RaboResearch - Economisch Onderzoek

Wrange conclusie is dat verhaal Dijsselbloem over banken een vorm van populisme is

Column

Delen:

Verschenen in het Het Financieele Dagblad, 17 december 2016 

Het is primair de bankensector, aldus minister Dijsselbloem afgelopen zaterdag in het FD, die de opmars van het populisme in Europa heeft gedreven. Nadat hij daar negatieve reacties op kreeg, gaf Dijsselbloem in het FD van donderdag een onderbouwing bij zijn uitspraken. De door hem geciteerde academische literatuur levert echter níet de gezochte onderbouwing. Belangrijker is dat de minister met zijn uitspraken afbreuk doet aan de verhouding tussen de financiële sector en de maatschappij, terwijl het zowel voor de maatschappij als de sector nodig is dat die verhouding verbetert.

Dijsselbloem baseert zich op een paper van drie Duitse economen dat dit jaar gepubliceerd is. Onder de titel Politics in the Slump: Polarization and Extremism after Financial Crises, 1870-2014 onderzoeken zij het effect van financiële crises op politieke fragmentatie en polarisatie in moderne democratieën. De gebruikte data beslaan 800 verkiezingen in 20 ontwikkelde landen over een periode van 140 jaar. Financiële crises blijken in de jaren erna gevolgd te worden door een groter stemaandeel onder extreemrechtse partijen, een gefragmenteerd politiek landschap, meer frequente regeringscrises en sociale onrust.

Een degelijke studie, die echter geen onderbouwing van het betoog van Dijsselbloem is. De gevonden effecten zijn namelijk tijdelijk. Na 5 jaar beginnen ze af te nemen en na 8 jaar zijn ze niet langer zichtbaar in de data. Uit het onderzoek kan men dus juist níet afleiden dat het huidige hoge aandeel van populisten in de peilingen in verschillende Europese landen te wijten is aan enkel de bankencrisis van 2007-2009. Ook het door Dijsselbloem genoemde argument dat crises tot meer ongelijkheid leiden, en daarom populisme aanjagen, doet in Nederland geen opgeld. De inkomensongelijkheid is volgens het CBS immers de afgelopen 15 jaar niet veranderd.

Er zijn ook wetenschappelijke papers die wijzen op een andere oorzaak van populisme, en dat is het significante effect van bezuinigingsbeleid op sociale onrust en politieke instabiliteit. Op grond van het paper Austerity and Anarchy: Budget Cuts and Social Unrest in Europe 1919-2008 zou de conclusie zijn dat de ombuigingen van het huidige kabinet juist mede debet zijn aan de opkomst van populisme. Ook die beschuldiging zou een weinig vruchtbare bijdrage aan het politieke debat zijn.

Om de instabiliteit van de bankensector als de voornaamste oorzaak van de recente opkomst van het populisme te betitelen, gaat echt te ver. Was het maar zo eenvoudig, dan was het dichten van de kloof tussen politiek en het electoraat overzichtelijk. Minister Dijsselbloem weet dat ook wel, getuige zijn verhaal bij het 25-jarig jubileum van het Verdrag van Maastricht dat hij hield op de vrijdag voor hij zijn uitspraken in het FD deed. In die speech haalt hij ook de migratiecrisis, globalisering en tot baanpolarisatie leidende technologie aan als oorzaken van het populisme.

Een wrange conclusie is dan ook dat de ongenuanceerde uitlating van minister Dijsselbloem over de rol van banken een vorm van populisme is. Het zal de verkiezingskoorts zijn die maakt dat hij de bankensector nog een keer als schuldige aanwijst. De bankencrisis had vele vaders, zoals ook in het recente WRR rapport ‘Samenleving en financiële sector in evenwicht’ werd geconcludeerd. Toezichthouders lieten steken vallen, net als wetgevers en zelfs consumenten, en ja bovenal de sector zelf.

Net zoals de crisis vele vaders had, is ook populisme een veelkoppig monster. De rode draad is toenemende onzekerheid in een steeds sneller veranderende wereld, waarin men houvast in de vertrouwde zuilen, de eigen wijk of de traditionele loopbaan kwijt is. Steeds meer mensen vinden dat zij kansarm zijn.

Wrang is ook dat in de financiële sector veel mensen werkzaam zijn die zich dagelijks dienstbaar opstellen om belangen van individuele ondernemers en burgers te dienen. Daarmee is de sector ondersteunend aan een goed functionerende maatschappij, iets wat door de woorden van Dijsselbloem wordt miskend. De samenleving kan, zo benadrukt ook de WRR, niet zonder een stabiele en goed functionerende financiële sector, en vice versa. Waar tot nu het accent sterk lag op het zwaarder reguleren van de sector, wijst de WRR erop dat er ook aanpassingen nodig zijn in de rest van de samenleving om de financiële sector haar dienende rol optimaal te laten vervullen. Wij gaan het gesprek over alle nodige aanpassingen graag aan. Maar daarbij past geen populisme. Daarvoor is een betere verhouding tussen de financiële sector en de maatschappij te belangrijk en waardevol.

Delen:
Auteur(s)
Barbara Baarsma
Directievoorzitter Rabobank Amsterdam en voormalig directeur Kennisontwikkeling bij Rabobank Rabobank KEO
030 21 62666
Wiebe Draijer
Rabobank KEO

naar boven