RaboResearch - Economisch Onderzoek

TTIP: gevolgen voor de Nederlandse F&A-sector

Special

Delen:

Co-auteurs: Nan-Dirk MulderKevin Bellamy en Saskia van Battum.

  • Momenteel zijn de Verenigde Staten en de Europese Unie in onderhandeling over het handelsverdrag TTIP (Transatlantic Trade & Investment Partnership), om handel tussen beide handelsblokken te bevorderen
  • We verwachten dat dit verdrag positief zal bijdragen aan de economische groei op beide continenten omdat landen zich (verder) zullen specialiseren in sectoren waar ze relatief goed in zijn
  • Er is uit de literatuur nog maar weinig bekend over wat TTIP zou kunnen doen voor de (Nederlandse) F&A-sector terwijl voedsel en landbouw doorgaans heel gevoelige onderwerpen zijn vanwege het belang van voedselveiligheid en de continuïteit van de plattelandseconomie
  • Uit onze analyse blijkt dat de kostprijzen tussen de VS en Nederland op een aantal producten flink verschillen. Qua kosten van melkproductie kunnen we ons meten met de VS. Op het gebied van vlees zijn we gemiddeld genomen duurder dan producenten in de VS
  • Als het handelsverdrag TTIP er komt, dan zou het voor individuele producenten gevolgen kunnen hebben. Gezien de trage voortgang van de onderhandelingen hebben producenten nog wel tijd om zich voor te bereiden 

Voordelen van vrijhandel en de herkomst van protectionisme

Vrijhandel tussen landen maximaliseert de welvaart in de wereld. Door comparatieve voordelen te benutten, specialiseren landen zich in sectoren waar zij het meest efficiënt in zijn. Bij landbouw is sprake van natuurlijke specialisatie, die vooral door klimatologische omstandigheden is gedreven. Verder zijn de beschikbaarheid van kapitaal, arbeid en menselijk kapitaal (lees: opleiding) bepalende factoren voor specialisatie. Voor industriële producten geldt dit effect ook,al speelt daar het klimaat doorgaans een kleinere rol. Handel kan ook een stabiliserend effect op de binnenlandse economie hebben: als een landspecifieke tegenslag een land raakt, wordt de productie minder negatief beïnvloed als dit land erin slaagt door export uit een recessie te komen.

In werkelijkheid kennen de meeste landenechter barrières voor internationale handel. Overheden stellen eisen en regels omtrent veiligheid, gezondheid en het milieu. Waar het op voedsel aankomt, ligt er vaak ook een grote hoeveelheid regulering om te waarborgen dat geïmporteerde producten daadwerkelijk geschikt zijn voor menselijke consumptie. Bij dit soort regels is handelsbelemmering doorgaans een negatief bijeffect. Naast onbedoelde barrières hebben overheden doorgaans ook bedoelde barrières opgeworpen zoals invoerheffingen. Meestal wordt dit protectionisme uitgelegd als beschermingsmaatregel voor 'opkomende industrieën' en het genereren van belastinginkomsten voor de overheid.

Waarom bestaat er nog protectionisme als alle landen kunnen profiteren van vrije handel? Een land als geheel profiteert meestal wel van vrijhandel, maar toch kan het openen van de markten tot een aanzienlijke herverdeling van productie en inkomen leiden. Door deze herverdeling en spreiding zullen sommige industrieën en beroepsgroepen slechter af zijn bij vrije handel. In het ergste geval kunnen zelfs hele bedrijfstakken uit een land verdwijnen, vaak met gespecialiseerde beroepsgroepen in hun kielzog. Daarom ondervinden vrijhandelsakkoorden vaak felle tegenstand van de benadeelde belangengroepen, zoals sectoren die de protectionistische maatregelen nodig hebben om te kunnen concurreren vakbonden die zich inzetten voor het behoud van de bestaande werkgelegenheid. 

Wat zou TTIP op kunnen leveren, en wanneer?

In een aantal artikelen zijn de effecten van TTIP gemodelleerd. Tabel 1 geeft een overzicht van de mogelijke welvaartsstijging op macroniveau als gevolg van TTIP volgens de studies. Deze welvaartsstijging is altijd weergegeven tegen een referentiejaar; bij de meeste studies gaat het om het BBP in 2027. Er is een aanzienlijk verschil in de uitkomsten, wat voor een groot deel kan worden toegeschreven aan de opzet en aannames van de onderzoeken. Wat de zaak er ook niet eenvoudiger op maakt, is dat de meeste onderzoeken zijn uitgevoerd in opdracht van belanghebbenden van de onderhandelingen. We willen daarom wel enige voorzichtigheid betrachten ten aanzien van de welvaartsstijging door TTIP.

Tabel 1: Geschatte effecten van TTIP
Tabel 1: Geschatte effecten van TTIPBron: CERII (2013), CEPR (2013a), CEPR (2013b), Ecorys (2009).

Ondanks onzekerheid over het exacte effect van de vrijhandelsakkoorden kunnen we wel enige algemene conclusies trekken over de mogelijke gevolgen. Een handelsakkoord leidt doorgaans tot intensivering van de handel tussen de partijen van het akkoord, maar niet-deelnemende landen kunnen hun handel zien afnemen. Voor TTIP verwachten we een handelsverlegging ten koste van niet-deelnemende landen met industrieën die concurreren met zowel de VS als Europa. Raza et al. (2014) suggereren dat in het bijzonder de middeninkomenslanden de effecten van de handelsverlegging zullen voelen. Op sectorniveauzijn de automobielbranche, het transport over water en de verzekeringsbranche de Europese competitieve sectoren die kunnen profiteren van TTIP (CEPR, 2013a). De voordelen van TTIP vloeien niet alleen voort uit de liberalisatie van de handel, maar ook uit de samenwerking op het gebied van regelgeving. Dit kan tot wereldwijde productnormen leiden voor auto's en farmaceutica. Omdat landbouw goed is voor een relatief klein deel van het BBP, gaan de meeste studies nauwelijks in op de effecten van TTIP voor deze sector. Hier gaan we later in dit rapport dit op in. 

Wanneer kunnen we het verdrag zelf verwachten?

We zien dat TTIP behoorlijk wat vertraging heeft opgelopen; de eerdere deadline van eind 2015 is al doorgeschoven naar 2016, volgens de laatste mededelingen van dit jaar. Momenteel zit TTIP in de tiende onderhandelingsronde. Na de technische onderhandelingsrondes volgt waarschijnlijk nog een stuk politieke onderhandeling om de laatste onderwerpen af te tikken. Ondertussen hebben de onderhandelaars en experts door laten schemeren dat de deadline van 2016 misschien wel niet wordt gehaald. Bovendien zouden presidentsverkiezingen in de VS in 2016 en landelijke verkiezingen in Duitsland en Frankrijk in 2017 TTIP verder kunnen vertragen. Daarnaast zou de sterke anti-TTIP lobby in deze landen de inhoud van de uiteindelijke overeenkomst kunnen verwateren. In combinatie met de verwachte lange implementatietijd van tariefverlagingen geeft dit sectoren tijd om zich voor te bereiden op de effecten van TTIP.

Tabel 2: Tijdslijn onderhandelingen TTIP
Tabel 2: Tijdslijn onderhandelingen TTIPBron: Rabobank

Gevoeligheid van voedsel in handelsverdragen

Er is een aantal redenen waarom voedsel en landbouw vaak worden uitgesloten van handelsbesprekingen en -overeenkomsten. In het verleden kozen landen om strategische redenen voor zelfvoorziening en binnenlandse voedselproductie in plaats van te vertrouwen op de invoer. Daarnaast is het doen van concessies aan voedselveiligheid vaak ook een omstreden politieke kwestie. Bovendien hebben landen in aanvulling op de tarieven en handelsbarrières vaak mechanismen voor landbouwsteun ontwikkeld om de lokale productie te stimuleren en om de plattelandseconomie in stand te houden. Een ander heikel punt, wat vooral in Europa van groot belang is, is de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten in voedsel en landbouw. In de foodsector wordt eigendom van bepaalde productnamen en processen wettelijk vastgelegd. Weliswaar leidt dit tot een beperkt aanbod van de producten, maar het is ook een effectief middel om kwaliteit en soms eeuwenoude tradities te waarborgen.

Voor wat betreft de steunmaatregelen is bekend dat beide partijen bij de onderhandelingen zijn overeengekomen dat ze hun mechanismen voor landbouwsteun niet zullen aanpassen als onderdeel van een akkoord. Ongeacht de verdere uitkomst van de onderhandelingen zullen het verschil in houding van de VS en de EU ten aanzien van sanitaire en fytosanitaire normen(SPS) het akkoord waarschijnlijk omstreden maken als er een compromis nodig is. De VS voeren een voedselveiligheidsbeleid dat is gestoeld op regelgeving die is gebaseerd op wetenschappelijk bewijs met betrekking tot een risico. De EU daarentegen heeft een meer politieke benadering van voedselveiligheid ontwikkeld. Het verschil heeft er toe geleid dat de VS brede invoering zien van het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen (GGO) en groeihormonen, terwijl de EU vooraf heeft verklaard dat zij niet bereid is te onderhandelen over toelating.

Huidige handelsrelaties tussen de VS en EU in F&A

Vandaag de dag is de Trans-Atlantische handel al aanzienlijk. Hoewel de VS gelden als een van 's werelds grootste voedselexporteurs, heeft de EU in de afgelopen jaren een handelsoverschot opgebouwd met Amerika. Dit is enerzijds te danken aan de hogere tarieven die de EU hanteert in vergelijking met de VS. Anderzijds speelt de grote mate van openstelling van de Amerikaanse markt voor onder andere alcoholische dranken en niche en luxe voedselproducten uit EU-landen mee. Typische ad-valorum tarieven (gebaseerd op de waarde van het product) voor Europees voedsel en agrarische producten die naar de VS worden geëxporteerd, liggen tussen de 10% en 15%[1]. Voor vergelijkbare producten die vanuit de VS naar de EU komen en ook onder de MFN-status vallen, liggen de tarieven tussen de twee en vier keer hoger. Zodoende genieten boeren en F&A-bedrijven in de EU dus relatief veel bescherming.

Zowel de EU als de VS hebben sterk ontwikkelde agrarische steunmechanismen, maar beide regio’s proberen meer marktwerking in de landbouwsector te bewerkstelligen. De EU heeft met het onlangs bijgestelde Gemeenschappelijk Landbouwbeleid verdere stappen gezet om de sector meer op de markt te laten inspelen door bijvoorbeeld de afschaffing van de melkquota dit jaar en de afschaffing van de suikerquota in 2017 In de VS probeert men met de Farm Bill uit 2013 de landbouwsector beter te laten inspelen op de wereldmarkt door over te stappen van subsidies naar een systeem van margeverzekeringen (Margin Insurance Schemes[2]).

Naast importtarieven kennen beide handelsblokken ook non-tarifaire belemmeringen, vaak in de vorm van sanitaire en fytosanitaire normen (SPS). Dit soort normen moeten de voedselveiligheid waarborgen. Deze standaarden zijn vaak een barrière in de onderhandelingen omdat ze tot flinke kostenverschillen in producten kunnen leiden. Daarnaast zijn ook voor het grote publiek gevoelige kwesties zoals GGO’s, BSE (in de volksmond: gekkekoeienziekte) en hormonen in vlees een groot obstakel in de onderhandelingen.

Het effect van TTIP op F&A handelsstromen tussen de VS en de EU

Hoewel de EU momenteel een handelsoverschot heeft met de VS in voedingsmiddelen, zouden de VS op de lange termijn een concurrentievoordeel kunnen hebben. Amerikaanse boeren opereren efficiënter in vergelijking tot de meer gefragmenteerde en beschermde agrarische sector in de EU. Vandaar dat de verschillende landbouwsectoren de onderhandelingen zien als alles tussen kans en bedreiging. In de volgende paragrafen kijken we in detail naar de sectoren waar de impact van TTIP naar verwachting het grootste is: zuivel, vlees en eierproductie.

Zuivel

Onder de huidige WTO-overeenkomsten hebben de EU en de VS toegang tot elkaars zuivelmarkten volgens het MFN-principe. Voor EU-exporteurs naar de VS is er een quotum met gereduceerd tarief voor alle zuivelproductcategorieën. Exportlicenties geven bedrijven het recht om, binnen deze quota, producten te importeren tegen gereduceerd tarief. Voor Edam en Gouda kaas bijvoorbeeld is het gereduceerde tarief 10%. Buiten deze quota of zonder de benodigde licentie is het tarief 35%. Voor Amerikaanse bedrijven die willen exporteren naar Europa gelden veel hogere tarifaire belemmeringen[3].

Recentelijk is de regelgeving zowel in de EU als in de VS substantieel veranderd, waardoor handel nog belangrijker is geworden. De zuivelsector in de VS was van oudsher gericht op de eigen binnenlandse markt. Uitbreiding van de exportcapaciteit is een van de factoren die ertoe heeft geleid dat de overheid is overgeschakeld van een zuivelprogramma gedreven door prijsondersteuning naar een systeem van margeverzekeringen onder de Farm Bill uit 2013. Dit heeft een grote reactie van de markt tot gevolg gehad. In de EU heeft de afschaffing van de melkquota in 2015 geleid tot een groei van de productiecapaciteit, die voor een groot deel zal moeten worden opgevangen door de handel.

In de afgelopen jaren is de Europese melkproductie meer concurrerend geworden. Dit kan grotendeels worden toegeschreven aan de relatieve stijging van de dollar ten opzichte van de euro over deze periode. Figuur 1 laat zien dat Nederland -traditioneel een land met hoge productiekosten- zich onder de huidige wisselkoers kan meten met de VS op het gebied van zuivel (figuur 1).

Figuur 1: Productiekosten per liter melk in euro
Figuur 1: Productiekosten per liter melk in euroBron: FNP, USDA, Teagasc,, Onfarm Consulting, Genske Mulder & Co, Rabobank

Er moeten nog aanzienlijke SPS en non-tarifaire handelsbelemmeringen worden overwonnen voordat een akkoord kan worden bereikt. De ‘Grade ‘A’ Pasteurized Milk Ordinance’, die de voedselveiligheid van verse zuivelproducten in de VS regelt, verschilt aanzienlijk in benadering en detail van de vergelijkbare EU-regelgeving. Er is veel discussie over de acceptatie van EU-normen voor geografische herkomst, traditionele specialiteiten en beschermde producten[4] (BGA, GTS, BOB), die de VS nog niet erkennen.

De meeste analisten verwachten dat een vrijhandelsakkoord tussen de VS en de EU voor de zuivel zal leiden tot een toename van de invoer van hoogwaardige Europese kaas, waaronder merkkaas zoals Gouda uit Nederland. Hoewel er potentieel is voor de export van zuivelproducten van de VS naar de EU, zorgt het huidige zuiveloverschot in de EU in combinatie met de sterke dollar er voorlopig voor dat die volumes beperkt zullen blijven.

TTIP en de intensieve-veehouderijsectoren

De Europese dierlijke-eiwittensectoren produceren met een relatief hoge kostprijs in vergelijking met de Amerikaanse sectoren. De kostprijs van Europees varkensvlees, pluimveevlees en eieren is ongeveer 15-30% hoger dan die van Amerikaanse producten (zie tabel 1). De belangrijkste oorzaken voor deze verschillen in kostprijs zijn enerzijds duurdere grondstoffen zoals voer en hogere kosten van land voor het weiden van runderen voor de gespecialiseerde rundvleesproductie. Daarnaast hebben Europese producenten te maken met hogere standaarden als gevolg van consumentenaandacht voor dierenwelzijn, hygiëne en voedselveiligheid, milieu en ethiek. Voorbeelden van dergelijke verschillende standaarden zijn het legbatterijverbod in de EU, verplichte groepshuisvesting in zeugenstallen, het bewerken van kippenvlees met chlorine in de VS (de zogenaamde chloorkippen), het verbod op het gebruik van hormonen in de productie van rundvlees in de EU en het gebruik van meer genetisch gemodificeerde producten in voer in de Verenigde Staten. Verder zijn de eisen ten aanzien van mestafvoer en -verwerking in de EU hoger dan in de VS. Deze extra eisen aan de productie leiden tot een forse stijging in kosten waar Amerikaanse producenten niet mee te maken hebben.

Tabel 3: Kostprijs EU en VS vlees en eierproducten
Tabel 3: Kostprijs EU en VS vlees en eierproductenBron: Interpig, LEI, Agribenchmark

Rundvlees

De huidige handel tussen de EU en de VS is nog vrij beperkt, mede door een net vervallen importverbod ingesteld door de VS in verband met BSE (lees: gekkekoeienziekte) in Ierland. De Amerikaanse markt is recentelijk weer opengaan en Ierland heeft een bescheiden exportstroom naar de VS ontwikkeld. In het geval van rundvlees zijn de invoerstromen in de EU vanuit de VS momenteel beperkt. Dit is enerzijds het gevolg van hoge importheffingen en de beperkte hoeveelheid beschikbare importquota met lage importtarieven. Anderzijds is dit het gevolg van de ban op met hormonen behandeld rundvlees en de hoge importrestricties voor producten die hormoonvrij zijn. De VS heeft de afgelopen jaren meer markttoegang gekregen in de Europese markt voor hormoonvrij vlees (wat binnen quota tegen nultarief kan worden geïmporteerd). Een groep hiertoe gecertificeerde rundveehouders in de VS bedient thans dit premium segment in de Europese rundvleesmarkt.

Indien de markt volledig wordt geliberaliseerd, dan valt te verwachten dat de VS verdere gespecialiseerde productieketens gaat ontwikkelen, zonder groeibevorderende middelen, voor de EU-markt. Een verdere liberalisering van de handel tussen de EU en de VS zal daarom leiden tot een forse druk op de gespecialiseerde rundvleesproductie in Europa en op prijzen voor rundvlees; Ondanks de kansen voor verhoogde Europese export van wat specifieke EU rundvleesdelen naar de VS.

Varkensvlees

De EU is thans een netto exporteur van varkensvlees naar de VS. In totaal wordt ongeveer 60.000 ton geëxporteerd en slechts 1.500 ton geïmporteerd. Deze forse exportstroom staat echter haaks op de concurrentiekracht van de Europese sector met een 15% hogere kostprijs. EU-exporteurs hebben een goede markt gevonden in de VS voor varkensribben en verwerkte producten (met name gedroogde serrano- en parmahammen). Dit terwijl Amerikaanse exporten naar de EU worden geremd door de zeer hoge importheffingen van de EU die gelden binnen de beperkt beschikbare EU-importquota (70.000 ton). Daarbij spelen aan de kant van de EU ook zorgen over de infectieziekte Trichinosis en de veiligheid van de door Amerikaanse producten gebruikte groeibevorderaar Ractopamine.

Mocht de markt volledig worden geliberaliseerd, dan zal dit naar verwachting negatief uitpakken voor de Europese en dus ook de Nederlandse varkenssector. Verwacht wordt dat Amerika forse hoeveelheden specifieke delen zoals hammen en bacon naar de EU zal exporteren. Deze concurrentie zal hard aankomen bij deze sector gezien de forse investeringen die de sector de afgelopen jaren heeft gedaan in diervriendelijke productie. Denk aan de verplichte groepshuisvesting bij zeugen, het niet gebruiken van groeistimulerende middelen en de beperkingen van het gebruik van genetisch gemodificeerd voer. Er zullen echter ook kansen ontstaan in met name verwerkte producten die onder merk worden geproduceerd zoals salami’s, serranohammen en ook voor specifieke delen die in de VS zeer gewild zijn zoals varkensribben voor spareribproductie. 

Pluimveevlees

Europa is in volume een netto exporteur van pluimveevlees op de wereldmarkt. Vooral producten waarvoor in de EU geen voorkeur bestaat worden tegen lage prijzen geëxporteerd terwijl gewilde, duurdere producten worden geïmporteerd, zoals kipfilet en bewerkt pluimveevlees De handel in pluimveevlees tussen de VS en de EU is echter vrijwel nul, ondanks dat de VS een quota van ruim 16.000 ton heeft voor heffingsvrije export naar de EU. Dit komt enerzijds doordat beide markten weinig complementaire voorkeuren hebben: zowel de Europese als de Amerikaanse pluimveemarkten hebben een sterke voorkeur voor witvlees en kampen met een overschot aan donkervlees zoals pootvlees. Anderzijds vormt regulering een beperking. De EU hanteert een importverbod op producten die zijn bewerkt met chloride (veelgebruikt in de VS). De VS stellen op hun beurt zeer beperkende eisen met de controle op de ziekte van Newcastle.

Indien de handel wordt geliberaliseerd, zal dit zeker bedreigend zijn voor de Europese en Nederlandse pluimveevleesproducenten en zullen grotere hoeveelheden bevroren kipproducten op de Europese markt komen. Verwacht mag worden dat dit vooral het zeer goedkope pootvlees uit de VS zal zijn dat de vierkantsverwaarding[5] van Europese producenten zal bedreigen. Er zullen ook wat mogelijkheden ontstaan voor export uit de EU (vleugels), maar in volume en waarde zal dit in het nadeel van Europese pluimveehouders uitpakken.

Eieren

Hoewel de EU netto exporteur is van eieren en eiproducten op de wereldmarkt, valt de handel tussen de VS en de EU de in eieren en eiproducten al jaren positief uit in het voordeel van de VS. Met name de lagere Amerikaanse kostprijs en de relatief lage lokale prijzen voor eigeel en heeleipoeder zijn hier vooral doorslaggevend. De EU zou in theorie ook eiwitten kunnen exporteren maar beperkte markttoegang door non-tarifaire handelsbarrières (NTB’s) leidt tot vrijwel verwaarloosbare exportstromen.

Indien de handel wordt geliberaliseerd, zal dit per saldo in het nadeel uitvallen van de Europese eiersectoren. De kostprijs ligt door de hogere voerkosten en de hogere productiekosten vanwege het verbod op legbatterijen significant hoger. Ook andere dierenwelzijn-gerelateerde maatregelen zoals stalbezetting, milieuwetgeving en het aankomende snavelkapverbod leiden tot forse kostprijsverschillen. Verwacht wordt dat forse hoeveelheden eiproducten in de Europese markt zullen worden afgezet die vaak vanuit systemen zijn geproduceerd die in de EU niet zijn toegestaan. Dit zal de Europese eiersector, die EUR 6 miljard heeft geïnvesteerd om haar capaciteit in lijn te brengen met het Europese kooiverbod, in een moeilijke positie brengen. Er zullen ook meer EU-producten worden afgezet maar per saldo zal de liberalisatie negatief uitpakken voor de Europese eiersector. Nederland wordt daarbij extra geraakt als een van de grootste producenten en exporteurs van eieren en eiproducten in Europa en de wereld. 

Conclusie

Met TTIP zal de Trans-Atlantische handel waarschijnlijk een flinke boost krijgen. Dit is op macroniveau voor alle betrokken landen positief; de welvaart stijgt door specialisatie. Op sectorniveau kunnen we echter wel degelijk spreken van winnaars en verliezers. Kijkend naar de effecten van TTIP voor de Nederlandse F&A-sector zien we dat de zuivelsector zou kunnen profiteren van het openstellen van de grote Amerikaanse markt. Nederlandse boeren kunnen zich immers meten met hun Amerikaanse collega’s op het gebied van melkproductie en de export van hoogwaardige Europese kaas zal toenemen, waaronder merkkaas zoals Gouda uit Nederland. Voor vlees en eieren ligt de Europese kostprijs een stuk hoger, onder andere als gevolg van investeringen in dierenwelzijn in de afgelopen jaren. In deze sector verwachten we meer concurrentie. De hogere Amerikaanse invoer kan slecht uitpakken voor sommige individuele producenten ondanks dat zij voor consumenten lagere prijzen oplevert. Het is ook denkbaar dat Amerikaanse producenten meer diervriendelijke technieken zullen introduceren om aan de wensen van (een deel van) de Europese consumenten te voldoen.

Producenten zullen in elk geval hun bedrijfsmodel moeten herijken naar de effecten van TTIP. Bedrijven zouden bijvoorbeeld in sectorverband kunnen kijken hoe ze hun producten door differentiëren van Amerikaanse producten, dit geldt voor zowel voor de Nederlandse als voor de Amerikaanse markt. Dit heeft de Irish Dairy Board in de vorige eeuw bijvoorbeeld geholpen om Ierse zuivelproducten als luxe producten te marketen. Daarnaast kunnen bedrijven kijken wie hun concurrenten in de VS momenteel zijn en wat mogelijke afzetkanalen in VS zouden kunnen zijn. Door de trage voortgang van de onderhandelingen is er voldoende tijd om een gedegen plan te formuleren om met de gevolgen van TTIP om te gaan.

Voetnoten

[1] Dit betreft producten die onder het ‘Most Favoured Nation’ (MFN) principe van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) worden geëxporteerd. Voor uitleg over het ‘Most Favoured Nation’ (MFN) principe zie: WTO.

[2] Voor informatie over het Margin Protection Program.

[3] De EU hanteert bijvoorbeeld een importtarief van € 185,20/100 kg2/100kg voor de import van pizzakaas uit de VS.

[4] Voorbeelden van bescherming van producten in de EU zijn: gegarandeerde traditionele specialiteit (GTS), beschermde oorsprongsbenamingen (BOB) en beschermde geografische aanduidingen (BGA). Voor informatie zie hier.

[5] Vierkantsverwaarding is de Nederlandse aanduiding voor rendement op het karkas.

Literatuur

Centre for Economic Policy Research (2013a). Reducing transatlantic barriers to trade and investment: An economic assessment. Study commissioned by European Commission, prepared under implementing Framework Contract TRADE10/A2/A16.

Centre for Economic Policy Research (2013b). Estimating the Economic Impact on the UK of a Transatlantic Trade and Investment Partnership Agreement between the European Union and the United States.

Ecorys (2009). Non-Tariff Measures in EU-US Trade and Investment: An economic assessment. ECORYS Nederland BV, European Commission, study commissioned by Directorate-General for Trade (European Commission).

Fontagné, L., Gourdon, J., & Jean, S. (2013). Transatlantic trade: Whither partnership, which economic consequencesCEPII, Policy Brief1.

Raza, Werner et al. (2014): Assess_TTIP: Assessing the claims benefits of the Transatlantic Trade and Investment Partnership. Wien.

Delen:
Auteur(s)
Jurriaan Kalf
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
088 726 7864

naar boven