RaboResearch - Economisch Onderzoek

Regionale economische prognoses 2016 - update

Themabericht

Delen:
  • De breed gedragen economische groei in 2016 leidt tot productie- en werkgelegenheidsgroei in de meeste sectoren en in alle regio’s
  • De Randstad, en daarbinnen vooral de noordvleugel, heeft op basis van haar sectorstructuur de meeste groeipotentie
  • Door de vergrijzing en de wegtrekkende bevolking daalt de werkloosheid in een aantal perifere regio’s relatief hard

De Nederlandse economie groeit in 2016 naar verwachting met 2%, net als in 2015 (tabel 1). In het jongste Economisch Kwartaalbericht leest u onze uitgebreide visie op de Nederlandse economie. In Regionale economische prognoses 2016 van november vorig jaar beschreven wij de regionale verschillen voor wat betreft de ontwikkeling van de toegevoegde waarde, de werkgelegenheid en de werkloosheid. Nieuwe cijfers leiden echter tot nieuwe inzichten, die op hun beurt leiden tot nieuwe prognoses. Daarom geven we in dit Themabericht een update van de regionale prognoses voor 2016.

Onze verwachting voor de toename van het BBP-volume in 2016 is met 2% gelijk aan de groei in 2015, maar het effect van de onderliggende factoren verschilt. Door de lage inflatie en het pakket lastenverlichting van vijf miljard euro stijgt de koopkracht en groeit de particuliere consumptie waarschijnlijk harder dan vorig jaar. De groei van de private investeringen valt fors terug ten opzichte van vorig jaar, maar bedraagt door de verdere groei op de woningmarkt waarschijnlijk nog steeds 6%. De groei van de internationale handel is door de terugvallende mondiale groei en de afnemende steun van de goedkope euro waarschijnlijk ook iets lager dan in 2015. Figuur 2 toont de bijdrage van de bestedingscomponenten aan de jaarlijkse (verwachte) groei.

Tabel 1: Kerngegevens Nederland
Tabel 1: Kerngegevens NederlandBron: CBS, Rabobank
Figuur 1: BBP-bijdragen van bestedingscomponenten
Figuur 1: BBP-bijdragen van bestedingscomponentenBron: CBS, Rabobank

Groei in vrijwel alle sectoren

De voor 2016 verwachte groei van de reële toegevoegde waarde en de werkgelegenheid in Nederland als geheel bedraagt 2 respectievelijk 1½%. De zestien sectoren in figuur 2 wijken daar in meer of mindere mate van af, maar in het gros van de sectoren groeien volgens onze verwachting zowel de toegevoegde waarde als de werkgelegenheid. De omvang van de bollen in de figuur staat voor het volume van de toegevoegde waarde in de sector (behalve de bol voor het totaal). De hierboven genoemde factoren achter de landelijke groei (consumptie, handel en investeringen) hebben hun weerslag op de sectorale verwachtingen. Zo profiteren de detailhandel en de horeca van de aantrekkende consumptiegroei, heeft de bouw baat bij de groei van de woningmarkt en is de groei van de internationale handel gunstig voor onder meer de transportsector, de groothandel en de industrie.

Figuur 2: Groei in vrijwel alle sectoren in 2016
 Figuur 2: Groei in vrijwel alle sectoren in 2016Bron: Rabobank

Sinds eind vorig jaar is de wereld niet drastisch veranderd, maar door de beschikbaarheid van nieuwe gegevens en aanpassingen aan onze macro-economische visie zijn onze sectorprognoses voor 2016 op een aantal punten gewijzigd. Onze verwachting is naar beneden bijgesteld voor de delfstoffenwinning (door de verdere verlaging van het plafond voor gaswinning), de autosector (door de piek eind 2015 vanwege fiscale wijzigingen) en de financiële sector (onder andere door reeds ingevoerde en nog op handen zijnde regelgeving; zie ook Nieuwe plannen uit Bazel: risicomodel buitenspel, kredietverlening in de knel?). Door het stijgende reële inkomen is onze verwachting voor de groei van de toegevoegde waarde in de detailhandel, de horeca en de bouw naar boven bijgesteld.

De zakelijke dienstverlening noteert waarschijnlijk de hoogste groei en heeft, mede door haar omvang, een groot positief effect op de totale groei. Het is belangrijk om te beseffen dat intermediairs op de arbeidsmarkt in deze sector vallen. Een bouwbedrijf dat iemand ‘aanneemt’ via een uitzendbureau zorgt dus voor extra werkgelegenheid en productie in de zakelijke dienstverlening. Zie ook Nederlandse bedrijven schakelen vaker uitzendbranche in. Die sector profiteert dus sterk van de groei in andere sectoren en de flexibilisering op de arbeidsmarkt. Een uitgebreide beschrijving van onze sectorprognoses vindt u in Rabobank Cijfers & Trends - Sectorprognoses 2016. 

Regionale prognoses 2016

De regionale prognoses zijn gebaseerd op de sectorprognoses uit figuur 2 en het belang van die sectoren in de regionale economie. Omdat de meeste sectoren dit jaar naar verwachting groeien, voorzien we ook voor alle regio’s groei van de productie en de werkgelegenheid. Vanwege verschillen in de regionale economische structuur verschilt echter wel het verwachte groeitempo. Qua toegevoegde waarde heeft vooral het gebied langs de A2 een gunstige uitgangspositie. In (delen van) dat gebied is het belang van de bouw, de informatie & communicatie en vooral de groothandel relatief groot, sectoren met een bovengemiddelde groeiverwachting. Het noorden van het land -Zuidoost-Friesland uitgezonderd- dichten we kleinere groeikansen toe. Daar zijn de zakelijke dienstverlening, de groothandel en de informatie & communicatie (sterk) ondervertegenwoordigd. Qua werkgelegenheid is het patroon anders. Vooral de noordvleugel van de Randstad heeft wat dat betreft veel groeipotentie, vooral door het grote belang van de zakelijke dienstverlening. Het grootste deel van het noordoosten en het zuiden van het land en de noordelijke helft van Noord-Holland hebben een minder goede uitgangspositie. Over het algemeen zijn daar de industrie en -in het noorden- de zorg relatief groot, sectoren waarin we geen of nauwelijks nieuwe banen verwachten.

Figuur 3: Prognose toegevoegde waarde in 2016
Figuur 3: Prognose toegevoegde waarde in 2016Bron: Rabobank
Figuur 4: Prognose werkgelegenheid in 2016
Figuur 4: Prognose werkgelegenheid in 2016Bron: Rabobank

Zoals uitvoerig besproken in Regionale economische prognoses 2016 is de kans groot dat veel regio’s hun hoge groeipotentie niet zullen waarmaken. De typische woonregio’s rondom de grote steden, zoals Agglomeratie Haarlem, Het Gooi en Vechtstreek en Oost-Zuid-Holland (Groene Hart), groeiden in de afgelopen vijftien jaar gemiddeld 1 tot 2%-punt minder hard dan op grond van hun economische structuur mocht worden verwacht. Andersom zullen regio’s met een relatief lage verwachting de prognose kunnen ontstijgen. De groeiregio’s Flevoland en Noord-Overijssel groeiden in de afgelopen vijftien jaar bijvoorbeeld veel harder dan verwacht. Zie de hierboven genoemde studie uit november 2015 voor een uitgebreide beschrijving van de afwijking van de verwachte groei in het verleden.

Gevolgen voor de werkloosheid

De verwachte werkgelegenheidsgroei van 1½% is gunstig voor de werkloosheid. Doordat ook de beroepsbevolking toeneemt, is de daling van de werkloosheid met ½%-punt tot 6¼% toch bescheiden. Uiteraard heeft een hoge werkgelegenheidsgroei op regionaal niveau een gunstig werkloosheidseffect. Maar ook de banengroei in omliggende regio’s is van belang voor de regionale werkloosheid. Lang niet alle werknemers werken immers in de regio waarin zij wonen. Zo is de hoogte van de werkloosheid in Flevoland, Het Gooi en Vechtstreek en de regio rondom Haarlem sterk afhankelijk van de werkgelegenheid in Amsterdam.

Deze factoren beschouwend (groei van de werkgelegenheid, groei van de beroepsbevolking en woon-werkverkeer), verwachten wij een regionale werkloosheid zoals weergegeven in figuur 5. De uitkomsten zijn een gevolg van onze verwachtingen voor 2016, maar uiteraard ook van de werkloosheid in 2015. Zo hebben de (regio’s rondom de) grote steden, met name Rotterdam en met uitzondering van Utrecht, al jaren een hogere werkloosheid dan het landelijke gemiddelde. Dat geldt ook voor Flevoland en grote delen van Noord-Nederland. De werkloosheid zal waarschijnlijk wel in alle regio’s dalen (figuur 6). Het lijkt vreemd dat we de grootste daling verwachten in perifere regio’s: Delfzijl en omgeving, Oost-Groningen, de Achterhoek, Zeeland en Midden- en Zuid-Limburg. Dat is echter geen gevolg van een sterke werkgelegenheidsgroei (zie figuur 4), maar van een (zeer) beperkte groei van de beroepsbevolking als gevolg van vergrijzing. Het tegenovergestelde geldt voor de populaire woongebieden in en rondom de Randstad, waar de daling van de werkloosheid beperkt is door de relatief sterk groeiende beroepsbevolking.

Figuur 5: Prognose werkloosheid 2016
Figuur 5: Prognose werkloosheid 2016Bron: Rabobank
Figuur 6: Prognose afname werkloosheid 2016
Figuur 6: Prognose afname werkloosheid 2016Bron: Rabobank
Delen:
Auteur(s)

naar boven