RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Nederlandse economie krijgt extra wind in de zeilen van lastenverlichting

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • De Nederlandse economie groeit naar verwachting met 2¼% in 2015 waarna de groei versnelt naar 2¾% in 2016
  • De uitvoer en de binnenlandse bestedingen zorgen voor breed gedragen groei
  • Lastenverlichting in 2016 geeft economie extra wind in de zeilen
  • Werkloosheid blijft gestaag dalen, maar heeft nog lange weg te gaan

Matige groei tweede kwartaal door terugschroeven gaswinning

Het reële Bruto Binnenlandse Product (BBP) nam in het tweede kwartaal met 0,1% kwartaal-op-kwartaal toe. Dat de groei zo laag uitviel, is vooral te wijten aan de forse krimp in de sector delfstofwinning (figuur 1). Dit trok 0,5%-punt af van de BBP-groei in het tweede kwartaal en is veroorzaakt door de verlaging van het productieplafond voor de gaswinning in 2015 ten opzichte van vorig jaar. Het lijkt erop dat de gevolgen van deze beperking zich hebben geconcentreerd in het tweede kwartaal. Het onderliggende economische herstel was in het tweede kwartaal dus sterker dan het BBP-cijfer suggereert.

Figuur 1: Groei valt lager uit door beperking gasproductie
Figuur 1: Groei valt lager uit door beperking gasproductieBron: CBS

Aan de bestedingenkant is het effect van de lagere gaswinning vooral terug te zien in de negatieve groeibijdrage vanuit de netto internationale handel, doordat de invoer fors toenam terwijl de uitvoergroei juist wat lager was. Dat het BBP-volume desondanks mild toenam, is vooral te danken aan een sterke groei van de woninginvesteringen. De particuliere consumptie en de bedrijfsinvesteringen noteerden eveneens groei, maar die lag wel wat lager dan in de kwartalen ervoor.

De economische groei wordt dit jaar breder gedragen dan vorig jaar, met naast een hogere uitvoer eveneens groeibijdragen vanuit de private investeringen en de particuliere consumptie. De aantrekkende groei vanuit de binnenlandse bestedingen compenseert het negatieve effect vanuit de gaswinning. Hiermee komt de door ons verwachte BBP-groei dit jaar uit op 2¼%. In 2016 trekt de uitvoergroei aan door de hogere groei in de eurozone. De particuliere consumptiegroei versnelt volgend jaar door een verdere stijging van het beschikbare huishoudinkomen door de aantrekkende werkgelegenheid en de voorgenomen € 5 miljard lastenverlichting van het kabinet. De investeringen nemen door een lagere groei van de woninginvesteringen juist wat minder hard toe. Uitgaande van een gelijkblijvend productieplafond verwachten we dat het negatieve effect van de lagere gaswinning volgend jaar wegvalt. Daardoor groeit de economie ½%-punt harder dan in 2015. Hierdoor versnelt de BBP-groei volgend jaar naar 2¾%.

Het reële BBP lag in het tweede kwartaal weer nagenoeg op de vorige piek van 2008 (figuur 2). Daarmee ligt een buitengewoon lange periode achter ons waarin het productieverlies door twee recessies lange tijd niet werd goedgemaakt. Bovendien ligt het BBP per hoofd van de bevolking nog altijd 2,7% onder de top van 2008. Het aantal faillissementen is de afgelopen maanden sterk afgenomen maar blijft op een relatief hoog niveau. De werkloosheid, een andere indicator die de gevoelstemperatuur in de economie goed weergeeft, bevindt zich nog ruim boven het niveau van voor de Grote Recessie. In dit opzicht is er dus nog een lange weg te gaan voordat alle schade weer is gerepareerd.

Figuur 2: BBP-volume weer terug op vorige piek
Figuur 2: BBP-volume weer terug op vorige piekBron: CBS, Rabobank
Tabel 1: Kerngegevens Nederland
Tabel 1: Kerngegevens NederlandBron: CBS, Rabobank

Uitvoer gesteund door lage euro

Wij verwachten dat de uitvoergroei dit jaar met 4½% iets hoger uitkomt dan vorig jaar. Volgend jaar trekt de uitvoergroei onder aanvoering van het herstel in de eurozone aan tot 5%. In het tweede kwartaal van dit jaar groeide het uitvoervolume met 1% op kwartaalbasis, wat ongeveer in lijn is met de uitvoergroei van het eerste kwartaal. De eerdere daling van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar en het Britse pond ondersteunt de Nederlandse uitvoer. In de loop van dit jaar verzwakt de euro naar verwachting nog iets verder onder invloed van aanstaande renteverhogingen van de centrale banken in de VS en Groot-Brittannië (zie Rente en valuta, elders in dit Kwartaalbericht). De uitvoer profiteert in de rest van dit jaar en in 2016 van de verder aantrekkende groei in de eurozone. Daarentegen heeft de afzwakkende groei in opkomende markten een remmend effect (zie Blik op de wereld).

Wel blijven er neerwaartse risico’s. Een onverwachte groeivertraging van de Chinese economie kan de Nederlandse export raken. Daarnaast worstelt een aantal opkomende markten met de gecombineerde impact van lagere grondstofprijzen en de uitstroom van buitenlands kapitaal (zie Blik op de wereld). Ook is het sluimerende conflict tussen Rusland en de Oekraïne nog altijd niet opgelost. 

Woningmarktherstel blijft private investeringen stuwen

Dit jaar nemen de private investeringen naar verwachting met 9¼% toe. Volgend jaar komt de private investeringsgroei uit op 4½%, doordat de woninginvesteringen minder hard toenemen. De bedrijfsinvesteringen namen in het tweede kwartaal met 0,9% kwartaal-op-kwartaal toe, iets lager dan de 1,8% groei die in het eerste kwartaal werd genoteerd. De bedrijfsinvesteringen stijgen inmiddels vier kwartalen onafgebroken en worden daarbij gesteund door de hogere consumptie en de groei van de export. Het producentenvertrouwen en de bezettingsgraad in de maakindustrie zijn in de afgelopen kwartalen toegenomen (figuur 3). Daarnaast zijn de investeringsverwachtingen voor 2015 sinds het begin van het jaar in bijna alle sectoren verbeterd. Doordat de binnenlandse dynamiek en de export in de rest van dit jaar en in 2016 verder aantrekken, verwachten we dat de groei van de bedrijfsinvesteringen verder doorzet.

Figuur 3: Bezettingsgraad en producentenvertrouwen lopen verder op
Figuur 3: Bezettingsgraad en producentenvertrouwen lopen verder opBron: CBS

De woninginvesteringen namen in het tweede kwartaal met 7% op kwartaalbasis toe, ten opzichte van 4,5% in het eerste kwartaal van dit jaar en 15,8% in het vierde kwartaal van 2014. De uitzonderlijk hoge groei eind vorig jaar kwam door het hoge aantal woningverkopen als gevolg van het aflopen van de tijdelijk verhoogde schenkingsvrijstelling. De door ons verwachte terugval aan het begin van 2015 bleef uit doordat de koopwoningmarkt zich relatief sterk bleef ontwikkelen, de nieuwbouwactiviteit toeneemt en het aantal verbouwingen toenam vanwege het tijdelijk verlaagde btw-tarief. Dit jaar zullen de woninginvesteringen dan ook een aanzienlijke bijdrage leveren aan de private investeringsgroei. Hoewel de nieuwbouwproductie volgend jaar iets zal versnellen, neemt de groei van de verkoop van bestaande woningen af. Hierdoor zal de groei van de woninginvesteringen wat lager liggen dan in de afgelopen kwartalen[1].

Inflatie neemt toe

De inflatie -gemeten als de jaar-op-jaarontwikkeling van de Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP)– zal dit jaar waarschijnlijk ¼% bedragen. Dit komt vooral door de zwakke ontwikkeling van de kerninflatie exclusief huur (HICP exclusief voedsel, energie en brandstof en huur) en de negatieve bijdrage vanuit de brandstofprijzen en voedsel (figuur 4). In 2016 neemt de kerninflatie naar verwachting verder toe doordat de binnenlandse bestedingen aantrekken en de overcapaciteit vermindert. Bovendien valt volgend jaar het verlagende effect op de inflatie vanuit de brandstofprijzen weg. Hierdoor stijgt het gemiddelde prijspeil in 2016 naar verwachting met 1¼%.

Figuur 4: Inflatie neemt toe
Figuur 4: Inflatie neemt toeBron: CBS

Eind vorig jaar en begin dit jaar was de inflatie enkele maanden op rij negatief, vooral vanwege de negatieve bijdrage vanuit de brandstofprijzen en de zeer lage kerninflatie. De afgelopen maanden was de inflatie echter weer positief. De toename van de inflatie sinds begin 2015 is voor 1,2%-punt bepaald door de kerninflatie, en dan vooral door de categorieën kleding en schoeisel, horeca en vliegtickets. Naast de kerninflatie droegen de componenten voedsel, energie en brandstoffen nog eens 0,5%-punt bij. De huur levert vanaf juli een minder grote bijdrage aan de inflatie (-0,2%-punt), doordat de huurstijgingen in de gereguleerde huursector dit jaar lager waren dan vorig jaar. Met de toename van de inflatie in de laatste maanden lijkt het gevaar voorlopig geweken dat de negatieve inflatie van begin dit jaar zich gaat verankeren in de verwachtingen van consumenten. De hogere inflatie heeft een drukkend effect op de reële loongroei.

Versnelling consumptiegroei door lastenverlichting

Verschillende factoren dragen eraan bij dat de consument dit jaar weer voorzichtig meer gaat uitgeven. De particuliere consumptie groeit dit jaar met naar schatting 1¾%. Volgend jaar versnelt de consumptiegroei naar 2%.

Door de toenemende inflatie zakt de reële loongroei wat terug. Daar staat echter tegenover dat de toenemende werkgelegenheid en de voorgenomen lastenverlichting dit jaar wel bijdragen aan een hogere groei van het huishoudinkomen. Daarnaast dragen het sterk verbeterde consumentenvertrouwen en het hoge aantal woningverkopen bij aan de consumptiegroei en komen steeds meer huishoudens uit de spaarstand. De positieve factoren zijn dit jaar voldoende sterk om de huishoudconsumptie weer duidelijk te laten bijdragen aan de economische groei.

Werkloosheid daalt gestaag

De werkloosheid zal de komende kwartalen naar verwachting gestaag dalen. Dit jaar komt de werkloosheid naar verwachting gemiddeld uit op 7% van de beroepsbevolking, om in 2016 verder te dalen naar 6¼%.

Figuur 5: Groei werkgelegenheid
Figuur 5: Groei werkgelegenheidBron: CBS
Figuur 6: Arbeidsproductiviteit private sector trekt aan
Figuur 6: Arbeidsproductiviteit private sector trekt aanBron: CBS

Het aantal werkzame personen nam in het tweede kwartaal met 16.000 toe ten opzichte van het eerste kwartaal. Deze groei kwam bijna uitsluitend voor rekening van de sectoren handel, vervoer & horeca en de commerciële dienstverlening (figuur 5). Binnen de commerciële dienstverlening profiteren vooral de uitzendbureaus van het economische herstel. De werkgelegenheid in de niet-commerciële dienstverlening (overheid en zorg) kromp in het tweede kwartaal met 6.000 personen. Ondanks het ingaan van het nieuwe ontslagrecht per 1 juli zijn er met uitzondering van de maand juni geen tekenen die wijzen op een sterke toename van het aantal ontslagaanvragen (Box 1).

Verschillende indicatoren wijzen op een verdere groei van de werkgelegenheid in de private sector. Om te beginnen zijn voorlopende indicatoren zoals het aantal vacatures en de uitzenduren verder toegenomen. Daarnaast blijft de groei van de werkgelegenheid in de private sector momenteel achter bij de productiegroei, waardoor de arbeidsproductiviteit stijgt (figuur 6). Een deel van de sectoren zal de extra productie kunnen opvangen binnen de huidige capaciteit, maar steeds meer werkgevers zullen in reactie op de aantrekkende vraag hun personeelsbestand willen uitbreiden. Het aantrekken van de werkgelegenheid in de niet-commerciële dienstverlening laat vanwege de bezuinigingen in de zorg waarschijnlijk nog wat langer op zich wachten.

Box 1: Geen ontslaggolf

Het ingaan van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) en de aanpassingen in het ontslagrecht per 1 juli hebben vooralsnog niet geleid tot een sterke toename van het aantal ontslagaanvragen. Met het aangepaste ontslagrecht staat vooraf vast welke ontslagroute (UWV of kantonrechter) een werkgever in een bepaald geval dient te kiezen. Een deel van de werkgevers heeft voor het ingaan van de WWZ nog gebruik willen maken van de bestaande regels. Het betrof hier vooral het beëindigen van kortere dienstverbanden waarvoor werkgevers onder de nieuwe regels een transitievergoeding zouden moeten betalen. Dit resulteerde in juni in bijna tweemaal zoveel ontslagaanvragen als in de maand ervoor. De stijging in aantallen is echter te beperkt om een zichtbaar effect te hebben op de werkloosheid. In de maanden voorafgaand aan juni daalden de ontslagaanvragen juist. In de komende maanden zal moeten blijken hoe het aantal ontslagaanvragen zich onder de nieuwe regels gaat ontwikkelen, maar vooralsnog zijn er geen tekenen die wijzen op een sterke toename.

Overheid haalt rem van de economie

Door eerder genomen bezuinigingen en meevallende economische groei blijft het begrotingstekort van de overheid dit en volgend jaar ruim onder de in het Stabiliteits- en Groeipact afgesproken 3%-norm. Dit jaar komt het tekort naar schatting uit op 1¾% van het Bruto Binnenlandse Product (BBP). In 2016 daalt het tekort verder naar 1¼% van het BBP.

Figuur 7: Lastenverlichting heft negatieve effect bezuinigingsmaatregelen op
Figuur 7: Lastenverlichting heft negatieve effect bezuinigingsmaatregelen opBron: CPB, Rabobank

Zoals gezegd houden wij voor 2016 rekening met een netto lastenverlichting van € 5 miljard. De belangrijkste maatregelen in het tot nu toe gepresenteerde pakket zijn een verhoging van de arbeidskorting voor middeninkomens en een verlaging van de tarieven in de tweede en derde belastingschijf met 2%-punt. Volgens het CPB gaat de koopkracht van huishoudens er daardoor volgend jaar gemiddeld 1,1% op vooruit. Werkenden profiteren het meest. De koopkrachteffecten voor gepensioneerden worden pas op Prinsjesdag bekend. Initieel leverde deze groep koopkracht in, maar na beraad hierover in de Ministerraad is er een door alle partijen gesteunde aanpassing overeen gekomen. Hoewel de lastenverlichting een zeer welkome steun in de rug is voor het economische herstel, zien wij het wel als een gemiste kans dat het kabinet eenzijdig inzet op lastenverlichting en niet op een structurele herziening van het belastingstelsel. De € 5 miljard lastenverlichting die het kabinet wil doorvoeren, heft in 2016 per saldo het negatieve effect van de al eerder voorgenomen bezuinigingsmaatregelen voor dat jaar op (figuur 7).

De voorgenomen lastenverlichting[2] betekent wel dat Nederland volgend jaar afwijkt van de middellangetermijndoelstelling (Medium Term Objective, of MTO) met betrekking tot het structurele overheidssaldo. Dit structurele saldo is het voor de stand van de conjunctuur en eenmalige ontwikkelingen gecorrigeerde begrotingssaldo en mag van Brussel op middellange termijn niet lager zijn dan -0,5%-BBP (Giesbergen, 2015). Maar omdat er op korte termijn geen sancties verbonden zijn aan het overschrijden van de middellangetermijndoelstelling lijkt het kabinet deze stap wel te gaan zetten.

Voetnoot
[1] Het aantal transacties van bestaande woningen vertaalt zich in woninginvesteringen via de overdrachtskosten (makelaars- en notariskosten, overdrachtsbelasting).

[2] De bovenstaande figuur illustreert het effect van de tekortreducerende maatregelen zoals die bekend waren bij het CPB op 17 september 2013. Een aantal maatregelen die met Prinsjesdag 2014 zijn aangekondigd, is niet meegenomen, zoals de minder sterke verhoging van het belastingtarief in de eerste schijf en de verhoging van de arbeidskorting in 2015.

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Macrobond. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Kennis en Economisch Onderzoek aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development, IMF: Internationaal Monetair Fonds, CPB: Centraal Planbureau

Gebruikte afkortingen landen: VK: Verenigd Koninkrijk, VS: Verenigde Staten, EZ: Eurozone, IE: Ierland, AT: Oostenrijk, BE: België, DE: Duitsland, NL: Nederland, FI: Finland, PT: Portugal, ES: Spanje, IT: Italië, FR: Frankrijk, GR: Griekenland.

Gebruikte afkortingen valuta: CNY: Chinese yuan,  IDR: Indonesische roepia, INR: Indiase roepie, MYR: Maleisische ringgit, KRW: Zuid-Koreaanse won.

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rn.rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rn.rabobank.nl

Eindredactie: 
Allard Bruinshoofd, hoofd Internationaal Onderzoek
Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Graphics: Selma Heijnekamp en Reinier Meijer

Delen:
Auteur(s)

naar boven