RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Nederlandse BBP-groei gedrukt door terugschroeven gaswinning

Conjunctuurbeeld

Delen:
  • In het tweede kwartaal groeide de omvang van de Nederlandse economie met 0,1% ten opzichte van het kwartaal ervoor
  • De verlaging van het productieplafond voor gaswinning heeft de groei gedrukt
  • De woninginvesteringen, particuliere consumptie en bedrijfsinvesteringen droegen de groei
  • Het aantal werkzame personen nam licht toe

Het Nederlandse reële Bruto Binnenlandse Product nam in het tweede kwartaal met 0,1% kwartaal-op-kwartaal toe. Dat de groei zo laag uitviel, is vooral te wijten aan de verlaging van het productieplafond voor de gaswinning in 2015. De gevolgen hiervan lijken zich vooral te hebben geconcentreerd in het tweede kwartaal. Dit trok 0,5%-punt af van de BBP-groei (figuur 1). Dat het BBP-volume desondanks mild toenam, is vooral te danken aan een sterke groei van de woninginvesteringen. De particuliere consumptie en de bedrijfsinvesteringen noteerden eveneens groei, maar die lag wel wat lager dan in de kwartalen ervoor.

Ondanks de matige groei in het tweede kwartaal ligt het onderliggende economische herstel onverminderd op koers. Het negatieve effect vanuit de lagere gasproductie wordt voldoende gecompenseerd door de aantrekkende groei vanuit de binnenlandse bestedingen. Hiermee komt de door ons verwachte BBP-groei dit jaar uit op 2¼%. Volgend jaar valt het negatieve effect van de lagere gaswinning weg en versnelt de economische groei naar 2¾%.

Het aantal werkzame personen nam in het tweede kwartaal licht toe ten opzichte van het eerste kwartaal. De werkgelegenheid in de niet-commerciële dienstverlening (overheid en zorg) kromp echter. Arbeidsmarktindicatoren zoals het aantal vacatures en uitzenduren wijzen op een verdere groei van de werkgelegenheid in de private sector. Hierdoor zal de werkloosheid in de komende kwartalen naar verwachting gestaag blijven dalen.

Figuur 1: Verlaging gasplafond drukt de groei
Figuur 1: Verlaging gasplafond drukt de groeiBron: CBS
Tabel 1: Kerngegevens Nederland
Tabel 1: Kerngegevens NederlandBron: CBS, Rabobank

Uitvoer gesteund door lage euro en Europese groei

De uitvoer noteerde in het tweede kwartaal een groei van 1% kwartaal-op-kwartaal. Dit jaar krijgt de uitvoer steun van de eerdere daling van de euro ten opzichte van andere belangrijke wisselkoersen. Daarnaast profiteren Nederlandse exporteurs van de aantrekkende groei in Europa. Daar staat tegenover dat de groei in de opkomende markten vanwege de lage grondstoffenprijzen en de terugval van de economische groei in China juist wat tegenvalt. Ook blijven er neerwaartse risico’s. De exportgroei kan onder druk komen te staan als de groei in China onverwacht verder terugvalt en de ongerustheid daarover opnieuw vat krijgt op de financiële markten.

Figuur 2: Sentiment duidt op groei maakindustrie
Figuur 2: Sentiment duidt op groei maakindustrieBron: CBS, Markit

De productie in de maakindustrie nam in het tweede kwartaal nauwelijks toe ten opzichte van het kwartaal ervoor. Toch zijn de vooruitzichten voor de maakindustrie redelijk gunstig. De inkoopmanagersindex van de Nederlandse maakindustrie (PMI) zakte in augustus weliswaar voor de tweede maand op rij terug, naar 53,9, maar blijft hoog (figuur 2). Het door het CBS gemeten producentenvertrouwen kwam in augustus met 3,5 iets lager uit dan in juli, maar blijft ruim boven het historische gemiddelde. Beide indicatoren wijzen op een verdere groei van de productie in de maakindustrie. Ook hiervoor geldt echter dat eerder genoemde risico’s nog roet in het eten zouden kunnen gooien.

Binnenlandse bestedingen trekken aan

De particuliere consumptie nam in het tweede kwartaal met 0,2% toe ten opzichte van het kwartaal ervoor. De aantrekkende woningmarkt ondersteunde de consumptiegroei de afgelopen tijd. Het hoge aantal transacties resulteerde in een stijgende consumptie van duurzame goederen voor woningen. Wij verwachten dat deze consumptiegroei voorlopig doorzet. Naast de aantrekkende woningmarkt dragen ook het verbeterde consumentenvertrouwen, de toenemende werkgelegenheid, de reële loongroei en het idee dat steeds meer huishoudens uit de spaarstand komen bij aan de consumptiegroei. De stijgende inflatie zorgt wel voor een verlaging van de reële loongroei. Maar daar zet de overheid volgend jaar naar verwachting een lastenverlichting tegenover.

De inflatie kwam in juli uit op 0,8%. Dat is 1,5%-punt hoger dan in januari (figuur 3). De toename komt vooral door de hogere kerninflatie exclusief huur -de inflatie exclusief voedsel, energie en brandstof, en huur– en daarbinnen vooral door de categorieën kleding en schoeisel, horeca en vliegtickets.

De woninginvesteringen namen in het tweede kwartaal met 7% op kwartaalbasis toe. De toename in woninginvesteringen komt door het al geruime tijd hoge aantal woningverkopen. In juli nam het aantal woningtransacties met 21,6% toe ten opzichte van de maand ervoor. Dit kwam doordat huizenkopers anticipeerden op een aanscherping van de kredietnormen en een verlaging van de NHG-grens per 1 juli. Het momentum van de woningverkopen (3m/3m-verandering) kwam in juli uit op 22,6% (figuur 4). De prijzen namen maand-op-maand met 0,8% toe, een iets sterkere stijging dan in de maanden ervoor.

Figuur 3: Inflatie neemt toe
Figuur 3: Inflatie neemt toeBron: CBS
Figuur 4: Woningverkopen blijven hoog
Figuur 4: Woningverkopen blijven hoogBron: CBS, Rabobank
Delen:
Auteur(s)

naar boven