RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Noord-Afrika en de Levant: in rustiger vaarwater maar externe risico's blijven hoog

Special

Delen:
  • Veel landen in de regio zijn in economisch opzicht relatief stabiel, maar de tekorten op de lopende rekening nemen toe
  • De externe fundamenten zijn in het afgelopen jaar verslechterd doordat de inkomsten uit toerisme en BDI onder druk staan als gevolg van terrorisme en conflicten, vooral in Tunesië en Egypte
  • Grote geldzendingen door werknemeners in het buitenland (Egypte, Jordanië en Libanon) en steun uit de Samenwerkingsraad van de Golfstaten en het IMF beperken de externe risico’s deels
  • De meeste landen in de regio (behalve Egypte en Tunesië) hebben hoge valutareserves waardoor ze beter bestand zijn tegen externe invloeden

De meeste landen van Noord-Afrika en de Levant bevinden zich te midden van alle dreiging in economisch opzicht toch in relatief rustig vaarwater. Groei is redelijk stabiel in Marokko, Algerije, Jordanië en Egypte (figuur 1). Zelfs Irak moet in 2016 een stabiele groei van 4% kunnen realiseren. Alleen Libanon en Tunesië laten een aanzienlijk lagere groei zien dan in de afgelopen paar jaren. De werkloosheid is hoog, maar neemt af in alle landen, behalve Algerije en Egypte (figuur 2). Ook de inflatie is relatief laag en lijkt bovendien in de meeste landen stabiel te blijven. Met de dalende olieprijzen was er in 2015 in Jordanië en Libanon zelfs sprake van deflatie, maar deze zal naar verwachting plaatsmaken voor een bescheiden inflatie in 2016 in Jordanië en in 2017 in Libanon.

Figuur 1: Trage maar gelijkmatige groei
Figuur 1: Trage maar gelijkmatige groeiBron: IMF WEO
Figuur 2: Werkloosheid blijft hoog
Figuur 2: Werkloosheid blijft hoogBron: IMF WEO, Wereldbank

Tekorten op de lopende rekening zijn voor veel landen het grootste probleem. Libanon en Algerije vallen op met een wel heel groot tekort op de lopende rekening van meer dan 17% van het BBP, maar de meeste landen hebben een tekort van ten minste 5 of 6% van het BBP. Marokko is een opvallende (positieve) uitzondering. Deze tekorten zijn een erfenis van de Arabische Lente van 2011 en zijn inmiddels een structurele zwakte geworden voor de meeste landen. Deze opstand heeft binnenlandse instabiliteit tot gevolg gehad en ruimte gecreëerd voor onrust en in sommige landen zelfs voor een burgeroorlog. De veiligheidssituatie is in deze landen achteruitgegaan en via de handel, het toerisme en de investeringen heeft dit de economie getroffen. Hieronder bekijken we de veiligheidssituatie en het terrorisme in deze landen en de invloed hiervan op hun externe fundamenten.

Figuur 3: Stabiliere inflatiecijfers
Figuur 3: Stabiliere inflatiecijfersBron: IMF WEO
Figuur 4: Oplopende tekorten op de lopende rekening
Figuur 4: Oplopende tekorten op de lopende rekeningBron: IMF WEO

Terrorisme en conflicten slecht voor externe fundamentele factoren

Het machtsvacuüm dat de Arabische Lente in veel landen heeft achtergelaten, is in sommige gevallen door militante (Islamitische) groeperingen opgevuld. Het duidelijkste voorbeeld is de opkomst van Islamitische Staat in Syrië, Irak en Libië, maar ook in andere landen zijn opvallend meer (burger-)slachtoffers gevallen door terrorisme. Hoewel zij als staat nog functioneren, hebben Egypte, Libanon en Tunesië het aantal slachtoffers flink zien toenemen (figuur 5). Tunesië ziet er in onderstaande grafiek nog relatief veilig uit, maar er zijn in 2015 twee grote terroristische aanslagen gepleegd. Ook in Egypte hebben in 2015 incidenten plaatsgevonden. De grootste (224 slachtoffers) was in november, toen een Russisch vliegtuig werd neergehaald boven de Sinaï-woestijn, een gebied dat het Egyptische leger nog altijd niet heeft weten te bedwingen. Een paar dagen later vonden er tevens twee bomaanslagen in Beirut (Libanon) plaats met 37 en 43 doden.

Figuur 5: Doden door terroristische aanslagen
Figuur 5: Doden door terroristische aanslagenBron: Global Terrorism Database
Figuur 6: Neerwaartse trend toerisme
Figuur 6: Neerwaartse trend toerismeBron: Wereldbank, Rabobank

De verslechterde veiligheidssituatie heeft haar weerslag op de economie en het toerisme, een belangrijke bron van buitenlandse valuta voor veel landen in Noord-Afrika en de Levant. Ondanks het feit dat de aanslagen in juni plaatsvonden, zijn er 25% minder toeristen in Tunesië aangekomen, terwijl het land al behoorlijk had geleden sinds het begin van de Arabische Lente (figuur 6). Het 3-maands gemiddelde aan toeristen in Egypte was in januari 2016 met 42% gedaald. In Libanon nam het toerisme al steeds verder af, maar deze trend versnelde na de Arabische Lente en zal waarschijnlijk aanhouden. De overloop naar landen als Jordanië is bescheiden. Mogelijk substitueren sommige toeristen het gevaarlijkere Egypte of Libanon voor het veiligere Jordanië. Nu de aangrenzende gebieden onder Islamitische Staat vallen, blijven landen als Libanon, Jordanië en Tunesië kwetsbaar voor terroristische aanslagen.

De veiligheidssituatie kan ook verstrekkende gevolgen hebben voor het investeringsklimaat in een land. We zagen dat de buitenlandse directe investeringen in een land als Marokko snel herstelden toen duidelijk werd dat de Arabische Lente weinig politieke gevolgen had (tabel 1). Tunesië was zwaarder getroffen, en landen als Libanon, Jordanië en Egypte zagen hun buitenlandse directe investeringen (FDI) instorten. Een combinatie van lagere toestroom van FDI en minder toerisme is zorgelijk gezien de verder oplopende tekorten op de lopende rekeningen in de regio. Omdat landen hierdoor meer moeten lenen om hun importen te financieren, maakt dit ze kwetsbaarder voor een plotseling wegvallen van vertrouwen van internationale banken en investeerders.

Tabel 1: Bruto FDI per land als percentage van het BBP
Tabel 1: Bruto FDI per land als percentage van het BBPBron: Wereldbank

Verzachtende factoren: Geldzendingen, reserves en steun

Onder deze moeilijke externe omstandigheden kunnen geldzendingen door werknemers in het buitenland de externe veerkracht stimuleren omdat ze de toestroom van buitenlandse valuta verhogen. We zien dat een aantal landen in de regio een vaste stroom geldzendingen binnen krijgt. Libanon, dat verreweg de grootste diaspora heeft, ontving geldzendingen ter waarde van 16% van het BBP. Ook Jordanië, Marokko en Egypte ontvingen aanzienlijke sommen uit het buitenland (figuur 7). Ten opzichte van import presteert Egypte het beste: de geldzendingen naar dit land zijn tussen 2005 en 2014 verviervoudigd en net iets minder dan 30% van de invoer wordt hier nu door gedekt. Ook bij Libanon, Jordanië en Marokko komen er grote geldzendingen binnen in vergelijking met de invoer. In dit opzicht blijft Tunesië achter. De geldzendingen maken hier slechts 9% van de invoer uit.

Figuur 7: Geldzendingen belangrijke bron buitenlandse valuta
Figuur 7: Geldzendingen belangrijke bron buitenlandse valutaBron: Wereldbank, Rabobank
Figuur 8: Invoerdekking volstaat grotendeels
Figuur 8: Invoerdekking volstaat grotendeelsBron: EIU

Landen in de regio worden ook geholpen door steun van hun rijkere buren uit deSamenwerkingsraad van de Golfstaten (GCC). Die steun staat onder druk nu die landen hun eigen problemen hebben (Kalf en Dumitru, 2016). Toch blijkt uit onlangs ondertekende investeringsovereenkomsten tussen Saudi-Arabië en Egypte dat veel landen uit de Samenwerkingsraad van de Golfstaten hun buurlanden, en dan vooral Egypte, strategisch willen steunen. De relatie tussen de (Soenitische) Samenwerkingsraad van de Golfstaten en Libanon lijkt koeler, omdat de Sjiitische groeperingen in dat land steeds meer politieke macht krijgen ten koste van de Soennitische partijen. Dit heeft Saudi-Arabië ertoe aangezet een deel van de militaire hulp aan Libanon stop te zetten en enkele visa van Libanese gastarbeiders in Saudi-Arabië te annuleren. Behalve hulp te vragen van de Samenwerkingsraad van de Golfstaten, keren sommige landen zich tot het IMF voor steun. Tunesië en Jordanië hebben daartoe onlangs een overeenkomst gesloten met het IMF, en er zijn tekenen die erop wijzen dat Egypte hetzelfde overweegt.

Ondanks de zwakkere externe fundamentele factoren zien we dat veel landen een hoge invoerdekking hebben weten te behouden. Alleen voor Egypte en Tunesië wordt verwacht dat de invoerdekking laag zal uitpakken met slechts 2,8 en 3,9 maanden in 2016 (figuur 9). Jordanië en Libanon hebben respectievelijk een comfortabele en een hoge invoerdekking. Maar Libanon heeft dit ook wel nodig om een plotselinge uitstroom van depositos uit de grote bankensector te dekken als de risicobeleving ineens verandert. 

Vooruitzichten voor de veiligheid in de regio

De geleidelijke implosie van IS kan nog onaangename gevolgen voor de buurlanden hebben

In 2015 heeft de internationale coalitie het aantal luchtaanvallen op IS opgevoerd, en tegelijkertijd intensiveerde ook het Iraakse leger het offensief tegen Islamitische Staat. Daardoor heeft Islamitische Staat terrein verloren ten noorden van Bagdad, en op 31 maart 2016 hebben de Irakese troepen Tikrit heroverd op IS. Inmiddels is ook Fallujah heroverd op IS en begint het Iraakse leger een offensief om Mosul te heroveren. Het toenemende aantal terroristische aanslagen door IS is dan ook een teken dat de terroristische groepering steeds verder in een hoek wordt gedrongen. Ook financieel zit de groep steeds meer in de knel. IS was voor 40% van zijn inkomen afhankelijk van olie, dat met flinke korting aan smokkelaars werd verkocht die het vervolgens over de grens met Turkije brachten. Door gebrek aan deskundig personeel en aanvallen op enkele olie-installaties is de productie schade toegebracht en de Britse regering schat dat de olie-inkomsten van IS met 50% gedaald zijn.

Volgens nader onderzoek van de Soufan group was er in 2015 een flinke toename in het aantal nieuwe strijders. Het aantal nieuwe rekruten uit Europa groeide van ongeveer twee- tot vijfduizend, terwijl de aanwas van nieuwe strijders uit het Midden-Oosten verdubbelde van acht- naar zestienduizend. Ook het aantal nieuwe strijders vanuit de GOS-landen steeg aanzienlijk tot 4.700. Strijders sneuvelen echter ook in groten getale: er zijn nu al 25.000 IS-strijders gesneuveld en daar komt bij dat het Iraakse leger snel oprukt. Als de middelen opdrogen en het aantal strijders afneemt, zal het resultaat waarschijnlijk een geleidelijke implosie van IS zijn. De terroristische groepering wordt gevaarlijker omdat zij bij iedere nederlaag agressiever wordt. Poreuze grenzen, niet geringe aantallen strijders en financiële middelen betekenen dat de omringende landen risico zullen lopen, evenals de thuislanden van de strijders en landen met grote groepen vluchtelingen waarin terroristen zich kunnen verbergen, zowel in het Midden-Oosten als in Europa.

Een einde maken aan de burgeroorlog in Syrië, Libië en Jemen

Op 27 februari 2016 werd een wapenstilstand van kracht tussen de rebellen en het regime van Assad. Nadat Rusland met behulp van luchtsteun een doorbraak forceerde voor Assad, leek het staakt-het-vuren een eerste stap op weg naar vrede. Dit wordt echter een moeilijk proces aangezien de belangen van Assad en de rebellengroepen lijnrecht tegenover elkaar staan. De opstandelingen zullen een zo groot mogelijke decentralisatie voorstaan, terwijl Assad de macht zo min mogelijk zal willen delen. Het zal moeilijk zijn een compromis te bereiken. Rusland wil waarschijnlijk zo snel mogelijk tot een deal komen omdat de volgende Amerikaanse president waarschijnlijk een meer interventionistisch standpunt zal innemen dan de huidige president Obama.

Met de vorming van een regering van nationale eenheid in december 2015 is Libië een stap dichter bij de vrede gekomen. Na een moeizame start heeft de regering van nationale eenheid de milities in Tripoli voor zich weten te winnen en krijgt zij de exclusieve zeggenschap over de staatsoliemaatschappij NOC en de centrale bank van Libië. Als de rivaliserende gekozen regering zich aan de regering van nationale eenheid onderwerpt, komen de olieterminals in het oosten van het land vrij. De olie-export kan hierdoor van de 200.000 bpd van dit moment stijgen tot 400.000-500.000 bpd, waardoor de regering haar macht verder kan consolideren.

In Jemen onderhandelen de partijen over een vredesverdrag. De huidige wapenstilstand wordt echter voortdurend geschonden, waardoor er geen vooruitgang wordt geboekt bij het overleg. Saudi-Arabië, dat zich inzet voor hulp aan de Jemenitische regering, heeft goede redenen het conflict te willen beëindigen omdat het een kostbare zaak blijkt te zijn, vooral in het huidige klimaat van lage olieprijzen.

Literatuur

National Consortium for the Study of Terrorism and Responses to Terrorism (START). (2013). Database wereldwijd terrorisme [gegevensbestand].

De Soufan group. (2015). FOREIGN FIGHTERS: An Updated Assessment of the Flow of Foreign Fighters into Syria and Iraq

Delen:
Auteur(s)

naar boven