RaboResearch - Economisch Onderzoek

Q&A steunpakket Italiaanse banken: is het genoeg?

Themabericht

Delen:

Het Italiaanse parlement heeft in de week van 19 december 2016 een steunpakket voor banken in problemen aangenomen ter waarde van 20 miljard euro. Hieronder geven we antwoord op de belangrijkste vragen over dit pakket en de effectiviteit ervan.

1) Wat voor maatregelen heeft Italië aangekondigd?

Het Italiaanse parlement een steunpakket voor banken in problemen aangenomen ter waarde van 20 miljard euro. De Italiaanse overheid wil met dit geld Italiaanse banken in moeilijkheden (deels) herkapitaliseren en steunen. Het rommelt namelijk nog steeds in de Italiaanse bankensector die met name gebukt gaat onder een enorme berg slecht presterende leningen (non-performing loans). De omvang van deze leningen bedraagt  volgens schattingen zo’n 360 miljard euro of 22 procent van het Italiaanse bbp. Het meest acute geval is de Banca Monte dei Paschi di Siena (MPS), een van de oudste banken ter wereld. Volgens de toezichthouder, de Europese Centrale Bank (ECB), is op korte termijn 8,8 miljard euro nodig om ervoor te zorgen dat deze bank niet omvalt. MPS is nog steeds een van de grootste banken van Italië. Daardoor zou een falen daar grote gevolgen hebben voor de totale Italiaanse bankensector en daarmee voor de Europese bankensector en economie als geheel. De afgelopen weken is getracht geld op te halen bij private investeerders, maar dit is mislukt.

De Italiaanse beleidsmakers staan voor het extreem moeilijke dilemma dat zij particuliere beleggers in door banken uitgegeven achtergestelde obligaties om politieke redenen willen ontzien (met name met het oog op de aanstaande verkiezingen). Dit betekent dat institutionele beleggers de grootste klappen zullen moeten opvangen. Tegelijkertijd is het een uitdaging om ervoor te zorgen dat het land het vertrouwen bij de professionele kapitaalverschaffers niet volledig kwijtraakt.

De Italiaanse regering is van plan de redding van probleembanken op te tuigen als een “herkapitalisatie als voorzorgsmaatregel” (precautionairy recapitalisation). Op deze manier kan zij vermijden dat strengere EU-regels voor resolutie van toepassing zijn. Daardoor kunnen spaarders volledig buiten schot blijven, ook voor bedragen groter dan 100.000 euro. Daarnaast kan men dan door de banken uitgegeven achtergestelde schuld vervangen door minder risicovol schuldpapier. Het alternatief zou zijn om deze achtergestelde schuld af te schrijven en om particulieren vervolgens te compenseren met een regeling. Brussel en Rome zien dit echter als minder wenselijk. In Italië zijn de houders van deze achtergestelde schuld namelijk voornamelijk particulieren en een afschrijving van hun vermogen zou kunnen leiden tot (nog meer) politieke problemen. Het gevaar bestaat dat institutionele houders van achtergestelde schuld in dit scenario een groot deel van hun vorderingen zouden moeten afschrijven. Dit kan hun vertrouwen in de sector verder ondermijnen. Daardoor kunnen andere Italiaanse banken minder gemakkelijk geld ophalen. De voorgenomen manier van herkapitaliseren is binnen Europese regels echter alleen toegestaan als de te redden bank solvabel is en er alleen extra kapitaal nodig is.

2) Hoe effectief kunnen de maatregelen naar verwachting zijn?

Omdat het hier om staatssteun gaat, hangt veel af van de interpretatie en het oordeel van de Europese Commissie. Als zij (deels) meegaat in de argumentatie van Rome dan kunnen de maatregelen op korte termijn een positief effect hebben. Volgens het ECB-voorstel moet van de voor MPS benodigde 8,8 miljard euro 4,5 miljard direct van de Italiaanse staat komen en 4,3 miljard van de eerder genoemde schuldhouders. Dit laatste vereist een vrijwel volledige conversie van achtergesteld schuldpapier (van Leeuwen et al., 2016). Dit kan weliswaar met het aangekondigde steunpakket, maar het is wel een stuk meer dan het bedrag van 5 miljard euro waar eerst op werd gerekend. Daardoor blijft minder geld over voor het herkapitaliseren van andere Italiaanse banken in problemen. Het redden van MPS terwijl particulieren buiten schot blijven, zou een acute crisis voor de Italiaanse bankensector en politiek afwenden. Als dit leidt tot het stoppen van de uitstroom van liquiditeit (sinds de zomer) uit het Italiaanse bankensysteem, komt er meer ademruimte om verdere hervormingen door te voeren.

Maar er is een verschil tussen het voorkomen van een crisis en het daadwerkelijke oplossen van het onderliggende probleem. Cruciaal voor het succes van het steunpakket is of marktdeelnemers deze als ‘definitief’ zien. Dat is niet waarschijnlijk aangezien het pakket volgens velen niet groot genoeg is. Schattingen van Bloomberg zeggen bijvoorbeeld dat er zo’n 56 miljard euro nodig is, veel meer dan de aangenomen 20 miljard. Deze schatting is waarschijnlijk te pessimistisch. Zo neemt Bloomberg in dit bedrag niet mee dat banken ook (beperkt) uit hun eigen buffers kunnen bijdragen en dat niet alle slechte leningen volledig hoeven worden afgeschreven. Desalniettemin lijkt 20 miljard euro te optimistisch en te weinig. Structureel is het bovendien maar de vraag of de voorgenomen maatregelen ‘definitief’ kunnen zijn. De Italiaanse bankensector kampt met chronische problemen in de winstgevendheid, consolidatie die maar niet op gang komt en wetgeving die de afwikkeling van slechte leningen en met name faillissementen zeer vertraagt. Zonder oplossing van deze onderliggende problemen blijft er op termijn telkens geld nodig.

3) Wat zijn de komende tijd de belangrijkste zaken om in de gaten te houden?

Eind december worden meer details van het reddingsplan bekend. Belangrijk daarbij is hoeveel geld de Italiaanse overheid direct in de banken (en in eerste instantie met name MPS) mag stoppen (van Brussel). Volgens Italiaanse bronnen zou het nu gaan om 6,3 miljard euro voor MPS. De ECB beschouwt MPS nog steeds als solvabel, wat goed nieuws is voor de Italiaanse regering. Dit vergroot de kans dat de Europese Commissie in Brussel akkoord gaat met haar insteek van de redding als “herkapitalisatie als voorzorgsmaatregel” (zie boven).

Ook belangrijk voor de economie is in welke vorm de reddingsactie wordt goedgekeurd. Als particulieren (bijna) volledig buiten schot blijven zoals in het huidige voorstel van Rome zullen de politieke impact en de negatieve effecten op het vertrouwensklimaat kleiner zijn. Als particuliere houders van achtergestelde schuld deze schuld wel zien worden omgezet in aandelen, waar vervolgens op moet worden afgeschreven, zal er onrust ontstaan. Deze particulieren zullen dan waarschijnlijk alsnog worden gecompenseerd als zij kunnen aantonen dat de producten zijn verkocht zonder juiste voorlichting over de risico’s. Dit kan mogelijk tot een compensatie van bijna 100 procent leiden. Toch zijn de politieke zorgen dan groot.

4) Kan Italië zich dit steunpakket wel veroorloven?

Italië is geen arm land. Het staat bekend om zijn veel te hoge staatsschuld van 133 procent van het bbp. Maar de Italiaanse schuld staat vooral uit in het binnenland. Italië kent namelijk ook grote private vermogens. Het heeft ook, anders dan bijvoorbeeld Griekenland, geen grote tekorten gekend op de betalingsbalans. In verhouding tot de omvang van de economie en de omvangrijke financiële vermogens die Italië heeft, lijkt het steunpakket te klein te zijn om het land in acute financiële problemen te brengen. Desalniettemin is een verder oplopende staatsschuld in het geval van Italië natuurlijk wel een beweging in de verkeerde richting.

Delen:
Auteur(s)
Daniël van Schoot
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven