RaboResearch - Economisch Onderzoek

Verenigd Koninkrijk: economische groei is weer terug op de rails

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • De economische groei zet vermoedelijk door in de tweede helft van 2015
  • Aantrekkende huishoudconsumptie draagt de groei in 2016, die desondanks naar verwachting terugvalt in 2016
  • Overheidsbezuinigingen, een lagere uitvoergroei en een zwakkere groei van de bedrijfsinvesteringen remmen de groei in 2016

De Britse economie groeide in het tweede kwartaal van 2015 met 0,7% ten opzichte van het kwartaal ervoor. Na het zwakke groeicijfer in het eerste kwartaal van 2015 (0,4%) lijkt de economische dynamiek weer terug te zijn (figuur 1). Meest opvallend was de sterke uitvoergroei van 3,9% ten opzichte van het kwartaal ervoor. Het importvolume groeide ook, maar met 0,6% veel minder sterk, waardoor de netto bijdrage van de handel aan de economische groei 1% bedroeg. De reële particuliere consumptie groeide opnieuw sterk met 0,7%. De investeringen groeiden met 0,9%, voornamelijk gedreven door de groei van de bedrijfsinvesteringen (2,9%). Wel daalden de investeringen in woningen fors (3,5%).

Figuur 1: Economische groei breed gedragen in het tweede kwartaal van 2015
Figuur 1: Economische groei breed gedragen in het tweede kwartaal van 2015Bron: ONS
Tabel 1: Kerngegevens Verenigd Koninkrijk
Tabel 1: Kerngegevens Verenigd KoninkrijkBron: Rabobank

Consumptie profiteert nog steeds van reële loongroei…

We verwachten dat de particuliere consumptie de komende kwartalen verder groeit, maar in 2016 gebeurt dit op een wat gematigder tempo. Huishoudens profiteren van de sterk toegenomen werkgelegenheid (figuur 2). De werkloosheid is fors gedaald en ligt inmiddels weer dicht bij zijn natuurlijke niveau. De feitelijke werkloosheid in mei (5,6% van de beroepsbevolking) verschilt namelijk niet veel meer van de geschatte evenwichtswerkloosheid[1] (5,4%). Bovendien is de nominale loongroei door de lage werkloosheid gestegen. Dit gecombineerd met zeer lage inflatie, vanwege de sterk gedaalde grondstoffenprijzen en het sterke pond, heeft de reële loongroei omhoog geduwd.

Figuur 2: Sterke reële loongroei
Figuur 2: Sterke reële loongroeiBron: Macrobond

Teruglopende werkgelegenheidsgroei, omdat de inhaalslag na de financiële crisis is gemaakt, veroorzaakt de afzwakking van de huishoudconsumptiegroei in 2016 voor een deel. Daarnaast verwachten we dat de inflatie volgend jaar weer hoger zal komen te liggen, waardoor de reële loongroei minder sterk zal zijn. Dit onder de aanname dat grondstoffenprijzen niet verder dalen. 

 

 

Voetnoot
[1] Evenwichtswerkloosheidsratio berekend door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO)

.. en van stijgende huizenprijzen

De huizenprijzen in het VK liggen inmiddels weer boven het hoogste punt van vlak voor de financiële crisis (figuur 3). Ook in het tweede kwartaal van 2015 zette de prijsstijging door (5,6% groei ten opzichte van het jaar ervoor volgens Office for National Statistics (ONS)). Omdat hoge huizenprijzen de rijkdomsperceptie van huishoudens vergroten, bevorderen ze de huishoudconsumptie. Hoewel de hoge prijsgroei van 7% tot 12% jaar-op-jaar tussen oktober 2013 en maart 2015 (ONS) hiermee verleden tijd lijkt te zijn, is dit niet per definitie erg. Te hoge huizenprijsgroei kan op enig moment leiden tot zeepbelvorming en daarmee de financiële stabiliteit (wederom) ondermijnen.

Figuur 3: Huizenprijzenstijging vooral door Londen
Figuur 3: Huizenprijzenstijging vooral door LondenBron: Nationwide

De stijging van de huizenprijzen in de afgelopen jaren is overigens grotendeels toe te schrijven aan de prijsontwikkelingen in Londen. Vooral woningen in het centrum van Londen waren populair onder investeerders, maar inmiddels wijst een afname van de prijsgroei er mogelijk op dat de interesse begint af te nemen. Volgens de Land Registry daalden de huizenprijzen en het aantal transacties in centraal Londen in het tweede kwartaal van 2015 zelfs met respectievelijk 11,9% en 28% ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Verschillende oorzaken liggen aan de afnemende interesse ten grondslag, zoals de stijging van het pond ten opzichte van andere munten, waaronder de euro. Hierdoor is het Londense onroerend goed duurder geworden voor buitenlandse investeerders. Een in juli aangekondigde effectieve belastingverhoging op onroerend goed, maakt Londens vastgoed ook minder aantrekkelijk. Gezien de hoge huizenprijzen is de binnenlandse vraag naar woningen in het centrum van Londen kennelijk niet in staat om de weggevallen buitenlandse vraag op te vangen. 

Nieuwe regering brengt veranderingen teweeg

Door de overwinning van de conservatieven in de parlementsverkiezingen van mei 2015 hebben zij nu een absolute meerderheid in de Britse tweede kamer. De minister van Financiën heeft daarom de in maart gepresenteerde begroting aangepast en in juli opnieuw gepresenteerd. De nieuwe regering verlaagt het bezuinigingstempo voor de komende jaren. De streefdatum voor een begrotingsoverschot is daardoor met één jaar opgeschoven naar het begrotingsjaar 2019-2020 (figuur 4). Het zwaartepunt van de besparingen blijft in 2016 liggen, wat de economische groei zal raken via een afname van de overheidsconsumptie en -investeringen. Maar hoewel overheidsbezuinigingen de komende jaren de economische groei blijven drukken, zal dit dus minder heftig zijn dan tot dusver werd geraamd.

Figuur 4: Toekomstige bezuinigingsdruk is versoepeld
Figuur 4: Toekomstige bezuinigingsdruk is versoepeldBron: ONS

Een tweede gevolg van de overwinning van de conservatie partij is dat de Brexit-discussie (over het uittreden van het VK uit de EU) weer is aangewakkerd. Het referendum waarin het volk mag stemmen over EU-lidmaatschap wordt uiterlijk medio 2017 gehouden, maar waarschijnlijk eerder. De onzekerheid over zowel de timing als de uitslag leidt vermoedelijk tot uitstel of het wegtrekken van investeringen. Hoewel niet officieel bevestigd, lijkt de beslissing van Jaguar om een nieuwe fabriek in Slowakije te bouwen bijvoorbeeld gedeeltelijk te zijn gebaseerd op een indekking tegen een Brexit (Financial Times, 2011). Wij verwachten daarom voor volgend jaar een afname van de groei van de bedrijfsinvesteringen, hetgeen de groei van de private investeringen begrenst op 6¼%.

Uitvoergroei heeft het moeilijk

Hoewel de uitvoer in het tweede kwartaal van 2015 fors bijdroeg aan de economische groei, verwachten we dat de uitvoergroei in het tweede halfjaar van 2015 en in 2016 afneemt. Een daling van de exportorders voor juli volgens de enquête van de Confederation of British Industry (CBI) onderschrijft dit beeld. Verschillende ondersteunende en remmende factoren spelen hierbij een rol. Ten eerste is er de ontwikkeling van de Britse wisselkoers ten opzichte van de munten van twee belangrijke handelspartners: de VS en de eurozone (figuur 5). Enerzijds is de dollar relatief duur ten opzichte van het pond en de op handen zijnde beleidsrenteverhoging in de VS versterkt de waarde van de dollar waarschijnlijk. Naar verwachting vindt die verhoging in december 2015 plaats (zie Rente en valuta, elders in dit Kwartaalbericht). Hoewel de Britse centrale bank ook tegen een renteverhoging aanhikt, verwachten we die pas in mei 2016. Anderzijds is het pond ten opzichte van de euro relatief duur. In aanloop naar de Britse beleidsrenteverhoging zal de waarde van het pond ten opzichte van de euro verder toenemen, doordat de Europese centrale bank haar ruime monetaire beleid onverminderd voortzet. Het kwantitatieve verruimingsprogramma in de eurozone loopt nog tot september 2016. De wisselkoers ondersteunt dus de Britse uitvoer naar de VS, maar remt de uitvoer naar de eurozone. Een slechte afhandeling van de Griekse situatie vormt een (momenteel gering) risico voor de uitvoer, als deze leidt tot een verdere appreciatie van het pond. Verdere onrust en volatiliteit als gevolg van een aanhoudende devaluatie van de Chinese munt (zie Rente en valuta en China, elders in dit Kwartaalbericht) vormen eveneens een risico.

Figuur 5: Duur in euro’s, goedkoop in dollars
Figuur 5: Duur in euro’s, goedkoop in dollarsBron: Macrobond
Figuur 6: Britse arbeidsproductiviteitsgroei blijft achter
Figuur 6: Britse arbeidsproductiviteitsgroei blijft achterBron: Conference Board Total Economy Base

Ten tweede zit de zwakke productiviteitsgroei van de laatste jaren het Britse concurrentievermogen en daarmee de uitvoer in de weg. Ondanks het relatief sterke economische herstel na de financiële crisis blijft de Britse productiviteitsgroei achter (figuur 6). Gemiddeld is de arbeidsproductiviteit tussen 2009 en 2014 zelfs met -0,2% gekrompen. Zeker nu de nominale lonen in het VK het afgelopen jaar met gemiddeld 2% zijn gestegen tegenover een stijging van slechts 0,1% in arbeidsproductiviteit in 2014, betekent dit dat de productiekosten van Britse bedrijven toenemen. Dit gaat ten koste van hun concurrentievermogen ten opzichte van buitenlandse concurrenten uit de VS en Europa. Investeringen in onder andere infrastructuur en onderwijs zijn nodig om de arbeidsproductiviteit en het concurrentievermogen van de Britse economie te verbeteren.

Ten derde ondersteunt de voortdurende groei van de binnenlandse vraag in de VS en de eurozone de Britse uitvoer naar beide regio’s de komende kwartalen (zie Eurozone en VS, elders in dit Kwartaalbericht).

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Macrobond. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Kennis en Economisch Onderzoek aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development, IMF: Internationaal Monetair Fonds, CPB: Centraal Planbureau

Gebruikte afkortingen landen: VK: Verenigd Koninkrijk, VS: Verenigde Staten, EZ: Eurozone, IE: Ierland, AT: Oostenrijk, BE: België, DE: Duitsland, NL: Nederland, FI: Finland, PT: Portugal, ES: Spanje, IT: Italië, FR: Frankrijk, GR: Griekenland.

Gebruikte afkortingen valuta: CNY: Chinese yuan,  IDR: Indonesische roepia, INR: Indiase roepie, MYR: Maleisische ringgit, KRW: Zuid-Koreaanse won.

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rn.rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rn.rabobank.nl

Eindredactie: 
Allard Bruinshoofd, hoofd Internationaal Onderzoek
Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Graphics: Selma Heijnekamp en Reinier Meijer

Delen:
Auteur(s)

naar boven