RaboResearch - Economisch Onderzoek

Leuke baan in de echte wereld

Column

Delen:

Bijna negen jaar geleden begon ik vol goede moed aan mijn nieuwe baan: econoom bij de Rabobank. Ik was aan de universiteit afgestudeerd in algemene economie en had er twee jaar lesgegeven. Goed voorbereid dus, vond ik. Dat viel tegen. De academische economie is er een van wiskundige modellen. Vraag, aanbod, evenwicht. De echte economie bleek een stuk complexer dan de wereld die ik in de studieboeken was tegengekomen.

De eerste harde les was dat het best lastig is om te begrijpen wat er precies gaande is in de economie, zeker op het moment zelf. In Nederland beschikken we over enorm veel economische cijfers, vooral bij het Centraal Bureau voor de Statistiek. Toch zijn veel cijfers die je graag zou willen hebben niet voorhanden. Onlangs werd mij gevraagd hoe het gaat met de investeringen van het Midden- en Kleinbedrijf. Mijn antwoord: dat weten we eigenlijk niet, want daar ontbreken goede recente gegevens over. Best teleurstellend.

In ons nieuwste Economisch Kwartaalbericht vallen wij u ook lastig met statistisch gedoe. De Nederlandse uitvoer groeide in de afgelopen vier kwartalen opvallend hard. Tegen de achtergrond van een zeer zwakke mondiale economische groei concludeerden wij in eerste instantie dat Nederland het opvallend goed doet. Een duik in de data legt echter de bron van die hoge groei bloot: een sterke toename van het gebruik van intellectueel eigendom in de uitvoer van diensten. Ook in de invoercijfers zien we dit terug. Dat heeft allemaal niet zoveel te maken met de kracht van de Nederlandse economie maar is een neveneffect van de duizenden miljarden aan geldstromen die om fiscale redenen jaarlijks door Nederland stromen. Tja, daar ging het op de universiteit niet echt over.

Als je dan toch het idee hebt de wereld op basis van de beschikbare statistieken een beetje te begrijpen, dan volgt de nobele taak om voorspellingen te doen. Dat was de tweede harde les. In het najaar van 2008 was ik ingewerkt en mocht ik aan de knoppen van ons macro-econometrische model zitten. Lehman Brothers was net failliet gegaan. Natuurlijk zou de financiële crisis gevolgen hebben voor de Nederlandse economie. Die zou in 2009 niet groeien. Dat vonden we al heftig genoeg, geen groei. En zo begon mijn carrière als voorspeller van de Nederlandse economie. Ik zei 0%, de uiteindelijke cijfers zeiden -3,8%. Erg vervelend. Maar ook wel een fijne les in bescheidenheid. Stel je voor dat ik in 2004 was begonnen met werken. Dan had ik in de jaren daarna wellicht de illusie gecreëerd dat ik een economische glazen bol had.

Sindsdien benoemen we veel vaker de onzekerheden bij onze economische verwachtingen. Ook in ons jongste Kwartaalbericht. Vaak zijn dat neerwaartse risico’s: zaken die ertoe kunnen leiden dat het economisch minder goed zal gaan dan we nu verwachten. Maar meestal kunnen we ook ontwikkelingen bedenken die ertoe kunnen leiden dat de economie juist harder gaat groeien dan we nu voorzien. Helaas is de lijst met neerwaartse risico’s momenteel erg groot. Die risico’s concentreren zich in het buitenland. Nu is de binnenlandse dynamiek in Nederland sterk genoeg om wat tegenwind uit het buitenland aan te kunnen. Maar als de mondiale economische groei tegenvalt ten opzichte van onze verwachtingen, vertaalt zich dat voor Nederland via lagere uitvoergroei ook in minder gunstige economische ontwikkelingen dan wij nu aan u presenteren. Een voorspelfout is dan weer snel gemaakt.

De wereld mag in het echt dan wel veel ingewikkelder zijn dan die van de universitaire tekstboeken, mijn plezier in het werk is daar zeker niet kleiner van geworden. Juist omdat de economie zo complex is, loont het om die zo goed mogelijk te begrijpen en op basis van dat begrip ook vooruit te kijken. Niet voor niets kwamen de afgelopen jaren opvallend veel mensen na mijn presentaties naar mij toe om uit te roepen: “wat heb jij een leuke baan!”.

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Auteur(s)

naar boven