RaboResearch - Economisch Onderzoek

Eurozone: groei zwakt af in 2016 en risico’s zijn toegenomen

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • In 2015 versnelde de groei van de eurozone-economie naar 1,5%, voornamelijk door aantrekkende binnenlandse vraag
  • In 2016 verwachten we dat de groei iets terugloopt naar 1¼%: de particuliere consumptie blijft op peil, maar de exportgroei vertraagt
  • In 2017 verwachten we een lichte groeiversnelling naar 1½%: de binnenlandse vraagt zwakt iets af, maar de exportgroei trekt flink aan
  • Onze groeiverwachting is met steeds meer onzekerheden omgeven, onder meer vanwege het mogelijk uiteenvallen van Schengen en de instabiele financiële en monetaire omgeving

Economische groei zwakt af in 2016

In 2015 versnelde de groei van de eurozone-economie naar 1,5% (tabel 1), waarbij de hogere particuliere consumptie het sterkst bijdroeg. Het economisch sentiment is begin 2016 licht verslechterd (figuur 1), wat wijst op een lichte vertraging van de groei begin 2016 ten opzichte van eind 2015.

We verwachten dat de economische groei in 2016 iets afzwakt, naar 1¼%, om in 2017 licht aan te trekken naar 1½% (tabel 1). Kijkend naar de bestedingscomponenten verwachten we dat de groei van de particuliere consumptie op peil blijft in 2016, onder andere door de nog altijd lage olieprijzen. De buitenlandse vraag valt naar verwachting terug ten opzichte van 2015 door een afname van de wereldhandel en doordat de euro minder deprecieert. De investeringsgroei blijft zowel in 2016 als in 2017 onder druk staan, onder meer door aanhoudend balansherstel bij bedrijven en banken. De versnelling van de BBP-volumegroei in 2017 komt vooral op het conto van de aantrekkende exportgroei.

Figuur 1: Sentiment duidt op lichte vertraging groei begin 2016
Figuur 1: Sentiment duidt op lichte vertraging groei begin 2016Bron: Macrobond
Tabel 1: Kerngegevens eurozone
Tabel 1: Macro-economische kerngegevens eurozoneBron: Nigem, Rabobank

Kleinere oliemeevaller en ongunstige arbeidsmarktsituatie dempen consumptiegroei

Figuur 2: Huishoudens in de eurozone en het VK hebben ‘olie-oortje’ al versnoept
Figuur 2: Huishoudens in de eurozone en het VK hebben ‘olie-oortje’ al versnoeptBron: Rabobank

Huishoudens hebben in 2015 flink geprofiteerd van de lage olieprijzen (figuur 2). In de eurozone bedroeg de oliemeevaller ongeveer 1% van het BBP (ofwel €357 per hoofd van de bevolking). Hoewel de aanhoudend lage olieprijs in Europa ook in 2016 zorgt voor een opwaarts effect op de beste­dingen, zal dit effect wel kleiner zijn dan in 2015 (zie De wereld drijft in olie). Dit komt onder meer doordat de olieprijs naar verwachting minder hard daalt in 2016 en doordat huishoudens in de eurozone de financiële oliemeevaller uit 2015 al volledig hebben opge­soupeerd (figuur 2). In de VS en Japan is wel een deel van de meevaller opzij gezet, wat de parti­culiere bestedingen daar ook in 2016 een extra steuntje in de rug kan bieden.

Daarnaast steunde een sterke banengroei in onder meer Spanje, Ierland en in mindere mate Portugal het beschikbare inkomen van huishoudens in 2015 (zie Gestage groei eurozone door investeringen, maar risico’s stapelen zich op). Dit heeft de particuliere bestedingen in de gehele eurozone flink gestimuleerd en in Spanje in het bijzonder.

Tegelijkertijd blijft de arbeidsmarktsituatie in Zuid-Europa en Frankrijk ronduit zwak (figuur 3). Niet alleen is het niveau van de (jeugd-)werkloosheid hoog, maar in Italië en Frankrijk lijkt de arbeidsmarktdynamiek geheel tot stilstand gekomen. De ongunstige arbeidsmarktsituatie in veel landen zorgt ervoor dat er nauwelijks opwaartse druk op de lonen ontstaat (figuur 4). Uiteindelijk zullen hogere lonen de basis moet vormen voor bestendige consumptie en investeringen, zeker nu de staartwindvoordelen van de lage olieprijs en inflatie lijken af te zwakken.

Figuur 3: Hoge werkloosheid in eurozone
Figuur 3: Hoge werkloosheid in eurozoneBron: Macrobond
Figuur 4: Alleen Duitse lonen ‘gehen los’
Figuur 4: Alleen Duitse lonen ‘gehen los’Bron: Macrobond

Duitsland vormt de uitzondering: door een recordhoge vacaturegraad en recordlaagte in de werkloosheid is de arbeidsmarkt zeer krap. We verwachten dat de resulterende loondruk (momenteel 2,5%, figuur 4) de komende twee jaar aanhoudt. Gecombineerd met de lage inflatie zorgt dit voor een flinke koopkrachtimpuls voor Duitse huishoudens, wat ook in het consumptiecijfer voor de eurozone terug te zien zal zijn. 

Structurele problemen beperken investeringsgroei

De investeringen in de eurozone zijn in het vierde kwartaal verrassend sterk gestegen, maar hebben nog een lange weg te gaan naar volledig herstel, ook met de door ons verwachte groei van 2¼% en 2½% in 2016, respectievelijk 2017 (figuur 5).

Dat het investeringsherstel in de eurozone uitblijft, heeft structurele oorzaken. Zo is het bedrijfsleven nog steeds bezig met de afbouw van schulden en is de winstgevendheid laag. Daarnaast zet de versterking van de bankbalansen nog altijd een rem op de (bancaire) krediet­ver­lening met mogelijk negatieve gevolgen voor de investeringsmogelijkheden van het bedrijfsleven (figuur 6). Met name in Italië, Portugal en Griekenland is het aantal slechte leningen op de bankbalansen nog altijd zeer omvangrijk en een snelle sanering (zoals Ierland en Spanje hebben doorgevoerd) wordt sinds dit jaar niet meer toegestaan door de Europese Commissie. Een trage oplossing van dergelijke knelpunten gaat evenwel samen met maatschappelijke kosten, onder andere door misallocatie van kredieten en een daling van de kredietverlening.

Figuur 5: Investeringen eurozone blijven sterk achter bij die van het VK en de VS
Figuur 5: Investeringen eurozone blijven sterk achter bij die van het VK en de VSBron: Macrobond
Figuur 6: Trage kredietverleningsgroei risico voor investeringsgroei
Figuur 6: Trage kredietverleningsgroei risico voor investeringsgroeiBron: Macrobond

Export heeft last van daling wereldhandel

In 2015 is de exportgroei van de eurozone verder aangetrokken, ondanks een afname van de wereldhandel (figuur 7). Doordat eurozonelidstaten vooral veel handel drijven met elkaar (figuur 8), gaf de sterkere binnenlandse dynamiek in de eurolanden en de hieruit resulterende importbehoefte een impuls aan de exportgroei tussen de lidstaten. De koersdaling van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar en het Britse pond heeft meer vraag naar eurozone-exporten vanuit deze tweede en derde belangrijkste handelspartners van de eurozone uitgelokt. Beide ontwikkelingen hebben de impact van de lagere importbehoefte van China, olieproducerende landen en andere opkomende markten gecompenseerd.

Figuur 7: Exportgroei nam toe ondanks dalende wereldhandel
Figuur 7: Exportgroei nam toe ondanks dalende wereldhandelBron: Macrobond, Nigem, Rabobank
Figuur 8: Intra-eurozone handel voornaamste kracht achter exportgroei
Figuur 8: Intra-eurozone handel voornaamste kracht achter exportgroeiBron: OESO, Rabobank

De uitvoerstart van 2016 is aan de zwakke kant, onder andere door een lichte opmars van de euro en een zwakke wereldhandel. In de loop van 2016 zien we de exportgroei wel aantrekken, mede doordat de euro naar verwachting over heel 2016 gezien wat aan waarde zal verliezen. Tegelijkertijd verwachten we dat de aantrekkende binnenlandse vraag in de eurozone zorgt voor een toename van de intra-eurozonehandel. Ook verwachten we dat de Chinese economie na een jaar van invoerkrimp weer enig groeiherstel zal realiseren. De export naar olieproducerende landen komt waarschijnlijk wel verder onder druk te staan door de aanhoudend lage olieprijs, maar deze is in omvang beperkt (figuur 8). Voor 2017 voorzien we een verder aantrekkende exportgroei, gedreven door het aantrekken van de wereldhandel (figuur 7). De groei wordt vermoedelijk iets geremd door de lichte appreciatie van de handelsgewogen euro. 

Neerwaartse risico’s stapelen zich op

Het aantal neerwaartse risico’s voor de groei van de eurozone is de afgelopen periode sterk gestegen. Hieronder bespreken we de drie belangrijkste.

China

Het afgelopen jaar is de twijfel over het Chinese groeivermogen toegenomen en dit komt onder andere tot uiting in de omvangrijke kapitaalvlucht waar het land momenteel mee kampt. Dit zet de yuan steeds verder onder druk, waardoor de People’s Bank of China (PBoC) wellicht zal moeten besluiten de yuan verder te laten depreciëren. In dat geval is er een reële kans dat de wisselkoers ‘doorschiet’, met als gevolg onder meer negatieve uitstralingseffecten voor de ontwikkeling van de wereldhandel (door lagere Chinese importen).

Opheffen van Schengen

Ook de vluchtelingencrisis blijft de eurozone de komende tijd parten spelen. De economische implicaties van het eventueel (tijdelijk) opschorten van het Schengenverdrag vormt hierbij het grootste neerwaartse risico. Het Schengenverdrag staat het vrije verkeer van personen binnen de aangesloten lidstaten toe. Jaarlijks worden de binnengrenzen in de EU 1,3 miljard keer overgestoken, reizen 1,7 miljoen forensen naar hun werk in een ander Schengenland en passeren 18 miljoen vrachtwagens vanuit een Schengenland de Duitse grens via een tolweg. Schattingen van de negatieve economische effecten van het opheffen van Schengen lopen sterk uiteen (zie tabel 2 voor schattingen van Davis en Gift (2014), France Stratégie (2016) en Bertelsmann Stichting (2016)). In het meest ongunstige scenario zou het ineenstorten van Schengen de EU meer dan 1%-punt BBP-groei op jaarbasis kunnen kosten.

Tabel 2: Effecten Schengen
Tabel 2. Effecten Schengen

Interne perikelen in Europa

Een ander risico dat in Europa speelt, is het mogelijke vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU: Brexit. Het VK is een belangrijke handelspartner van de EU. Ook kunnen vraagtekens worden gezet bij het monetaire beleid van veel centrale banken, nu beleids- en marktrentes steeds negatiever dreigen te worden. Ten eerste voedt het de wereldwijde valutaoorlog en de gevolgen hiervan voor de wereldhandel zijn inmiddels op zijn best neutraal. Daarnaast hebben lage en negatieve rentes allerlei verstorende effecten op de allocatie van beleggingen en investeringen. Ze ondermijnen ook het verdienmodel van banken en verzekeraars en hebben een vernietigende werking op de dekkingsgraden van onze pensioenfondsen. Daarbij is ook de volatiliteit op de financiële markten toegenomen. Aandelenmarkten zijn begin dit jaar fors gedaald en rentes op staatsobligaties zijn in een aantal Zuid-Europese landen flink opgelopen. Een daling van de beurzen kan de economie zowel via vermogenseffecten als via het vertrouwenskanaal parten spelen. Des te langer de negatieve tendens op de financiële markten aanhoudt, des te groter het risico dat negatief sentiment op de financiële markten via een lagere consumptie en lagere investeringen overslaat op de reële economie (zie het hoofdstuk Blik op de wereld).

Bijlage 1: Kerngegevenstabellen eurozonelidstaten

Tabel 1: Kerngegevens Frankrijk
Tabel 1: Kerngegevens FrankrijkBron: Rabobank
Tabel 2: Kerngegevens Duitsland
Tabel 2: Kerngegevens DuitslandBron: Rabobank
Tabel 3: Kerngegevens België
Tabel 3: Kerngegevens BelgiëBron: Rabobank
Tabel 4: Kerngegevens Italië
Tabel 4: Kerngegevens ItaliëBron: Rabobank
Tabel 5: Kerngegevens Spanje
Tabel 5: Kerngegevens SpanjeBron: Rabobank

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Macrobond. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Kennis en Economisch Onderzoek aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development, IMF: Internationaal Monetair Fonds, CPB: Centraal Planbureau

Gebruikte afkortingen landen: VK: Verenigd Koninkrijk, VS: Verenigde Staten, EZ: Eurozone, IE: Ierland, AT: Oostenrijk, BE: België, DE: Duitsland, NL: Nederland, FI: Finland, PT: Portugal, ES: Spanje, IT: Italië, FR: Frankrijk, GR: Griekenland. 

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rabobank.nl

Eindredactie: 
Allard Bruinshoofd, hoofd Internationaal Onderzoek
Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Graphics: Reinier Meijer

Delen:
Auteur(s)
Hugo Erken
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 2223 1650
Maartje Wijffelaars
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 2257 0569

naar boven