RaboResearch - Economisch Onderzoek

China Activity Indicator (CAI): monitoren van de groei in China

Economisch commentaar

Delen:
  • Er is veel te doen om de betrouwbaarheid van Chinese statistieken over het bruto binnenlands product (BBP). Veel economen hebben daarom samengestelde indicatoren ontwikkeld om de Chinese economische groei te meten
  • Ook Rabobank heeft nu een samengestelde indicator: de China Activity Indicator (CAI). Dit economisch commentaar geeft een technische toelichting
  • In de CAI zijn niet alleen ‘traditionele’ indicatoren meegenomen, zoals het goederenverkeer en elektriciteitsproductie, maar ook indicatoren die de consumptie van Chinese huishoudens moeten meten. Daar zal de komende tijd de groei vandaan moeten komen.

Alternatieven voor onbetrouwbare BBP-cijfers

Er is veel te doen om de betrouwbaarheid van Chinese statistieken over het bruto binnenlands product (BBP). Dit debat is aangewakkerd toen de huidige premier Li Keqiang in 2007, destijds regionaal bestuurder, te kennen gaf de BBP-cijfers van zijn regio niet te vertrouwen. Om de economische activiteit te monitoren, keek hij niet naar het BBP, maar naar het elektriciteitsverbruik, het vrachtvolume via het spoor en bankleningen. Sindsdien hebben economen allerlei afgeleide indicatoren ontwikkeld. Zie voor een overzicht Bloomberg (2015). Rabobank ontwikkelde ook een samengestelde indicator: de China Activity Indicator (CAI). In dit economisch commentaar lichten we de CAI toe. 

Inhoudelijke lading van de China Activity Indicator

De CAI is geïnspireerd door het werk van het Britse consultancybureau Capital Economics en bestaat in de meest complete vorm uit zeven indicatoren:

  1. Goederenvolume: mutatie (j-o-j) van het totale goederenvolume over de weg, door de lucht, over het spoor en over het water. Dit is een brede indicator voor economische activiteit.
  2. Passagierskilometers: het aantal passagierskilometers over de weg, door de lucht, over het spoor en over het water. Dit is een indicator die zakelijke dienstverlening meet (aantal zakenreizen en toerisme).
  3. Afhandeling goederen in havens: mutatie (j-o-j) van het goederenvolume dat wordt behandeld door de belangrijkste kusthavens. Deze indicator meet de groei van de internationale handel.
  4. Elektriciteitsproductie: mutatie (j-o-j) van de elektriciteitsproductie. Dit is een indicator voor activiteit in de maakindustrie.
  5. Vastgoed in aanbouw: mutatie (j-o-j) van vastgoed in aanbouw. Dit is een indicator voor activiteit in de bouw.
  6. Het aantal bedrijven: dit is een indicator voor dynamiek en ondernemerschap, elementen die steeds belangrijker worden als China de transitie wil doormaken van een investerings-gedreven naar consumptie-gedreven economie.
  7. Buitenlandse hotelovernachtingen: het aantal overnachtingen van Chinezen in Zwitserland, Canada, Nieuw-Zeeland, Finland en Nederland. In deze landen is de toeristenstroom minder gevoelig voor terreurdreiging of politieke gebeurtenissen. Evenals de vorige indicator zal deze indicator de consumptiegroei van de middenklasse moet oppikken. Goldman Sachs (2015) heeft berekend dat momenteel slechts 4% van de Chinezen een paspoort bezit, maar dit naar verwachting komend decennium toeneemt tot 12%.

Technische toelichting

De data voor indicator 1 leggen we terug tot 1995 met behulp van niveaugegevens van de onderliggende reeksen. Data voor indicator 4 en 5 zijn ook beschikbaar vanaf 1995. De andere indicatoren starten allemaal in 1999. Er zijn wat aanpassingen van reeksen nodig. Zo wordt alleen het gecumuleerde volume van vastgoedprojecten in aanbouw gemeld, dus we schonen deze data handmatig op door het aantal gestarte projecten bij onze cijfers op te tellen en het aantal afgesloten projecten er vanaf te halen.

De indicatoren 2, 6 en 7 zijn alleen beschikbaar in niveaus. We ontdoen deze reeksen van seizoenseffecten door het Census X12-filter toe te passen. Vervolgens berekenen we de mutatie (j-o-j). Voor het aantal hotelovernachtingen geldt dat eerst per land de mutatie wordt berekend, alvorens hiervan het gemiddelde te nemen. Dit gemiddelde wordt als één van de zeven indicatoren meegewogen in de uiteindelijke CAI.

Figuur 1: Winsorisatie van het goederenvolume
Figuur 1: Winsorisatie van het goederenvolumeBron: Rabobank

Voor alle reeksen geldt dat we handmatig de effecten van het Chinese nieuwjaar uit de eerste twee maanden filteren. Bij indicatoren 1 en 2 gebruiken we winsorisatietechnieken om uitbijters uit de reeksen te halen (zie figuur 1). Dit betekent dat we waarnemingen die buiten het 95% betrouwbaarheidsiterval liggen maximeren.

Als laatste stap normaliseren we alle reeksen door de maandobservaties te delen door de standaarddeviatie van vijf jaren terug of, als de data beperkt zijn, zes jaar vooruit. De groeivoeten van alle reeksen tellen we op met gelijke gewichten. Tot slot passen we een schalingsfactor toe op de finale groeivoet van de totale CAI.

China Activity Indicator

Het resultaat van onze berekening is zichtbaar in figuur 2. De CAI volgt de officiële groeicijfers vrij nauwkeurig tot halverwege 2014. Na de initiële schok van juli 2014 en een kortstondig herstel volgde begin 2015 een aanzienlijk daling van de groei; van 6,8% in december 2014 naar 4,8% in januari 2015. Als we onze consumptie-indicator meenemen in de CAI (lichtblauwe lijn in figuur 2), dan stabiliseert de groei om en nabij de 5¼%.

Figuur 2: De China Activity Indicator laat begin 2015 een scherpe correctie zien
Figuur 2: De China Activity Indicator laat begin 2015 een scherpe correctie zienBron: Rabobank, Macrobond

De indicatoren van Oxford Economics, Barclays en Lombard Street laten ongeveer hetzelfde beeld zien. Ze volgen de officiële groeicijfers tot halverwege 2014/begin 2015 en laten vanaf dat moment pas een scherpe daling zien (zie Bloomberg (2015)). Economisch is dit verklaarbaar, want iedere keer als de economische groei dreigde terug te vallen, stimuleerde de overheid via bankleningen de investeringsgroei in traditionele groeisectoren van de Chinese economie , zoals de bouw en de staalsector. Hierdoor konden groeidoelstellingen uit het verleden worden gehaald, maar het heeft er ook toe geleid dat de Chinese schuldquote zeer sterk is opgelopen (zie The Economist (2016)). De overheid heeft daarom eind 2014 getracht de kredietverlening aan banden te leggen en de monetaire condities verkrapt. De uitwerking was echter een oncontroleerbare afkoeling van activiteit in traditionele sectoren die tot dan toe erg belangrijk waren voor de Chinese economische groei. Zie voor meer toelichting: Erken en Blaauw (2016).

Delen:
Auteur(s)
Hugo Erken
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 2223 1650

naar boven