RaboResearch - Economisch Onderzoek

Italiaanse huishoudens voor de bijl bij bankencrisis

Economisch commentaar

Delen:
  • Koersen van Italiaanse banken staan zwaar onder druk door de grote hoeveelheid slechte leningen en blijvend lage winstgevendheid
  • Bail-in van Italiaanse banken zou huishoudens treffen, met mogelijk grote gevolgen voor de groei van de Italiaanse economie
  • Als de bankensector niet juist wordt opgeschoond en geherstructureerd, dan blijft de dreiging van een bankencrisis als donkere wolk boven het prille economisch herstel hangen
Figuur 1: Sterke koersval Italiaanse banken
Figuur 1: Sterke koersval Italiaanse bankenBron: Macrobond

Na het Brexit-referendum op 23 juni schoten de koersen van Italiaanse banken omlaag (figuur 1). Sindsdien zijn ze licht hersteld, maar aandelen zijn nog altijd 17 procent minder waard dan net voor het referendum. De Brexit-stem is niet de oorzaak van de problemen in de Italiaanse bankensector (Wijffelaars, 2016), maar het zorgde wel voor extra aandacht voor de zwakke plekken in de economie van de eurozone, waaronder dus de zwakke balansen en vooruitzichten van de Italiaanse bankensector (box 1). De zwakke balansen remmen de kredietgroei en daarmee het economisch herstel. Bovendien bestaat het risico dat de problemen in de bankensector uiteindelijk leiden tot een economische crisis. 

Bankresolutie vormt risico voor economische groei

Doordat banken kampen met een grote hoeveelheid leningen die (vermoedelijk) niet of niet geheel worden terugbetaald is de kans groot dat een aantal banken op enig moment extra kapitaal moet aantrekken om aan de vereiste kapitaalratio’s te voldoen. Het risico is behoorlijk dat een aantal banken dit dan niet lukt. Volgens nieuwe Europese regelgeving moet een bank dan officieel eerst bail-in toepassen voordat de overheid publiek geld mag injecteren. Simpel gezegd moeten bij een bail-in de aandeel- en (junior) obligatiehouders van de betreffende banken voor een bepaald percentage bijdragen aan de redding van de bank en dus een verlies nemen.

In Italië zijn bankobligaties voor een behoorlijk deel in handen van huishoudens. Maar ook het midden- en klein bedrijf en andere financiële instellingen zouden door een bail-in kunnen worden geraakt. Een bail-in zou daarom via vermogens- (en vertrouwens-)verlies negatieve gevolgen hebben voor de consumptie- en investeringsgroei. Het zou ook andere banken kunnen verzwakken, met mogelijk een domino-effect binnen de financiële sector als gevolg. Dit risico neemt toe als onzekerheid ontstaat over de staat van andere banken en dit gepaard gaat met kapitaal- en depositovlucht. Door alle onzekerheid over de toekomst van de financiële sector en de economie stijgen dan mogelijk ook de staatsrentes, met implicaties voor de houdbaarheid van de enorme overheidsschuld (130% van het BBP). Een volwaardige bankencrisis en recessie zijn dan niet uit te sluiten. 

Opschoning en herstructurering bankensector noodzakelijk

Om het hierboven geschetste scenario van financiële instabiliteit te voorkomen heeft de Italiaanse regering in het afgelopen jaar al meerdere maatregelen genomen. En momenteel is ze in gesprek met Europa over de mogelijkheden om een eventuele bail-in geheel of gedeeltelijk te voorkomen. Wat de uitkomst ook zal zijn, zolang als de problemen in de bankensector, de faillissementswet en het inefficiënte justitiële apparaat niet grondig worden aangepakt remt de bankensector de economische groei en blijft een bankencrisis een neerwaarts risico. Bankbalansen moeten worden opgeschoond, de sector moet worden geherstructureerd, en het aantal jaren dat nu nodig is om onderpand te claimen als schuldnemers in gebreke zijn moet drastisch omlaag. Gebeurt dit alles niet, dan blijft de kredietverlening onder druk staan en zal de sector het waarschijnlijk keer op keer moeten ontgelden als er in Italië of de eurozone een onzekere situatie ontstaat, zoals recent na de Brexit-stem. Een slechte uitslag van de stresstesten van de ECB zouden eind juli al voor nieuwe onrust kunnen zorgen. De onrust houdt vermoedelijk aan in aanloop naar het referendum in oktober over de hervorming van het Italiaanse parlement (Wijffelaars, 2016). Zodoende blijft een bankencrisis een neerwaarts risico.

Box 1: Bankbalansen zijn zwak

De winstgevendheid van de Italiaanse banken is laag en ze kampen bovendien met een grote hoeveelheid leningen die (vermoedelijk) niet of niet geheel worden terugbetaald. Italiaanse banken hebben voor EUR 360 miljard aan slechte leningen op de balans staan. Dit is 24% van het totaal aan leningen en 22% van het BBP. Tegenover de probleemleningen wordt bijna EUR 200 miljard aan provisies aangehouden; oftewel de ‘financiële’ dekkingsgraad gaat richting de 45%. Als we ook onderpand mee rekenen is de dekkingsgraad van zwakke leningen volgens de autoriteiten rond de 90% (eind 2015). Dit verkleint in principe de kans dat een bank verlies moet nemen als probleemleningen moeten worden afgeschreven en verhoogt ook de waarde van probleemleningen. Door het zwakke justitieel apparaat gaan er echter veelal jaren van procesvoering overheen voordat een crediteur onderpand kan vorderen. Dit vermindert de waarde van leningen. Veel analisten gaan er dan ook vanuit dat de hoeveelheid provisies die banken hebben genomen te weinig is. Het geschatte gat tussen markt- en boekwaarde loopt momenteel uiteen van EUR 40 miljard (2,4% van het BBP) tot wel meer dan EUR 100 miljard. Een deel daarvan zullen banken vermoedelijk op kunnen vangen door bijvoorbeeld balansverkorting of winstinhouding, maar (privaat of publieke) kapitaalinjecties zijn ook zeer waarschijnlijk noodzakelijk.

Delen:
Auteur(s)
Maartje Wijffelaars
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 68740

naar boven