RaboResearch - Economisch Onderzoek

Een Italiaans drama in drie aktes: banken, huishoudens en Renzi

Column

Delen:

Italië, vakantieland bij uitstek. Van de Italiaanse Alpen tot aan Sicilië, wij Nederlanders brengen er maar wat graag onze vakantie door. De prachtige meren en bergen, de rijke cultuur en geschiedenis en uiteraard het heerlijke eten en drinken trekken ook mij regelmatig naar de laars van Europa. Ook u heeft zich vast al eens te goed gedaan aan een heerlijke pizza met authentieke, flinterdunne bodem, een geweldige Chianti en een romige gelato. Maar valt het u ook niet op dat er zich regelmatig meer bankkantoren dan pizzeria’s bevinden in de straten van die mooie historistische dorpen en steden?

Per vierkante kilometer tref je er bijna twee keer zoveel kantoren als in Nederland. Hierdoor heeft een Italiaan ruim vier keer zoveel vestigingen om te bezoeken als een Nederlander. Die grotere nabijheid heeft overigens als keerzijde dat internetbankieren minder ontwikkeld is dan hier. Regelmatig heb ik me afgevraagd hoe al deze kantoren rendabel kunnen zijn, maar het antwoord is simpelweg: dat zijn ze niet.

Er zijn maar liefst 31.000 bankkantoren. Die behoren toe aan ruim zeshonderd, voornamelijk kleine, financiële instellingen. Door hun beperkte omvang zijn de operationele kosten hoog en de winstgevendheid laag. Zie daar de eerste oorzaak van de problemen van de Italiaanse banken. Een andere oorzaak vormen uiteraard de jaren van economische crisis. In de afgelopen acht jaar kromp de Italiaanse economie gemiddeld met één procent per jaar. Mede daardoor is het aantal uitstaande leningen met (verwachte) betalingsachterstanden opgelopen tot maar liefst EUR 360 miljard. Dit is bijna een kwart van het totaal aan uitstaande leningen. Een derde oorzaak is de lage kwaliteit van pre-crisisleningen. Krediet is verstrekt op basis van vriendjespolitiek en opportunisme in plaats van op basis van kredietwaardigheid en rentabiliteit. Dat komt ook doordat er zoveel (kleine) lokale banken zijn. Deze banken zijn diep verbonden met de lokale gemeenschap en politiek.

Maar misschien nog wel erger, deze band leidde ertoe dat Italiaanse huishoudens de medewerkers van de lokale bank te veel hebben vertrouwd. Banken hebben hen jarenlang geadviseerd om veel spaargeld in bankobligaties te stoppen. Dit gaf de banken goedkopere financiering dan marktfinanciering. Huishoudens incasseerden op hun beurt een hoog rendement op een, zo was hun verteld, veilige belegging. Inmiddels weten ze beter.

Het risico is behoorlijk dat huishoudens verliezen moeten incasseren op hun bankobligaties. Dit zou betekenen dat hun ‘spaargeld’ wordt weggevaagd. Gaat dit echt gebeuren? Ja, het klopt dat veel banken er bedroevend voor staan en dat er veel leningen zijn waarop banken meer verlies zullen leiden dan ze nu verwachten. Dus ja, het risico bestaat dat kapitaalratio’s te ver dalen. Al betekent dat niet dat huishoudens direct verliezen. Banken zullen in dat geval namelijk eerst proberen hun kapitaalpositie te versterken door aandelen uit te geven. Als er echter onvoldoende animo is voor deze aandelen, dan moeten obligatiehouders, en dus Italiaanse huishoudens, het wel ontgelden.

Het spreekt voor zich dat het op zo’n manier economisch pijnigen van huishoudens geen prettige route is. Toch heeft de overheid bij een bankfalen mogelijk weinig keus. Van Europa mag zij officieel pas met publiek geld over de brug komen als aandeel- en obligatiehouders hun verlies hebben genomen. Een van de redenen waarom de Italiaanse bankensector momenteel zo’n enorm hoofdpijndossier is, is dan ook omdat een groot deel van de (kwetsbare) bankobligaties in handen is van huishoudens.

En als die huishoudens moeten bloeden om de banken overeind te houden, is een oplossing nóg verder weg. Het goede nieuws is dat er wel degelijk een oplossing is. Het slechte nieuws is daarentegen, dat de politieke steun van diezelfde huishoudens nodig is om tot de oplossing te komen. Wat is dan die oplossing? In elk geval moet de faillissementswetgeving worden gemoderniseerd. Banken kunnen dan het onderpand op hun slechte leningen sneller te gelde maken. Daarna is het ook relevant om de druk op kleine banken op te voeren om te fuseren of overgenomen te worden. Dit is broodnodig om schaalnadelen te beperken. Premier Renzi werkt hard aan deze oplossingen. Hij wordt daarbij echter tegengewerkt door stroperige besluitvorming in het versplinterde Italiaanse parlement. Het is dan ook essentieel dat de Senaat minder macht krijgt. Renzi legt de inkrimping van deze macht dit najaar in een referendum voor aan het volk. Huishoudens vatten deze stemming alleen op als een vertrouwensstem voor Renzi. Als zij moeten meebetalen aan de verwaarloosde bankencrisis groeit de kans dat ze –geheel tegen hun eigen belang in– tegenstemmen.

De opgave is allerminst gemakkelijk, maar wel noodzakelijk. Komt er geen grondige oplossing voor het bankenprobleem, dan blijft het als een zwaard van Damocles boven de Italiaanse economie hangen. En zeg nou zelf, een plein vol met pizzeria’s en gelateria’s is toch ook een stuk aantrekkelijker dan een plein vol met onnodige bankkantoren?

Delen:
Auteur(s)
Maartje Wijffelaars
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 68740

naar boven