RaboResearch - Economisch Onderzoek

Megatrend 1 - Demografie: groeiend, vergrijzend en samenscholend

Special

Delen:

Naar de overzichtspagina van de Megatrends

Deze studie is tot stand gekomen met hulp van Arend Drost

De wereldbevolking is de afgelopen decennia hard gegroeid. In 1950 woonden er nog slechts 2,5 miljard mensen op de wereld, in de 65 jaar erna zijn er bijna vijf miljard mensen bijgekomen. Meer dan 60% van die toename had plaats in Azië. Ook het komende decennium zal deze bevolkingsontwikkeling verder gaan. Tegelijkertijd vergrijst de wereldbevolking verder en woont zij meer en meer in steeds grotere steden. Deze ontwikkelingen zijn ook zeer relevant voor de toekomst van Nederland

Steeds meer welvarende mensen

Sinds 2011 leven er meer dan zeven miljard mensen op aarde, waarbij het laatste miljard er in slechts twaalf jaar is bijgekomen. Volgens de mediane prognose van de VN kan de achtmiljardste wereldburger nog voor 2025 worden verwelkomd. Het grootste gedeelte van deze groei heeft plaats in opkomende economieën en ontwikkelingslanden, vooral in Afrika en Azië (figuur 1). Daarnaast komt bijna de helft van de groei voor rekening van slechts negen landen: India, Nigeria, Pakistan, Democratische Republiek Congo, Ethiopië, Tanzania, Verenigde Staten, Indonesië en Oeganda. China hoort daar niet bij en zal in 2022 worden ingehaald door India als land met de meeste inwoners ter wereld (VN, 2015).

Figuur 1: Geraamde bevolkingsontwikkeling
Figuur 1: Geraamde bevolkingsontwikkelingBron: VN, 2015
Figuur 2: Ontwikkeling wereldbevolking naar regio
Figuur 2: Ontwikkeling wereldbevolking naar regioBron: VN, 2015

Mensen zijn daarbij gemiddeld steeds rijker. Armoede is de wereld zeker nog niet uit, maar het percentage mensen in absolute armoede is de afgelopen decennia fors gedaald. Begin jaren negentig moest nog meer dan een derde van de wereldbevolking het doen met minder dan $ 1,90 per dag, nu is dat minder dan 10%. Weliswaar gaat het daarmee nog steeds om 800 miljoen mensen, een fors aantal. 

Demografische transitie

Figuur 3: Een afnemend groeitempo van de wereldbevolking
Figuur 3: Een afnemend groeitempo van de wereldbevolkingBron: VN

Een belangrijke reden voor de ongelijke bevolkingsgroei in de wereld is de zogenaamde demografische transitie. Naarmate de welvaart in een land stijgt, daalt het geboortecijfer. Dat komt door een hogere levensverwachting en minder kindersterfte, het gebruik van anticonceptie en een toenemend aandeel werkende vrouwen. Maar ook worden kinderen niet meer gezien als inkomstenbron of pensioenvoorziening en stijgen de opportuniteitskosten van het hebben van kinderen wanneer het inkomen toeneemt. Over het algemeen geldt daarom: hoe rijker het land, hoe minder kinderen er per vrouw worden geboren. Japan heeft sinds 2008 zelfs te kampen met bevolkingskrimp en hier treedt de komende tien jaar geen verandering in op. Duitsland is ook al aan het krimpen en rond 2025 lijkt in nagenoeg heel Europa bevolkingskrimp op te gaan treden en rond 2030 ook in China.

De bevolkingsgroei blijft doorgaan, maar door de verwachte mondiale welvaartstoename neemt de snelheid ervan af (figuur 3). Daardoor zal de bevolkingsgroei in de komende eeuw in het grootste gedeelte van de wereld langzaam tot stilstand komen, op het zogenoemde vervangingsniveau, met Afrika als uitzondering. 

Migratie

Behalve demografische ontwikkelingen in een land kunnen migratiestromen de bevolkingsopbouw van landen fors veranderen. Historisch blijkt echter dat geboorte- en fertiliteitsontwikkelingen op wereldniveau fors meer invloed hebben op demografische ontwikkelingen dan netto migratiestromen (VN, 2014). Dat geldt niet op regionaal of landelijk niveau: de bevolking in Syrië is de afgelopen jaren met meer dan de helft afgenomen. Oorlogen, natuurrampen en zware economische crises kunnen zorgen voor grote migratiestromen. Vaak zijn dit tijdelijke effecten: een groot deel van de migranten keert weer terug naar hun geboorteland wanneer de oorzaak van de ellende er is weggenomen.

De afgelopen decennia zijn de netto migratiestromen in de wereld fors toegenomen (figuur 4, OECD, 2015). De richting daarbij is duidelijk: van lagere inkomenslanden naar rijkere en veiligere landen zoals Europa, Noord-Amerika en Oceanië. In deze hoge-inkomenslanden zal de bevolkingsaanwas volgens de VN de komende jaren voor meer dan 80% uit migratie komen. Dit is ook duidelijk te zien aan de migratie-ontwikkeling in Europa. De netto migratie als percentage van de eigen bevolking is de laatste decennia positief, en zal ook de komende decennia nog positief blijven. De vluchtelingenstromen die nu het nieuws domineren, zijn daarbij gemiddeld genomen slechts een onderdeel van de totale migratie (figuur 5). Gezinshereniging en economische migratie zijn de andere belangrijke componenten. Dat de aanwas in Europa door de huidige vluchtelingenstromen (tijdelijk) groter kan zijn, spreekt voor zich. Maar ook nu zal uiteindelijk een deel van de voornamelijk Syrische vluchtelingen weer terugkeren naar hun geboorteland.

Figuur 4: Netto migratiestromen tussen hoog-, midden- en lage inkomensregio’s
Figuur 4: Netto migratiestromen tussen hoog-, midden- en lage inkomensregio’sBron: VN, 2015, vijfjaarsperioden
Figuur 5: Netto migratie naar Europa*
Figuur 5: Netto migratie naar Europa*Bron: OECD, Eurostat * Cijfers 2015 tot en met november.

Verstedelijking

Wereldwijd verhuizen 1,3 miljoen mensen per week naar een stad. Dit is al bijna vijftig jaar zo (VN, 2011). Deze trek naar de stad heeft ertoe geleid dat nu meer dan de helft van de wereldbevolking in een stedelijke omgeving woont. In 2025 zal dit naar verwachting 58% zijn en in 2050 meer dan twee derde van de wereldbevolking (VN, 2014).

De verschillen tussen landen en continenten zijn hierbij groot. In 2015 zijn Noord- en Latijns-Amerika het meest verstedelijkt waarbij rond de 80% van de bevolking in steden woont. Europa en Oceanië volgen met ongeveer 70%, terwijl Azië en Afrika voor respectievelijk 48 en 40% verstedelijkt zijn (VN, 2014). De laatste twee zijn echter bezig met een inhaalslag. In de komende jaren zullen er daardoor vooral in opkomende economieën steeds meer en grotere steden bijkomen. Azië, en met name China, steekt er in dat opzicht bovenuit. In 2025 zullen 46 van de tweehonderd grootste steden ter wereld zich in China bevinden (Dobbs et al., 2015).

Figuur 6: Steeds meer mensen in steden
Figuur 6: Steeds meer mensen in stedenBron: VN
Figuur 7: Met vooral in Azië grote steden in 2025
Figuur 7: Met vooral in Azië grote steden in 2025Bron: VN

Steden met kansen en uitdagingen

Steden zijn onlosmakelijk verbonden met productiviteit. Meer dan 80% van het mondiale BBP wordt gegenereerd door en in steden en dit percentage zal de komende jaren verder oplopen (NIC, 2012).

Naar verwachting vindt tussen 2010 en 2025 bijna de helft van de mondiale BBP-groei in 440 steden in opkomende economieën plaats. McKinsey verwacht dat deze groei –zowel qua stedelijke bevolking als qua economie– ertoe zal leiden dat in 2025 één miljard mensen meer dan nu zichzelf tot de consumentenklasse[1] kan rekenen (MGI, 2012).

De snelle toename van de verstedelijking brengt nieuwe uitdagingen met zich mee voor het klimaat, de infrastructuur en de veiligheid. De welvaart stijgt gemiddeld genomen en dit zorgt voor nieuwe consumptiepatronen. Wanneer meer mensen het zich kunnen veroorloven vlees te eten of in een eigen auto te rijden, dan heeft dit gevolgen voor het klimaat. Op de korte termijn gaat het om smog en om de leefbaarheid in de steden. Op de lange termijn –met steeds meer en grotere steden– om de leefbaarheid en de toekomst van de aarde. Steden gebruiken nu 2,8% van de oppervlakte van de aarde, maar consumeren 75% van de hulpbronnen en produceren respectievelijk 50 en 80% van het afval en de emissies (UNEP, 2012). Tevens staat de voedsel- en watervoorziening onder druk. De bestaande infrastructuur in steden is vaak niet bestand tegen de snelle groei. Daarnaast bestaan steden in opkomende landen vaak voor een groot deel uit sloppenwijken, en vindt een groot deel van de economie er informeel plaats, buiten het bereik van wetten en bestuur. Die steden zullen actie moeten gaan ondernemen om meer grip te krijgen op hun mensen en inkomensstromen (NIC, 2012).

Oplossingen worden onder meer gezocht in het creëren van smart cities: steden met hoogontwikkelde openbaarvervoersystemen en online platforms die het organiseren van de stad efficiënter en effectiever maken. Deze slimme steden zien zich echter ook geconfronteerd met risico’s aangezien deze cloud-based technologieën kwetsbaar zijn voor cyberaanvallen en andere vormen van digitale criminaliteit. Ook proberen steden wat druk van de ketel van de energie- en voedselvoorziening te halen met bijvoorbeeld stadsverwarming, zonne-energie en stadslandbouw (Shell, 2014).

Voetnoot
[1] Gebaseerd op een inkomen van minstens tien dollar per dag.

Megasteden

Het aantal megasteden (steden met tien miljoen inwoners of meer) zal in de toekomst toenemen. In 2015 bestaan er dertig van dit soort steden en de verwachting is dat dit aantal in 2025 is opgelopen tot 36. Daarvan hebben de veertien meest verstedelijkte agglomeraties alle meer inwoners dan Nederland. Bovendien zullen steeds meer van dit soort steden ook een grotere economie hebben dan Nederland. Het besturen van steden zal dan ook steeds meer gaan lijken op het besturen van een land (of het besturen van Nederland op het besturen van een megastad), en daarmee neemt het gewicht van deze steden in de wereld toe. De economische potentie zit daardoor in toenemende mate in de megasteden en een megastad zal voor beleidsmakers, bedrijven en investeerders steeds vaker een richtpunt worden dan een land.

Hoe sneller de groei, hoe ingewikkelder het wordt om de verkeerstromen, de energiebehoefte, de afvalverwerking en de veiligheid te hanteren. Er zijn grote, maar vooral slimme investeringen in de fysieke en sociale infrastructuur vereist om verregaande congestie, milieuvervuiling en criminaliteit tegen te gaan. 

Demografie en Nederland

Nederland gaat deze demografische ontwikkelingen op een aantal manieren merken. Ten eerste gaat ook verstedelijking in Nederland steeds verder; De Randstad zal steeds verder evolueren tot een kleine megastad: voor de rest van Nederland ligt demografische krimp meer voor de hand.

De mondiale demografische ontwikkelingen zorgen er daarbij voor dat de bevolkingsomvang vooral in het Oosten en in Afrika toeneemt. In Europa gaat deze op termijn juist krimpen. En meer mensen, betekent over het algemeen meer vraag naar goederen en diensten. Voor onze export betekent dat, puur vanuit demografisch perspectief dat de groei van de economie eerder ver weg dan dichtbij plaatsvindt.

Een laatste effect betreft migratiestromen. Daar zitten twee kanten aan. Aan de ene kant is het de verwachting dat migratiestromen de komende decennia van de evenaar naar het noorden, ofwel van armere naar rijkere gebieden zal blijven gaan. Oorlog en natuurrampen kunnen deze migratiestromen verder doen aanzwellen. 

Onzekerheden

Demografische trends zijn relatief zeker. Veranderingen in de ontwikkeling van het geboortecijfer duren vaak lang. Op wereldniveau zijn demografische trends nauwelijks gevoelig voor schokken, afgezien van gebeurtenissen zoals pandemieën, natuurrampen of (wereld-)oorlogen. Toch is deze relatief zekere trend niet zonder onzekerheid. Bevolkingsprognoses worden regelmatig aangepast en regionale verschillen in ontwikkeling kunnen aanzienlijk zijn. Dat geldt ook voor het doorzetten van de wereldwijde verstedelijking. Dat dit gebeurt is vrij zeker, maar er is wel grote onzekerheid over een al dan niet succesvol ontwikkeling van deze verstedelijking.

De belangrijkste onzekerheden op een rij:

  • Bevolkingsvoorspelling op lange termijn
    Ondanks de robuustheid blijven voorspellingen voor wat betreft bevolkingsgroei onzeker, helemaal op de lange termijn. De VN heeft de mediane bevolkingsprognose voor 2050 van 2015 ten opzichte van 2013 met 0,2 miljard naar boven bijgesteld.
  • Cultuurverandering
    De theorie dat de bevolkingsgroei uiteindelijk zal stagneren, is gebaseerd op het idee dat het welvaartsniveau stijgt en mensen daardoor minder kinderen zullen krijgen. Maar een lager geboortecijfer komt ook door een cultuurverandering. En die hoeft niet per se synchroon te lopen met de welvaartsstijging; ze zouden ook los van elkaar kunnen plaatsvinden. Als dat op grote schaal gebeurt, kan de werkelijkheid heel anders uitpakken dan de mediane bevolkingsprognose suggereert.
  • Demografisch dividend
    Het voordeel van een toenemende en jonge potentiële beroepsbevolking kan een nadeel worden wanneer economische groei uitblijft. Langdurige werkloosheid onder jonge mannen is een recept voor sociale onrust en conflict.
  • Migratiestromen
    Zolang er grote verschillen zijn in welvaart op de wereld, en zolang er sprake is van oorlog en politieke onrust, zullen er migratiestromen zijn. De enige zekerheid van deze stromen is de richting: van arm en onveilig naar rijk en veiliger.
  • Falende steden: Motor City
    Wanneer steden niet in staat zijn om te gaan met een sterke bevolkingsgroei, kunnen zij falen. Een voorbeeld van een stad die heeft gefaald, is Detroit. De stad die bijna in zijn geheel draaide op de auto-industrie werd hard geraakt toen de Amerikaanse autofabrikanten hun productie verplaatsten naar lagelonenlanden. De sociale onrust die ontstond, mondde uit in rellen en het stadsbestuur is tot op heden niet in staat geweest het tij te keren. Detroit had in 1950 het hoogste BBP per capita van de VS en is van een stad met 1,85 miljoen inwoners gekrompen naar een stad met 0,7 miljoen inwoners, met hoge werkloosheid, armoede, criminaliteit en lege gebouwen (Shell, 2014).
  • Epidemieën
    Het gebrek aan sanitaire voorzieningen in veel sloppenwijken vormt een gezondheidsrisico. Mensen leven zeer dicht op elkaar en daardoor kunnen ziektes zich snel verspreiden met het gevaar dat ze uitgroeien tot pandemieën. Ebola en MERS kunnen veel schade aanrichten wanneer deze niet op tijd worden bestreden.
  • Staten of steden: de commune van Parijs
    Steden bezitten vaak een geheel eigen sociaaleconomische dynamiek, die afwijkt van de landelijke norm. Een voorbeeld is Parijs, dat zich in 1871 afscheidde van de rest van Frankrijk uit onvrede met de regering. Uiteindelijk werd deze opstand bloedig neergeslagen. Met name in zwakke staten kunnen sterke steden meer autonomie gaan eisen, wanneer zij het niet eens zijn met het landelijke bestuur.
  • Wel stedengroei, geen inkomensgroei
    Stedengroei leidt tot een hoger BBP, maar de mate waarin steden in staat zijn zich verder te ontwikkelen is onzeker. Het is geen lineair proces en met name stedengroei in Afrika laat zien dat grotere steden niet per definitie tot een verbetering van de levenssituatie leiden (Gross et al., 2013). De ontwikkeling van de BRICS-landen toont aan dat de stap van een opkomende economie naar een ontwikkelde economie allerminst vanzelfsprekend is. Met stedengroei zonder inkomensgroei kan de wereld langzaam in een grote sloppenwijk veranderen. 

Naar de overzichtspagina van de Megatrends

Literatuur

Bettencourt, L. en G. West (2010). A Unified Theory of Urban Living. in: Nature 467, pp. 912-913.

Gross, D. en C. Alcidi (eds.) (2013). The Global Economy in 2030: Trends and Strategies for Europe. CEPS: Brussel.

Dobbs, R. J. Manyaka en J. Woetzel (2015). No Ordinary Disruption. The four Global Forces Breaking All the Trends. PublicAffairs: New York.

McKinsey Global Institute (2012). Urban World: Cities and the Rise of the Consuming Class, MGI.

National Intelligence Council (2012). Global Trends 2030: Alternative Worlds. NIC: Washington.

OECD (2015), International Migration Outlook 2015. OECD: Parijs.

VN (2011). World Urbanization Prospects:The 2011 Revision. ST/ESA/SER.A/322, VN: New York.

VN (2014). World Urbanization Prospects: The 2014 Revision. ST/ESA/SER.A/366, VN: New York.

VN (2015). World Population Prospects: 2015 Revision. ESA/P/WP.241, VN: New York.

Shell (2014). New Lenses on Future Cities: A New Lens Scenarios Supplement. Shell.

Quah, D. (2011). The Global Economy’s Shifting Centre of Gravity. Global Policy Vol. 2/1. January 2011.

UNEP (2012). Global Initiative for Resource Efficient Cities. UNEP: Parijs.

Delen:
Auteur(s)
Hans Stegeman
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666
Overige auteurs
Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven