend 3 - Geopolitiek: diffusie van macht, meer afhankelijkheden

Special

Delen:

Naar de overzichtspagina van de Megatrends

Deze studie is tot stand gekomen met hulp van Arend Drost

Geopolitieke ontwikkelingen hebben grote effecten op bijvoorbeeld de toegankelijkheid van markten, migratiestromen, de toekomst van de eurozone en klimaatafspraken. De geopolitieke situatie is onzekerder dan in decennia is voorgekomen. Machtsverhoudingen in de wereld verschuiven, onder meer doordat de rol van opkomende economieën in de wereld steeds groter wordt door demografische en economische ontwikkelingen. Daardoor bewegen we naar een meer multipolaire wereldorde, met een complexe combinatie van internationale economische samenwerking en strategische concurrentie.

De niet-ideologische maar even koude oorlog

Na 25 jaar is de directe veiligheid van de Westerse wereld weer een thema. Nadat in 1989 de Berlijnse Muur was gevallen en het IJzeren Gordijn was opgetrokken, leek geopolitiek lange tijd niet meer zo relevant. De tendens was dat globalisering en internationale economische afhankelijkheid de kans op interstatelijke conflicten steeds kleiner zouden maken. Het internationale debat ging -vooral vanuit Westers en zeker vanuit Europees oogpunt- over de financiële crisis, de eurocrisis en de overheidsfinanciën.

Deze periode lijkt nu voorbij; onderzoek van het World Economic Forum (2016) toont aan dat zowel qua waarschijnlijkheid als mogelijk effect de risico’s zijn verschoven van de economie naar geopolitiek en milieu. Economische onderwerpen domineren de politieke relaties tussen natiestaten nu dus minder. Internationaal terrorisme, migratiestromen en de effecten van klimaatverandering zijn hierin anno 2016 dominant. Daaronder ligt natuurlijk altijd een economische agenda.

De Europese focus verlegt zich van economische bedreigingen naar directe bedreigingen voor de veiligheid aan en binnen de eigen landsgrenzen. De directe zorg is nu vooral het alsmaar uitdijende conflict in het Midden-Oosten, de activiteiten van moslim-extremisme, zoals de recente aanslagen in Parijs en de continue dreiging van meer aanslagen in het Westen (Clingendael, 2015; HCSS, 2015). Dit, tezamen met een in recent-historisch opzicht grote vluchtelingenstromen naar (West-)Europa leidt tot een nieuwe politieke dimensie, die het zicht op onderliggende structurele ontwikkelingen af en toe ontneemt.

Daarnaast zijn door de verslechtering van de betrekkingen met Rusland de parallellen met de Koude Oorlog gauw getrokken. Maar anders dan in de Koude Oorlog is de inzet tussen het Oosten (en dan vooral Rusland) en Westen nu niet uitsluitend ideologisch maar eerder economisch. Schaarste aan natuurlijke hulpbronnen door de snel toenemende vraag is een bron van macht. Elke staat probeert zijn toegang tot grondstoffen veilig te stellen, maar door een beperkt aanbod leidt dit tot concurrentie en onderlinge spanningen. Daarnaast is eenieder op zoek naar afzetmarkten. Geopolitiek is daarbij meer dan ooit vervlochten met de economie: Geo-economie (WEF, 2015).

Al met al lijkt een historisch lange periode van intensieve internationale economische samenwerking en rust in de Westerse wereld ten einde te komen en een periode van geostrategische concurrentie aangebroken.

Structurele trends blijven bepalend

De actuele geopolitieke ontwikkelingen ontnemen al snel het zicht op langetermijntrends die hieraan ten grondslag liggen. Een deel van het verhaal is dat demografische ontwikkelingen tezamen met welvaartsontwikkeling leiden tot de basis van geopolitieke macht. De mate waarin die macht wordt uitgeoefend, hangt af van hoe de welvaart (1) zeker moet worden gesteld door bemoeienis met andere landen en (2) wordt omgezet in militaire macht.

Figuur 1: Top-15 landen in de wereld naar bevolkingsaantallen, 1950-2025
Figuur 1: Top-15 landen gerangschikt naar aandeel in de wereldeconomie, 1950-2025Bron: Conference Board, IMF, OECD, Rabobank.

Historische economische omvang nog steeds weerspiegeld in internationale instituties

Terugkijkend is het logisch waarom de geopolitieke macht zoals we die de afgelopen decennia hebben gekend, is ontstaan. Als voorbeeld staat in figuur 1 de top-15 landen weergegeven over de periode 1950-2025, afgemeten aan de omvang van hun economie (in PPP, 2014 dollars). Samen zijn deze wisselende vijftien landen goed voor gemiddeld 70% van het wereld-BBP. In de vlak-naoorlogse wereld, waarin de huidige instituties zoals de VN, het IMF en de Wereldbank zijn opgericht, domineerden de Westerse landen. Deze Westerse landen in de top-15 waren in 1950 goed voor meer dan de helft van de goederen die er per jaar op de wereld werden geproduceerd. Geen wonder dat op dat moment de permanente zetels in de Veiligheidsraad van de VN vooral aan deze landen toekwamen. In 1971 is China daarbij gekomen.
In 2010 was de situatie al aanzienlijk gewijzigd. De Aziatische landen (inclusief Japan) in de top-15 waren samen goed voor 29% van het wereld-BBP, het Westen voor 34%. De Aziatische economieën klimmen op de lijst, de Westerse landen, en dan vooral de West-Europese, dalen in de rangorde.

De stemrechten bij het IMF zijn daarom, ook na de hervormingen in de afgelopen jaren, geen goede afspiegeling van de economische machtsverhoudingen in 2015.
Maar het groeiende economische belang van vooral Aziatische landen zorgt er wel voor dat deze landen zich nadrukkelijker in het internationale machtsspel willen mengen. Het economische belang van een ander potentieel machtsblok, de Latijns-Amerikaanse landen, is aanzienlijk minder toegenomen, en ook op langere termijn komt daar waarschijnlijk niet zo veel verandering in (Loman, 2015).

De economische macht is de afgelopen jaren dus steeds meer over de wereld verspreid geraakt, maar beperkt zich nog wel tot ongeveer dezelfde landen; in totaal hebben negentien landen de afgelopen 65 jaar deel uitgemaakt van de top-15 en was deze top goed voor 70% van het wereld-BBP. De komende tien jaar zet deze trend zich onverminderd voort: in 2025 krimpt het aandeel van het ‘traditionele’ Westen in de top-15 tot 27%; minder dan het aandeel van alleen de VS in 1950. ‘Azië’ groeit tot ongeveer 39%. De dominantie van het Westen is dan in economische zin voorbij.

De Europese Unie blijft op zichzelf nog wel een zwaargewicht in de internationale politiek. Daar waar Europa met één mond weet te spreken, vertegenwoordigt het 13,4% van het mondiale BBP. Op handelsgebied lukt dat bijvoorbeeld vaak wel.

Figuur 2: Top-15 landen gerangschikt naar aandeel in de wereldeconomie, 1950-2025
Figuur 2: Top-15 landen in de wereld naar bevolkingsaantallen, 1950-2025Bron: VN (2025 cijfers mediane scenario)

Demografische ontwikkelingen voorbode voor komende politieke macht

Deze ontwikkelingen op het gebied van economische omvang vormen slechts een deel van het verhaal. Terugkijkend zien we dat de bevolkingsontwikkeling een goede early indicator bleek voor de opkomst van China en nu India. Maar de bevolkingsontwikkeling van 1950 tot en met 2025 laat wel een opmerkelijke ontwikkeling zien (zie figuur 2). Ook hier volstaan we met een top-15, goed voor 69% van de wereldbevolking in 1950 en 64% van de verwachte wereldbevolking in 2025.

In 1950 behoorden nog zes Europese landen tot de vijftien grootsten. In 2025 alleen Rusland nog. En de bevolking van Rusland krimpt verder. Ongeveer 75% van de wereldbevolking leeft in de grootste Aziatische landen. In 2025 heeft ook Afrika drie landen in de top-15: Egypte, Congo en Nigeria. Dit zijn grote verschuivingen, die op termijn ook grote politiek gevolgen kunnen hebben. Door de snelle bevolkingsgroei in vooral Afrika zal daar ook de omvang van de economie het snelst toenemen. Maar de kwaliteit van de instituties bepaalt daarbij voor een belangrijk deel of de Afrikaanse economieën inhaalgroei gaan vertonen en uiteindelijk op het wereldtoneel ook meer te vertellen krijgen (Bruinshoofd, 2016).

Economische integratie en grondstofafhankelijkheid van belang voor geopolitiek

Economische omvang en demografie zijn slechts twee factoren die het toekomstige belang van een land om zich met geopolitieke ontwikkelingen bezig te houden weergeven. Vanuit economisch oogpunt zijn er in ieder geval nog twee redenen aan te voeren.

Behalve dat het zwaartepunt van de internationale groei is verschoven, is de mondiale economie ook steeds meer verweven. Productieketens, of mondiale waardeketens, bestaan uit verschillende taken (Timmer, 2015; WRR, 2013). Dalende transactiekosten zorgen ervoor dat het veel gemakkelijker wordt om de productie op te knippen en te analyseren waar welk deel van de productie het best kan plaatsvinden. Daarbij moet telkens een afweging worden gemaakt tussen kostenbesparing als gevolg van deze versnippering en de communicatiekosten die dat met zich mee brengt. Door ICT zijn met name deze laatste gedaald.

Gevolg hiervan is dat de waardeketen steeds verder wordt opgesplitst, waarbij iedereen daarbinnen in toenemende mate wil ‘upgraden’; diensten leveren daarbij meer op dan de productie zelf.
Dit effect is ook te zien in de mate waarin landen met elkaar zijn verbonden door internationale handel. Ook de internationale handel van de grote landen neemt structureel toe. De ‘ nieuwe’ grote landen India en China zijn daarbij al opener dan bijvoorbeeld Japan of de VS (figuur 3).[1]

Handelsverdragen, standaardisatie en businessprotocollen zorgen daarnaast voor een grotere markt. De internationalisering zal naar verwachting dan ook doorzetten. Ontwikkelingen als circulaire economie, 3D-printing, geopolitieke onrust en/of toenemende transportkosten zouden deze ontwikkeling echter kunnen vertragen (Bruinshoofd, 2015).

De langetermijntrend is dus ontegenzeglijk meer onderlinge afhankelijkheid, ook voor de grote landen. Een toename van sancties en handelsbarrières kan dit echter onderbreken (Evenett et al., 2015).

Figuur 3: Toegenomen handelsopenheid
Figuur 3: Toegenomen handelsopenheidBron: Wereldbank
Figuur 4: Aantal schadelijke maatregelen G20-landen in 2015
Figuur 4: Aantal schadelijke maatregelen G20-landen in 2015Bron: GTA

Op de langere termijn bepaalt vrijhandel de welvaart in de wereld, voor een deel althans. Beperkingen in vrijhandel zullen niet alleen ten koste gaan van de welvaart van opkomende landen, maar ook van die van het ‘oude’ rijke deel van de wereld.
Dat de wereldhandel recent minder hard lijkt te groeien in vergelijking met de mondiale economische groei dan in de periode vanaf midden jaren negentig kan deels worden toegeschreven aan het feit dat inhaaleffecten van landen als China nu voorbij zijn. Ook wordt het voor deze landen verleidelijker om hun markten te beschermen tegen buitenlandse partijen, ten faveure van hun eigen producenten.

Een andere uitdaging voor de economische openheid vormen grondstofschaarste en waterstress. Steeds meer opkomende landen moeten energie invoeren of zien hun bestaande zelfvoorzienendheid afnemen door de toename van de vraag naar energie (figuur 5). Dit kan op termijn leiden tot druk op de beschikbare energiebronnen wanneer alternatieven niet tijdig worden ontwikkeld.

Daarnaast speelt de economische schaarste van bepaalde aardmetalen een rol in geopolitiek, vooral vanwege de geografische concentratie ervan. Op dit moment is ongeveer 85% van de zeldzame aardmetalen afkomstig uit China. Het land zelf is verantwoordelijk voor 60% van de consumptie hiervan, wat de voorzieningszekerheid voor andere landen in gevaar kan brengen (UK Ministry of Defense, 2013). Daarnaast hebben veel van deze metalen ook een specifieke militaire toepassingen zoals geleide raketten en nachtkijkers, wat een extra veiligheidsrisico vormt. In 2010 kondigde China bijvoorbeeld exportquota aan om de eigen voorraden te vergroten met het oog op de toekomstige groeiende binnenlandse vraag. Hoewel de exportrestricties later weer zijn teruggedraaid, is de wereld wakker geschud. Verschillende landen zijn gaan onderzoeken of zij zeldzame aardmetalen (opnieuw) kunnen gaan delven en producenten in de maakindustrie zijn met wisselend succes op zoek gegaan naar manieren om hun consumptie van zeldzame aardmetalen te verminderen. Europa is voor de import van zeldzame metalen bijna volledig afhankelijk van andere continenten.

Figuur 5: Invoer als percentage energieconsumptie
 Figuur 5: Invoer als percentage energieconsumptieBron: Wereldbank
Figuur 6: Aandeel defensie-uitgaven in totale mondiale uitgaven
Figuur 6: Aandeel defensie-uitgaven in totale mondiale uitgavenBron: SIPRI

Als laatste bepaalt de militaire kracht van de verschillende landen en blokken de toekomstige geopolitieke ontwikkelingen. Daarbij valt op dat het aandeel in de totale mondiale militaire uitgaven van de VS in 2014 met 34,1% nog aanzienlijk meer is dan op basis van het BBP of inwonertal mag worden verwacht (figuur 6). Dit lijkt vooral nog een weerspiegeling van de ‘oude’ rol van de VS. En hoewel er aanwijzingen zijn dat China zijn defensie-uitgaven onderrapporteert, blijft de VS nog steeds de grootste defensiemacht ter wereld.

Dit beeld is ook terug te zien in de defensie-uitgaven per capita. Daar waar de uitgaven per capita van Saudi-Arabië de laatste jaren die van de VS overtreffen en die van de VS per hoofd een daling laten zien, zijn de uitgaven van de VS per hoofd nog steeds bijvoorbeeld drie maal zo hoog als de Russische en maar liefst twaalf maal zo hoog als de Chinese uitgaven per inwoner.

Op basis hiervan mag worden aangenomen dat de rol die de VS op het mondiale wereldtoneel spelen, voorlopig nog groot zal zijn. Militair vooralsnog ongeëvenaard, en zelfs bij verder dalende uitgaven aan defensie duurt het nog geruime tijd voordat China qua militaire macht in de buurt komt van de VS.

Voetnoot
[1] De openheid van de Chinese economie is de afgelopen jaren wel sterk teruggelopen (van 70% -BBP in 2006, toen de Chinese groei sterk dreef op exporten naar het Westen, tot 45% dit jaar). Dit komt enerzijds doordat de groei meer binnenlands wordt gedreven, anderzijds doordat China steeds minder alleen de plek is waar wordt geassembleerd; meer hoogwaardige inputs worden ook steeds vaker in China (en minder in Japan, Zuid-Korea en Taiwan) gemaakt. De verwachting is dat het belang van diensten zal toenemen, en dat daardoor de openheid van de Chinese economie verder zal dalen.

Van een unipolaire naar een multilaterale wereld

Al deze structurele ontwikkelingen leiden tot maar een duidelijke conclusie: de wereldmacht raakt verder verspreid over de wereld. De economische macht verschuift naar het Oosten, de bevolkingsontwikkeling naar het Zuiden. De defensie-uitgaven, en dus ook de militaire macht, zouden met een bepaalde vertraging dezelfde richting kunnen volgen.

Tegelijkertijd hebben landen, continenten en regio’s steeds meer met elkaar te maken. De productie van goederen is steeds meer opgeknipt in ketens. Handel, het openstellen van de grenzen voor nieuwe bedrijven, productiemethoden en ideeën, is de manier om als land mee te delen in de toenemende welvaart. Waarmee niet is gezegd dat openheid altijd en meteen positief uitwerkt op de economie. Succesvolle Aziatische landen hebben zich vaak selectief opengesteld (door bijvoorbeeld buitenlandse investeringen toe te laten als er kennis wordt overgedragen). De risico’s van financiële openstelling, vooral van externe schuldfinanciering op korte termijn, kunnen daarbij zeer groot zijn: de financiële crisis in de Scandinavische landen van begin jaren negentig, de Aziëcrisis van 1998 en eigenlijk ook de eurocrisis hadden dit (deels) als oorzaak.

De wereld is zich aan het bewegen van een multilaterale wereld, gekenmerkt door samenwerking in de vorm van internationale instituties, naar een multipolaire wereld die zich kenmerkt door conflicterende belangen en machtsstrijd. Historisch gezien leiden multipolaire systemen tot grote internationale spanningen. Daarbij is het gemakkelijk om te verwijzen naar de grote oorlogen van de eerste helft van de twintigste eeuw. De kans op confrontaties van deze schaal achten we klein, mede door de onderlinge verwevenheid en complexe onderlinge afhankelijkheid tussen rivaliserende staten als gevolg van de globalisering. Desondanks zullen de onzekerheid en instabiliteit in de wereld toenemen, waarbij staten vooral hun eigen belangen zullen verdedigen. Wereldwijde problemen zoals klimaatverandering en gezondheid kunnen hierdoor veel minder goed worden aangepakt.

De toekomst van Europa en Nederland in de wereld

Tegen de achtergrond van economische, demografische en daarmee samenhangend geopolitieke ontwikkelingen speelt de toekomst van de Europese Unie en de eurozone. De gezamenlijke economie van de EU is in 2015 de grootste ter wereld, zowel nominaal als in PPP- termen (IMF, Worldbank, 2015). Tot nu toe hebben we dat niet zo gepresenteerd. Want een gebrek aan eensgezindheid en militaire macht zorgt ervoor dat de EU niet echt als verenigd blok tot de wereldmachten kan worden gerekend. In plaats daarvan vertoont het Europese project scheurtjes. Culturele en welvaartsverschillen zetten druk op de onderlinge solidariteit. Die solidariteit is enerzijds van belang voor de positie die Europa kan innemen in het veranderende internationale landschap, anderzijds voor de interne markt en de stabiliteit van de Europese politieke en economische toekomst.

Na en vooral tijdens de eurocrisis van 2010 tot en met 2012 zijn er belangrijke stappen gezet voor verdere Europese integratie. Enerzijds op het gebied van financieel toezicht en financiële regulering, anderzijds op het gebied van begrotingsbeleid. De vraag is echter of daarin een eindstadium is bereikt of dat de EU zich verder weet te verenigen. Door geopolitieke spanningen, opkomend nationalisme en eurosceptische tendensen in veel lidstaten staat de onderlinge solidariteit onder druk. Het feit dat de Europese Unie niet in staat is om een gezamenlijk antwoord te formuleren op de vluchtelingencrisis is daarvan weer het zoveelste voorbeeld. Verdere economische én politieke convergentie is een noodzakelijke voorwaarde om het monetaire beleid in de eurozone goed te laten landen. Of dit lukt, hangt uiteindelijk vooral af van de politieke wil en mogelijkheden van de lidstaten en hun leiders.

Figuur 7: Plaats op ranglijst naar BBP van een aantal landen
Figuur 7: Plaats op ranglijst naar BBP van een aantal landenBron: Conference Board, IMF, OECD, Rabobank

Het geopolitieke lot van Nederland is daarbij sterk verbonden met dat van Europa. Nederland speelt in zijn eentje een steeds minder belangrijke rol op het wereldtoneel. Het aandeel van Nederland in de wereldeconomie is sinds 1950 gehalveerd. De Nederlandse positie op de lijst van economieën naar omvang van het BBP is daarmee gedaald van een zeventiende naar een zesentwintigste plaats. Bijvoorbeeld Turkije laat in dezelfde periode precies een omgekeerde ontwikkeling zien (figuur 7).
Daarbij moet Nederland het hebben van samenwerking binnen Europa; 70% van de goederen en diensten worden verhandeld met Europese partners en ook militair is Nederland in EU- en NAVO-verband vooral onderdeel van een grotere krijgsmacht.

Nederland en onze buurlanden zijn nog altijd relatief zeer welvarend. Het groeipotentieel is echter beperkt en de positie in internationale fora zal de komende jaren verder onder druk komen te staan. Die is momenteel namelijk eerder een afspiegeling van de machtsverhoudingen van 1950 dan van die van 2025.

Onzekerheden

  • De grilligheid van geopolitiek
    Geopolitieke trends zijn fragiel en zeer moeilijk te voorspellen. Onverwachte, zeldzame gebeurtenissen met een grote impact, de zogenoemde zwarte zwanen, zijn eerder regel dan uitzondering in de afgelopen decennia. De val van de Sovjet-Unie, de terroristische aanslagen van 11 september 2001, de financiële crisis en de Arabische Lente van 2011 zijn gebeurtenissen die door weinigen zijn voorspeld maar de internationale omgeving permanent hebben veranderd.
  • Terrorisme
    Het grootste deel van de terroristische aanslagen die worden gepleegd, heeft plaats in Islamitische landen (HCSS, 2015). Aan de andere kant brengen terugkerende IS-strijders een aanzienlijk risico met zich mee. De aanslagen op Charlie Hebdo in januari 2015 en de aanslagen in Parijs op 13 november 2015 zijn exemplarisch voor de dreiging van IS in Westerse landen. Deze terrorismedreiging zal niet snel verdwijnen.
  • Olie
    Veel landen zijn afhankelijk van olie-exporten voor het rechttrekken van de overheidsfinanciën. Lage olieprijzen kunnen de economie en ook de welvaartstandaard in deze landen omlaag brengen. Werkloosheid en sociale onrust kunnen leiden tot extremisme dat kan overlopen naar buurlanden. De lage olieprijzen raken op dit moment onder meer Venezuela en Rusland.
  • Nucleaire wapenwedloop
    Nucleaire wapens zijn de wereld nog niet uit. Na de Koude Oorlog hebben ze een hele tijd in de ijskast gestaan, maar ze worden tegenwoordig weer (verbaal) ingezet als angst- en afschrikmiddel.
  • Euro-exit-domino
    Een Grexit of Brexit zal de EU schade berokkenen. Als een exit een land een nieuwe economische impuls geeft, kan de animo om in Europa te blijven ook bij andere landen verdwijnen. Wanneer dat gebeurt, heeft dat niet alleen economische gevolgen. Het Europese project is gebouwd op vrede in Europa en onderling vertrouwen. Spanningen zouden daardoor weer veel hoger op kunnen lopen.
  • G1, G2, G3
    De ondergang van de VS wordt al jaren voorspeld, maar dit land heeft vaak veerkracht getoond. Met name de energie-onafhankelijkheid zou kunnen zorgen voor hernieuwde groei. Aan de andere kant verloopt de opkomst van China wellicht niet als verwacht. Wanneer het niet lukt de stap naar een ontwikkelde economie te maken, kan het land vast blijven zitten in een middeninkomensval. Stagnerende groei kan de opkomst van China remmen. Maar als China zich weet te ontwikkelen als een wereldmacht, ontstaat er wellicht weer een bipolaire wereld met de VS. Wellicht is het ook te vroeg om de EU af te schrijven. In 2015 heeft de EU ten opzichte van de VS en China nog steeds de grootste economie (IMF, 2014). In plaat van in een multipolair systeem belanden we wellicht in een unipolair, bipolair of tripolair systeem.
  • De macht van individuele actoren
    Machtswisselingen in bijvoorbeeld de VS of Rusland kunnen tot meer of minder spanningen leiden. Een nieuwe Amerikaanse president zou een hardere lijn kunnen gaan volgen ten opzichte van Rusland en IS en een andere Russische president zou kunnen gaan voor uitbreiding van de economische in plaats van de politieke macht.
  • Polarisatie
    Terrorisme, immigratie en werkloosheid kunnen een gevaarlijke mix vormen voor een gepolariseerde samenleving met grote tegenstellingen en spanningen tussen bevolkingsgroepen.

Naar de overzichtspagina van de Megatrends

Literatuur

Bruinshoofd, W.A. (2015). Rem op wereldhandel bedreigt welvaart Nederland. Mejudice, 26 november 2015.

Bruinshoofd, W.A. (2016). Institutional quality and economic performance. Rabobank Special. Rabobank: Utrecht.

Clingendael, 2015;

Evenett, S. and J. Fretz (2015). The Tide Turns? Trade, Protectionism, and Slowing Global Growth. The 18th Global Trade Alert Report. CEPR: Londen.

HCSS, 2015

Loman, H. (2015). Latijns-Amerika: gevangen in de middle income trap?. Rabobank Special. Rabobank: Utrecht.

Timmer, M.P. (2015). Mondiale waardeketens en de nieuwe economie. ESB 100, (4723&4724), 708-711.

UK Ministry of Defence (2010). Global Strategic Trends – Out to 2040. DCDC: Londen.

World Economic Forum(2016), Global Risk Report, WEF: Geneve.

World Economic Forum(2015), Geo-economics: Seven Challenges to Globalization, WEF: Geneve.

WRR (2013). Naar een lerende economie. Investeren in het verdienvermogen van Nederland. WRR: Den Haag.

Delen:
Auteur(s)
Hans Stegeman
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666
Overige auteurs
Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven