RaboResearch - Economisch Onderzoek

Nederlandse staatsschuld herstelt zich na de crisis

Economisch commentaar

Delen:
  • In een serie stellingen bespreken we veelgehoorde misverstanden of terechte vaststellingen over de Nederlandse economie en belichten we bijzondere kenmerken en ontwikkelingen
  • De Nederlandse bruto overheidsschuld steeg van 42,4%-BBP in 2007 naar 67,9%-BBP in 2014
  • Internationaal gezien staat de Nederlandse schuld er relatief goed voor; dit geldt voor zowel de bruto als de netto schuldpositie
  • Het huidige schuldniveau is prudent maar verdere verlaging is wenselijk om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën zeker te stellen en economische schokken op te kunnen vangen

Stelling: Nederland heeft een te hoge staatsschuld

De Nederlandse overheidsschuld is toegenomen sinds de crisis…

Sinds 2007 is de Nederlandse bruto overheidsschuld fors opgelopen. Dit kwam behalve door verschillende interventies in de financiële sector en leningen aan eurolanden vooral door oplopende overheidstekorten (CPB, 2013). In 2009 was dit tekort onder invloed van de recessie toegenomen tot 5,4%-BBP. Mede door het omvangrijke bezuinigingsbeleid is het begrotingstekort afgenomen en kwam dit in 2014 uit op 2,4% van het Bruto Binnenlands Product (BBP; figuur 1). Hierdoor voldoet Nederland sindsdien weer aan de Europese 3%-BBP tekortnorm uit het Stabiliteits- en Groeipact (SGP). Volgens deze regels moet de overheidsschuld minder dan 60%-BBP bedragen. Als deze ratio hoger ligt, moet het kabinet het verschil met het maximum met tenminste 1/20ste per jaar afbouwen (gemiddeld over drie jaren bekeken).

Figuur 1: Stijging Nederlands tekort en schuld
Figuur 1: Stijging Nederlands tekort en schuldBron: CBS, Rabobank

Op basis van de huidige verwachting en de voorlopige realisatie voor 2014 beweegt de overheidsschuld zich voldoende snel in de goede richting (CPB, 2015). Daarbij zal de verwachte beursgang van ABN Amro een direct drukkend effect uitoefenen op de staatsschuld. Ook zal de verder aantrekkende economische groei in Nederland via een voldoende sterke verhoging van het nominale BBP voor een lagere staatsschuldquote zorgen (het noemer-effect).

…maar we staan er internationaal gezien relatief goed voor…

Om het Nederlandse schuldniveau ten opzichte van andere landen te vergelijken maken we onderscheid tussen bruto en netto overheidsschuld. De bruto schuld alleen geeft namelijk geen volledig beeld van de financiële positie van de Nederlandse overheid. De netto schuld is de bruto schuld minus de financiële bezittingen (exclusief aandelen en derivaten)[1]. Nederland komt in de internationale vergelijking van de bruto en de netto schuldpositie relatief goed uit de bus (figuur 2 en 3). Voor alle genoemde landen is zowel de bruto als de netto overheidsschuld tussen 2007 en 2014 toegenomen. De Nederlandse bruto en netto schuldposities bedroegen in 2014 respectievelijk 67,9%-BBP en 34,4%-BBP. De Nederlandse bruto overheidsschuld ligt hiermee ruim onder het gemiddelde van de G7-landen[2], de EU-28 en de negentien eurozonelidstaten. Dit is nog sterker het geval voor de netto schuldpositie. Internationaal gezien scoort Nederland dus goed wanneer we beide schuldposities in ogenschouw nemen.

Figuur 2: Bruto overheidsschulden
Figuur 2: Bruto overheidsschuldenBron: Macrobond
Figuur 3: Netto overheidsschulden
Figuur 3: Netto overheidsschuldenBron: Macrobond

…en het huidige schuldniveau is prudent genoeg

Hoewel we er in internationaal perspectief goed voorstaan, wil dat natuurlijk niet zeggen dat de schuld niet toch te hoog is. Wanneer de overheidsschuld zich boven een bepaald niveau bevindt dan kan deze een belemmering vormen voor de economische groei: het schuldniveau is dan niet meer prudent. Volgens verschillende studies bestaat er een negatieve relatie tussen te hoge (bruto) schuldniveaus en economische groei[3]. Het huidige niveau van de Nederlandse bruto overheidsschuld is op basis van het huidige niveau overigens wel prudent.

Verder is het huidige schuldniveau in relatie tot de houdbaarheid van de overheidsfinanciën van belang. De overheidsbegroting is houdbaar als de toekomstige inkomsten hoog genoeg zijn om de toekomstige uitgaven te betalen, inclusief de rente op de bestaande schuld. Het houdbaarheidssaldo is volgens het CPB omgebogen van een tekort van 4,5%-BBP in 2010 naar een overschot van 0,4%-BBP in 2014 (CPB, 2014)[4]. Hierdoor hoeft de schuld niet te stijgen om de huidige arrangementen van sociale zekerheid en zorg te handhaven. Maar door het hogere schuldniveau van nu liggen we dichter in de buurt van niveaus die wel schadelijk zouden zijn en waarbij de overheidsfinanciën ineens niet meer houdbaar zouden worden door hogere rentelasten. Dat kan gebeuren wanneer er weer een economische schok optreedt.

Conclusie: onjuist

Het huidige niveau van de Nederlandse bruto overheidsschuld is weliswaar hoger dan voor de crisis, maar beweegt gezien de huidige economische groeiverwachtingen wel in de goede richting. Daarbij is de Nederlandse schuldpositie in vergelijking met andere landen relatief goed. Ondanks dit is het van belang om de overheidsschuld verder te verlagen om zo enerzijds de houdbaarheid van de overheidsfinanciën zeker te stellen en anderzijds economische schokken op te kunnen vangen.

Voetnoten

[1] Dit is de IMF-definitie van de netto schuld als % van het BBP (General government net debt (Percent of GDP)). Hierbij zijn de niet-financiële bezittingen zoals gasvoorraden en gebouwen buiten beschouwing gelaten.

[2] G7-landen: Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Italië, Japan, Canada.

[3] Baum et al. (2012) vonden een hogere BBP-groei bij toenemende schuld tot 65%-BBP; tussen 65%-BBP en 96%-BBP zien zij geen significante relatie en bij hogere schuldniveaus daalt de BBP-groei bij toenemende schuld. Checherita-Westphal en Rother (2012) vonden een steeds negatiever effect op de BBP-groei voor schuldniveaus boven de 90 tot 100%-BBP. Het gaat hierbij om bruto schuldposities (CPB, 2013).

[4] Het CPB gaat daarbij uit van constante arrangementen, wat inhoudt dat de huidige sociale voorzieningen niet veranderen en de belastingopbrengst als percentage van de grondslag gelijk blijft.

Delen:
Auteur(s)
Björn Giesbergen
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 3047 8523

naar boven