RaboResearch - Economisch Onderzoek

Waar is de paniek op de financiële markten?

Economisch commentaar

Delen:
  • De rust lijkt wedergekeerd op de financiële markten nu de kans op verdere renteverlagingen door centrale banken is afgenomen
  • De onderliggende economische dynamiek is echter nauwelijks veranderd dus we kunnen moeilijk zeggen welke factoren de eerdere chaos en huidige rust op de financiële markten hebben veroorzaakt
  • Het Britse EU-referendum, de Griekse schuldonderhandelingen en het vervolg van de Europese vluchtelingencrisis kunnen de komende maanden zomaar voor nieuwe onrust op de wereldwijde financiële markten zorgen, zelfs als de economische fundamenten daar geen aanleiding toe geven

Het jaar opende met chaos op beurzen en financiële markten (Rabobank, 2016). Sinds halverwege februari zijn de financiële markten in rustiger vaarwater gekomen en ook weer flink hersteld. De VIX index, die de volatiliteit van beurzen meet, is sterk afgenomen vergeleken met de tumultueuze start van het jaar (figuur 1). Tegelijkertijd zien we dat de kapitaaluitstroom uit opkomende markten -de eerste uitstroom op jaarbasis sinds 1988- lijkt te zijn gekeerd. Voor maart verwacht het International Institute of Finance (IIF) dat kapitaalstromen naar deze landen weer fors zullen toenemen (figuur 2). Ook dit duidt op meer vertrouwen. Destijds noemden we vier bronnen van mogelijke nervositeit: gebrek aan coördinatie en effectiviteit van monetair beleid, de Chinese groeivertraging, de bijstelling van de economische groeivooruitzichten en de nieuwjaarsduik van de olieprijzen (Rabobank, 2016). We gaven daarbij evenwel aan dat deze bronnen geen intrinsieke nieuwe ontwikkelingen toonden. En ook nu ontbreekt een fundamentele economische aanleiding voor de terugkeer van de relatieve rust.

Figuur 1: VIX indices afgelopen twee maanden gedaald
Figuur 1: VIX indices afgelopen twee maanden gedaaldBron: Macrobond
Figuur 2: Netto buitenlandse aankopen van aandelen en schuldpapier
Figuur 2: Netto buitenlandse aankopen van aandelen en schuldpapierBron: IIF

Vanwaar deze relatieve rust?

Wellicht de grootste bron van vertrouwen vormen de uitspraken van centrale banken over hun monetaire beleid. De ECB heeft gesteld niet lager te willen gaan dan de verlaging van haar herfinancieringsrente naar 0% en haar depositorentetarief tot -0,4% op 10 maart. Fed-voorzitter Yellen heeft verklaard de mogelijkheden voor negatieve rente niet actief te onderzoeken. Met het oog op de toenemende negatieve bijwerkingen van het onconventionele monetaire beleid van de afgelopen jaren zijn deze verklaringen door de markten opgepakt als goede signalen. 

Figuur 3: Olieprijzen stutten beurssentiment
Figuur 3: Olieprijzen stutten beurssentimentBron: Macrobond

Daarnaast wordt het vertrouwen gesteund door de signalen vanuit China dat de overheid de transitie van een investeringsgedreven economie naar een consumptie-economie in haar vijfjarenplan serieus neemt. Wel remt de overheid mogelijk deze transactie vanwege zorgen over onrust onder ontslagen werknemers (Erken & Blaauw, 2016). Ook zijn de herinneringen aan de desastreuze ingrepen in de aandelenmarkt wat verder weggezakt in het geheugen nu de beurzen stabieler zijn.

De olieprijs toonde de afgelopen maanden een sterke link met het beursentiment (figuur 3). De stabiliserende olieprijzen hebben mogelijk het vertrouwen gewekt dat de bodem is bereikt en daarmee waarschijnlijk ook geleid tot een zekere mate van comfort op de markten.

Figuur 4: Inkoopmanagersindex (PMI)
Figuur 4: Inkoopmanagersindex (PMI)Bron: Markit, Macrobond
Figuur 5: Wereldhandelsgroei blijft op peil
Figuur 5: Wereldhandelsgroei blijft op peilBron: CPB, Rabobank

Onderliggend lijkt het economische beeld echter nauwelijks veranderd. De inkoopmanagersindex voor China schommelt al maanden rond hetzelfde niveau en de index voor de eurozone is de afgelopen maanden slechts licht gedaald (figuur 4). De VS en het VK hebben beide een daling van de index gezien in de afgelopen maanden maar in maart trok deze weer aan. Dit en het op peil blijven van de wereldhandelsgroei duiden op stabiele groeivooruitzichten (figuur 5). Dat suggereert dat het sentiment zo weer om kan slaan, ook zonder materiële veranderingen in de economische fundamenten. 

Is het dan vanaf hier allemaal rozengeur en maneschijn?

Hoewel de markten momenteel rustig zijn, zien wij drie belangrijke bronnen van nieuwe onrust voor de komende maanden. Op 23 juni vindt het Britse EU-referendum plaats. In de afgelopen weken is de kans op uittreding hoger ingeschat. De toegenomen onzekerheid over de uitkomst van het referendum en de mogelijk negatieve impact van een Brexit op de Britse economie heeft geleid tot een depreciatie van de pond. In de aanloop naar het referendum en direct daarop zullen we meer volatiliteit zien. Is de meerderheid voor een Brexit, dan zal de risico-opslag op Britse rentes waarschijnlijk toenemen. Deze onzekerheid kan ook overslaan op de eurozone, zeker naar landen die voor hun export afhankelijk zijn van het VK.

In juni vinden ook de onderhandelingen plaats tussen Griekenland en de Trojka over hervormingen en financiering. Afgelopen jaar is het derde bail-outpakket in werking getreden. In ruil voor nieuwe tranches leningen moet Griekenland blijven hervormen. Ditmaal is, ook vanuit het IMF, de druk op de EU en met name crediteurlanden groot om een schuldverlichting voor Griekenland toe te staan. In tegenstelling tot vorig jaar is de binnenlandse politieke dynamiek in Griekenland minder grillig. Desalniettemin verwachten we zware onderhandelingen die hun weerslag op het economische sentiment zullen hebben en mogelijk nervositeit in de financiële markten voeden, met name vanwege de wisselwerking met de vluchtelingenproblematiek.

De vluchtelingencrisis zal de EU parten blijven spelen en dit leidt tot onzekerheid over de toekomst van het Schengenverdrag. Schattingen wijzen uit dat de schade voor de Europese economie rond de 1%-punt per jaar over een vijf- tot tienjaars horizon kan liggen als Europese landen hun grenzen weer optrekken (Rabobank, 2016). Hoewel er een deal met Turkije is gesloten over het terugsturen van vluchtelingen, is er een gerede kans dat deze overeenkomst niet standhoudt omdat Turkije er niet in slaagt om de 72 criteria voor visumliberalisatie door te voeren.

Concluderend zijn we er dan ook niet gerust op dat de relatieve rust van dit moment voort zal blijven duren. Genoemde ontwikkelingen kunnen het sentiment waarschijnlijk gemakkelijk doen omslaan, zelfs als deze de economische fundamenten niet of nauwelijks raken.

Delen:
Auteur(s)
Carlijn Prins
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
06 1929 6455
Jurriaan Kalf
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven