RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Nederlandse economie laat een gemengd beeld zien

Conjunctuurbeeld

Delen:
  • Export groeit onverwacht hard
  • Inflatie blijft negatief
  • Zwakke ontwikkeling consumptie huishoudens
  • Werkloosheid daalt verder

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft de reële economische groei van het eerste kwartaal van 2016 in zijn tweede raming ongewijzigd gelaten op 0,5% ten opzichte van het laatste kwartaal van 2015. Onderliggend zijn de bestedingscomponenten wel gewijzigd: het consumptievolume van huishoudens en de investeringen in woningen zijn opwaarts bijgesteld, terwijl het export- en importvolume juist naar beneden zijn aangepast. De revisie is voor ons geen reden onze groeiramingen bij te stellen: onze basisverwachting blijft een breed gedragen groei voor zowel 2016 als 2017. Wel is het zo dat de meest recente maandcijfers een gemengd beeld geven van de economie: het uitvoervolume groeide onverwacht hard, terwijl het consumptievolume van huishoudens juist teleurstelde.

Tabel 1: Kerngegevens Nederland
Tabel 1: Kerngegevens NederlandBron: CBS, Rabobank

De mogelijk negatieve effecten van de uitslag van het Brexit-referendum op de Nederlandse economische groei voor dit en volgend jaar zijn op dit moment nauwelijks tot niet in te schatten. De toegenomen politieke onzekerheid in zowel het VK als de eurozone zijn daarbij op zich geen goed teken voor de bestendigheid van het herstel. De komende tijd zullen we de effecten hiervan op de Nederlandse economie verder beoordelen.

Sterke exportgroei in april

Het Nederlandse reële exportvolume van goederen nam in april sterk toe, met 4,0% m-o-m (eigen seizoenscorrectie). Door de sterke exportgroei bleef het momentum (de groei van het driemaands gemiddelde) positief (figuur 1). Bij deze ontwikkeling moet wel worden opgemerkt dat de internationale handelsdata de laatste maanden veel volatiliteit laten zien en nog vaak worden gereviseerd. Toch suggereren deze gegevens dat de Nederlandse uitvoer ondanks de onzekere internationale omgeving robuust doorgroeit.

Figuur 1: Sterke exportgroei in april
Figuur 1: Sterke exportgroei in aprilBron: CBS

Naast de uitvoer groeide ook de maakindustrie sterk in april, met 1,3% m-o-m. Doordat het productievolume in de maakindustrie een maand eerder sterk daalde, is het momentum per saldo negatief. Vooruitkijkend is het producentenvertrouwen verder toegenomen in juni, wat duidt op verdere groei van de maakindustrie in de komende maanden. Wel is het zo dat de enquête werd gehouden voordat de uitslag van het Brexit-referendum bekend was. Mogelijk leidt de onzekerheid dat dit resultaat met zich meebrengt tot een daling van het producentenvertrouwen in de komende maanden.

Inflatie blijft negatief

In mei is de inflatie volgens de Europese HICP-maatstaf negatief gebleven op -0,2% (figuur 2). Vooral energie- en brandstofprijzen hebben een drukkend effect op de inflatie, wat wordt veroorzaakt door een j-o-j daling van de olieprijzen. Doordat de olieprijzen de afgelopen maanden weer zijn opgelopen, verwachten we dat de negatieve bijdrage van energie- en brandstofprijzen in de komende maanden uit de inflatie zal lopen. Hierdoor zal de inflatie weer toenemen. Toch is het opvallend dat ook de kerninflatie (de inflatie exclusief voedsel, energie en huur) erg laag is. Dit duidt erop dat de lage inflatie wellicht meer structureel van aard is, mogelijk veroorzaakt door zwakke vraag.

Een mogelijke verklaring van die zwakke vraag zou de lage groei van het reële consumptievolume kunnen zijn. Ook in april stelde de huishoudconsumptie namelijk teleur: ten opzichte van de maand ervoor nam de consumptie af met 0,7%, waardoor het momentum nu bijna nul is (figuur 3). De zwakke consumptiegroei is opmerkelijk gezien het feit dat het besteedbaar inkomen van huishoudens dit jaar fors hoger uitkomt door een sterke reële loongroei en het lastenverlichtingspakket van vijf miljard euro. daarbij nam het consumentenvertrouwen toe in juni, van +1 naar +5. De onzekerheid die de uitslag van het Brexit-referendum met zich meebrengt zorgt er wellicht voor dat het consumentenvertrouwen in de komende maanden afneemt.

Figuur 2: Inflatie ook in mei negatief
Figuur 2: Inflatie ook in mei negatiefBron: CBS
Figuur 3: Zwakke ontwikkeling huishoudconsumptie
Figuur 3: Zwakke ontwikkeling huishoudconsumptieBron: CBS

Werkloosheid daalt verder

Figuur 4: Dalende trend werkloosheid
Figuur 4: Dalende trend werkloosheidBron: CBS

De werkloosheid daalde in mei naar 6,3%. Deze daling werd voornamelijk veroorzaakt door een lager arbeidsaanbod. Kijken we wat verder terug dan zien we een duidelijk neerwaartse lijn in het aantal werklozen: de werkloosheid ligt nu 1,3% lager dan twee jaar geleden (figuur 4). Dit laat zien dat de economie in een fase van herstel zit. De groei van de werkgelegenheid vindt voornamelijk plaats in de private sector. Ook lijkt het erop dat na jaren van ontslagen de werkgelegenheid in de publieke sector niet meer daalt. Dit geeft vertrouwen dat de werkgelegenheid in 2016 en 2017 verder kan toenemen. Maar omdat het arbeidsaanbod naar verwachting ook verder toeneemt, zal de werkloosheid de komende twee jaar maar langzaam dalen: wij verwachten een werkloosheid van 6¼% in 2016 en 6% in 2017.

Delen:
Auteur(s)
Martijn Badir
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
088 726 7864

naar boven