RaboResearch - Economisch Onderzoek

Welvaart is complex, houd het simpel

Column

Delen:

Verschenen in het Financieele Dagblad, 31 december 2015

De discussie over een alternatief voor het Bruto Binnenlands Product als indicator voor het meten van welvaart is in volle gang. Een heuse kamercommissie buigt zich over de vraag hoe brede welvaart te meten. De kans is groot dat ze tot de conclusie komt dat welvaart niet valt te vangen in één cijfer. Dat een dashboard, veel verschillende indicatoren, veel beter is. Methodologisch zijn daar inderdaad veel argumenten voor. Maar in de praktijk leidt een zeer ingewikkeld dashboard alleen maar af: je ziet niet meer waar je naartoe wilt want je kijkt alleen maar op de metertjes van je dashboard.

De problemen met BBP

Dat BBP niet de juiste maatstaf is voor een breder welvaartsbegrip, welzijn, was ook voor de mensen die BBP in de jaren dertig hebben ontwikkeld al duidelijk. Een van die ontwikkelaars, Simon Kuznets, gaf in 1934 bij de eerste publicatie van de Nationale Rekeningen in de VS aan dat BBP ging om het meten van productie, niet van welvaart. Dat was echter aan dovemansoren gericht. En jarenlang hebben we BBP geïnterpreteerd als indicator voor welvaart én welzijn.

Nu is er een aantal problemen met BBP, die de laatste jaren groter lijken te worden.

Ten eerste meet het BBP alleen marktproductie, dat wil zeggen alleen productie die tegen marktprijzen wordt verhandeld. Zelf op je kinderen passen is bijvoorbeeld geen BBP, de kinderen naar de crèche brengen wel.

Voorts is de kwaliteitsverbetering van producten lastig te meten en brengt ook de verdere verdienstelijking van de economie meetproblemen met zich mee. Innovatie maakt bovendien meer zaken gratis. De deeleconomie zorgt ervoor dat consumenten steeds meer met elkaar handelen. Geen BBP. Het besluit van Adele om haar CD niet te laten streamen, leverde bijvoorbeeld veel BBP op. De verkoop van haar CD’s genereerde immers meer omzet dan de vaste abonnementen op bijvoorbeeld Spotify.

Ten tweede worden voorraden, of kapitaalsvormen, niet meegenomen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om natuurlijke hulpbronnen, menselijk, sociaal en economisch kapitaal. Zowel het opbouwen en vernietigen ervan als de waarde van de voorraden zelf blijft buiten het zicht van BBP. Het maakt niets uit als de groei van het BBP wordt gefinancierd met schulden. En het opwarmen van de aarde en uitputten van natuurlijke hulpbronnen is niet van belang voor het BBP. Sterker nog: als we onze huizen allemaal klimaatneutraal maken, daalt het BBP structureel. We hoeven immers geen energierekening meer te betalen.

Ten derde wordt de verdeling van het inkomen niet meegenomen. Voor BBP maakt het niets uit als alleen de rijken rijker worden en de rest evenveel inkomen houdt: het is groei van het BBP, dus groei.

Deze opsomming is niet uitputtend, maar geeft wel een indicatie voor de uitdagingen van werken met het BBP.

De oplossingen

Naar een alternatief voor het BBP wordt al decennialang gezocht. Van het aanpassen van het BBP, door bijvoorbeeld meer rekening te houden met de uitputting van natuurlijke hulpbronnen, tot het bevragen van mensen hoe het met hen gaat, ofwel het ‘meten’ van subjectief welzijn van mensen.

Twee manieren van het meten van brede welvaart lijken nu meer aandacht te krijgen. Ten eerste dit subjectieve welbevinden. Ofwel geluk. Mensen weten immers zelf het best hoe het met hen gaat. Er zit wel een groot nadeel aan deze methode: het is niet objectief vast te stellen waardoor mensen zich beter of slechter voelen. Daarbij is deze subjectieve welvaartsbeleving ook echt subjectief: mensen wennen aan een hoger welvaartsniveau, en hun geluk stijgt daardoor niet. Lastig voor beleid.

Dus iets objectiever zou prettig zijn. Daar houdt de tweede school zich mee bezig. De invloedrijke commissie die door president Sarkozy in 2009 in het leven is geroepen met de Nobelprijswinnaars Sen en Stiglitz is daar nu de basis van. De verschillende dimensies van welvaart worden daarbij één voor één bekeken, als input voor beleid. Daarbij worden die dimensies apart gehouden: een dashboard. Want het samentellen van de verschillende elementen van welvaart is lastig. Hoe kun je de kwaliteit van onderwijs optellen bij levensverwachting? En hoe doe je dat met inkomen versus fijnstof? Dit lijkt inmiddels de consensus als alternatief voor het BBP te worden. Ook het CBS heeft inmiddels een dashboard opgeleverd onder de noemer ‘Welzijn in Nederland’.

Waarom dit niet gaat werken

Vergelijk een dashboard voor bredere welvaart met een auto die heel veel metertjes op het dashboard heeft. Het ziet er heel modern uit. Hoe meer gadgets, hoe beter het is voor de liefhebbers. Maar het is vaak niet overzichtelijk. En iedereen snapt ook wat het gevaar is in de auto: in plaats van te kijken naar waar je naartoe wilt, kijk je te veel naar het dashboard.

Zo is het ook met een dashboard voor bredere welvaart: door de veelheid aan verschillende metertjes is de wisselwerking tussen die metertjes niet duidelijk. Ook is het de vraag of het doel wel in zicht wordt gehouden: waar willen we naartoe? Dat is het krachtige van BBP: je kunt, zij het vrij slecht, voorspellen waar het naartoe gaat. En dat kan met een dashboard niet.

Mijn voorstel: houd het simpel. Eén indicator om op te koersen, met daarin veel dimensies van welzijn. Met daaronder allerlei variabelen als dashboard. Zo word je niet verleid de hele tijd op het dashboard te kijken, maar kijken beleidsmakers weer naar voren.

Delen:
Auteur(s)
Hans Stegeman
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven