RaboResearch - Economisch Onderzoek

Verenigde Staten: economie komt weer op gang

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • Verdere groeivertraging eerste kwartaal van 2016
  • Weer hogere groei in het tweede kwartaal
  • Onzekere vooruitzichten door verkiezingen in november
  • Beleidsrente dit jaar verder omhoog
  • Tempo van verhoging afhankelijk van economische ontwikkelingen

Ondanks de tegenwind van de zwakke wereldeconomie, de dure dollar en de lage olieprijs lijkt de Amerikaanse economie weer op gang te komen. Per saldo verwachten we voor 2016 een reële BBP-groei van 2% (tabel 1). Als het herstel in de industrie doorzet en de mijnbouw geen verdere tegenslagen krijgt te incasseren, kan de groei van de bedrijfsinvesteringen weer op gang komen en verwachten we voor 2017 een BBP-groei van 2½%.

Verdere groeivertraging in eerste kwartaal…

De groeivertraging van de Amerikaanse economie die begon in het laatste kwartaal van 2015 heeft zich in het eerste kwartaal van 2016 voortgezet. Wederom waren het de netto exporten, de bedrijfsinvesteringen en de voorraden die een negatieve bijdrage aan de economische groei leverden. Dit is het gevolg van de tegenwind uit de wereldeconomie. De matige economische groei buiten de Verenigde Staten en de dure dollar beperken de afzetmogelijkheden voor de industrie. De bezettingsgraad daalde in het eerste kwartaal tot onder de 75%, waarmee de prikkel tot investeren in de productiecapaciteit verder afnam. Daarnaast maakt de lage olieprijs het investeren in de exploratie van nieuwe olievelden onaantrekkelijk. Het is dus niet verwonderlijk dat de bedrijfsinvesteringen in de Verenigde Staten krimpen (figuur 1).

Desondanks bleef de Amerikaanse economie groeien. Zowel de private consumptie als de investeringen in woningen leverden een positieve bijdrage aan de economische groei in het eerste kwartaal. Deze binnenlandse dynamiek wordt gedreven door de dienstensector die minder last heeft van de tegenwind van overzee dan de industrie en de mijnbouw. De banenmotor in de dienstensector blijft draaien en zorgt ervoor dat huishoudens geld blijven uitgeven aan goederen, diensten en woningen. Huishoudens hebben bovendien meer te besteden door de lage olieprijs.

In het eerste kwartaal leverden ook de overheidsbestedingen een positieve bijdrage aan de economische groei. Per saldo is de binnenlandse dynamiek de afgelopen kwartalen sterk genoeg gebleken om de Amerikaanse economie te laten doorgroeien ondanks de buitenlandse tegenwind. Bovendien was de werkelijke economische groei in het eerste kwartaal waarschijnlijk hoger dan de officiële cijfers laten zien. Er zit namelijk nog steeds een seizoenspatroon in de economische groeicijfers waarbij het eerste kwartaal systematisch lager uitvalt dan de andere kwartalen. Als de cijfers op correcte wijze waren gecorrigeerd voor seizoenseffecten was dit niet het geval geweest. Het lijkt er dan ook op dat de methodologische aanpassingen van het afgelopen jaar door het Bureau of Economic Analysis –die het probleem hadden moeten oplossen– niet hebben gewerkt.[1] 

Figuur 1: Bedrijfsinvesteringen krimpen
Figuur 1: Bedrijfsinvesteringen krimpenBron: Macrobond
Tabel 1: Kerngegevens Verenigde Staten
Tabel 1: Kerngegevens Verenigde StatenBron: Rabobank

Voetnoot
[1] Philip Marey en Stefan Koopman, The Seasonal Adjustment Bureau Strikes Again, Rabobank Financial Markets Research Special, 28 april 2016. 

… herstel in tweede kwartaal

De tegenwind uit de wereldeconomie zal de Amerikaanse economie blijven tegenwerken. De binnenlandse dynamiek lijkt in het tweede kwartaal echter sterker te worden. De aanhoudende werkgelegenheidsgroei (figuur 2), de positieve inkomensontwikkeling en het verbeterde consumentenvertrouwen lijken de private consumptiegroei in het tweede kwartaal te laten versnellen. Bovendien zijn hier en daar tekenen te bespeuren dat de industrie weer aan het opkrabbelen is. We gaan ervan uit dat deze ontwikkeling in de tweede helft van het jaar doorzet.

Ook de inflatie lijkt aan de beterende hand (figuur 3). Door de scherpe olieprijsdaling in de tweede helft van 2014 kreeg Amerika in de eerste helft van 2015 weer te maken met negatieve inflatie, zij het in bescheiden vorm (het dieptepunt was -0,2% jaar-op-jaar in april). Inmiddels zijn de basiseffecten van de olieprijsdaling uit het inflatiecijfer aan het lopen en is er weer sprake van positieve inflatie. Als de olieprijs stabiliseert, kunnen we in het laatste kwartaal van 2016 een verder herstel van de inflatie tegemoet zien. Per saldo verwachten we voor dit jaar een gemiddelde inflatie van ruim 1%. Als de onderbenutting van het arbeidspotentieel verder afneemt, de bezettingsgraad van de productiecapaciteit weer toeneemt en de olieprijs stabiel blijft, verwachten we dat de inflatie in 2017 weer boven de 2% gaat uitkomen. Een risicofactor voor onze prognoses is de uitslag van de verkiezingen in november. Niet alleen zal in januari 2017 een nieuwe president aan de macht komen, ook de Senaat en het Huis van Afgevaardigden zullen van samenstelling veranderen. De gevolgen voor de begrotingspolitiek en het handelsbeleid zijn op dit moment nog onduidelijk. Harde bezuinigingsmaatregelen, slecht doordachte belastingverhogingen en protectionisme zijn neerwaartse risico’s voor de economische groei na 2016.

Figuur 2: Werkgelegenheidsgroei zwakt af
Figuur 2: Werkgelegenheidsgroei zwakt afBron: Macrobond
Figuur 3 : Inflatie herstelt
Figuur 3 : Inflatie hersteltBron: Macrobond

Snel genoeg voor de Fed?

In december 2015 durfde de Amerikaanse centrale bank het eindelijk aan om de beleidsrente te verhogen. Sinds december 2008 werd een target range van 0,00% tot 0,25% aangehouden voor de federal funds rate. Pas zeven jaar later werd de target range verhoogd tot 0,25-0,50%. De projecties van de beleidsraadsleden in december 2015 wezen op vier renteverhogingen in 2016. Dat leek ons te optimistisch en wij verwachtten hooguit twee renteverhogingen. De ontwikkelingen in de wereldeconomie en op de financiële markten in de eerste maanden van het jaar brachten ook de Fed tot dit inzicht. De projecties die in maart zijn gepubliceerd, lieten dan ook nog maar twee renteverhogingen zien in 2016. Tot nu toe is de beleidsrente dit jaar ongewijzigd gebleven, maar de verwachte groeiversnelling in het tweede kwartaal brengt de volgende renteverhoging dichterbij. Ook recent hebben individuele beleidsraadsleden aangegeven dat ze de rente dit jaar tenminste tweemaal willen verhogen. De eerste mogelijkheid biedt de beleidsraadsvergadering van 14-15 juni. De persconferentie die na afloop van deze vergadering staat gepland, biedt Fed-voorzitter Janet Yellen een uitstekend platform om een eventuele renteverhoging toe te lichten.

Figuur 4: Beleidsrente nog steeds dicht bij nulpunt
Figuur 4: Beleidsrente nog steeds dicht bij nulpuntBron: Macrobond

De vraag is echter of de economische cijfers die de Fed op dat moment ter beschikking heeft al voldoende vertrouwen geven om de rente te verhogen. De notulen van de vorige beleidsraadsvergadering op 26-27 april laten zien dat ‘de meeste beleidsraadsleden van oordeel waren dat als de inkomende cijfers consistent zijn met een economische groeiversnelling in het tweede kwartaal, een aanhoudende verbetering van de arbeidsmarkt en een stijging van de inflatie in de richting van de 2%-doelstelling van de Fed, het waarschijnlijk gepast is voor de beleidsraad om de beleidsrente in juni te verhogen.’ Daarmee heeft de beleidsraad in feite drie voorwaarden geformuleerd voor een renteverhoging in juni. De recente economische cijfers wijzen op een groeiversnelling in het tweede kwartaal en ook de consumentenprijsinflatie heeft de weg omhoog gevonden. Daarmee lijkt aan twee voorwaarden te zijn voldaan.

Daarentegen viel de werkgelegenheidsgroei in april iets tegen. Met name het arbeidsmarktrapport voor mei –dat op 3 juni wordt gepubliceerd– zal een cruciale rol spelen. De beleidsraad zal er voldoende vertrouwen in moeten hebben dat de economie kan blijven doorgroeien ondanks de tegenwind van overzee. Als de Amerikaanse economie kwetsbaar lijkt, zullen de risico’s die samenhangen met de Chinese groeivertraging en een eventuele Brexit zwaarder meewegen in de overwegingen van de beleidsraad. Een bijkomend probleem voor de Fed is dat de financiële markten een milder rentepad hebben ingeprijsd dan de beleidsraadsleden zelf voor ogen hebben. Terwijl beleidsraadsleden spreken van minimaal twee renteverhogingen en mogelijk zelfs drie of vier, lijken de markten maar op één renteverhoging voor dit jaar te rekenen.[2] Dit betekent dat renteverhogingen tot hoge volatiliteit op de markten zouden kunnen leiden. Om de schade te beperken, zal de Fed de markten er tijdig van moeten zien te overtuigen dat de renteverhogingen er daadwerkelijk aankomen.

Voetnoot
[2] Philip Marey, The Fed’s communication challenge, Rabobank Financial Markets Research Special, 25 april 2016.

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Macrobond. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Kennis en Economisch Onderzoek aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development, IMF: Internationaal Monetair Fonds, CPB: Centraal Planbureau

Gebruikte afkortingen landen: VK: Verenigd Koninkrijk, VS: Verenigde Staten, EZ: Eurozone, IE: Ierland, BE: België, DE: Duitsland, NL: Nederland, FI: Finland, PT: Portugal, ES: Spanje, IT: Italië, FR: Frankrijk, GR: Griekenland. 

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rabobank.nl

Eindredactie: 
Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Delen:
Auteur(s)
Philip Marey
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 71 21437

naar boven