RaboResearch - Economisch Onderzoek

Hoe kon het VK voor een ‘leave’ stemmen?

Column

Delen:

De homo economicus bestaat niet in werkelijkheid. Zoveel is duidelijk na de uitslag van het Brexitreferendum. Die laat maar weer eens zien dat mensen lang niet altijd vanuit hun eigen economische belang -en dus vanuit economisch oogpunt rationeel- stemmen. Alle experts zijn het over eens dat een vertrek uit de EU negatieve gevolgen zal hebben voor de Britse economie. Niet alleen omdat de handel met de EU op het spel staat, maar ook vanwege de lange periode van grote onzekerheid over de toekomst van het VK (zie ook Prins, 2016).

Maar schijnbaar bestaat de gewone Brit van vlees en bloed ook niet. Die vermijdt namelijk economische verliezen en onzekerheid. Wat nu juist het gevolg is van de gemaakte keuze voor Brexit. Daniel Kahneman en Amos Tversky demonstreerden de angst voor verlies door aan te tonen dat mensen meer risico nemen om een verlies tegen te gaan (zeg € 100) dan ze zouden nemen om hetzelfde bedrag te winnen. De Ellsbergparadox laat zien dat mensen ook een aversie hebben tegen onzekerheid. Mensen hebben een voorkeur voor risico’s die bekend zijn boven risico’s die onbekend zijn. Omdat het leave-kamp geen plan heeft voor de Britse economie zonder EU-lidmaatschap, is de Brexit een enorm onbekend risico.

De ‘leave stem is dus niet te verklaren vanuit de traditionele economie en niet vanuit de gedragseconomie. Wat is er dan gebeurd? Een van de antwoorden is immigratie. Uit de peilingen van Lord Ashcroft blijkt dat degenen die voor vertrek stemden veel negatiever zijn over immigratie en multiculturalisme. Terecht of niet, veel ‘leave’ stemmers hebben het idee dat immigranten meer profiteren van banen, publieke diensten en sociale voorzieningen.

Laten we wat verder in de gedragseconomie duiken en naar de reciprocity bias kijken. Mensen willen elkaar een dienst verlenen, maar willen daarbij niet dat de ander onevenredig veel profiteert. Een toepasselijk voorbeeld is Ultimatum Game, een bekend experiment waarin een persoon geld krijgt (zeg € 100) en wordt gevraagd om een gedeelte hiervan aan een tweede persoon te geven. Als de tweede persoon het aanbod accepteert, mogen beide personen het geld houden. Maar als de tweede persoon weigert, krijgen ze beiden niets. Voor de tweede persoon is de rationele beslissing om elk aanbod dat groter is dan € 0 te accepteren, want iets is beter dan niets. Maar experimenten laten zien dat de tweede persoon een aanbod dat lager is dan 30% van het bedrag vaak niet accepteert. Zulke experimenten laten zien dat mensen bereid zijn om zelf verlies te lijden, om anderen te straffen voor oncoöperatief gedrag. De leave-stemmers durven de onzekerheid van Brexit aan om de voordelen die immigranten ontvangen te verkleinen.

Maar wat blijkt, immigranten vanuit de EU betaalden tussen 2001 en 2011 meer belasting dan ze ontvingen aan uitkeringen. De beeldvorming van de leave-stemmers was dus anders dan de werkelijkheid.

Daarnaast was de stem voor Brexit een protest tegen de sociale veranderingen die immigratie veroorzaakt. En dit verklaart ook (gedeeltelijk) het verschil tussen het stemgedrag van jong en oud: jongeren zijn meer gewend aan immigranten en kunnen vaak beter omgaan met sociale veranderingen dan ouderen. Tyler Cowen en Joel van der Weele verklaren de grotere aversie van ouderen tegen sociale veranderingen door het endowment-effect. Dit is het fenomeen dat mensen meer waarde hechten aan iets dat ze bezitten, dan ze over hebben om datzelfde in bezit te krijgen. De oudere, vooral Engelse bevolking, hecht aan de typische Engelse tradities en nationaliteitsgevoel. De jongere generatie doet dat minder. De oudere generaties zijn dus de ‘bezitters’ van de tradities en nationaliteitsgevoel en zijn bereid meer economische verliezen te lijden om hun bezit te behouden.

Laten we hopen dat de Britten de Brexit heroverwegen, en vanuit het traditionele economische gedachtegoed, dan wel vanuit gedrageconomische beweegredenen, besluiten om in de EU te blijven.

Delen:
Auteur(s)

naar boven