RaboResearch - Economisch Onderzoek

Exponentieel begrensd

Column

Delen:

Verschenen in het Reformatorisch Dagblad, 19 maart2016

Technology advances at exponential rates, and human institutions and societies do not. They adapt at much slower rates. Those gaps get wider and wider. Mitch Kapor

In de wereld van mijn zoon van vier zijn de mogelijkheden onbegrensd. Niet gehinderd door abstracties als tijd en ruimte heeft hij ongekende ambities. Om later haai te worden. Of Nijntje. En om bij het ontbijt vijf boterhammen te eten.
Iets soortgelijks zie je vaak bij mensen die bezig zijn met nieuwe technologieën. Onbegrensd, exponentieel en disruptief. En dat zou dan ook voor de hele economie gelden. Maar daar zit nu net wel een grens.

Mensen geloven in de ‘Vierde Industriële Revolutie’. ‘Alles’ wordt daarin anders. En hoewel het zeer voorstelbaar is dat ook de komende jaren veranderingen fors doorzetten, is er in mijn ogen op dit moment geen sprake van een nieuwe Industriële Revolutie. Het is vooral nog steeds voortbouwen op de ‘oude’ doorbraaktechnologie van de ICT-revolutie. Wellicht in een nieuwe fase, maar nog steeds op basis van de ‘oude’ doorbraaktechnologie ICT, waarvan vooral rekenkracht de kern is.

De gedachte dat álles anders wordt door deze technologische trend heeft vooral diep postgevat bij mensen die zich bezig houden met technologie. Ze benadrukken keer op keer dat de rekenkracht van computers ongeveer elke anderhalf à twee jaar verdubbelt, de zogenaamde Wet van Moore.[1] Deze exponentiële groei zal een steeds groter effect hebben op de economie, zo is hun verwachting, ook als de rekenkracht in een minder hoog tempo toeneemt. Want het gaat niet alleen om de doorbraaktechnologie zelf, een groot deel van de productiviteitswinst wordt geboekt door het toepassen van de technologie in de vorm van nieuwe processen en producten. Dat heeft tijd nodig om te leiden tot zichtbare resultaten.

Daarbij wordt veel verwacht van doorbraken in de ontwikkeling van zogenoemde smart machines en robots. In het onderzoek naar kunstmatige intelligentie ligt de nadruk steeds meer op het leren herkennen van patronen in bergen gegevens. Dit wordt mogelijk gemaakt door de enorme stijging van de rekenkracht en de snelheid van computers, en opent de deur voor veel toepassingen waarbij machines ‘intelligente’ taken kunnen uitvoeren die nu alleen maar door mensen worden uitgevoerd. ‘Singulariteit’ in het jargon van de Vierde Industriële Revolutie. Als we zo ver zijn, hoeven we niet meer te ploeteren voor één extra procentje economische groei, maar leven we in overvloed.
Wat dat dan betekent voor concepten als productiviteit en economische groei wordt er niet bij verteld. Wellicht is dat in de ogen van deze mensen niet meer interessant. Overvloed, weet je.

Maar zou dat zo zijn? Gaan we een nieuw productiviteitsmirakel tegemoet? En hoe verhoudt zich dat met de huidige lage economische groei en ontwikkeling van de productiviteit? De Amerikaanse econoom William Nordhaus heeft deze schijnbare tegenstelling getest. Wat als we singulariteit bereiken? Wat zou dat voor de economie betekenen? Zijn vrij ontnuchterende conclusie: we zijn nog lang niet in de buurt van singulariteit.

Een economie werkt niet op ‘bits en bites’. Dit geldt zowel aan de aanbodkant als aan de vraagkant van de economie. Aan de vraag- of gebruikerskant: we moeten eten en drinken, we gebruiken allerhande spullen. Alleen als informatie (de bits en bites) dit helemaal zou kunnen vervangen, en we dus van alleen ICT zouden kunnen leven, dan kon de economie oneindig groeien. Als ICT-diensten en normale spullen elkaar niet kunnen vervangen, kan een snelle stijging van de kunstmatige intelligentie zelfs irrelevant zijn voor de economie. Want als we nu namelijk niet veel meer gaan consumeren aan informatie, dan zal de snelle productiviteitsstijging er bij gegeven output toe kunnen leiden dat de bijdrage in de totale groei van de economie juist kleiner wordt, in plaats van groter.

Aan de aanbodkant van de economie geldt een soortgelijk verhaal. We produceren altijd met een combinatie van natuurlijke hulpbronnen, arbeid en kapitaal(-goederen). In dit laatste komt ICT tot uiting. Als het steeds aantrekkelijker wordt (productiever) om ICT-diensten te gebruiken, hebben we in ieder geval minder mensen nodig. Maar wat de verwisselingsmogelijkheden ook zijn, we zullen altijd een bepaalde verhouding van productiefactoren nodig hebben.

Kortom, ook onbegrensde mogelijkheden hebben hun grenzen. In ieder geval voor zover het de invloed op de macro-economie betreft.
Mijn zoontje maakt zich daar ondertussen niet zo druk om. Nijntje heeft inmiddels wel afgedaan. Robot worden lijkt hem wel wat.

De wet van Moore
De wet van Moore

Voetnoot
[1] De Wet van Moore stelt eigenlijk dat het aantal transistors in een geïntegreerde schakeling door de technologische vooruitgang elke twee jaar verdubbelt. Dat is niet exact gelijk aan de rekenkracht. De voorspelling werd in 1965 gedaan door Gordon Moore, een van de oprichters van chipfabrikant Intel. De wet gold nog tot 2011, maar deskundigen houden er rekening mee dat deze vooruitgang binnenkort langzamer zal gaan verlopen. Maar ook dat wordt al decennia geroepen en is tot op heden niet echt uitgekomen.

Delen:
Auteur(s)
Hans Stegeman
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven