RaboResearch - Economisch Onderzoek

Japan: groei in eerste kwartaal is minder rooskleurig dan het lijkt

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • BBP-groei eerste kwartaal was beter dan verwacht
  • Lage inflatie blijft belangrijk punt van zorg
  • Onduidelijkheid over particuliere bestedingen
  • Kwantitatieve verruiming Bank of Japan sorteert weinig effect meer

BBP-gegevens laten positief eerste kwartaal zien

De BBP-groei van Japan in het eerste kwartaal kwam voor velen als een positieve verrassing (zie figuur 1). Op kwartaalbasis bedroeg de geannualiseerde groei 1,7%, en daarmee is de herziene -1,7% (eerst -1,1%) voor het vierde kwartaal van 2015 goedgemaakt. De marktverwachting ging uit van een magere groei van slechts 0,3% voor het eerste kwartaal. De volumegroei van het BBP over heel 2015 was slechts 0,6%. Dat is beter dan de -0,1% in 2014, maar toch nauwelijks het groeitempo dat werd verwacht onder invloed van het extreem ruime monetaire beleid van de Bank of Japan (BoJ). Gezien de enorme staatsschuld kan Japan het gunstige economische groeicijfer van het eerste kwartaal overigens goed gebruiken. Maar hierbij moet wel worden aangetekend dat de BBP-deflator daalde van 1,5% naar 0,9% (j-o-j groei), en daarmee wordt de daling voortgezet die zich sinds de piek van 3,2% in het eerste kwartaal van 2015 heeft gemanifesteerd. De lage inflatie blijft wat dat betreft een belangrijk punt van zorg voor zowel de BoJ als de overheid.

Figuur 1: Eerste kwartaal van 2016 laat verrassend sterke groei zien
Figuur 1: Eerste kwartaal van 2016 laat verrassend sterke groei zienBron: Macrobond
Tabel 1: Kerngegevens Japan
Tabel 1: Kerngegevens JapanBron: Macrobond, Nigem, Rabobank

Was de binnenlandse vraag zo sterk als het lijkt?

De vraag is of het optimisme al dan niet wordt ondersteund door de onderliggende componenten van het BBP. Vooral de particuliere consumptie leverde in het eerste kwartaal een belangrijke bijdrage aan de groei. Deze steeg op kwartaalbasis met 0,5% en droeg daarmee 0,3%-punt bij aan de groei, driekwart van het totaal. Dit lijkt echter niet te stroken met de afzonderlijke gegevens die we hebben over de totale, voor inflatie gecorrigeerde, gezinsbestedingen op jaarbasis. Deze daalden in januari met 3,1% ten opzichte van een jaar eerder, herstelden zich in februari met 1,2% en doken in maart weer met 5,3% omlaag. Het lijkt erop dat bij statistische herzieningen van het BBP de positieve bijdrage van de particuliere consumptie telkens wordt verlaagd.

En hoe ontwikkelt de buitenlandse handel zich?

Figuur 2: Appreciatie van de JPY ten opzichte van de USD
Figuur 2: Appreciatie van de JPY ten opzichte van de USDBron: Macrobond

Er kunnen ook vraagtekens worden gezet bij de ontwikkeling van de buitenlandse vraag. De bijdrage van de netto export aan de economische groei bedroeg in het eerste kwartaal 0,2%-punt. Toch lijkt het maar zeer de vraag of deze goede prestatie is vol te houden. De schok die de BoJ eind januari teweegbracht op de financiële markten door een negatieve rente in te voeren, heeft wereldwijd gezorgd voor negatieve sentimenten. Hierdoor ontstond repatriëring van Japanse belangen uit het buitenland, waardoor de Japanse yen apprecieerde ten opzichte van de Amerikaanse dollar. De koers in de maanden februari en maart daalde van 121,1 naar 112,6 (zie figuur 2). Ironisch genoeg koos de BoJ op 28 april niet voor verdere kwantitatieve verruiming of verdere renteverlaging, waardoor de USD/JPY-koers verder daalde (en de yen dus apprecieerde) met maar liefst 4,6% van 111,5 naar 106,4. De koersdaling is inmiddels weer deels ongedaan gemaakt door een sterkere USD, en op het moment van schrijven heeft de USD/JPY-koers zich hersteld naar 110. Niettemin zullen het vertraagde effect van de koersontwikkeling en de zwakke wereldwijde vraag de exportprestaties van Japan de komende tijd behoorlijk onder druk zetten. Hierbij is het veelzeggend dat de exportgroei (j-o-j) in april met -10,1% daalde, vergeleken met -6,8% in maart. Hierbij moet overigens wel worden aangetekend dat de groei van de importen zelfs nog sneller daalde: van -14,9% naar -23,3%. 

Er lijken nog verrassingen in het verschiet te liggen

Nu de feitelijke inflatie weer onder de nul ligt (-0,1% j-o-j groei in maart) en de kerninflatie (inflatie minus voeding en energie) ruim onder de 1% ligt, blijft de verwachting dat de BoJ uiteindelijk gedwongen zal zijn om het monetaire beleid verder te verruimen. Als dat het geval is, blijven er maar weinig opties over: de negatieve rente had een averechts effect op de wisselkoers, dus die zal wel niet verder worden verlaagd. Ook kwantitatieve verruiming lijkt weinig effect meer te sorteren, tenzij de overheid het begrotingstekort laat oplopen. Er wordt daarom gesuggereerd dat de BoJ als volgende stap rechtstreeks geld gaat uitlenen aan de Japanse banken tegen een negatieve rente. Daardoor gaan de leenkosten omlaag en sluiten deze beter aan bij de daling die zich reeds voordoet op 10-jaars Japanse staatsobligaties, waarvan de rente momenteel ook negatief is. Maar het is ook goed mogelijk dat in plaats daarvan het begrotingsbeleid wordt verruimd. Er wordt gespeculeerd dat de eerstvolgende geplande btw-verhoging van 8% naar 10% in april 2017 wordt uitgesteld, aangezien de vorige verhoging van 5% naar 8% het consumentenvertrouwen en de particuliere uitgaven sterk heeft ondermijnd. Het officiële regeringsstandpunt is momenteel dat alleen een schok vergelijkbaar met de Grote Recessie uit 2008 of de aardbeving in maart 2011 het terugdringen van het begrotingstekort van Japan mag tegenhouden. We zullen zien of deze regering en de BoJ de moed hebben aan hun eigen overtuigingen vast te houden. Maar het lijkt er eerder op dat premier Abe een manier zoekt om zijn politieke ommezwaai te verkopen aan het publiek en aan een markt die steeds meer gedesillusioneerd raakt door Abenomics.

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Macrobond. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Kennis en Economisch Onderzoek aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development, IMF: Internationaal Monetair Fonds, CPB: Centraal Planbureau

Gebruikte afkortingen landen: VK: Verenigd Koninkrijk, VS: Verenigde Staten, EZ: Eurozone, IE: Ierland, BE: België, DE: Duitsland, NL: Nederland, FI: Finland, PT: Portugal, ES: Spanje, IT: Italië, FR: Frankrijk, GR: Griekenland. 

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rabobank.nl

Eindredactie: 
Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Delen:
Auteur(s)
Michael Every
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
+852 2103 2612

naar boven