RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Blik op de wereld: door de turbulentie naar de opwaartse thermiek

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • Wereldeconomie groeit langzaam
  • Problemen binnen eurozone nog niet opgelost
  • Europa zal na Brexit-referendum niet meer hetzelfde zijn
  • Risico’s op korte termijn vormen gevaar voor groei
  • Onderliggende trends bieden kansen voor groeiversnelling 

Achter de wolken….

Het beeld van de wereldeconomie wijkt niet wezenlijk af van dat wat we schetsten in ons vorige Kwartaalbericht. De Verenigde Staten zullen dit jaar voor het zevende jaar op rij een gematigd groeitempo laten aantekenen. De werkloosheid is de afgelopen jaren duidelijk gedaald en de Federal Reserve overweegt een verdere verhoging van de beleidsrente (zie het hoofdstuk VS). De eurozone loopt hierbij nog achter, maar ook deze laat een bescheiden doorzettend herstel zien, al is een verkrapping van het monetaire beleid van de ECB ondanks de kritiek erop onwaarschijnlijk (zie hoofdstuk eurozone). Elders in de wereld is het beeld divers, variërend van een diepe recessie in Brazilië, grote financiële problemen in olieproducerende landen en een groeivertraging in China tot een krachtige groei in India aan het andere uiterste van het spectrum.

Weinig reden tot optimisme

Vrijwel alle risico’s kunnen uitmonden in een lagere groei dan wij nu voorzien. Om dicht bij huis te beginnen: het herstel in Europa is verre van overtuigend. Dit jaar zal het BBP van de eurozone weer het niveau van voor de crisis bereiken. Maar achter dit cijfer voor de eurozone als geheel ligt een ruime spreiding. Alleen de Ierse economie heeft zich met overtuiging aan de crisis ontworsteld en is inmiddels circa 10% groter dan in 2008. In Zuid-Europa is het beeld juist slechter dan gemiddeld, vooral op de arbeidsmarkt. Bij een werkloosheid van circa 20% van de beroepsbevolking en een jeugdwerkloosheid die dicht tegen de 50% aan ligt, is het duidelijk dat het huidige groeitempo te laag is om mensen een positief perspectief te bieden. Dit is niet alleen sociaal onaanvaardbaar, het betekent ook dat de vaak moeizaam bereikte beleidsconsensus bij iedere verkiezing steeds weer ter discussie zal komen.

Kortom, Europa is nog niet uit de problemen. Dit geldt des te meer als wij vooruit kijken naar het Engelse referendum over een Brexit (zie hoofdstuk VK). Hoewel op grond van peilingen nog steeds mag worden verwacht dat de Britten ervoor zullen kiezen lid van de EU te blijven, zijn de marges smal. Mochten de Britten ervoor kiezen de EU te verlaten, dan markeert dat de eerste stap op het gebied van Europese desintegratie, met gevolgen die op dit moment nauwelijks vallen te overzien. Maar ook als zij ervoor kiezen om te blijven, zal het referendum zijn sporen nalaten op de inrichting van de toekomstige Europese samenwerking.

Het monetaire beleid van de ECB, tot slot, roept steeds meer weerstand op, met name in Noord-Europa. De beoogde positieve effecten van de kwantitatieve verruiming op groei en inflatie worden onvoldoende herkend, ook door ons (zie ook het hoofdstuk Rente en Valuta). Tegelijk zien ook wij de negatieve effecten van de lage rente op de financiële stabiliteit steeds meer zichtbaar worden.

Ook het op het eerste gezicht positievere Amerikaanse beeld verdient nuancering. Hoewel wel sprake is van inkomensgroei, staan de mediane inkomens in de Verenigde Staten al geruime tijd onder druk. Goed betaalde banen verdwijnen en slechter betaalde banen komen ervoor in de plaats. Het bizarre is dat in een van de rijkste ontwikkelde economieën ter wereld een groot deel van de bevolking gestaag in welvaart achteruit gaat. Globalisering en de daarbij horende internationale arbeidsdeling bieden de betrokken landen op macroniveau per saldo grote voordelen, maar op het niveau van de individuele onderneming en werknemer kan het wel degelijk slecht uitpakken. Dan is het aan de overheid om er met flankerend beleid voor te zorgen dat de benodigde aanpassingen zo soepel mogelijk verlopen. Dat is in de VS onvoldoende gebeurd. De Amerikaanse droom van grote kansen en opwaartse mobiliteit voor de ‘gewone man’ is voor velen volstrekt buiten bereik geraakt. Dit verklaart de sterke onvrede onder grote delen van de bevolking die nu tot uiting komt in de opkomst van Donald Trump en Bernie Sanders in de voorverkiezingen. Met name de rol van Trump is vergelijkbaar met die van Pim Fortuyn in ons eigen land destijds. Hij mobiliseert de stemmen van een grote groep mensen die al een veel langere tijd zeer ontevreden is over de gang van zaken en die zich nu grootschalig keert tegen het politieke establishment. Het is duidelijk dat, ongeacht de uitkomst van de verkiezingen, het Trump-effect blijvend zal zijn en dat de onderliggende problemen hun aandacht zullen blijven opeisen (zie ook dit Themabericht).

Andere risico’s, zoals de groeivertraging in China, de politieke instabiliteit in het Midden-Oosten en de deels daarmee samenhangende vluchtelingenproblematiek hebben nog niet aan belang ingeboet (zie het hoofdstuk China en onze Special  over politieke ontwikkelingen in Europa). Het geheel overziend lijkt sprake van een sombere afdronk: het gaat nog lang niet goed en het dreigt alleen maar slechter te worden.

Onder druk wordt alles vloeibaar

Toch is deze conclusie voorbarig en te pessimistisch. De huidige situatie brengt namelijk ook kansen op een positieve draai. Doordat de hiervoor gesignaleerde problemen dermate serieus zijn, en in veel landen grote bevolkingsgroepen hun onvrede dreigen om te zetten in een stem tegen de zittende politieke partijen, kunnen zij niet meer worden genegeerd en moeten oplossingen worden geformuleerd die het tij ten goede kunnen keren. Verder spelen op de achtergrond trendmatige ontwikkelingen die weliswaar grote uitdagingen oproepen, maar ook enorme mogelijkheden bieden.

Om met het eerste te beginnen: het Britse referendum zal, ongeacht de uitkomst, resulteren in een herijking van de Europese samenwerking. Ook als de Britten tegen de Brexit stemmen, zal een forse minderheid toch een stem tegen Europa hebben uitgebracht. Dit zal de druk op de EU tot hervormingen aanmerkelijk vergroten temeer omdat de onvrede over de gang van zaken veel breder leeft dan in het VK alleen. Ondanks dat de samenwerking tot veel goeds heeft geleid, zoals vrede en veiligheid in Europa met daarbij een enorme welvaartsgroei, zal de EU zichzelf op onderdelen opnieuw moeten uitvinden. Dat heeft zij in het verleden vaker gedaan. Na de eurosclerose van het begin van de jaren tachtig volgde de opmaat en realisatie van de Interne Markt, op de valutaonrust van de jaren negentig volgde de Economische en Monetaire Unie. Ditmaal zal de heruitvinding van Europa moeten bestaan uit een verdieping van de samenwerking waar deze tekortschiet, maar tegelijkertijd moet zeggenschap waar dat mogelijk en efficiënt is worden teruggelegd naar het nationale niveau waar de bevolking dat wenst. Het democratische karakter van de EU moet verder worden versterkt. En onder druk wordt alles vloeibaar: nu duidelijk is dat de mogelijkheden van de ECB uitgeput raken, is het onvermijdelijk dat zwaarder moet worden geleund op het begrotingsbeleid. Daarbij zullen de afspraken van het Stabiliteits- en Groeipact ter discussie worden gesteld. Een belangrijke reden waarom de eurozone achterblijft in groeitempo is immers dat het begrotingsbeleid bij voortduring restrictief is geweest, waar het monetaire beleid probeert te stimuleren. Niet alleen doordat de landen met budgettaire problemen niet de ruimte hadden om te stimuleren, maar ook doordat de landen die die ruimte wel hadden hun verantwoordelijkheid niet hebben genomen. De afspraken uit het Stabiliteits- en Groeipact, hoe begrijpelijk ook vanuit politiek opzicht, hebben een overtuigend Europees groeiherstel in de weg gestaan. Hetzelfde kan worden gezegd van het verbod op monetaire financiering door de ECB. Monetaire financiering is potentieel gevaarlijk voor de financiële stabiliteit. Daarom is een verbod erop verstandig, behalve in tijden van langdurige laagconjunctuur en deflatie. In zo’n context zou de politiek onafhankelijke ECB de ruimte moeten hebben om dit krachtige beleidsinstrument in te zetten. Als Europa vooruit wil, dan zal het deze beleidsafspraken moeten herijken om tot een hogere groei en snellere banencreatie te komen. Dat is politiek niet eenvoudig, maar niet onmogelijk.

In de VS kan de stem van de grote groep ontevredenen niet langer worden genegeerd. De kans is dan ook groot dat het beleid wordt omgebogen in een richting die aan de onvrede tegemoet komt. Niet met protectionisme, maar bijvoorbeeld door betere toegang tot onderwijs en een belastingsysteem dat een meer evenwichtige inkomensverdeling in de hand werkt.

Achter de groeivertraging van China zit de transformatie naar een nieuw groeimodel, dat minder op export en investeringen in zware industrie en vastgoed leunt, maar meer door de dienstensector en consumptieve vraag wordt gedragen. Die overgang zal niet zonder schokken verlopen, maar het is een beweging in een gunstige richting. China zal ook in de toekomst een belangrijke afzetmarkt blijven, ook voor Nederlandse exporteurs. De overgang naar een minder strak gereguleerde betalingsbalans en een convertibele en vrij zwevende renminbi zal uiteindelijk bijdragen aan een evenwichtiger mondiaal monetair bestel.

Los van alle kortetermijnontwikkelingen spelen op de achtergrond technologische ontwikkelingen, die op de lange termijn wel eens veel fundamenteler zouden kunnen zijn dan de hiervoor genoemde zaken. Robotisering zal een grote impact hebben op de arbeidsmarkt (zie ook dit Themabericht); het internet ontwricht bestaande retail-businessmodellen; blockchaintechnologie kan het bankwezen hervormen; verduurzaming van de economie biedt ongekende mogelijkheden tot innovatie en nieuwe verdienmodellen. Dit is maar een kleine greep uit een veel bredere ontwikkeling. Technologische vooruitgang is vaak destructief, omdat oude modellen en technologie worden vernietigd. Daarom bestaat er altijd weerstand; de nadelen van innovatie worden vrijwel altijd als eerste onderkend, de voordelen pas veel later. Toch heeft innovatie vrijwel altijd vooruitgang gebracht, in welvaart en in werkgelegenheid. Er is geen enkele reden om te verwachten dat het ditmaal anders zal zijn.

Het opwaartse potentieel is er wel degelijk, ook voor Nederland

De wereldeconomie maakt turbulente en onzekere tijden door. De uitdagingen zijn groot. Toch liggen de oplossingen voor de hand. Nu de mogelijkheden tot doormodderen uitgeput raken en de politieke druk op de beleidsmakers toeneemt, kan men niet meer ontkomen aan daadkrachtig beleid.

Tabel 1: Mondiale groeiverwachtingen
Tabel 1: Mondiale groeiverwachtingenBron: Macrobond, Nigem, Rabobank

Ontwikkelingen in de wereldeconomie zullen niet aan ons land voorbij gaan. Het goede nieuws is dat onze economie er goed voorstaat, met een uitmuntende concurrentiepositie, robuuste overheidsfinanciën en een bankwezen dat steviger is gekapitaliseerd dan ooit tevoren. Ons land kan een stootje hebben. Het is zaak om door de huidige risico’s en onzekerheden heen te kijken om te zien dat deze de kiem van hun oplossing al in zich dragen. Grote technologische doorbraken stonden altijd aan het begin van lange perioden van toenemende welvaart. De komende jaren overheerst waarschijnlijk nog de turbulentie, maar het is zaak dat ons land en de rest van de EU bijtijds aanhaakt bij de opwaartse thermiek van de komende innovatiegolf. Het opwaartse potentieel is ongekend groot. 

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Macrobond. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Kennis en Economisch Onderzoek aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development, IMF: Internationaal Monetair Fonds, CPB: Centraal Planbureau

Gebruikte afkortingen landen: VK: Verenigd Koninkrijk, VS: Verenigde Staten, EZ: Eurozone, IE: Ierland, BE: België, DE: Duitsland, NL: Nederland, FI: Finland, PT: Portugal, ES: Spanje, IT: Italië, FR: Frankrijk, GR: Griekenland. 

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rabobank.nl

Eindredactie: 
Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Delen:
Auteur(s)
Wim Boonstra
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven