RaboResearch - Economisch Onderzoek

De vierde weg: politiek moet lef tonen en grootscheeps investeren

Column

Delen:

Verschenen in het Financieele Dagblad, 25 maart 2016

De mondiale economie blijft sputteren. Monetair beleid, zelfs de huidige extreme versie ervan, krijgt de economie niet aan de praat. Daar is ongeveer iedereen, ook De Nederlandsche Bank, van overtuigd. Wachten tot ‘de markt het oplost’ werkt tot nu toe evenmin. En overheden zijn het stadium van actief begrotingsbeleid alweer lang voorbij. Na me weer een keer te hebben verdiept in de groeigolven in het verleden is er in mijn ogen nog maar één weg: tóch grootschalige overheidsinvesteringen. Goedkoper dan ooit. Om zo innovatie op te schalen en te komen tot een klimaatneutraal circulair Europa. De vierde, circulaire weg.

In de jaren negentig hadden we het geloof in de maakbaarheid van de samenleving verloren. De markt was de oplossing. Politiek ontstond in een aantal Westerse landen een symbiose van links en rechts, belichaamd door onder andere Tony Blair en Bill Clinton, terwijl in Nederland Wim Kok druk bezig was de ideologische veren van zich af te schudden. De derde weg: een overheid die marktwerking faciliteert, met daarbij aandacht voor sociale elementen.

Die tijd ligt ook alweer lang achter ons. Dit experiment was niet altijd een succes. Marktwerking bleek toch niet altijd een efficiënte oplossing voor maatschappelijke taken. Toch hebben opeenvolgende kabinetten daarna hun rol in de samenleving niet rigoureus gewijzigd. Er komen eerder meer dan minder oplossingen via de markt. En als dat niet werkt, doet de overheid een beroep op burgers om te participeren. De “regel het maar lekker zelf”-variant.

Maar de economische tijden zijn inmiddels wél veranderd. Niet alleen in Nederland, maar in de hele wereld. We komen maar niet onder de slagschaduw van de economische crisis uit. Mondiale schuldniveau’s zijn hoger dan ooit. En gaan eerder omhoog dan omlaag. En échte groei, gebaseerd op innovatie die ook nog eens banen schept, schiet nog niet echt op. Bellen blazen gevoed door een extreem lage rente is de enige oplossing die we op dit moment hebben.

De laatste keer dat we zo’n periode hadden waarin de economie er niet snel bovenop kwam, was -ik wil niet dramatisch doen- vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Sterker nog, de groeiprestaties van Nederland zijn inmiddels nog slechter dan in de jaren dertig. Daarbij moeten we overigens niet vergeten dat we natuurlijk wel aanzienlijk welvarender zijn.

Hoe is de wereldeconomie er toen uitgekomen? Uiteindelijk doordat overheden (vooral de Amerikaanse) massaal uitvindingen en innovaties van de periode vóór de oorlog gingen toepassen. Als ‘launching costumer’ waardoor opschaling van innovatie mogelijk was. Zij pasten de infrastructuur aan deze nieuwe innovaties aan. Zij zorgden ervoor dat mensen er ook in een oorlogseconomie gemiddeld nog op vooruit gingen. En dat na afloop van de oorlog die productiviteitswinsten en economische groei nog lang konden aanhouden. Bij het lezen van het boek van Robert Gordon, The rise and fall of American Growth, is dat voor mij één van de belangrijkste lessen.

Want we kunnen natuurlijk doen alsof economische groei altijd eenzelfde mate van vooruitgang geeft, maar het maakt nogal een verschil of het gebaseerd is op vooruitgang door innovatie, nieuwe oplossingen voor maatschappelijke problemen, of extra consumptie. Of zoals na de Tweede Wereldoorlog: opbouwen van wat eerst was kapotgeschoten.

Een overheid, en alleen een overheid, heeft de omvang en kracht om innovaties op te schalen. Dat kan door eigen investeringen in innovatie, zoals de econome Mariana Mazzucato in The entrepeneurial State betoogt, maar ook door wet- en regelgeving en investeringen in infrastructuur.

Ik pleit voor een Europese overheid die durft te investeren, op grote schaal, in de grote uitdagingen waar we mee te kampen hebben en waarbij investeringen écht bijdragen aan welzijn en welvaart voor ons en onze kinderen. Dat is niet geheel toevallig ook vrij recent het pleidooi geweest van de OESO. Want lenen voor deze investeringen is met dank aan het huidige monetaire beleid nog nooit zo goedkoop geweest. Zelfs relatief beperkt publiek rendement rechtvaardigt daardoor een forse bestedingsimpuls van de overheid.

En dan niet zo maar een bestedingsimpuls. Nee, investeren in de noden van morgen: energietransitie, verduurzamen door op weg te gaan naar een circulaire economie, energieneutrale woningen. Dat werk. Op grote schaal. En snel.

Dus niet de kiezers meer geld geven om alleen spullen te kopen, zoals de lastenverlichting in Nederland dit jaar. Hetzelfde zal gelden voor het zogenaamde ‘helikoptergeld’ als laatste monetaire redmiddel. Te ongericht en zal niet snel bijdragen aan een structurele verbetering van de economische structuur. En spullen hebben we genoeg.

En natuurlijk is zo’n vierde weg ook bij gebrek aan beter. Het is een economische oplossing, maar vooral een politieke uitdaging. Gaan politici het lef hebben om leiderschap te tonen? Durven we de Europese begrotingsregels voor even aan de kant te schuiven? Een gevaarlijk terrein. Maar als dit op langere termijn ook niet tot groei leidt, dan houden we hier in ieder geval een meer toekomstbestendige economie aan over.

Delen:
Auteur(s)
Hans Stegeman
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven