RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Nederlandse economische groei vertraagt

Conjunctuurbeeld

Delen:
  • Groei in 2016K2 valt naar verwachting lager uit dan wij eerder dachten
  • Dit wordt mede veroorzaakt door sterke daling industriële productie in mei
  • Consumptie blijft zwak, export scoort boven verwachting
  • PMI maakindustrie neemt toe ondanks uitslag Brits referendum
  • Consumentenvertrouwen daalt na Brexit uitslag maar blijft positief
  • Werkloosheid neemt verder af

Recente realisatiecijfers wijzen erop dat de groei van het reële volume van het BBP in het tweede kwartaal waarschijnlijk lager is uitgevallen dan wij eerder hadden verwacht. Het reële consumptievolume van huishoudens laat naar verwachting slechts matige groei zien, ondanks een sterke stijging van het reëel beschikbaar inkomen. Daarnaast zorgt een ongekende harde m-o-m daling van de gasproductie in mei ervoor dat het BBP in 2016K2 tot 0,3%-punt lager uit kan vallen. Hierdoor zal de groei in het tweede kwartaal naar verwachting per saldo lager zijn dan wij eerder hadden voorspeld. Mede hierom hebben wij onze raming voor heel 2016 neerwaarts bijgesteld met ¼% (tabel 1).

Tabel 1: Kerngegevens Nederland
Tabel 1: Kerngegevens NederlandBron: CBS, Rabobank

Wij verwachten voor zowel 2016 als 2017 nog steeds een breed gedragen economische groei in Nederland. Naast de hierboven vermelde aanpassing in 2016 als gevolg van een zich iets minder gunstig ontwikkelende economie in de afgelopen maanden hebben we ook onze verwachting voor de BBP-groei in 2017 neerwaarts aangepast met ¼% Dat heeft vooral te maken met de toegenomen economische onzekerheid en de mogelijke negatieve gevolgen van de uitslag van het Britse referendum. Tegelijkertijd valt op dat de werkloosheid in de afgelopen maanden relatief snel is gedaald naar 6,1%, het laagste niveau sinds 2012.

Sterke daling productie industrie in mei

Het meest opvallende maandcijfer dat deze maand is uitgekomen is de industriële productie van mei. De totale industriële productie daalde met 7,7% ten opzichte van de maand ervoor (seizoensgecorrigeerd), een ongekend harde daling. De daling werd veroorzaakt door een extreme m-o-m afname van de gasproductie van bijna 50%. Als de industriële productie gelijk is gebleven in juni betekent dit dat deze in 2016K2 met 1,8% is gedaald t.o.v. het kwartaal ervoor. Dit zou het BBP in het tweede kwartaal tot 0,3%-punt kunnen drukken.

Ook de productie van de maakindustrie nam in mei af, met 0,5%. Vooruitkijkend is het wel positief te noemen dat het producentenvertrouwen van de maakindustrie in juli, de eerste meting na de Brexit, nauwelijks afnam ten opzichte van juni, toen het hoogste niveau werd bereikt in vijf jaar. De PMI van de maakindustrie liet in juli zelfs een stijging zien.

Het Nederlandse reële exportvolume van goederen nam in mei af met 0,2% m-o-m (eigen seizoenscorrectie). Toch bleef het momentum (de groei van het driemaands gemiddelde) door een sterk groeicijfer in april positief (figuur 2). Als het exportvolume ongewijzigd blijft in juni zal de export in 2016K2 met 3,3% zijn toegenomen. Een dergelijke groei is in het verleden nauwelijks voorgekomen, wat het waarschijnlijk maakt dat of de groei in juni negatief wordt of dat er een neerwaartse revisie van de data volgt. Toch wijzen deze cijfers erop dat de Nederlandse uitvoer ondanks de onzekere internationale omgeving robuust doorgroeit.

Figuur 1: Productie industrie koelt af
Figuur 1: Productie industrie koelt afBron: CBS
Figuur 2: Momentum export onverwacht sterk
Figuur 2: Momentum export onverwacht sterkBron: CBS

Consumentenvertrouwen daalt na Brexit uitslag maar blijft positief

In mei steeg het reële consumptievolume met 0,9% ten opzichte van de maand ervoor (eigen seizoenscorrectie). Hoewel het momentum hierdoor licht toenam blijft deze relatief zwak (figuur 3). Als het consumptievolume in juni onveranderd blijft neemt het consumptievolume op kwartaalbasis nauwelijks toe. De zwakke consumptiegroei is opmerkelijk gezien het feit dat het besteedbaar inkomen van huishoudens dit jaar fors hoger uitkomt door een sterke reële loongroei en het lastenverlichtingspakket van vijf miljard euro.

Het Nederlandse consumentenvertrouwen van juli, de eerste meting sinds de Brexit uitslag, daalde van +5 naar +1 (figuur 4). De daling werd vooral veroorzaakt doordat mensen een stuk negatiever zijn geworden in hun verwachtingen over het economisch klimaat in de komende 12 maanden, wat sterk lijkt samen te hangen met de Brexit uitslag. Toch is de daling van het consumentenvertrouwen gematigd, zeker in vergelijking met de sterke daling in aan het begin van het jaar rondom de onzekerheid op de aandelenbeurzen. Ook is de sub-indicator koopbereidheid, vaak een goede voorspeller van de huishoudconsumptie, nauwelijks afgenomen. Daarnaast is het consumentenvertrouwen nog ruim boven het historisch gemiddelde, waardoor een sterk neerwaarts effect op het consumptievolume op de korte termijn niet in de lijn der verwachtingen ligt.

Figuur 3: Zwakke ontwikkeling huishoudconsumptie
Figuur 3: Zwakke ontwikkeling huishoudconsumptieBron: CBS
Figuur 4: Consumentenvertrouwen daalt na Brexit
Figuur 4: Consumentenvertrouwen daalt na BrexitBron: CBS

Werkloosheid daalt sneller dan verwacht

Figuur 5: Dalende trend werkloosheid
Figuur 5: Dalende trend werkloosheidBron: CBS

De werkloosheid daalde in juni van 6,3% naar 6,1% (figuur 5). Vooral positief is dat de daling van de werkloosheid enkel werd veroorzaakt door een sterke toename van de werkgelegenheid. De werkloosheid laat sinds het begin van 2014 een gestage daling zien en daalde in de afgelopen maanden zelfs sneller dan wij eerder hadden verwacht.

Delen:
Auteur(s)
Martijn Badir
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 - 21 62666

naar boven