RaboResearch - Economisch Onderzoek

Werkloosheid daalt in vrijwel alle Nederlandse regio’s

Economisch commentaar

Delen:
  • De werkloosheid was in 2015 in 37 van de 40 regio’s lager dan in 2014, maar de verschillen zijn groot
  • In 10 van die 37 regio’s droeg de krimpende beroepsbevolking bij aan de lagere werkloosheid
  • In slechts 2 van die 10 regio’s is de bevolkingsontwikkeling de oorzaak van de kleinere beroepsbevolking. In de overige 8 is de lagere participatiegraad de reden

De werkloosheid in Nederland daalde van gemiddeld 7,4 procent in 2014 naar gemiddeld 6,9 procent in 2015. De daling deed zich in 37 van de 40 regio’s voor. Dit is positief, maar verdient wel nuancering. Ten eerste verschilt de daling sterk per regio en zagen drie regio’s de werkloosheid licht stijgen. Daarnaast kampt een aantal regio’s nog steeds met een hoge werkloosheid. Tot slot is in veel regio’s niet de groei van het aantal mensen met een baan maar een daling van de beroepsbevolking de oorzaak van de werkloosheidsdaling.

Nagenoeg overal lagere werkloosheid

Op drie regio’s na daalde de werkloosheid in 2015 in elke regio (kaart 1). In Flevoland was de daling met 1,6 procentpunt het grootst, gevolgd door Zuidwest-Friesland, Zaanstreek, Zuidoost-Friesland, Kop van Noord-Holland en Alkmaar en omgeving. De daling was veel kleiner in vooral het noordoosten en het zuidwesten van het land. In Overig Groningen, inclusief de stad Groningen, Zeeuws-Vlaanderen en Overig Zeeland nam de werkloosheid toe, zij het met slechts 0,1 procentpunt. Dat nagenoeg overal de werkloosheid afneemt is gunstig, maar delen van het land kampen nog steeds met een hoge werkloosheid (kaart 2). Het uiterste noorden en noordoosten van het land toont wat dat betreft het meest zorgelijke beeld. Daar is de werkloosheid relatief hoog en de daling ervan zeer beperkt. In dat opzicht komen Agglomeratie Den Haag en Groot-Rijnmond ook niet goed uit de verf.

Kaart 1: Werkloosheid vrijwel overal gedaald
Kaart 1: Werkloosheid vrijwel overal gedaaldBron: CBS
Kaart 2: Werkloosheid loopt sterk uiteen
Kaart 2: Werkloosheid loopt sterk uiteen Bron: CBS

Regio’s rondom Amsterdam profiteren

Een lagere werkloosheid is doorgaans een teken van werkgelegenheidsgroei, maar is beslist niet overal een gevolg van (enkel) meer banen. Ook krimp van de beroepsbevolking kan de werkloosheid doen dalen. Figuur 1 toont de ontwikkeling van de beroepsbevolking en het aantal werkzame personen voor alle regio’s.[1] De omvang van de bollen staat voor de afname van de werkloosheid in procentpunten (de drie regio’s met een gestegen werkloosheid zijn blauw weergegeven). In Zuidwest- en Zuidoost-Friesland nam de beroepsbevolking met respectievelijk 0,9 en 0,7 procent af, waardoor de werkloosheid, ondanks de geringe toename van de werkgelegenheid, flink daalde. In Flevoland, Alkmaar en omgeving en Zaanstreek, ook drie regio’s met een forse werkloosheidsdaling, nam de beroepsbevolking juist toe en is de groei van het aantal mensen met een baan de reden van de daling van de werkloosheid. Het lijkt erop dat die regio’s meer profiteren van de economische groei, waarschijnlijk in de vorm van banengroei in zowel de eigen regio als in Amsterdam. Ook in de regio’s Agglomeratie Haarlem, Gooi en Vechtstreek en IJmond, eveneens in de buurt van Amsterdam, nam de werkzame beroepsbevolking fors toe. Daar werd de daling van de werkloosheid echter meer gedempt door de groei van de beroepsbevolking.

Figuur 1: Werkloosheidsdaling heeft verschillende oorzaken
Figuur 1: Werkloosheidsdaling heeft verschillende oorzakenBron: CBS
Figuur 2: Dalende beroepsbevolking komt meestal door lagere participatie
Figuur 2: Dalende beroepsbevolking komt meestal door lagere participatieBron: CBS

Voetnoot

[1] De gegevens over arbeidsdeelname van het CBS worden gepubliceerd in duizendtallen. Zeker in kleinere regio's leidt dit tot onnauwkeurige groeicijfers van de beroepsbevolking. Daarom is de (werkzame) beroepsbevolking in deze publicatie berekend door de potentiële beroepsbevolking te vermenigvuldigen met de bruto en de netto arbeidsparticipatie.

Daling beroepsbevolking door lagere participatie

De (ontwikkeling van de) beroepsbevolking is op haar beurt afhankelijk van de potentiële beroepsbevolking (bevolking in de leeftijd 15 tot 75 jaar) en het percentage daarvan dat zich beschikbaar stelt voor de arbeidsmarkt (de participatiegraad). In figuur 2 zijn de veertig regio’s gerangschikt naar de ontwikkeling van de beroepsbevolking en wordt onderscheid gemaakt tussen de invloed van de ontwikkeling van het aantal mensen in de leeftijd van 15 tot 75 jaar en de invloed van de ontwikkeling van de arbeidsparticipatie. Het is interessant om te zien dat in regio’s waar de beroepsbevolking afnam in 2015 (rechts in figuur 2), zoals Zuidwest- en Zuidoost-Friesland, een lagere participatiegraad daarvan doorgaans de oorzaak is, maar niet een afname van de potentiële beroepsbevolking. Demografische krimp is in deze regio’s dus niet de reden van de daling van de omvang van de beroepsbevolking.

Tot slot kijken we naar Zeeuws-Vlaanderen. Die regio kende een forse groei van de beroepsbevolking en van de werkzame beroepsbevolking (figuur 1). Net als in Overig Zeeland, Zuid-Limburg en de Groningse regio’s is de hogere participatie daarvan de oorzaak (figuur 2). Gezien het lage niveau van de lage participatiegraad zou hier sprake kunnen zijn van een inhaalslag. 

Delen:
Auteur(s)

naar boven