RaboResearch - Economisch Onderzoek

Azië: veel economische potentie, maar ook de nodige risico’s

Themabericht

Delen:

Naar de overzichtspagina van de Azië-Pacific regiostudie

  • Sterke groei in Azië is belangrijk geweest voor de regio zelf en de rest van de wereld
  • China wordt steeds belangrijker voor de Aziatische economieën; hier ligt de kracht, maar ook de kwetsbaarheid
  • Toegenomen schuldenlast, gedeeltelijk in Amerikaanse dollars, is voor enkele landen een risico
  • Het perspectief blijft echter goed; we zien onder meer grote kansen voor de voedsel-gerelateerde sectoren

Azië heeft de afgelopen twee decennia een indrukwekkende economische ontwikkeling doorgemaakt. De regio is daarmee ook een steeds belangrijkere rol gaan spelen in de mondiale BBP-ontwikkeling (figuur 1). Na afloop van de Aziatische crisis in 1997/1998 is de Aziatische economie weer teruggekeerd op haar groeipad en was zij goed voor ongeveer de helft van de wereldwijde economische groei. Behalve dat de rest van de wereld hiervan door de toenemende handel profiteerde, plukte ook de eigen bevolking de vruchten van deze positieve ontwikkeling. De afname van de armoede is spectaculair te noemen: in Oost-Azië leefde in 1996 nog 68% van de bevolking onder het armoedeniveau, en in 2012 nog maar 22% (figuur 2). De afgelopen vijf jaar zijn ook de cijfers voor Zuid-Azië aan het verbeteren.

De risico’s voor de economische groei in de regio lijken echter toe te nemen. Tegelijkertijd zien wij kansen in het gebied, en dan vooral voor producenten van consumptiegoederen en voedsel.

Figuur 1: Azië is in toenemende mate van belang voor de groei van de wereldeconomie
Figuur 1: Azië is in toenemende mate van belang voor de groei van de wereldeconomieBron: Macrobond
Figuur 2: Spectaculaire daling van de armoede in opkomend Azië
Figuur 2: Spectaculaire daling van de armoede in opkomend AziëBron: Wereldbank

Chinese groeivertraging vormt een risico voor de regio

Figuur 3: China wordt een steeds belangrijkere exportmarkt
Figuur 3: China wordt een steeds belangrijkere exportmarktBron: UNCTAD

De Chinese economische groei vertraagt door de omschakeling van een door investeringen gedreven groeimodel naar een meer op consumptie gebaseerde economie (Loman, 2016). Dit heeft mogelijk negatieve uitstralingseffecten naar de hele regio via de toegenomen handelsbetrekkingen tussen China en de overige Aziatische landen (figuur 3). In de laatste twintig jaar is China (inclusief Hong Kong en Macau) de belangrijkste uitvoerbestemming van de regio geworden. Het land heeft daarmee de VS op de tweede plaats gezet. In dezelfde periode is de uitvoer vanuit China naar alle Aziatische landen waar data over beschikbaar zijn ook toegenomen. Daarnaast is de invloed van China terug te zien in het grote aantal buitenlandse investeringen, voornamelijk in de grondstoffen- en infrastructuursectoren.

Chinese invloed zal verder toenemen

China probeert zijn voetafdruk in de regio verder te vergroten door verschillende multilaterale initiatieven zoals de Nieuwe Zijderoute en de Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB). De Nieuwe Zijderoute is in 2013 geïnitieerd en beslaat een landroute tussen China en Europa, en een maritieme route die Chinese havens verbindt met Afrikaanse en Zuid-Europese havens. Het doel van deze routes is om China beter te verbinden met de rest van Azië, Europa, het Midden-Oosten en Afrika. Omdat al ongeveer zestig landen bilaterale intentieverklaringen hebben getekend, kan de Nieuwe Zijderoute mogelijk een strategische concurrent worden van het door Amerika geleide (en China buitensluitende) Trans-Pacifisch Partnerschap (TPP). Daarnaast deelde China met de AIIB een grote klap uit aan het leiderschap van de VS in Azië. Terwijl de VS weigerden deel te nemen en zelfs openlijk tegen de AIIB waren, slaagde China erin om grote Europese landen wel achter dit initiatief te scharen. De AIIB en de Nieuwe Zijderoute verminderen mogelijk het uitgavetekort in infrastructuur van acht triljoen dollar[1] in de regio en versterken waarschijnlijk de invloed van China in de regio. De toenemende invloed van China leidt tot een verandering in de machtsverhoudingen binnen Azië, ten koste van onder meer de Amerikaanse invloed in de regio.

Geopolitieke spanningen nemen toe

Figuur 4: Militaire uitgaven van China nog ver achter op die van de VS
Figuur 4: Militaire uitgaven van China nog ver achter op die van de VSBron: SIPRI

China profileert zich al ruim anderhalf jaar steeds nadrukkelijker in de Zuid-Chinese Zee, onder meer door de aanleg van kunstmatige eilanden. Bovendien heeft China zijn leger onlangs gemoderniseerd en uitgebreid naar militaire bases overzee. Dit leidt in combinatie met de toename van de Chinese militaire uitgaven (94% tussen 2009 en 2014; SIPRI, 2015) tot spanningen in de omliggende landen, die gesteund door de VS en Japan een anti-Chinablok hebben gevormd. De absolute militaire uitgaven van China zijn vooralsnog gematigd vergeleken met die van de VS (figuur 4). Het territoriale geschil betreft de eigendom van de Parcel en Spratly eilanden, die China, Vietnam, Taiwan, de Filipijnen, Maleisië en Brunei (gedeeltelijk) opeisen. Omdat de Zuid-Chinese Zee de belangrijkste handelsroute is voor deze landen en bovendien grote hoeveelheden olievoorraden bevat, is de controle van deze zee zeer aantrekkelijk. 

De schuldenlast is toegenomen, maar de buffers zijn ook gegroeid

Het afgelopen jaar is de druk vanuit de financiële markten op opkomend Azië groter geworden. Wisselkoersen in de gehele regio stonden onder druk. Ook stegen de risicopremies, zoals de CDS-spreads, voor de meeste landen, en dan met name in Zuidoost-Azië. Desondanks verwachten wij geen betalingsbalanscrisis. Vergeleken met de Aziatische crisis van 1997/1998 hebben de meeste landen hun externe positie namelijk fors verbeterd. In de eerste plaats hebben de Aziatische landen nu veelal flexibelere wisselkoersen. De neerwaartse druk op de wisselkoersen zorgt op zichzelf dus ook meteen voor drukverlichting, namelijk op de internationale financieringsstromen en de buitenlandse deviezenreserves. In de tweede plaats hebben de landen een verbeterde lopenderekeningpositie (in meerderheid zelfs een overschot) en grotere reserves in vreemde valuta. Ook is de externe schuldpositie fors verbeterd in de meeste landen.

In vrijwel geheel Azië is de schuldenlast echter flink toegenomen na het uitbreken van de wereldwijde financiële crisis van 2008/2009 en de daaropvolgende, ongehoorde, verruiming van het monetaire beleid in de VS en in overige ontwikkelde landen (figuur 5). Vooral in China lag het tempo van de kredietgroei de afgelopen jaren erg hoog. Tevens vindt een groot gedeelte van deze kredietverlening plaats buiten het traditionele bank-kanaal, waardoor officiële schuldcijfers een te rooskleurig beeld scheppen, al blijft per definitie onduidelijk in welke mate. McKinsey (2015) schat de totale Chinese binnenlandse schuld op 282%-BBP.

Zwakkere munten vormen risico’s voor dollarleningen

Er worden nog altijd leningen verstrekt aan het niet-financiële bedrijfsleven die in vreemde valuta luiden (vooral USD), wat in combinatie met de sterke depreciatie van de lokale munten problemen kan veroorzaken. Vergeleken met opkomende economieën op andere continenten wordt echter slechts een beperkt gedeelte van de schulden in vreemde valuta gefinancierd, met uitzondering van Indonesië (figuur 6). In mindere mate zijn ook bedrijven in Vietnam, de Filippijnen en Sri Lanka blootgesteld aan leningen in vreemde valuta. In de gehele regio zijn de leningen in vreemde valuta wel vrijwel alleen verstrekt aan de grootste bedrijven. Indonesische bedrijven lijken sowieso het meest kwetsbaar te zijn voor een normalisatie van het Amerikaanse monetaire beleid: de looptijden van hun leningen zijn relatief kort en hun financiële ratio’s zijn de zwakste binnen de regio.

Figuur 5: Schuldenlast fors toegenomen sinds de crisis van 2009
Figuur 5: Schuldenlast fors toegenomen sinds de crisis van 2009Bron: IIF
Figuur 6: Relatief weinig schulden in vreemde valuta in Azië
Figuur 6: Relatief weinig schulden in vreemde valuta in AziëBron: IMF

Verbeteringen in structurele zwakheden

Behalve de sterk gestegen schulden zien we nog een aantal structurele belemmeringen voor de groei op lange termijn, met name in opkomend Azië. Zo is het corruptieniveau hoger dan het wereldwijde gemiddelde (figuur 7), zijn de instituties relatief zwak en hebben de landen gemiddeld genomen nog steeds een slechte infrastructuur (figuur 8). Er is dus zowel figuurlijk als letterlijk nog flink aan de weg te timmeren. Sinds 2006-2007 zien we echter wel forse verbeteringen in het ondernemersklimaat en de infrastructuur in Bhutan, Laos, Sri Lanka en Myanmar. Daarnaast exporteren de Aziatische landen steeds geavanceerdere producten, wat aangeeft dat ze in de loop der tijd omhoog zijn geschoven in de waardeketens. Het feit dat deze landen de afgelopen tien jaar in staat zijn geweest zulke verbeteringen door te voeren, biedt een gunstig perspectief voor de toekomst. Ook blijft het investeringsniveau in veel landen op peil.

Figuur 7: Lage controle van corruptie in opkomend Azië
Figuur 7: Lage controle van corruptie in opkomend AziëBron: Wereldbank
Figuur 8: Sterke verbeteringen in de infrastructuur
Figuur 8: Sterke verbeteringen in de infrastructuurBron: World Economic Forum

Nog altijd veel onbenut potentieel

De positieve bevolkingsprognoses in met name Zuid-Azië en in mindere mate Zuidoost-Azië bevorderen de economische groeiperspectieven van deze landen. Oost-Azië heeft daarentegen juist te maken met vergrijzing. Belangrijker dan de omvang van de bevolking is de gemiddelde welvaart, die zich via de gestegen koopkracht in betere afzetvooruitzichten vertaalt. Gedreven door hoge economische groei in de afgelopen jaren is in veel landen een middenklasse ontstaan, die naar verwachting verder toeneemt van 0,5 miljard personen in 2009 naar 3,2 miljard in 2030[2]. China en India leveren hieraan de grootste bijdrage. Tot de middenklasse behoren huishoudens met een dagelijks inkomen van tussen de tien en honderd dollar[3], waardoor ze in staat zijn meer en duurdere producten te consumeren. Dit zal onder meer impact hebben op de vraag naar allerlei consumptiegoederen, waaronder voedsel. Niet alleen zal de absolute vraag naar voedsel toenemen, ook zal het consumptiepatroon veranderen naar meer hoogwaardige voedingsproducten zoals zuivel, proteïnen, groente en fruit ten koste van basisvoedsel als rijst en granen. Ook zal de consumptie verschuiven van onbewerkt naar bewerkt en verpakt voedsel.

Hoewel het continent zelf veel voedsel produceert, zal dit niet voldoende zijn om heel Azië te voeden. Zo is er simpelweg te weinig bebouwbaar land beschikbaar en zijn er onvoldoende waterbronnen. Daarnaast hebben veranderingen in de bebouwing van het land en de afgenomen opbrengst van moderne zaden ervoor gezorgd dat de productiegroei de laatste twee decennia is gestagneerd. Azië is om die reden nu al een belangrijke afzetmarkt voor voedselproducten en dat zal in de toekomst alleen maar toenemen.

Voetnoten

[1] Uitgavetekort in infrastructuur in opkomend Azië tussen 2010 en 2020, volgens schattingen van de Asian Development Bank (ADB)

[2] Prognose is voor Azië Pacific [inclusief AUS & NZL].

[3] Afgemeten aan de prijzen van 2005 en gecorrigeerd voor internationale verschillen in koopkracht. 

Delen:
Auteur(s)

naar boven