RaboResearch - Economisch Onderzoek

Verenigd Koninkrijk: lagere economische groei en Brexit vormt een risico

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • We verwachten dat de Britse economie in 2016 en 2017 met 2% groeit
  • De particuliere consumptie zal de economische groei blijven steunen in 2016 en 2017, maar zij zal wel minder hard groeien dan in 2015
  • Vanaf de tweede helft van 2016 zullen ook de bedrijfsinvesteringen positief bijdragen aan de groei, als de Britten stemmen vóór behoud van EU-lidmaatschap
  • Een stem voor Brexit (uittreding van het VK uit de EU) zal waarschijnlijk een negatief effect hebben op de Britse economie   

Economische groei valt terug

De Britse economie groeide in het eerste kwartaal van 2016 met 0,4% ten opzichte van het kwartaal ervoor (k-o-k). Hiermee viel de economische groei licht terug (figuur 1). De sterke consumptiegroei (0,7% k-o-k) en de groei van huishoudinvesteringen (1,4%) onderstrepen de mate waarin de Britse groei afhankelijk is van de bestedingen van huishoudens. De sterke binnenlandse vraag vertaalde zich ook in hoge importgroei (0,8% k-o-k). Omdat de export met 0,3% kromp, trok de netto handel 0,4%-punt af van het economische groeicijfer.

We verwachten dat de Britse economie in 2016 en 2017 met ongeveer 2% zal groeien (zie tabel 1). De particuliere consumptie zal deze groei grotendeels dragen. Vanaf de tweede helft van 2016 zullen ook de bedrijfsinvesteringen positief bijdragen aan de economische groei. De netto handel zal waarschijnlijk een negatieve bijdrage leveren. Hoewel de export in het tweede kwartaal van 2016 nog profiteert van een zwakkere pond ten opzichte van de euro en dollar[1], zal het pond na het referendum waarschijnlijk appreciëren. Een zwakkere groei van de vraag vanuit de belangrijkste handelspartners, de VS en de eurozone, remmen daarnaast de Britse export in 2016.

In ons basisscenario nemen we aan dat er vóór behoud van EU-lidmaatschap wordt gestemd op 23 juni. Hieronder bespreken we de verschillende componenten van de economie meer in detail.

Figuur 1: Britse groei gedreven door particuliere consumptie
Figuur 1: Britse groei gedreven door particuliere consumptieBron: ONS, Rabobank
Tabel 1: Kerngegevens VK
Tabel 1: Kerngegevens VKBron: Rabobank, NiGEM, IMF

Voetnoot
[1] Hoewel het pond alweer iets van de depreciatie ten opzichte van de euro en dollar heeft ingelopen omdat bookmakers de kans op een Brexit in mei hebben verlaagd, is de munt nog beduidend zwakker dan in 2015.

Brexit-onzekerheid drukt bedrijfsinvesteringen

Opvallend was de tweede daling op rij van de bedrijfsinvesteringen, van 0,4% ten opzichte van het eerste kwartaal van 2016. In het laatste kwartaal van 2015 krompen ze zelfs met 2% (k-o-k). De hoge onzekerheid over de uitslag van het EU-referendum (zie Financial Times) en de verwachte negatieve impact van een Brexit verklaren deze daling. Bedrijven stellen hun investeringen namelijk uit totdat er meer zekerheid is over de toekomst van de Britse vrijhandel en de economische vooruitzichten. We zien deze ontwikkeling ook bevestigd in de gedaalde intentie van bedrijven in de maakindustrie (figuur 2) en dienstensector om te investeren. Omdat we ervan uit gaan dat de Britten vóór behoud van EU-lidmaatschap zullen stemmen, verwachten we dat de bedrijfsinvesteringen in de tweede helft van 2016 zullen terugveren. Dit zal een sterke, maar tijdelijke impuls geven aan de Britse economie. Een stem vóór Brexit zal de bedrijfsinvesteringen de komende twee jaar waarschijnlijk drukken. Voor een nadere analyse van de economische gevolgen van Brexit zie box 1.    

De daling van de bedrijfsinvesteringen zet een rem op de Britse productiviteitsgroei. De economie in het VK heeft de afgelopen jaren sterk geprofiteerd van de werkgelegenheidsgroei, maar de productiviteitsgroei is hierbij achter gebleven (figuur 3). De werkgelegenheidsgroei was mede het gevolg van de relatief gunstige ontwikkeling van de reële loonkosten per uur. Hierdoor zijn vanaf 2010 meer dan 2,5 miljoen banen gecreëerd en is de werkloosheid teruggelopen van ruim 8% naar 5,1% in februari 2016 Deze sterke werkgelegenheidsgroei is echter onvoldoende geaccommodeerd door investeringen, waardoor de groei van de kapitaalgoederenvoorraad per uur de facto zelfs is gedaald. De 1,2% k-o-k krimp van de productiviteit per gewerkt uur in het laatste kwartaal van 2015 heeft de groei in de rest van het jaar grotendeels tenietgedaan.

Figuur 2: Investeringsintentie in de maakindustrie afgenomen
Figuur 2: Investeringsintentie in de maakindustrie afgenomenBron: Macrobond, BoE, ONS
Figuur 3: Productiviteitsgroei lager dan loongroei en werkgelegenheidsgroei
Figuur 3: Productiviteitsgroei lager dan loongroei en werkgelegenheidsgroeiBron: Macrobond

Box 1: De economische impact van een Brexit

Een stem vóór een Brexit op 23 juni 2016 vormt een neerwaarts risico voor de Britse economie op korte[2] en lange termijn. Op de korte termijn zal grote onzekerheid over de toekomst van het Britse handelsbeleid en de Britse nationale wet- en regelgeving de economische activiteit kunnen schaden. De Britten en de EU moeten het eens worden over de condities waaronder de Britten de EU verlaten en moeten gaan onderhandelen over nieuwe handelsafspraken. Ook zullen de Britten nieuwe handelsafspraken moeten maken met meer dan vijftig landen die weliswaar een handelsverdrag hebben met de EU, maar niet meer met het VK zodra de Britten de EU verlaten. Bovendien zal er een proces starten waarin de Britse overheid de binnenlandse wet- en regelgeving, die nu nog op EU-regelgeving is gebaseerd, (gedeeltelijk) moet aanpassen. Daarnaast zal de Britse economie waarschijnlijk een transitie doormaken naar een minder open economie. Buitenlandse bedrijven die het VK als toegangspoort tot de EU gebruiken, kunnen investeringen afblazen, zich terugtrekken uit het VK en personeel ontslaan. De verhoogde onzekerheid en de transitie van de economie kunnen effect hebben op de financiële markten. De volatiliteit kan toenemen, prijzen van financiële activa kunnen dalen, het pond kan depreciëren  en risicopremies op leningen voor huishoudens en bedrijven kunnen oplopen.

Op lange termijn zal de impact op de Britse economie afhangen van de handelsafspraken die het VK afsluit met de EU en de landen waar de EU een handelsverdrag mee heeft. Positief voor de Britse groei is dat het VK bureaucratische Europese regelgeving (gedeeltelijk) kan schrappen, geen of minder afdrachten hoeft te doen aan de EU-begroting en waarschijnlijk vrijer is om vrijhandelsverdragen met de rest van de wereld te sluiten. Toch weegt dit volgens veel studies niet of nauwelijks op tegen de kosten van een Brexit. Het negatieve langetermijneffect van een Brexit wordt veelal tussen de 0,6% en 3,5% geschat (zie Aichele & Felbermayr, 2015; Dhingra et al., 2016; en PWC, 2016). Maar de impact zou volgens Dhingra et al. zelfs op kunnen lopen tot 9,5%. Dit zijn structurele afwijkingen van het inkomen per hoofd van de bevolking ten opzichte van een basisscenario waarin wordt uitgegaan van behoud van het EU-lidmaatschap door het VK.

Voetnoot
[2] Ondanks dat het VK waarschijnlijk nog tenminste twee jaar lid blijft van de EU nadat het land heeft aangegeven de EU te zullen verlaten.

Consumptie blijft groeimotor, maar zwakt af

Vooral de particuliere consumptie zal de economische groei in 2016 en 2017 blijven steunen. Zij zal echter wel minder hard groeien dan in 2015 (tabel 1). Nominale loongroei en stijgende werkgelegenheid zullen ook in 2016 en 2017 het besteedbare inkomen van huishoudens ondersteunen. Wel verwachten we een meer gematigde werkgelegenheidsgroei vanwege de lage productiviteitsgroei. Naar verwachting zal de toename in werkgelegenheid in 2016 en 2017 ongeveer gelijk zijn aan de toename van de beroepsbevolking. Gevolg hiervan is een gematigde loongroei en een stabilisatie van de werkloosheid rond 5¼% in de komende twee jaar. Ook de meevaller vanwege de lage grondstofprijzen zal langzaam uit de inflatie lopen. Dit in combinatie met lichte loongroei zal de inflatie geleidelijk opduwen tot 1¼% aan het einde van 2017. Daarnaast zijn Britse huishoudens in 2015 minder gaan sparen, wat de particuliere consumptie in 2015 heeft ondersteund. We verwachten dat huishoudens hun spaarquote tenminste zullen stabiliseren of misschien zelfs weer laten oplopen.

Gematigde activiteit op de woningmarkt

Figuur 4: Activiteit op de woningmarkt tijdelijk lager
Figuur 4: Activiteit op de woningmarkt tijdelijk lagerBron: Macrobond, Nationwide

De Britse overheid heeft per april 2016 een aantal belastingmaatregelen doorgevoerd die de prijsstijgingen van huizen moeten beteugelen. Volgens Nationwide lagen de huizenprijzen in april 2016 al 34% boven het laagste punt in de financiële crisis in februari 2009. De maatregelen maken investeringen in een tweede huis, of in een woning met een huurbestemming (buy-to-let), minder aantrekkelijk. We verwachten dat de activiteit op de woningmarkt op korte termijn onder druk zal staan vanwege deze maatregelen en vanwege de zorgen over de economische vooruitzichten in aanloop naar het EU-referendum (figuur 4). Onder de aanname dat de Britse bevolking vóór EU-lidmaatschap stemt, zal deze onzekerheid na het referendum wegebben. Dit gecombineerd met een voortdurend tekort aan huizen (waardoor starters het gat gedeeltelijk opvullen dat verhuurders achterlaten door de nieuwe regelgeving) zal naar verwachting leiden tot een gematigde groei van de activiteit op de woningmarkt in de tweede helft van 2016 en 2017.

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Macrobond. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Kennis en Economisch Onderzoek aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development, IMF: Internationaal Monetair Fonds, CPB: Centraal Planbureau

Gebruikte afkortingen landen: VK: Verenigd Koninkrijk, VS: Verenigde Staten, EZ: Eurozone, IE: Ierland, BE: België, DE: Duitsland, NL: Nederland, FI: Finland, PT: Portugal, ES: Spanje, IT: Italië, FR: Frankrijk, GR: Griekenland. 

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rabobank.nl

Eindredactie: 
Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Delen:
Auteur(s)

naar boven