RaboResearch - Economisch Onderzoek

België: kwakkelende economie, divergentie tussen de gewesten

Conjunctuurbeeld

Delen:
  • De Belgische economie blijft kwakkelen
  • Naar verwachting zakt de Belgische groei volgend jaar nog iets verder naar 1,1 procent, omgeven door neerwaartse risico’s
  • Vlaanderen heeft de afgelopen vijftig jaar snellere groei gekend dan Wallonië en Brussel

Economische groei blijft beperkt

Na een verassend positief tweede kwartaal is de groei van het bruto binnenlands product (BBP) in het derde kwartaal weer ingezakt naar 0,2 procent (kwartaal-op-kwartaal; k-o-k; figuur 1). De economische wisselvalligheid houdt waarschijnlijk dit en volgend jaar aan waardoor de economische groei in deze jaren in totaal nauwelijks boven de 1 procent zal uitkomen. De groei is toe te schrijven aan de particuliere consumptie en aan een positieve netto uitvoer. Investeringen van bedrijven dragen in tegenstelling tot eerdere kwartalen niet langer positief bij, vooral door een dalend producentenvertrouwen.

Figuur 1: Belgische economische groei valt terug in derde kwartaal
Figuur 1: Belgische economische groei valt terug in derde kwartaalBron: NBB, bewerking Rabobank
Tabel 1: Kerngegevens België
Tabel 1: Kerngegevens BelgiëBron: NiGEM, Rabobank

De Belgische economie is omgeven door neerwaartse risico’s. Hierdoor verwachten we dat de groei in 2017 zal uitkomen op 1,1 procent. België heeft na Ierland de sterkste handelsbetrekkingen met het VK van alle EU-landen. Daardoor hebben onze zuiderburen veel te verliezen als de onderhandelingen in de richting van een ‘Hard Brexit’ bewegen (figuur 2). Ook de verkiezing van Trump als president van de Verenigde Staten kan gevolgen hebben voor de Belgische export, als hij zijn protectionistische agenda doorzet. De VS vormt de vierde afzetmarkt voor België. Maar vooral indirect zijn de belangen groot: België exporteert veel halffabricaten naar Duitsland die daar worden afgewerkt en doorgevoerd naar de VS. Ook wordt de snelheid van de consolidatie van de overheidsfinanciën niet voortvarend opgepakt. Het structurele begrotingssaldo[1] van de Belgische overheid wordt door de Europese Commissie nog steeds geschat op 2,2 procent van het BBP in 2018. En dat terwijl de Belgische regering zich in haar regeringsakkoord heeft gecommitteerd aan een structureel begrotingsevenwicht rond die tijd. De onzekerheid en sociale onrust die hiermee gepaard gaan, kunnen een extra negatieve impact hebben op de economie. Ten slotte blijft de structurele werkloosheid hoog; deze wil maar niet ver onder de 8 procent zakken (figuur 3).

Figuur 2: België voert na Ierland het meeste uit naar het Verenigd Koninkrijk
Figuur 2: België voert na Ierland het meeste uit naar het Verenigd KoninkrijkBron: OESO, bewerking Rabobank
Figuur 3: De Belgische werkloosheid daalt maar niet
Figuur 3: De Belgische werkloosheid daalt maar nietBron: Eurostat

Voetnoot
[1] Het structurele begrotingssaldo van de overheid is het begrotingssaldo gecorrigeerd voor de stand van de economie.

Regionale verschillen zijn groot en nemen toe

Een economische beschouwing van België op federaal niveau gaat voorbij aan de sterke regionale verschillen tussen enerzijds Vlaanderen en anderzijds Wallonië en de regio Brussel. De oorzaak hiervan is voor een gedeelte institutioneel en historisch van aard (figuur 4). Na de oorlog is Vlaanderen systematisch harder gegroeid dan de andere twee gewesten, onder meer door een snellere modernisatie van met name kapitaal en innovatie. Alleen in de periode 2000-2008, voor de crisis, verdwenen de groeiverschillen. Na de financiële crisis keerde het verschil in groeitempo weer terug. De recessie tijdens de (tweede) eurocrisis in 2012-2013 raakte met name Wallonië (maakindustrie) en Brussel (financiële dienstverlening). Vlaanderen ontsprong de dans ten dele en kon door blijven groeien door een op peil blijvende uitvoer. Waarschijnlijk helpt de economische openheid Vlaanderen om meer te profiteren van de cyclische opgang in de rest van Europa.

De tegenstelling komt ook terug op de arbeidsmarkt (figuur 5). De sterke divergentie daar treedt op sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw. De Vlaamse arbeidsmarkt kan zich meten met de Nederlandse, terwijl de Waalse en Brusselse werkloosheid hoger ligt dan het gemiddelde in de eurozone. De langdurige werkloosheid is ook een stuk hoger in deze regio’s. De demografie in de huidige achterstandsgewesten is wel gunstiger dan in Vlaanderen, dus in de toekomst kunnen deze wel degelijk harder gaan groeien. Al deze verschillen zien we terug in het besteedbare inkomen. In Vlaanderen ligt dat zo’n 5 procent boven het Belgische gemiddelde (stabiel), in Wallonië en Brussel zo’n 10 procent eronder (respectievelijk stijgend en dalend).

Figuur 4: Naoorlogse groeiverschillen tussen de Belgische regio’s zijn fors
Figuur 4: Naoorlogse groeiverschillen tussen de Belgische regio’s zijn forsBron: NBB
Figuur 5: Ook de werkloosheid loopt sterk uiteen
Figuur 5: Ook de werkloosheid loopt sterk uiteenBron: NBB
Delen:
Auteur(s)
Daniël van Schoot
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven