RaboResearch - Economisch Onderzoek

Brexit: tijdlijn en mogelijke impact

Special

Delen:

Samenvatting en conclusies

  • Het Britse volk kiest op 23 juni 2016 of het lid van de Europese Unie (EU) wil blijven of niet.
  • Volgens de opiniepeilingen is de uitslag onvoorspelbaar. De aantallen stemmen voor ‘blijven’ en ‘vertrekken’ liggen redelijk dicht bij elkaar.
  • Ook de bookmakers laten zien dat het spannend kan worden, hoewel volgens hen de kans op een Brexit kleiner is dan de kans op geen Brexit.
  • Verder verwachten we dat de bedrijfsinvesteringen weer opveren en dat de financiële markten opgelucht zullen reageren als de onrust over een Brexit afneemt: waardestijging van het pond (tabel 2) en opwaarts effect op de rente in het VK (tabel 3).

Gebeurtenissen rond de Brexit kunnen in drie periodes worden ingedeeld:

Periode 1: Nu - 23 juni 2016

  • De periode tot het referendum van 23 juni 2016 wordt vooral gekenmerkt door grote onzekerheid in het Verenigd Koninkrijk.
  • Om de financiële markten in de weken rond het referendum van 23 juni soepel te laten functioneren, biedt de Bank of England (BoE) drie extra geïndexeerde lange-termijn repo-operaties (ILTR) aan, waarmee zesmaands financiering wordt verleend.

Periode 2: 2016H2 - 2018H1: zware onderhandelingen

  • Als het VK voor een exit stemt, betekent dat het begin van een uittredingsprocedure die twee jaar duurt. In deze periode blijft het VK lid van de EU, en onderhandelen beide partijen over hun toekomstige handelsrelatie. Het is echter niet duidelijk in hoeverre het VK tijdens deze overgangsperiode deel uitmaakt van eventuele nieuwe Europese handelsverdragen of afspraken. Bovendien moet het VK onderhandelen met partijen die een handelsakkoord met de EU hebben, omdat deze verdragen niet meer voor het VK gelden als het land uit de EU is gestapt.
  • Omdat de Schotten meer pro-EU zijn dan de Engelsen, kan er weer een Schots referendum worden uitgeschreven. Dit brengt grote onzekerheid over de toekomst van het VK met zich mee.
  • De financiële sector kan er veel last van hebben, omdat banken de toegang tot de interne Europese markt en hun paspoortrechten uiteindelijk kunnen verliezen.
  • Ook de onzekerheid zelf kan schadelijk uitpakken in deze tweede periode, omdat bedrijven kunnen besluiten hun activiteiten vanuit het VK over te brengen naar het Europese vasteland en/of buitenlandse directe investeerders hun investeringen in het VK stil kunnen leggen.
  • Naar verwachting daalt het pond in waarde, maar meer nog ten opzichte van de dollar dan ten opzichte van de euro (tabel 2).
  • De 10-jaars rente op Brits overheidspapier en de Britse geldmarktrente (3-maands libor-rente), beide ook wel benchmarkrentes genoemd, dalen waarschijnlijk doordat lagere investeringen de inflatie terugdringen (tabel 3). De BoE zal dan naar verwachting beleidsmatige renteverhogingen uitstellen en tijdelijk meer liquiditeit aanhouden (en misschien zelfs verdere kwantitatieve verruiming overwegen), wat tot verdere daling van de rente in het VK zal leiden. Maar als het pond heel sterk in waarde daalt, kunnen hogere invoerprijzen de daling van inflatie en rente compenseren.
  • We verwachten dat de risicopremies zelfs bij dalende Britse benchmarkrentes zullen stijgen vanwege de verhoogde en aanhoudende onzekerheid. Dit houdt in dat de kosten van financiering voor verschillende Britse kredietnemers na een exit-stem kunnen toenemen.
  • We denken dat een uitslag vóór uittreding een neerwaarts effect zal hebben op de benchmarkrentes van de euro (10-jaars rente op Duits overheidspapier), vooral door de politieke impact.

Periode 3: Na 2018H1: handelsscenario's

  • Na de uittredingsperiode, waarschijnlijk in de tweede helft van 2018, worden de gevolgen langzaam duidelijk. De uiteindelijke economische impact op het VK en de EU zal afhangen van de mate waarin het vrije verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal intact blijft.
  • Het VK zal ten minste een deel van de preferente toegang tot de Europese interne markt verliezen. Op dit moment biedt alleen de Europese Economische Ruimte (EER) bijna complete toegang tot de EU.
  • We voorzien drie mogelijke scenario's: Brits lidmaatschap van de Europese Economische Ruimte (vergelijkbaar met Noorwegen), een bilateraal vrijhandelsakkoord tussen de EU en het VK (zoals met Zwitserland of Canada) of geen handelsakkoord (meer over deze scenario's is te vinden in tabel 1 of in de tekst hierna).
  • De schok voor de Britse economie kan groot zijn, maar hangt af van toekomstige handelsakkoorden met de EU en andere landen (zie tabel 1).
  • Naar verwachting zal een vertrek uit de EU een bescheiden economische impact hebben op de EU (0,1%-0,4% aan reëel inkomen per hoofd van de bevolking).
  • Ierland is waarschijnlijk kwetsbaarder voor een Brexit omdat het VK voor dit land de belangrijkste handelspartner is. Door een Brexit zou het Ierse reële inkomen per hoofd van de bevolking tussen de 0,8% en 2,7% kunnen dalen ten opzichte van het basisscenario waarbij EU-lidmaatschap van het VK gehandhaafd blijft. De impact zal afhangen van de omvang van toekomstige vrijhandel tussen het VK en de EU.
  • Vooral de Ierse cokes-, geraffineerde aardolieproducten- en nucleaire-brandstofsector (38,8%) en de hout-, houtproducten- en kurkproductensector (36,8%) exporteren een groot deel van de totale productie naar het VK.
  • Ierland blijft echter de meest nabije en daarmee waarschijnlijk een van de meest geprefereerde handelspartners van het VK. De invoering van handelsbelemmeringen zal er derhalve toe leiden dat de invoerprijzen voor het VK stijgen en in mindere mate zorgen voor handelsverlegging naar andere landen.
  • Na een Brexit kan het Nederlandse reële inkomen per hoofd van de bevolking structureel 0,7 tot 1,0% lager uitpakken vergeleken met een basisprognose waarbij niet van een Brexit wordt uitgegaan.
  • Ten opzichte van de overige Nederlandse industrieën exporteren de Nederlandse delfstoffenwinning (15,6%), de maakindustrie (7,6%) en de landbouw (6,2%) een relatief belangrijk deel van hun productie naar het VK. In de maakindustrie exporteren vooral bedrijven in leer en schoenen (17,0%) en textiel (15,4%), en de elektrische en optische instrumentenindustrie (13,6%) een relatief groot deel van hun totale productie naar het VK.

Brexit: tijdlijn en mogelijke impact

Op 23 juni 2016 kiest het Britse volk of het lid van de Europese Unie (EU) wil blijven of niet. Gebeurtenissen rond de Brexit kunnen in drie periodes worden ingedeeld: De eerste periode, tot het referendum van 23 juni 2016, wordt vooral gekenmerkt door een toenemende onzekerheid in het Verenigd Koninkrijk. In de tweede periode wordt bij een exit-stem een uittredingsprocedure in gang gezet, die twee jaar duurt. In deze periode blijft het VK lid van de EU, en onderhandelen beide partijen over hun toekomstige handelsrelatie. Het is echter onduidelijk in hoeverre het VK in deze overgangsperiode deel uit gaat maken van nieuwe Europese handelsverdragen en afspraken. Bovendien moet het VK onderhandelen met partijen die een handelsakkoord met de EU hebben, omdat deze verdragen niet meer voor het VK gelden als het land eenmaal uit de EU is gestapt. Gedurende de derde periode, waarschijnlijk in de tweede helft van 2018, worden de gevolgen van de nieuwe situatie langzaam duidelijk. Uiteindelijk zal de economische impact op het VK en de EU afhangen van de mate waarin het vrije verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal behouden blijft. Maar ook de onzekerheid zelf tijdens de tweede periode kan schadelijk zijn, omdat bedrijven kunnen besluiten hun activiteiten vanuit het VK over te brengen naar het continent en/of buitenlandse investeerders hun investeringen in het VK stil kunnen leggen. Bovendien kan een mogelijk nieuw Schots referendum over lidmaatschap van het VK de zaken nog ingewikkelder maken en grote onzekerheid over de toekomst van Engeland met zich meebrengen.

Laatste peilingen en publieke opinie: de uitslag is onvoorspelbaar

Sinds september 2015 zijn er meer dan zeventig opiniepeilingen gehouden over het EU-referendum, en de onderliggende trend laat zien dat de steun voor een exit-stem in de afgelopen maanden is gegroeid. Volgens de opiniepeilingen is de uitslag onvoorspelbaar nu beide kampen rond de 45% schommelen, hoewel de steun voor ‘exit’ een week voor het referendum lijkt te zijn toegenoemen (Financial Times). Ongeveer 10% van de bevolking had in de peilingen nog geen beslissing genomen. Met deze kiezers kan de uitslag van het referendum nog alle kanten uit, en zij lijken nog geen keuze te hebben gemaakt. Daar komt bij dat de peilingen niet per se een afspiegeling van de werkelijkheid zijn, omdat de Britse peilingen voor de parlementsverkiezingen en het Schotse referendum vorig jaar de plank behoorlijk missloegen. Ook de bookmakers laten zien dat het spannend kan worden, hoewel volgens hen de kans op een Brexit kleiner is dan de kans op geen Brexit.

Tabel 1: Overzicht van de Brexit-scenario's
Tabel 1: Overzicht van de Brexit-scenario'sBron: Rabobank
Tabel 2: Valutaverwachtingen
Tabel 2: ValutaverwachtingenBron: Rabobank, Financial Markets Research
Tabel 3: Verwachtingen benchmarkrentes
Tabel 3: Verwachtingen benchmarkrentesBron: Rabobank, Financial Markets Research

Periode 1: tot 23 juni 2016

Grotere onzekerheid over de toekomst van het VK: handel, financiële sector, Schotland

Door onrust over het mogelijke effect van een Brexit is het pond sinds het begin van 2016 gedaald ten opzichte van de euro en de dollar. Een zwakker pond kan de export van het VK tijdelijk stimuleren. De toegenomen onzekerheid pakt niet alleen slecht uit voor het pond, maar heeft ook een negatieve invloed op het Britse investeringsklimaat, omdat bedrijven hun investeringen waarschijnlijk uit zullen stellen tot na het referendum. Een herstel van de investeringen na een 'blijf'-uitslag is daarom waarschijnlijk.

Het VK kiest voor 'blijven': geen Brexit

Als het VK ervoor kiest in de EU te blijven, zal dit waarschijnlijk politieke gevolgen hebben voor de EU. Verder zullen de financiële markten naar verwachting opgelucht reageren als de onrust over een Brexit afneemt en zullen de bedrijfsinvesteringen weer opveren.

Uitslag geen Brexit: beperkte politieke gevolgen voor Europa

Hoewel de keuze om uit de EU te stappen veel grotere negatieve gevolgen zal hebben voor de stabiliteit van de EU, kan ook de keuze om te blijven enige beroering teweegbrengen. Na een 'blijf'-uitslag zou het VK het hervormde EU-lidmaatschap dat het eerder in februari 2016 met de Europese leiders is overeengekomen, willen invoeren. Daarvoor moeten alle parlementen van iedere lidstaat het ratificeren (wat weer tot hernieuwde discussies kan leiden tussen de EU-lidstaten). Daarom is implementatie nog niet zeker. Als het hervormde EU-lidmaatschap wel wordt ingevoerd, kan dit andere EU-landen ertoe aanzetten ook te dreigen met een EU-referendum om zo tot een hervormd/beter lidmaatschap te komen.

Onzekerheid verdwijnt: herstel van investeringen in het VK en van het pond sterling

Bedrijven die hun investeringen in afwachting van het EU-referendum hebben uitgesteld, zullen deze investeringen naar verwachting in de tweede helft van 2016 alsnog doen. Ook uitgestelde buitenlandse directe investeringen (BDI) zullen het VK weer bereiken. Daarom zullen Britse investeringen tijdelijk harder groeien. Bovendien zullen de door de BoE tijdelijk beschikbaar gestelde liquiditeiten rond de referendumdatum worden afgebouwd en zal de BoE zich weer richten op haar voornemen om de rentes op lange termijn naar een normaal niveau terug te brengen. Dit zal de Britse rente opduwen en het verdwijnen van een Brexitpremie meer dan goedmaken, als deze premie al was ingecalculeerd (tabel 4b). We verwachten dat het pond na het referendum zal appreciëren ten opzichte van de euro en de dollar (tabel 4a), omdat een Brexitrisico op dit moment is ingecalculeerd. Dit zal de export van het VK geen goed doen, maar het is daarentegen wel een steuntje in de rug van de export van de eurozone naar het VK.

Tabel 4a: Pond stijgt naar verwachting in waarde na een 'blijf'-stem
Tabel 4a: Pond stijgt naar verwachting in waarde na een 'blijf'-stemBron: Rabobank, Financial Markets Research
Tabel 4b: Britse rente stijgt naar verwachting na een 'blijf'-stem
Tabel 4b: Britse rente stijgt naar verwachting na een 'blijf'-stemBron: Rabobank, Financial Markets Research

Het VK kiest om te 'vertrekken’: Brexit

Als het VK op 23 juni kiest om de EU te verlaten, kunnen de ontwikkelingen rond het vertrek in twee periodes worden ingedeeld. In de tweede periode wordt bij een exit-stem een uittredingsprocedure in gang gezet, die waarschijnlijk tenminste twee jaar duurt. Na de uittredingsperiode, in periode 3, vindt het uittreden van het VK daadwerkelijk plaats.

Periode 2: 2016H2 - 2018H1: zware onderhandelingen

Juridisch gezien moet het Britse parlement nog stemmen of ze de uitslag van het referendum erkent. In de praktijk is het echter niet waarschijnlijk dat de Britse regering de keuze van het Britse electoraat niet respecteert. Het pro-Brexitkamp heeft al gesuggereerd dat de (eventueel herschikte) Britse regering zou kunnen kiezen voor een tweede ronde van onderhandelingen over het Britse EU-lidmaatschap. We verwachten niet dat de EU hieraan wil meewerken, omdat andere lidstaten zich dan aangemoedigd kunnen voelen een eigen EU-referendum te houden om over betere EU-voorwaarden te onderhandelen. Een 'vertrek'-uitslag zal daarom waarschijnlijk een reeks procedures in het parlement op gang brengen, waaronder een stemming om de uitslag van het referendum in te willigen en de Wet op de Europese Gemeenschappen van 1972 af te schaffen.

Na een 'vertrek'-stem moet de Britse regering artikel 50 van het Verdrag van Lissabon in werking stellen. In dit verdrag staan de richtlijnen voor uittreding uit de EU beschreven. Er staat in dat een lidstaat kan opzeggen en daarmee de onderhandelingen in gang zet over de nieuwe (handels-)relatie met de EU. Deze onderhandelingen duren maximaal twee jaar en al die tijd blijft het VK lid van de EU. Om de financiële markten tot rust te brengen, zou de regering een verklaring moeten uitbrengen waarin staat dat zij van plan is die twee jaren te gebruiken en niet zal onderhandelen over een eerdere (of latere) datum. Het pro-Brexitkamp probeert aan te voeren dat de Britse regering de inwerkingtreding van artikel 50 uit kan stellen. Maar als er een 'vertrek'-stem komt, is de publieke druk om uit te treden waarschijnlijk zo groot dat de onderhandelingen vrij snel beginnen (binnen een paar maanden).

We verwachten dat de onderhandelingspositie van het VK relatief zwak is, omdat het VK voornamelijk kan vragen, en daar weinig tegenover heeft te stellen (ten minste voor de hele EU). De EU heeft er weliswaar belang bij om het VK binnen de EU te houden, maar na een exit-stem kan die visie geheel omslaan. Mogelijk willen de EU-leiders laten zien dat een vertrek in economisch opzicht alleen maar pijn doet, waardoor ze geneigd zullen zijn zich hard op te stellen en niet tegemoet te komen aan de wensen van het VK. Verder zijn heronderhandelingen ingewikkeld en zullen ze, als ze slagen, waarschijnlijk tot nieuwe afspraken leiden (we verwachten namelijk niet dat het voor het VK aantrekkelijk is om lid te worden van de Europese Economische Ruimte (EER) of om dezelfde overeenkomst af te sluiten als bijvoorbeeld Zwitserland (Prins, 2015)). De EU-lidstaten moeten hier unaniem mee akkoord gaan en ze moeten door het parlement van iedere lidstaat worden geratificeerd. Dit staat de kans op een vlotte deal in de weg.

Grote en aanhoudende onzekerheid in het VK

Waarschijnlijk zal de economische onzekerheid in het VK na een exit-stem groeien. Hier zijn diverse redenen voor. Ten eerste zijn de gevolgen voor de handel in goederen en diensten met de EU onzeker. Zullen het VK en de EU een handelsakkoord afsluiten, en onder welke voorwaarden dan? Ieder lid van de EU moet een nieuw, allesomvattend Brits handelsakkoord ratificeren en één veto kan het akkoord blokkeren. Hierdoor is de toekomst van het financiële hart van Londen onzeker. Ten tweede is na een Brexit geen enkel handelsverdrag van de EU met andere landen nog van toepassing voor het VK. Er ontstaan na een Brexit dus extra handelsbelemmeringen met die landen, tenzij het VK dezelfde handelsafspraken met die landen weet te maken, die zij nu al met de EU hebben. Deze uitkomst in onzeker. De onderhandelingen zullen naar verwachting namelijk veel tijd in beslag nemen (ook omdat er zoveel landen zijn waarmee het VK moet onderhandelen), en daarom waarschijnlijk langer duren dan twee jaar. De onzekerheid over de Britse handel met derden neemt hierdoor toe. Ten derde kan door de verschillende visies van Schotland en Engeland op een Brexit de kwestie van de Schotse onafhankelijkheid weer de kop opsteken bij een exit-stem. Mogelijk zal er kort na een exit-stem een referendum over Schotse onafhankelijkheid worden uitgeschreven. Zolang de toekomstige samenstelling van het VK niet zeker is, willen andere landen misschien liever wachten met het afsluiten van vrijhandelsverdragen met het VK.

De impact op de Britse financiële sector is onzeker en zal afhangen van verdragen met de EU

De impact van een Brexit op de Britse financiële dienstverlening is onzeker omdat deze afhangt van de verdragen die het VK met de EU weet te sluiten. De sector is mogelijk in gevaar, omdat banken de toegang tot de Europese interne markt en hun paspoortrechten (de wederzijdse erkenning van bankvergunningen) kunnen verliezen. Niet-tarifaire handelsbelemmeringen kunnen zo de export van financiële diensten in de weg staan. Als het VK de bevoorrechte toegang tot de interne markt kwijtraakt en transacties met bedrijven en banken op het Europese vasteland moeilijker worden, zouden (buitenlandse) banken en andere financiële bedrijven uit Londen weg kunnen trekken naar het continent van Europa of naar Ierland. De eurozone-lidstaten en hun monetaire autoriteiten zouden hiervan kunnen profiteren. Dit geldt met name voor de landen met grote financiële centra, zoals Frankrijk en Duitsland. Op dit moment is de Londense City het voornaamste handelscentrum voor euro’s, maar de financiële instituten vallen onder de autoriteit van de BoE. Als deze financiële activiteiten naar de eurozone worden verlegd, krijgt de Europese Centrale Bank (ECB) meer zeggenschap over de eurotransacties. Dit voordeel zou in ieder geval sommige leden van de eurozone ertoe kunnen bewegen de vrijhandel van Britse financiële dienstverlening te blokkeren.

Impact op Britse en Europese financiële markten in de twee jaren direct volgend op een exit-stem

Na een exit-stem wordt er een lange periode van grote onzekerheid verwacht in het VK. Dit kan de risicopremies die beleggers eisen op veel verschillende Britse activa verhogen en een neerwaartse druk uitoefenen op het Britse pond. Volgens bookmakers is de kans op dit moment groter dat het VK ervoor kiest in de EU te blijven en ook de peilingen wijzen op een 50% kans. Daarom prijzen de markten een Brexit niet helemaal in. Maar als de stemming een vertrek uitwijst, dan zouden aandelen kunnen zakken en het pond verder in waarde kunnen dalen (tabel 2). Het pond zal naar verwachting meer in waarde dalen ten opzichte van de dollar dan ten opzichte van de euro.[1] De mogelijk negatieve politieke gevolgen van een Brexit voor de EU kunnen negatief uitpakken voor de groeivooruitzichten in de eurozone, vooral als dit samenvalt met andere Europese kwesties zoals de onderhandelingen over de Griekse schuldpositie, een (tijdelijke) afzwakking van het Schengenakkoord, een toename van de migrantenstroom of terroristische aanslagen. Deze risico's zouden op de euro kunnen drukken en zo de druk op het pond verlichten. Het voordeel dat een zwakker pond de Britse export oplevert, wordt dan voor een deel tenietgedaan, maar de negatieve invloed op de export van de eurozone neemt ook af.

Om de markten in de weken rond het referendum van 23 juni goed te laten functioneren, biedt de Bank of England (BoE) drie extra geïndexeerde lange-termijn repo-operaties (ILTR) aan, en verleent daarmee een zesmaands financiering. Deze operaties kunnen banken voorzien van ongelimiteerde hoeveelheden liquiditeiten als de markten voor of na het referendum onder druk komen te staan. Omdat deze operaties als een vangnet werken, kunnen de banken blijven uitlenen en wordt het vertrouwen gesterkt. Op den duur kunnen effectentransacties veranderen als de vraag naar Britse activa afneemt.

We denken dat een 'vertrek'-stem een neerwaarts effect heeft op de Britse benchmarkrentes (de rente op staatsobligaties en de daarmee sterk verbonden swaprentes), omdat de afname in de investeringen wordt gecompenseerd door een kosteninflatie, veroorzaakt door hogere invoerprijzen vanwege het lagere pond (tabel 5b). Daar komt nog bij dat de BoE de beleidsmatige renteverhoging naar verwachting uit zal stellen en de tijdelijke liquiditeitsfaciliteiten zal handhaven (en misschien zelfs verdere monetaire verruiming zal overwegen), wat tot verdere daling van de rente in het VK zal leiden. Dit gezegd hebbende, verwachten we dat de risicopremies zelfs bij dalende Britse benchmarkrentes zullen stijgen.

Hogere risicopremies houden in dat de kosten van financiering voor verschillende Britse kredietnemers, waaronder huishoudens, bedrijven en financiële instituten, kunnen toenemen na een exit-stem. Dit kan negatief uitpakken voor investeringen en de economische groei. Ook kunnen de risico’s voor het Britse financiële systeem toenemen door de grotere risico's voor de betalingsbalans. Door het relatief hoge tekort op de lopende rekening van het VK (7% van het BBP in het vierde kwartaal van 2015) is het land kwetsbaar voor een oplopende rente, omdat de lopende rekening grotendeels wordt gefinancierd door de instroom van effectentransacties en directe buitenlandse investeringen.

We denken dat een 'vertrek'-stem een neerwaarts effect zal hebben op de benchmarkrentes van de euro (de Duitse kapitaalmarktrente), omdat er een kapitaalstroom naar Duitsland op gang kan komen. Dit komt doordat Duitsland waarschijnlijk als veilige haven wordt beschouwd bij een toenemend risico van een uit elkaar vallen van de EU of de eurozone. Bovendien kan de ECB zich gedwongen zien de monetaire expansie in de eurozone uit te breiden vanwege het negatieve uitstralingseffect van een Brexit op de economie van de wereld en van de eurozone, bijvoorbeeld door lagere economische groei in het VK en een verslechterend sentiment op de financiële markten. Dit zou een neerwaarts effect op de benchmarkrentes van de eurozone hebben. De risicopremie op perifeer staatspapier zal naar verwachting echter oplopen na een Brexit-stem omdat wordt voorzien dat euroscepticisme in de overgebleven EU-lidstaten en tegenstrijdigheden tussen de leden van de EU zullen toenemen (zie ook de subparagraaf Waarschijnlijk negatieve impact op de Europese politiek). 

Tabel 5a: Pond zal naar verwachting in waarde dalen na een exit-stem
Tabel 5a: Pond zal naar verwachting in waarde dalen na een exit-stemBron: Rabobank, Financial Markets Research
Tabel 5b: Rente in het VK en de eurozone zal naar verwachting dalen na een exit-stem
Tabel 5b: Rente in het VK en de eurozone zal naar verwachting dalen na een exit-stemBron: Rabobank, Financial Markets Research

Directe invloed op de handel: een zwakker pond kan de export van het VK tijdelijk stimuleren

De directe invloed op de Britse handel komt van een te verwachten daling van het pond. Dit kan de export naar de EU en de VS stimuleren doordat de concurrentiekracht van Britse bedrijven hierdoor verbetert. Aan de andere kant zal de export van de eurozone en de VS naar het VK hieronder lijden. Handelsbelemmeringen naar de EU en derden spelen pas na twee jaar een rol, in periode 3, dus deze hebben in deze periode (periode 2) geen directe invloed op de handel. Maar financiële instituten en industrieën zouden zich door de onzekerheid wel op het Europese vasteland en/of in Ierland kunnen gaan vestigen, wat negatief uitpakt voor de handel in goederen en (financiële) diensten.

Waarschijnlijk negatieve gevolgen voor de Europese politiek

De politieke gevolgen voor Europa na een Britse stem om uit de EU te stappen kunnen groot zijn. Een Brexit betekent een trendbreuk in verdere Europese integratie ('ever closing union') en kan bijdragen aan een verdere afbrokkeling van de cohesie binnen de EU. Bovendien zou een Brexit kunnen bijdragen aan een verdere tweedeling binnen Europa, waarin subgroepen van landen kiezen voor diverse niveaus van samenwerking. Dit zou een probleem kunnen vormen voor de eenwording van Europa. Verder kan een Brexit leiden tot een ingrijpende verandering in het machtsevenwicht in het voordeel van Frankrijk en Duitsland en in het nadeel van de voorstanders van een relatief liberaler economisch beleid zoals Nederland of Tsjechië. Bovendien bestaat er vanwege het opkomende euroscepticisme een risico op een domino-effect na een Brexit (zie ook Politieke ontwikkelingen in Europa). Afhankelijk van het relatieve economische lot van het VK na uittreding uit het blok, zouden andere EU-lidstaten kunnen overwegen in de Britse voetsporen te treden of ten minste opnieuw te willen onderhandelen over de EU-verdragen, mogelijk op aandringen van de lokale populistische partijen. Als de onderhandelingen gunstig verlopen, nemen deze risico's toe. Maar als de EU hard onderhandelt met het VK, zou de impact beperkter kunnen blijven. De EU zal hoe dan ook over een handelsakkoord met het VK moeten onderhandelen. Omdat de overgebleven EU-leden verschillende prioriteiten hebben tijdens deze onderhandelingen en verschillende verdragen willen binnenhalen, kan dit tot nieuwe discussies en onenigheid tussen de overgebleven EU-leden leiden. Een terugval of zelfs stagnatie van de Europese integratie kan de kracht van het Europese blok en de Europese positie in de wereld schaden. 

In het slechtste geval valt de EU/eurozone uiteen. Dit zien we tot nu toe echter als een scenario met een lage waarschijnlijkheid, zij het met een extreem grote impact.

Gevolgen voor de Britse politiek: ontslag van David Cameron en Schots onafhankelijkheidsreferendum

Premier David Cameron zal mogelijk binnen drie tot vier maanden na het referendum zijn ontslag indienen. De Conservatieven zijn verdeeld over een Brexit en er zal waarschijnlijk een pro-Brexit-kandidaat naar voren worden geschoven om Cameron te vervangen. Schotland kan een referendum eisen over onafhankelijkheid, wat naar alle waarschijnlijkheid tot een afsplitsing van het VK zal leiden en mogelijk tot een aanvraag voor lidmaatschap van de EU. De Schotse Nationale Partij heeft al aangekondigd dat zij zo spoedig mogelijk een nieuw referendum eist over Schotse onafhankelijkheid.

Periode 3: Na 2018H2: handelsscenario's

Het VK zal ten minste een deel van zijn bevoorrechte toegang tot de Europese interne markt verliezen. Op dit moment is de Europese Economische Ruimte (EER) de enige overeenkomst die in deze toegang voorziet (met uitzondering van enkele tarieven op landbouw en visserij).

EU-handelsverdragen met derden gelden niet meer voor het VK na een Brexit

Tenzij het VK onderdeel blijft uitmaken van de Europese douane-unie, wat ons onwaarschijnlijk lijkt, geldt geen van de Europese vrijhandelsverdragen met derden nog voor het VK. Er ontstaan dan handelsbelemmeringen voor de Britse export van goederen en diensten naar deze landen. Het is onzeker in hoeverre en wanneer er weer vrij kan worden gehandeld. Maar het is niet waarschijnlijk dat het VK binnen twee jaar na het referendum met iedere derde partij een gunstig handelsakkoord weet te sluiten, terwijl het tegelijkertijd met de EU moet onderhandelen. Het sluiten van verdragen kost meestal veel tijd, middelen en ervaring, en de Britse overheid en haar diplomatencorps beschikken op dit moment niet over die ervaring en middelen (omdat de EU de handelsbesprekingen voert). Als een derde partij lid is van de Wereldhandelsorganisatie (WHO), zoals het VK, worden de tarieven op goederen gelijkgesteld aan die van de Meest Begunstigde Naties (MBN). De EU heeft met 57 landen een, in complexiteit variërend, handelsakkoord, en van die landen zijn er 46 lid van de WHO. De WHO reguleert echter geen non-tarifaire belemmeringen, wat inhoudt dat het VK nieuwe verdragen moet sluiten om de hoge kosten van non-tarifaire belemmeringen te vermijden. Diverse onderzoeken tonen aan dat non-tarifaire belemmeringen kunnen leiden tot veel hogere kosten (Anderson en Wincoop, 2004; Novy, 2013).

Europese Economische Ruimte (EER): het gunstigste (maar onwaarschijnlijke) scenario

Het VK houdt toegang tot de Europese interne markt als het lid van de EER weet te worden, hoewel er wel enkele tarieven voor landbouw en visserij zullen worden ingevoerd. Een tweede voordeel van EER-lidmaatschap is dat het VK blijft profiteren van een toekomstige verlaging van (niet-tarifaire) handelsbelemmeringen binnen de interne markt.

Maar dit scenario is niet erg waarschijnlijk omdat het VK hier op politiek gevoelige en populaire gebieden weinig wint. Als lid van de EER zou het VK nog steeds moeten bijdragen aan de EU-begroting. Dhingra, Ottatviano, Sampson en Van Reenen (2016) [2] gaan ervan uit dat de Britse bijdrage aan de EU-begroting met 17% zou dalen, wat de overheid een besparing van slechts 0,09% van het BBP oplevert (wat weinig is in vergelijking met de geraamde kosten van een Brexit). Daar komt bij dat het VK geen onafhankelijk migrantenbeleid zou kunnen voeren en nog steeds de EU-regelgeving moet volgen, maar daar wel alle invloed op kwijt is.

Ondanks hun toegang tot de interne markt (met enkele uitzonderingen voor landbouw en visserij) maken de EER-leden geen deel uit van de Europese douane-unie. Dit betekent dat de gemeenschappelijke douaneregels en tarieven van de EU niet van toepassing zijn op goederen uit derde landen. Dit houdt in dat het VK vrij zou zijn om handelsverdragen met derden af te sluiten, maar ook dat ieder vrijhandelsakkoord van de EU met derden niet meer op het VK van toepassing is. De belemmeringen voor de handel met derden nemen dus toe. Bovendien krijgt het VK omdat het dan geen lid meer is van de Europese douane-unie te maken met een aantal non-tarifaire belemmeringen die niet van toepassing zijn op leden van de EU, zoals regels over oorsprongsvoorschriften, antidumpingrechten en douanecontroles. Dhingra et al. (2016) gaan ervan uit dat non-tarifaire belemmeringen met 2% zouden toenemen als het VK zich aansluit bij de EER. Ze schatten dat het Britse reële inkomen per hoofd van de bevolking in een EER-scenario structureel met 1,3% achteruit gaat ten opzichte van een basisscenario waarin wordt uitgegaan van een blijvend EU-lidmaatschap voor het VK. Als het negatieve effect van de gereduceerde handel op de productiviteit op de lange termijn wordt meegewogen, vermindert het BBP nog verder met 6,3 tot 9,5%. Aichele en Felbermayr (2015) ramen de negatieve invloed op het Britse reële inkomen per hoofd van de bevolking op 0,6%.

Als we het effect van de lagere productiviteit op de lange termijn niet meerekenen, zou volgens beide onderzoeken de EU structureel 0,12%, Ierland tussen 0,8% en 0,9%, en Nederland tussen 0,1% en 0,3% van het reële inkomen per hoofd van de bevolking verliezen.[3]

Bilateraal handelsakkoord: het meest waarschijnlijke scenario, de impact hangt af van specifieke handelsakkoorden met de EU

In dit scenario sluiten het VK en de EU een bilateraal vrijhandelsakkoord af, zoals met Zwitserland of Canada, maar met eigen specifieke voorwaarden. Naar verwachting zullen er weinig tarieven op de handel van goederen worden ingevoerd, hoewel er wel een aantal tarieven op landbouwproducten en de douanekosten zal komen. De EU voert waarschijnlijk wel non-tarifaire belemmeringen in, met name voor wat betreft de regelgeving voor de financiële dienstverlening. Tot nu toe hebben alleen EU- en EER-leden recht op het EU-bankenpaspoort. Geen enkel land met een bilateraal handelsakkoord heeft dat recht weten te bemachtigen, zelfs Zwitserland niet. Britse bijdragen aan de EU-begroting zullen afnemen. Migratie vanuit de EU neemt naar verwachting af als de Britse overheid erin slaagt een onafhankelijk migratiebeleid uit te voeren. In dat geval loopt het VK de instroom mis van relatief hoogopgeleide migranten die we de laatste jaren hebben gezien. Volgens Aichele en Felbermayr (2015)[4] zou een afname van 10% van de immigratie vanuit de EU het inkomen per hoofd van de bevolking in het VK tussen de 0,5% en 1,1% omlaag brengen. Een afname van 50% zou een negatief effect van 2,7 tot 6,2% kunnen hebben. Ook schatten ze dat het Britse reële inkomen per hoofd van de bevolking met ongeveer 0,6% zal dalen. Het daadwerkelijke effect hangt af van de invulling van de handelsakkoorden. Verder verwachten ze dat het Nederlandse inkomen per hoofd van de bevolking met 0,1% zou dalen en het Ierse met 0,8 tot 0,9%, ook weer afhankelijk van de invulling van het handelsakkoord.

Mansfield (2014) gaat ervan uit dat de vrijhandelsverdragen van de EU met het VK grotendeels in stand blijven en dat er een gunstig handelsverdrag tussen het VK en de EU wordt gesloten. Daarom schat hij een positief effect op het Britse BBP van 0,1 tot 1,1%.[5]

Geen handelsakkoord met de EU: het slechtste scenario

Als het VK en de EU geen akkoord weten te bereiken tijdens de twee jaar durende uittredingsperiode, dan verlaat het VK de EU zonder akkoord[6]. Er worden dan handelsbelemmeringen van toepassing op de Britse export naar de EU en er komen invoertarieven op de handel in goederen tussen het VK en de EU op basis van het MBN-regime. MBN-tarieven zouden op meer dan 95% van de waarde van de goederenexport vanuit het VK naar de EU van toepassing zijn en het handelsgewogen tarief voor het VK zou op 3-3,5% komen. Daar komt bij dat er non-tarifaire belemmeringen (zoals kwaliteits- en productstandaarden en douanecontroles) worden ingesteld, die in het bijzonder de financiële dienstverlening zouden treffen. Britse producten en diensten worden minder aantrekkelijk dan producten uit landen die al een handelsakkoord met de EU hebben. Bovendien gelden de hierboven omschreven handelsbelemmeringen ook voor de Britse handel met derden waar de EU handelsakkoorden mee heeft.

Er is geen vrij verkeer van burgers van de EU naar het VK meer, wat een negatief effect op de economie kan hebben volgens Aichele en Felbermayr (2015), zoals hierboven omschreven. Het VK draagt niet meer bij aan de EU-begroting, wat een positief effect van 0,31% van het BBP op de Britse overheidsfinanciën heeft (Dhingra et al., 2016). De bijdragen aan de EU-begroting van de overgebleven EU-lidstaten zullen echter stijgen, wat negatief uitpakt voor hun overheidsfinanciën en economieën. Maar dit is waarschijnlijk slechts marginaal.

Zonder akkoord is het VK vrij om omslachtige EU-regelgeving in te perken, en doet het dit waarschijnlijk ook, maar dit is waarschijnlijk niet voldoende om het effect van de handelsbelemmeringen te verzachten. Mansfield (2014) schat dat de impact op het Britse BBP -2,6% zal bedragen. Aichele en Felbermayr (2015) verwachten dat het verlies van alle vrijhandelsakkoorden, inclusief die met derden en een volledige uittreding uit de EU, het VK tussen 1,6 en 3% aan inkomen per hoofd van de bevolking gaat kosten. Aichele en Felbermayr (2015) tonen ook aan dat wanneer het dynamische effect van de desintegratie van de Britse handel wordt meegenomen –bijvoorbeeld dat globalisering bedrijven verder stimuleert te investeren en te innoveren- de negatieve impact op het BBP per hoofd van de bevolking tussen 6 en 26% ligt. Hun schattingen voor het Europese inkomen per hoofd van de bevolking laat een afname zien van 0,2 tot 0,3%. Het Nederlandse inkomen per hoofd van de bevolking zou kunnen dalen met 0,3 tot 0,4% en het Ierse inkomen per hoofd van de bevolking met 1,9 tot 2,7%.

Dhingra et al. (2016) begroten dat bij een scenario waarin wordt uitgegaan van WHO-tarieven en tot 6% stijgende non-tarifaire belemmeringen op de EU-handel, het Britse inkomen met 2,6% zou dalen. Zij stellen dat als het negatieve effect van de afgenomen handel op de productiviteit op de lange termijn wordt meegewogen, het verlies aan inkomen in het VK drie keer zo groot zou kunnen zijn. Het verlies aan reëel inkomen per hoofd van de bevolking in de EU, Ierland en Nederland zou respectievelijk 0,3%, ongeveer 2,4% en ongeveer 0,7% bedragen[7] (het effect van lagere productiviteit op de lange termijn niet meegerekend).

Voetnoten

[1] We verwachten niet dat de BoE het pond op korte termijn zal ondersteunen met monetair beleid (bijvoorbeeld door de beleidsrente te verhogen), gezien de huidige situatie van lage inflatie, lagere economische groeiverwachtingen in het VK na een exit-stem en de wereldwijde risico's.

[2] De geschatte economische impact van een Brexit volgens de onderzoeken van Dhingra et al. (2016) en Aichele en Felbermayr (2015) die in deze sectie staan beschreven, duidt op een structureel effect op het reële inkomen per hoofd van de bevolking in vergelijking tot een basisscenario waarbij wordt uitgegaan van een blijvend lidmaatschap van de EU voor het VK, tenzij anders aangegeven.

[3] Het effect op de bijdrage die de overgebleven EU-leden betalen aan de begroting na een Brexit is hier niet in meegenomen.

[4] Dit onderzoek houdt geen rekening met de mogelijkheid dat Frankrijk de grenscontroles bij Calais kan stopzetten na een Brexit. De migratie naar het VK zou in dat geval waarschijnlijk toenemen (hoewel niet noodzakelijkerwijs de immigratie van hoogopgeleiden).

[5] Het is niet duidelijk of dit het reële of het nominale BBP betreft en of dit een structurele afwijking is van een basisscenario met als uitgangspunt geen Brexit.

[6] Tenzij de 28 lidstaten, inclusief de staat die wil uittreden, unaniem stemmen voor verlenging van de onderhandelingen.

[7] Het effect op de contributie van de overgebleven EU-leden aan de begroting na een Brexit is hier niet in meegenomen.

Literatuur

Aichele, R. & Felbermayr, G. (2015). Costs and benefits of a United Kingdom exit from the European Union. Centrum voor Internationale Economie.

Anderson, J.E. & Wincoop van, E. (2004). Trade costs, Journal of Economic Literature, 42, 691-175.

Dhingra, S., Ottatviano, G., Sampson, T., & van Reenen, J. (2016). The consequences of Brexit for UK trade and living standards. Centrum voor Economische Prestatie.

Mansfield, I. (2014). A blueprint for Britain: Openness not isolation. Het Instituut voor Economische Zaken.

Novy, D. (2013). Gravity redux: Measuring international trade costs with panel data, Economic Inquiry, 51, 101-121.

PWC (2016). Leaving the EU: Implications for the UK economy, 1-79.

Prins, A.C. & van de Hei, L.A. (2016). Wat betekent een Brexit voor het Nederlandse bedrijfsleven? Rabobank Special. 

Disclaimer

Deze informatie dient uitsluitend ter informatie en mag niet worden opgevat als een aanbod, beleggingsadvies of enige andere financiële dienst.

De verstrekte informatie is ontleend aan bronnen die betrouwbaar mogen worden geacht, maar voor de juistheid en volledigheid daarvan kan niet worden ingestaan. De verstrekte informatie is uitsluitend indicatief en kan op ieder moment zonder verdere aankondiging worden gewijzigd.

Aan de informatie kunnen geen rechten worden ontleend. Voor zover toegestaan onder relevante wetgeving aanvaardt Rabobank geen enkele aansprakelijkheid voor de verstrekte informatie noch voor enige schade die het gevolg is van (het afgaan op) de in de informatie opgenomen gegevens.

Afnemer van de informatie is zelf verantwoordelijk voor de keuze en het gebruik van de informatie.

De informatie mag uitsluitend door de afnemer zelf worden gebruikt. Afnemer mag de informatie niet overdragen, verveelvoudigen, bewerken en/of verspreiden. Afnemer is verplicht aanwijzingen van Rabobank omtrent het gebruik van de informatie op te volgen. Ten aanzien van de inhoud van deze website bestaat geen overnemingsvrijheid; alle auteursrechten, ook die bedoeld in art.15 Auteurswet worden voorbehouden. Nederlands recht is van toepassing.

Rabobank is een handelsnaam van de Coöperatieve Rabobank U.A.

Rabobank staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamers van Koophandel onder nummer 30046259.

© Coöperatieve Rabobank U.A., Croeselaan 18, 3521 CB Utrecht, The Netherlands

Delen:
Auteur(s)

naar boven