RaboResearch - Economisch Onderzoek

Ons land is met Europa vervlochten

Column

Delen:

Toen de Britten in juni zich bij referendum uitspraken voor uittreding uit de Europese Unie hingen binnen een paar dagen buitenlandse beleggers aan de telefoon met de vraag: “are the Netherlands next?” Dat verraste mij volledig, omdat ik mij geen Nederland buiten de EU kan voorstellen.

Nederland is één van de zes landen die zich oprichter van de EU mag noemen. Ons land was er vanaf het begin bij. Het heeft in veel opzichten voorop gelopen. Waarom zou ons land ooit uit de EU willen?

Toch lijken er steeds meer mensen te zijn die een dermate sterke afkeer tegen ‘Europa’ hebben opgebouwd dat zij bereid zijn om net als de Britten een stem tegen Europa uit te brengen. Europa staat voor velen voor een uit de hand gelopen bureaucratie, die zich ook nog eens met zaken bemoeit die ze niet aangaat, voor impopulaire begrotingsregels en voor een gemeenschappelijke munt die voor veel landen meer narigheid dan voorspoed heeft gebracht. En, het moet gezegd, veel van die kritiek bevat een kern van waarheid. Maar het is wel van belang dat de mensen een evenwichtig beeld wordt gepresenteerd als het Europa betreft. Want de EU is ook de interne markt, waar Nederland als open economie enorm van heeft geprofiteerd. De EU heeft er door het openbreken van monopolies, zoals in de telecomsector, ook voor gezorgd dat consumenten veel beter af zijn. En wat die vermaledijde begrotingsregels betreft: ja, die komen af en toe verdraaide slecht uit. Maar het zijn wel de regels zoals de lidstaten, Nederland voorop, ze wilden hebben. Hier is de EU de impopulaire scheidsrechter die ons komt herinneren aan de spelregels die we zelf in de loop der tijd hebben afgesproken.

Dit laatste illustreert een andere handicap van de EU: het is de ideale zondebok. Daar wordt door nationale politici dankbaar misbruik van gemaakt. Impopulaire maatregelen worden maar al te vaak aan de bevolking verkocht met de smoes dat het van Europa ‘moet’. Populaire maatregelen worden daarentegen altijd toegeschreven aan de eigen genialiteit van de nationale beleidsmakers. Mede hierdoor heeft de EU bij veel mensen een slechte naam.

De discussie over het Nederlandse lidmaatschap van de EU neemt af en toe onwerkelijke proporties aan. Zo spiegelde een politicus die wil dat ons land uit de EU treedt onlangs een zaal vol Rotterdamse ondernemers voor dat een ‘Nexit’ het beste was wat de Rotterdamse haven kon overkomen. Dit is bizar. En het verkiezingsprogramma van een politieke partij meldt vrolijk dat ons land zonder al te grote kosten uit de EU kan stappen. Onder de aanname dat de betreffende politici ter goede trouw zijn en oprecht in hun geuite standpunten geloven getuigt dit van een schrikbarend gebrek aan kennis. Een land dat decennia heeft gewerkt aan verdieping van de economische relaties met de rest van Europa, dat zich daarbij heeft weten te positioneren als ‘Gateway to Europe’, dat de grootste haven van Europa huisvest waar een substantieel van de Europese handel met de rest van de wereld  doorheen gaat, dat tientallen zo geen honderden Europese hoofdkwartieren van grote multinationals huisvest en dat honderden miljarden euro aan investeringen en beleggingen in andere EU landen heeft uitstaan kan niet zonder grote economische schade uit de EU stappen. Voor de goede orde: dit is geen mening, maar een hard feit. Het staat natuurlijk elke democratische gekozen regering vrij om de Europese samenwerking te beperken of op te zeggen. Maar de kiezer heeft er wel recht op te weten wat daarvan de gevolgen zijn.

Ons land heeft meer dan evenredig van de Europese samenwerking geprofiteerd. Dus heeft het ook meer dan evenredig te verliezen als die samenwerking spaak loopt. Daarom is het van belang dat het debat over de toekomst van ons land in Europa en over de toekomstige Europese samenwerking op basis van objectieve feiten wordt gevoerd. Daarom is RaboResearch een maand geleden gestart om met een wekelijkse regelmaat te berichten over het onderwerp ‘Europa’, waarbij wij feiten en meningen zo zorgvuldig mogelijk van elkaar  trachten te scheiden. In deze kennismail treft u de eerste reeks publicaties in dit kader aan.

Het grootste belang van de Europese samenwerking is overigens niet economisch, maar politiek. Na twee verwoestende Europese oorlogen overheerste het gevoel dat dit nooit meer mocht gebeuren. Europese samenwerking was het antwoord en het heeft iets unieks opgeleverd: meer dan zeventig jaar vrede in West Europa.

Ik ben geboren in 1958. Mijn vader was historicus. Hij was ook een kind van de oorlog, die zijn leven heeft overschaduwd; zijn vader heeft de oorlog niet overleefd. Het belang van Europa is mij met de paplepel ingegoten. Wat dit betreft heeft u bij deze mijn persoonlijke mening.

Delen:
Auteur(s)
Wim Boonstra
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 66617

naar boven