RaboResearch - Economisch Onderzoek

Gestage groei eurozone door investeringen, maar risico’s stapelen zich op

Economisch commentaar

Delen:
  • De economie van de eurozone groeide in het vierde kwartaal met 0,3% ten opzichte van het kwartaal ervoor
  • Spanje blijft met 0,8% groei de ‘outperformer’ binnen de muntunie, terwijl de Griekse en Finse economieën krompen
  • De handel in de eurozone heeft overduidelijk te lijden onder de afkoeling van de wereldeconomie
  • De investeringen droegen in veel landen juist verrassend sterk bij aan de groei, tegen de achtergrond van een krimpende industriële productie in de grootste eurozonelanden
  • De neerwaartse risico’s voor de eurozonegroei zijn sinds de start van het nieuwe jaar sterk toegenomen
Figuur 1: Sterke groei in Spanje
Figuur 1: Sterke groei in SpanjeBron: Macrobond

De eurozone sluit 2015 af met een economische groei van 0,3% in het vierde kwartaal ten opzichte van het kwartaal ervoor. Daarmee komt het jaarcijfer uit op 1,5%, in lijn met onze verwachting (zie Visie op 2016: internationale economie). Spanje blijft met 0,8% (k-o-k) het beste jongetje van de eurozoneklas (figuur 1), terwijl de Griekse (-0,6%) en Finse (-0,1%) economieën het zwaar hebben. Ook de Italiaanse groei viel met 0,1% groei tegen, aangezien 0,3% werd verwacht.

Handel blijft zwakke plek

De componenten van de groei zijn slechts voor een beperkt aantal landen beschikbaar, maar er zijn wel duidelijke signalen dat de export onder druk staat door de afkoelende wereldhandel. In Frankrijk, Oostenrijk, Finland en Nederland groeiden de importen harder dan de exporten in het vierde kwartaal en in Duitsland krompen de exporten zelfs. De netto handelspositie heeft de Franse economie in de tweede helft van 2015 liefst 1%-punt groei gekost. In België (0,2%-punt), Portugal en Italië was de netto handelsbijdrage overigens wel positief.

Investeringen leven op

De bedrijfsinvesteringen in Frankrijk (1,2%), Nederland, België (0,9%), Oostenrijk en Spanje droegen verrassend sterk bij aan de groei in het vierde kwartaal. In Duitsland waren vooral de investeringen in de bouw hoog. De opleving van de investeringen is verrassend tegen de achtergrond van de slappe ontwikkeling van de industriële productie. In december kromp de industriële productie in de Duitsland (-1,2%[1]), Frankrijk (-1,6%), Italië (-0,7%) en Spanje (-0,2%), terwijl de eerstgenoemde drie landen in november ook al een min lieten noteren. Hoewel de lagere industriële productie in december deels het gevolg is geweest van lagere energieproductie door het exceptioneel warme winterweer, viel ook de groei in de maakindustrie tegen.

Consumptie profiteert nog steeds van lage olieprijzen

De particuliere bestedingen zorgen ook nog steeds voor groei in de eurozone. Uitzonderingen zijn onder andere Frankrijk (-0,4%) en België (-0,2%), waar de particuliere consumptie kromp. In het algemeen profiteren huishoudens in het eurogebied nog steeds van de aanhoudend lage olieprijs. Deze zal ook in 2016 zorgen voor een opwaarts effect op de bestedingen door huishoudens, zij het in mindere mate dan in 2015 (zie De wereld drijft in olie). Daarnaast heeft de banengroei in Spanje, Ierland en in mindere mate Griekenland ervoor gezorgd dat het beschikbare inkomen van huishoudens werd gesteund (zie figuur 2). Alleen Duitsland kent vanwege de uitzonderlijk krappe arbeidsmarkt echter voldoende opwaartse druk op de lonen, wat in alle eurozonelanden uiteindelijk de basis moet vormen voor bestendige consumptie en investeringen. Het onbenutte potentieel op de arbeidsmarkt is echter nog veel te groot in veel landen. Vooral de ontwikkelingen in Italië, Spanje, Griekenland, Frankrijk en Finland stemmen somber.

Figuur 2: Sterke werkgelegenheidsgroei in Zuid-Europa en Ierland
Figuur 2: Sterke werkgelegenheidsgroei in Zuid-Europa en IerlandBron: Macrobond
Figuur 3: Inkoopmanagers index duidt op groei begin 2016
Figuur 3: Inkoopmanagers index duidt op groei begin 2016Bron: Macrobond

Neerwaartse risico’s nemen toe

De neerwaartse risico’s voor de groei in de eurozone zijn sinds de start van het jaar wel sterk toegenomen. Ten eerste is de onrust op de financiële markten op dit moment hoog door onder meer twijfels over de wereldhandelsgroei. Hoewel de volatiliteit van aandelen en obligatiekoersen geen sterk verband heeft met de economische groei, kan het sentiment onder consumenten en bedrijven wel een deuk oplopen. De laatste meting van de inkoopmanagersindex geeft echter nog een gunstig beeld (zie figuur 3). Ook pensioenfondsen leiden zware verliezen, wat uiteindelijk zijn weerslag kan krijgen op de reële economie.

Ten tweede zorgt kapitaalvlucht uit China (alleen al een daling van 100 miljard USD-reserves in januari) voor toenemende depreciatiedruk op de yuan. Dit zou een neerwaartse spiraal van de wereldhandel kunnen versterken omdat het de importen door China zou kunnen remmen. Tot slot blijkt de Europese Unie een tandeloze tijger in haar poging de vluchtelingenproblematiek te beteugelen. Inmiddels hebben verschillende landen, zoals Zweden, Denemarken en Oostenrijk, grenscontroles ingesteld en zonder krachtig antwoord lijkt het Schengen-verdrag, dat het vrije verkeer van persoon regelt, ten dode opgeschreven. Door het opnieuw instellen van grenscontroles worden alle Schengenlanden geconfronteerd met hogere transactiekosten.

 

Voetnoot:

[1] Een daling van grote orders veroorzaakte de krimp in Duitsland in december (zie IHS). Gezien de opleving van het orderverloop tegen het eind van het jaar verwachten we weer herstel van de industriële productie begin 2016.

Delen:
Auteur(s)
Hugo Erken
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 2223 1650

naar boven