RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Italië: politiek en bankensector bedreigen pril economisch herstel

Conjunctuurbeeld

Delen:
  • Matig economisch herstel zet door onder leiding van aantrekkende binnenlandse vraag
  • Voor 2016 en 2017 verwachten wij een groei van ¾%, na 0,6% in 2015
  • De zwakke bankensector en politieke instabiliteit vormen de belangrijkste neerwaartse risico’s

Herstel zet door, maar de economie blijft zwak

In het eerste kwartaal van dit jaar groeide de economie voor het vijfde kwartaal op rij, met 0,3% k-o-k. De binnenlandse vraag was de drijver (figuur 1). De Italiaanse economie krabbelt langzaam op, maar er is nog een lange weg van herstel te gaan. De economie is nog altijd ruim 8% kleiner dan voor de crisis en het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens nog altijd ruim 8% lager. De economische groei blijft ook ver achter bij het eurozone-gemiddelde (figuur 2).

Figuur 1: Binnenlandse vraag stuwt groei in 16K1
Figuur 1: Binnenlandse vraag stuwt groei in 16K1Bron: Macrobond
Figuur 2: Italië blijft achter bij eurozone partners
Figuur 2: Italië blijft achter bij eurozone partnersBron: Macrobond

Daarnaast is de werkloosheid, ondanks de groeiende werkgelegenheid, nog steeds hoog (11,5% in mei, figuur 3) en functioneert het bankwezen slecht door een grote hoeveelheid probleemleningen. Vooruitkijkend verwachten wij een groei van ¾% in 2016 en 2017 na 0,6% in 2015 (tabel 1). In 2016 zorgt de binnenlandse vraag voor groei. In 2017 compenseert een toename van de investerings- en exportgroei de afzwakkende consumptiegroei. De raming is met grote onzekerheden omgeven, door voornamelijk neerwaartse risico’s. 

Figuur 3: Werkgelegenheid groeit, maar werkloosheid blijft hoog
Figuur 3: Werkgelegenheid groeit, maar werkloosheid blijft hoogBron: Macrobond
Tabel 1: Kerngegevenstabel Italië
Tabel 1: Kerngegevenstabel ItaliëBron: Rabobank, Nigem, Eurostat

De economische groei naar bestedingscomponenten

De binnenlandse vraag

De toename van de groei van de binnenlandse vraag in 2016 ten opzichte van 2015 komt onder andere doordat het begrotingsbeleid dit jaar verruimt, de werkgelegenheidsgroei versnelt, het huizenvermogen toeneemt, kredietvoorwaarden al enige tijd worden versoepeld, de winstmarges van bedrijven groeien en de overcapaciteit in de maakindustrie is afgenomen (figuur 4). De investeringsgroei wordt wel tegengewerkt door de slechte vooruitzichten voor de export dit jaar. Ook zijn de orderboeken van bedrijven tot nog toe slechter dan in het grootste gedeelte van 2015. In 2017 verslechtert de groei van de binnenlandse vraag doordat de overheid de broekriem weer aantrekt en de koopkrachtgroei van huishoudens afneemt. Doordat olieprijzen weer stijgen en de opwaartse druk op lonen beperkt is door de hoge werkloosheid, neemt de inflatie sneller toe dan de loongroei. Voor beide jaren remt het crisisverlies in inkomsten en vermogen de consumptie en investeringen, en drukken de balansproblemen bij de banken en onzekerheid over de kracht van het herstel de kredietgroei en daarmee de investeringsgroei.

De buitenlandse vraag

De exportgroei neemt in 2016 af doordat de euro minder deprecieert dan in 2015 en de wereldhandelsgroei afzwakt. Vooral een lagere import in Duitsland, de VS en Frankrijk remmen de Italiaanse exportgroei . In 2017 trekt de vraag vanuit met name de VS weer aan, doordat de economie daar in 2017 beduidend beter presteert dan in 2016. Ook deprecieert de euro dan weer iets meer ten opzichte van de dollar dan in 2016. De verslechterde situatie in het VK en het verzwakte pond, door de Brexit-stem, hebben een beperkt effect op de Italiaanse exporten, vanwege de beperkte handelsrelatie.

Figuur 4: Overcapaciteit in de maakindustrie afgenomen
Figuur 4: Overcapaciteit in de maakindustrie afgenomenBron: Macrobond
Figuur 5: Orderboeken slechter dan in 2015
Figuur 5: Orderboeken slechter dan in 2015Bron: Macrobond

Het vertrouwen is van groot belang voor het herstel

Het vertrouwen onder huishoudens en bedrijven is een belangrijke vereiste voor aanhoudend herstel van de Italiaanse economie. Het sentiment is op dit moment ondanks een recente daling redelijk positief (figuur 6). 

Figuur 6: Sentiment vooralsnog positief
Figuur 6: Sentiment vooralsnog positiefBron: Macrobond

Er is echter nog geen nieuwe peiling geweest na de Brexit-stem en de daarop volgende verdere koersval van Italiaanse banken. Daarbij vormen ook de mogelijke politieke instabiliteit na het referendum in oktober over de hervorming van het Italiaanse parlement, de vluchtelingcrisis en perikelen rondom de Brexit-onderhandelingen dit en volgend jaar een bedreiging voor het vertrouwen. Bovendien kan het referendum in oktober leiden tot een politieke crisis en bestaat het risico dat de problemen in de bankensector uiteindelijk leiden tot een economische crisis.

Referendum in oktober belangrijk voor toekomst Italië

Officieel gaat het referendum over een scherpe reductie van de macht van de Senaat, de Italiaanse eerste kamer. Dit zou de bestuurbaarheid van Italië verbeteren en een groot deel van het volk staat hier achter. Onofficieel is het een vertrouwensstem voor premier Renzi, die heeft aangegeven op te stappen als het volk tegen de hervorming stemt. Daardoor is de kans dat de hervorming wordt goedgekeurd aanzienlijk kleiner. Als Renzi zou aftreden en er nieuwe verkiezingen worden uitgeroepen heeft de populistische anti-etablissement partij M5S van Beppe Grillo een grote kans om te winnen. Dit zou voor enorme onzekerheid zorgen ten aanzien van toekomstig beleid, de positie van Italië in de eurozone, de houdbaarheid van de overheidsschuld en gezien de verslechterende economische vooruitzichten ook ten aanzien van de solvabiliteit van de bankensector.

Bankencrisis belangrijk neerwaarts risico

De winstgevendheid van Italiaanse banken is laag en bovendien kampen de banken met een grote hoeveelheid leningen die (vermoedelijk) niet of niet geheel worden terugbetaald. Hierdoor is de kans groot dat een aantal banken op enig moment extra kapitaal moet aantrekken om aan de vereiste kapitaalratio’s te voldoen. Het risico is behoorlijk dat een aantal banken dit dan niet lukt.

Volgens nieuwe Europese regelgeving mag de overheid officieel pas na een zogenoemde bail-in publiek geld in de banken injecteren. Simpel gezegd moeten bij een bail-in de aandeel- en (junior) obligatiehouders van de betreffende banken voor een bepaald percentage bijdragen aan de redding van de bank en dus een verlies nemen. In Italië zijn bankobligaties voor een behoorlijk deel in handen van huishoudens. Maar ook het midden- en klein bedrijf en andere financiële instellingen zouden door een bail-in kunnen worden geraakt. Een bail-in zou daarom via vermogens- (en vertrouwens-)verlies negatieve gevolgen hebben voor de consumptie- en investeringsgroei. Het zou ook andere banken kunnen verzwakken, met mogelijk een domino-effect binnen de financiële sector als gevolg. Dit risico neemt toe als  onzekerheid ontstaat over de staat van andere banken en dit gepaard gaat met kapitaal- en depositovlucht. Door alle onzekerheid over de toekomst van de financiële sector en de economie stijgen dan mogelijk ook de staatsrentes, met implicaties voor de houdbaarheid van de enorme overheidsschuld (130% van het BBP). Een volwaardige bankencrisis en recessie zijn dan niet uit te sluiten.

Ondanks de maatregelen die de overheid in het afgelopen jaar heeft genomen moet er nog veel  worden gedaan om de Italiaanse bankensector weer gezond te maken. Bankbalansen moeten worden opgeschoond en de sector geherstructureerd. Maar ook de faillissementswet en het inefficiënte justitiële apparaat moeten worden aangepakt. Het aantal jaren dat nu nodig is om onderpand te claimen als schuldnemers in gebreke zijn moet drastisch omlaag. Zolang dit alles niet gebeurt remt de bankensector de economische groei en blijft een bankencrisis een neerwaarts risico. Zeker met de uitkomsten van de ECB stresstesten eind juli en het referendum in oktober in het vooruitzicht.

Delen:
Auteur(s)
Maartje Wijffelaars
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 68740

naar boven