RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Nederland: economie blijft op alle cilinders draaien

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • De Nederlandse economie groeit naar verwachting met 2% in 2016 en 2017
  • De uitvoer heeft last van een zwakke wereldeconomie maar groeit wel door
  • Binnenlandse bestedingen blijven bijdragen aan de groei
  • Herstel arbeidsmarkt zet door maar heeft nog lange weg te gaan

Wij verwachten dat de Nederlandse economie dit en volgend jaar met 2% zal groeien (tabel 1). Die groei blijft net als in 2015 breed gedragen: zowel de binnenlandse bestedingen als de uitvoer doen een duit in het zakje. Hoewel de buitenlandse omgeving in een rustiger vaarwater lijkt te zijn gekomen, zijn de onderliggende internationale onzekerheden de afgelopen periode niet afgenomen (zie hoofdstuk Blik op de wereld). Hierdoor bestaat er een reële kans dat de economische groei lager zal uitvallen dan wij nu verwachten.

Breed gedragen groei in eerste kwartaal van 2016

Met 0,5% groei van het reële Bruto Binnenlands Product (BBP) in het eerste kwartaal kwam de Nederlandse economie na wat zwakke kwartalen ervoor weer wat duidelijker op gang (figuur 1). De particuliere consumptie droeg na twee kwartalen van stilstand weer bij aan de groei. De woninginvesteringen namen sterk toe in overeenstemming met de positieve ontwikkelingen op de woningmarkt, terwijl de bedrijfsinvesteringen een terugval kenden in het eerste kwartaal. De uitvoer groeide in het eerste kwartaal ook sterk, iets wat enigszins opvallend is gezien de internationale onzekerheden van de afgelopen maanden.

Figuur 1: Gestage BBP-groei in eerste kwartaal
Figuur 1: Gestage BBP-groei in eerste kwartaalBron: CBS
Tabel 1: Kerngegevens Nederland
Tabel 1: Kerngegevens NederlandBron: CBS, Rabobank

Export houdt koers met blijvende internationale onzekerheden

Gelet op de groeivertraging van de wereldeconomie is de groei van het Nederlandse uitvoervolume in de afgelopen vier kwartalen verrassend goed op peil gebleven. Dit was te danken aan een forse groei van de uitvoer van diensten (figuur 2), voor het overgrote deel toe te schrijven aan de uitvoer van het gebruik van intellectueel eigendom (box 1). De hoge groei van de uitvoer van diensten zorgde voor een sterke uitvoergroei in de loop van 2015 en in het eerste kwartaal van 2016. Door het hoge niveau dat de uitvoer daardoor aan het begin van 2016 al heeft bereikt, zal het gemiddelde niveau ervan dit jaar aanzienlijk hoger uitkomen dan dat van 2015. Dit zogenaamde overloop-effect zorgt voor een relatief hoge groei van de totale Nederlandse uitvoer in 2016.

Figuur 2: Grote bijdrage diensten aan uitvoergroei
Figuur 2: Grote bijdrage diensten aan uitvoergroeiBron: CBS

Hierdoor voorzien we voor dit jaar een totale Nederlandse uitvoergroei van 4½%. De groeivertraging van de wereldeconomie, die in de goederenuitvoer wel degelijk duidelijk zichtbaar is (figuur 2), komt in de totale uitvoergroei minder sterk terug. Zonder de krachtige toename van de dienstenuitvoer zou de exportgroei dit jaar al snel 1%-punt lager uitkomen. Overigens geldt dit in gelijke mate voor de invoer, die ook sterk opwaarts wordt vertekend door de invoer van diensten. Het netto effect van de hoge uitvoergroei van diensten op het saldo van de lopende rekening en het reële BBP is dus beperkt. 

Box 1: Speciale rol intellectueel eigendom in dienstenuitvoer

De nominale dienstenuitvoer[1] groeide in 2015 met 8,2% ten opzichte van 2014. Hiervan wordt 6,7%-punt verklaard door de uitvoer van het gebruik van intellectueel eigendom. Het gaat daarbij om de vergoeding die Nederlandse bedrijven ontvangen voor het gebruik van intellectueel eigendom dat in hun bezit is, zoals het beeldrecht rond franchises en handelsmerken, patenten, computersoftware en audiovisuele en artistieke copyrights. Dit is een zeer lastig te voorspellen categorie van de uitvoer, die zich bovendien waarschijnlijk grotendeels los ontwikkelt van de wereldwijde economische conjunctuur en voor een belangrijk deel wordt gedreven door het Nederlandse fiscale klimaat. Datzelfde fiscale klimaat zorgde er overigens ook voor dat deze categorie bij de invoer van diensten een belangrijke bron van groei was in 2015. Per saldo voegt de handel in het gebruik van intellectueel eigendom daardoor niet erg veel toe aan het Nederlandse BBP. Maar de bruto handelscijfers worden er wel in hoge mate door beïnvloed.

Voor 2017 verwachten we ondanks de voorziene versnelling van de wereldwijde economische groei dat de groei van de uitvoer afzwakt. Terwijl de groei van de goederenuitvoer in dat jaar versnelt, rekenen we er niet op dat de zeer hoge groei van de dienstenuitvoer aan zal houden. Daardoor neemt de groei van de totale uitvoer in 2017 af naar 4%. Omdat de in box 1 besproken dienstenhandel in zowel de uitvoer als de invoer te zien is, vertoont de invoergroei eenzelfde patroon.

Voetnoot
[1] Deze data over de dienstenuitvoer naar categorie zijn alleen nominaal beschikbaar. In de rest van deze paragraaf schrijven wij over de ontwikkeling van de reële handelscomponenten.

Huishoudens besteden meer maar blijven voorzichtig

Een van de onderscheidende kenmerken van de huidige periode van economische groei is de toename van het particuliere consumptievolume. Deze stijging is te danken aan een toename van het reëel beschikbare huishoudinkomen, die te maken heeft met de groei van de werkgelegenheid en de stijging van de reële lonen. Verder profiteren werkenden dit jaar van de belastingverlaging van 5 miljard euro. Volgend jaar groeit de werkgelegenheid naar verwachting nog iets harder. Maar de stijging van de reële lonen zal lager liggen doordat de inflatie dan weer oploopt. Ook zullen de belastingen niet nogmaals worden verlaagd. Daardoor ligt de groei van het reëel beschikbare huishoudinkomen in 2017 wat lager dan in 2016.

Figuur 3: Stijging individuele besparingen
Figuur 3: Stijging individuele besparingenBron: CBS

Door de stevige toename van het inkomen voorzien we dit jaar een verdere stijging van de particuliere consumptie. Toch blijft de consumptiegroei ook in 2016 weer achter bij de inkomensgroei. De individuele besparingen van huishoudens lopen dus nog verder op waardoor de spaarquote het hoogste niveau sinds 1998 bereikt (figuur 3). Met het voortgaan van de economische groei zullen consumenten volgend jaar mogelijk iets minder voorzichtig worden. Maar wij gaan er vanuit dat de individuele spaarquote structureel op een hoger niveau zal blijven liggen. 

Box 2: Het effect van besparingen op de particuliere consumptie

De besparingen van huishoudens zijn dat deel van het inkomen dat niet wordt gebruikt voor consumptieve bestedingen. In 2009 namen de besparingen toe als percentage van het inkomen door de mondiale financiële crisis en recessie. In de jaren daarna is de hand eigenlijk nooit meer echt van de knip gegaan en sinds 2014 stijgt de spaarquote zelfs weer.

Hoewel het netto vermogen in huizen op nationale schaal ook nu nog aanzienlijk is, kampen veel huishoudens die een relatief hoge bestedingsbereidheid hebben juist nog met een hypotheekschuld die hoger is dan de woningwaarde. Die groep wordt overigens door de stijgende huizenprijzen en door aflossingen wel steeds kleiner (Rabobank, 2016). Maar met de daling van de huizenprijzen nog vers in het geheugen ligt het niet voor de hand dat een daling van de onderwaarde en een stijging van de overwaarde de komende jaren voor een forse impuls voor de consumptie zullen zorgen. Voor nieuwe hypotheken geldt bovendien dat het recht op hypotheekrenteaftrek is gekoppeld aan het volledig aflossen van de hypotheek. Daarnaast moeten starters door de verlaging van de maximale hypotheeklening ten opzichte van de woningwaarde een groter deel van de aankoop van de woning zelf financieren. Dit verhoogt de besparingen dus ook al voorafgaand aan de aankoop van een woning.

Los van de ontwikkelingen op de woning- en hypotheekmarkt hebben de hervormingen in de zorg en de lage dekkingsgraden bij de pensioenfondsen het beeld aangetast dat mensen van oude zekerheden hebben. Dit kan door een hogere mate van onzekerheid en de notie dat je in de toekomst meer zelf zult moeten regelen voor zorg en pensioen meer individuele besparingen in de hand werken.

Figuur 4: Stijging huishoudconsumptie door toename inkomen
Figuur 4: Stijging huishoudconsumptie door toename inkomenBron: CBS, Rabobank

Al met al denken wij dat voorzichtigheid dit en volgend jaar nog de boventoon voert. De groei van de consumptie volgt ruwweg de stijging van het beschikbare inkomen van huishoudens (figuur 4).

Groei van de private investeringen zet door

De besparingen van huishoudens worden voor een steeds groter deel gebruikt om in vaste activa te investeren. Voor huishoudens gaat het daarbij vooral om woninginvesteringen. Dat die investeringen in het verlengde van het herstel op de markt voor bestaande koopwoningen (Rabobank, 2016) weer toenemen, is dus een belangrijke reden voor het bredere economische herstel. Het effect van fors toenemende woninginvesteringen is goed terug te zien in de ontwikkeling van de totale private investeringen, waar ook de bedrijfsinvesteringen onderdeel van uitmaken (figuur 5).

Figuur 5: Stijging woning- en bedrijfsinvesteringen
Figuur 5: Stijging woning- en bedrijfsinvesteringenBron: CBS

Door de gunstige vooruitzichten op de woningmarkt voor wat betreft de transacties voorzien wij voor dit jaar een stijging van de woninginvesteringen met 12%. Volgend jaar neemt het tempo van de transactiestijging af, waardoor de groei naar verwachting terugvalt naar 4½%. Door een oplopende bezettingsgraad bij bedrijven zal langzamerhand meer behoefte ontstaan aan uitbreidingsinvesteringen. Dit jaar verwachten wij daarom dat de bedrijfsinvesteringen met 4½% in volume toenemen. Volgend jaar zal de groei wat afnemen, naar 3%. 

Structureel tekort maakt overheidsfinanciën minder rooskleurig

De Nederlandse overheidsfinanciën staan er steeds beter voor. Het begrotingstekort is in 2015 gedaald naar 1,8%-BBP (figuur 6). De bruto staatsschuld is in 2015 voor het eerst in tien jaar zowel als percentage van het BBP als in absolute zin afgenomen. De daling van de schuldratio van 68,2%-BBP in 2014 naar 65,1%-BBP in 2015 komt voor de helft door de groei van het BBP en voor de helft door die daling van het absolute niveau van de schuld. Door een verdere groei van de economie neemt zowel het begrotingstekort als de schuldratio in de komende jaren naar verwachting verder af (figuur 6).

Figuur 6: Begrotingstekort en staatsschuld verbeteren
Figuur 6: Begrotingstekort en staatsschuld verbeterenBron: CBS, Rabobank
Figuur 7: Hoog structureel tekort leidt tot maatregelen
Figuur 7: Hoog structureel tekort leidt tot maatregelenBron: EC

Maar hiermee is nog niet voldaan aan alle Europese begrotingsregels. Eerder bleek uit de lenteraming van de Europese Commissie (EC) dat het zogenoemde structurele begrotingstekort dit jaar hoger is dan de middellangetermijndoelstelling (MTO; figuur 7) en in 2017 niet snel genoeg verbetert. In de landenspecifieke aanbevelingen roept de EC Nederland op om de afwijking in 2016 te beperken en een jaarlijkse aanpassing met 0,6%-BBP in 2017 te bereiken. Volgens de lenteraming staat ongeveer de helft daarvan al gepland, getuige de door de Commissie verwachte verbetering van het structurele tekort in 2017 met 0,3%. Er moet volgens de Commissie echter nog voor ongeveer twee miljard aan extra maatregelen worden geïntroduceerd.

In het Stabiliteitsprogramma heeft het Nederlandse kabinet aangekondigd dat het zich volledig committeert aan de Europese begrotingsafspraken. Na een jaar van lastenverlichting keert de overheid volgend jaar dus alweer terug in de bezuinigingsstand. De begrotingsinspanning die nodig is om aan de regels te voldoen, is echter aanmerkelijk kleiner dan in 2013 en 2014.

Valse jaarstart werkgelegenheid ondanks gunstige vooruitzichten

De werkgelegenheid is in het eerste kwartaal van 2016 ineens gedaald (figuur 8). Dat is een ontwikkeling die wij niet goed kunnen plaatsen. De voortgaande economische groei, de maandcijfers over de werkzame en werkloze beroepsbevolking en de verdere stijging van het aantal openstaande vacatures (figuur 9) passen niet goed bij dit beeld. Wij gaan er daarom vanuit dat deze cijfers nog opwaarts zullen worden bijgesteld of dat anders in het tweede kwartaal een extra hoge groei zal plaatshebben.

Figuur 8: Plotselinge daling werkgelegenheid
Figuur 8: Plotselinge daling werkgelegenheidBron: CBS
Figuur 9: Stijging vacatures zet door
Figuur 9: Stijging vacatures zet doorBron: CBS

De stijging van de werkgelegenheid was in 2015 inmiddels ook voldoende om de groep mensen die tussen de één en twee jaar zonder werk zaten kleiner te maken. Alleen de groep mensen die langer dan twee jaar werkloos waren, nam vorig jaar nog in omvang toe. Een andere opvallende ontwikkeling is dat de groei van het aantal werknemers de afgelopen drie kwartalen hoger lag dan de groei van het aantal zelfstandigen. Sinds het begin van de crisis in 2008 was het juist het aantal zelfstandigen dat hard toenam, terwijl de daling van de werkgelegenheid werd veroorzaakt door een afname van het aantal mensen in loondienst (figuur 10).

Figuur 10: Sterke groei zelfstandigen sinds eind 2008
Figuur 10: Sterke groei zelfstandigen sinds eind 2008Bron: CBS
Figuur 11: Toename werknemers met flexibel contract
Figuur 11: Toename werknemers met flexibel contractBron: CBS

Bij die toename van het aantal werknemers gaat het overigens nog niet om werknemers met een vaste dienstbetrekking of uitzicht daarop. Die groep is sinds het derde kwartaal van 2014 weliswaar niet meer kleiner geworden, maar van groei is nog geen sprake geweest. De banengroei is geconcentreerd bij werknemers in tijdelijke dienst of met een oproep- of uitzendcontract en bij werknemers in vaste of tijdelijke dienst die geen vaste uren hebben (figuur 11). Met het verdere arbeidsmarktherstel dat wij voorzien, zal wellicht ook de groep mensen die een vaste dienstbetrekking hebben de komende jaren weer wat toenemen. Maar de langjarige trend naar een steeds flexibelere arbeidsmarkt zal er waarschijnlijk voor zorgen dat vaste dienstbetrekkingen ook bij een voortdurend economisch herstel de komende jaren schaarser blijven dan voor de crisis het geval was.

Het werkgelegenheidsherstel zal ook in 2016 en 2017 leiden tot een lagere werkloosheid. Een hoger arbeidsaanbod als gevolg van een hogere arbeidsparticipatie zal de daling van de werkloosheid echter remmen. Per saldo verwachten we dat de werkloosheid daalt naar 6¼% in 2016 en naar 6% in 2017. 

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Macrobond. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Kennis en Economisch Onderzoek aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development, IMF: Internationaal Monetair Fonds, CPB: Centraal Planbureau

Gebruikte afkortingen landen: VK: Verenigd Koninkrijk, VS: Verenigde Staten, EZ: Eurozone, IE: Ierland, BE: België, DE: Duitsland, NL: Nederland, FI: Finland, PT: Portugal, ES: Spanje, IT: Italië, FR: Frankrijk, GR: Griekenland. 

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rabobank.nl

Eindredactie: 
Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Delen:
Auteur(s)

naar boven