RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Mare liberum: handelsbevordering over de Atlantische en Stille Oceaan met TTP en TTIP

Themabericht

Delen:
  • Momenteel vinden er onderhandelingen plaats over twee belangrijke handelsakkoorden. Deze akkoorden kunnen een enorme impact op de wereldeconomie hebben, omdat zowel de VS als de EU en twaalf landen in de Stille Oceaan bij een van deze handelsverdragen zijn betrokken
  • Het Trans-Pacifisch Partnerschap (TPP), waaraan twaalf landen aan beide zijden van de Stille Oceaan deelnemen, zal naar verwachting de handelsstromen tussen deze landen versterken
  • Het Transatlantisch Handels- en Investeringspartnerschap (TTIP), een akkoord tussen de VS en de EU, heeft een wat bredere inhoudelijke ‘scope’.  De onderhandelingen betreffen onder andere voorstellen om in de toekomst samen te werken aan regelgeving
  • Vermindering van handelsbeperkingen zal tot meer concurrentie leiden, en tot een herverdeling van werk en kapitaal naar de meest productieve sectoren. Dit zal de efficiëntie bevorderen en kan ook een enorme impact op bepaalde sectoren hebben
  • De voordelen van beide vrijhandelsakkoorden (FTA's) zijn te kwantificeren, omdat de modellen nogal eens gevoelig zijn voor aannames over prijselasticiteit en het terugdringen van non-tarifaire belemmeringen
  • Over het algemeen verwachten we een positief effect van beide overeenkomsten op de handel en het BBP van de betrokken landen. Handel en BBP van landen die niet meedoen in het handelsverdrag kunnen door verlegging van handel juist minder hard groeien
  • TTIP zou door het gelijktrekken van regulering tot wereldwijde productstandaarden voor de automobiel- en de farmaceutische sector kunnen leiden

Op dit moment zijn er onderhandelingen gaande over twee belangrijke regionale initiatieven tot handelsliberalisering, waarin de VS centraal staan: het Trans-Pacifisch Partnerschap (TPP) en het Transatlantisch Handels- en Investeringspartnerschap (TTIP). Als de TPP wordt afgesloten, betekent dit een uitbreiding van de huidige Trans-Pacifische Strategische Economische Partnerschapovereenkomst (2005) tussen Nieuw Zeeland, Chili, Singapore en Brunei met de VS, Canada, Mexico, Japan, Vietnam, Maleisië, Australië en Peru. Het TTIP, daarentegen, strekt zich uit over die andere grote oceaan en wil het handelsverkeer tussen de VS en de EU stimuleren. 

Figuur 1: Onderhandelingspartners bij TTIP en TPP
Figuur 1: Onderhandelingspartners bij TTIP en TPPBron: Rabobank

Het verschil tussen TTIP en TPP

Er zijn een paar opvallende verschillen tussen TTIP en TPP en deze komen vooral voort uit de betrokken onderhandelaars. De groep landen die betrokken is bij TPP is zeer divers. Sommige landen hebben een heel hoog inkomen per hoofd van de bevolking, zoals de VS, Canada, Australië en Singapore, maar andere zijn opkomende markten zoals Maleisië, Mexico en Peru. In de landen met een laag ontwikkeld openbaar bestuur zien we dat de overheden een grotere invloed uitoefenen op de economie dan in de volledig ontwikkelde markteconomieën. Ook is het juridische kader voor intellectuele-eigendomsrechten er minder ontwikkeld, en worden de internationale arbeidsnormen er minder gerespecteerd. Daarom bevat TPP naast tariefafspraken bepalingen over staatsbedrijven, bescherming van (intellectuele-)eigendomsrechten en normen voor veilige arbeidsomstandigheden. Dit is nieuw vergeleken met het doorsnee vrijhandelsakkoord dat zich richt op verlaging van tarifaire en non-tarifaire maatregelen. Als we TPP hierom als een FTA 1.5 kunnen beschouwen, dan is TTIP zeker een FTA 2.0 (zie tabel 1 voor een overzicht van de verschillende categorieën vrijhandelsakkoorden of FTA’s). TTIP, daarentegen, is een overeenkomst tussen OESO-landen, waar het openbaar bestuur of de rol van de staatsbedrijven minder sterk verschilt tussen landen. Bovendien heeft er in Europa een juridische harmonisatie plaatsgevonden door de invoering van wet- en regelgeving op Europees niveau en het creëren van jurisprudentie door het Europese Hof van Justitie. TTIP bevat daarom veel meer vernieuwingen dan TPP; behalve het opheffen van handelsbelemmeringen en tariefsverlagingen gaat TTIP in op wederzijdse erkenning van productnormen in de sectoren waar deze normen in beide landen hoog liggen (bijvoorbeeld auto's en farmaceutica). Bovendien komt er door TTIP een dialoog op gang over samenwerking bij de ontwikkeling van wet- en regelgeving voor nieuwe producten. Als de twee grootste markten voor de goederenproductie gezamenlijke productnormen ontwikkelen, zijn dit in feite wereldwijde productnormen. Als zodanig kunnen TPP en TTIP niet los van de geopolitieke context worden gezien. Vanuit Amerikaans perspectief kunnen beide akkoorden worden opgevat als een indamming van de Chinese macht. 

Tabel 1: Kenmerken van de verschillende akkoorden
Tabel 1: Kenmerken van de verschillende akkoordenBron: Rabobank

Tijdlijnen

De onderhandelingen voor TPP zijn veel eerder gestart dan die voor TTIP en bevinden zich derhalve in een verder gevorderd stadium. Begin 2015 ging de tiende onderhandelingsronde voor TTIP van start, terwijl de negentiende ronde voor TPP al in 2013 was afgerond. De onderhandelingen voor TPP vinden al op politiek niveau plaats. Inmiddels hebben de VS en Japan onlangs op kernpunten overeenstemming bereikt. Een ministersbijeenkomst op Hawaï eind augustus dit jaar heeft geen allesomvattend akkoord opgeleverd. De meeste landen aan de onderhandelingstafel hadden namelijk hun uitgangspositie nog niet kenbaar gemaakt, omdat zij eerst wilden wachten tot de VS en Japan compromissen hadden gesloten. Tijdens de besprekingen op Hawaï moesten deze landen wel een positie innemen over de cruciale punten. Er zullen nu nog wel enkele maanden van besprekingen en nog een bijeenkomst nodig zijn om daadwerkelijk tot een akkoord te komen. De voornaamste probleemgebieden zijn tot nu toe de zuivelsector (Nieuw-Zeeland en Australië versus Canada), de oorsprongsregels voor auto's (VS versus Mexico en Canada) en de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten op medicijnen (VS versus Chili en Australië). 

Tabel 2: Tijdlijn voor TPP en TTIP
Tabel 2: Tijdlijn voor TPP en TTIPBron: Rabobank

Als we naar TTIP kijken, zien we dat het akkoord gebaat is bij het feit dat er de jure twee onderhandelaars zijn, al moet wel worden gezegd dat de facto de Europese lidstaten grotendeels bepalen welke onderhandelingspositie de Europese Commissie inneemt. De TTIP-onderhandelingen zullen het politieke niveau niet bereiken voor TPP is afgerond. De VS hebben immers alle middelen en politiek kapitaal nodig om TPP veilig te stellen vanwege het belang voor de geopolitieke strategie van de VS in Azië. Naar verwachting wordt er voor het einde van 2015 overeenstemming bereikt over TPP. Voor TTIP is de deadline van eind 2015 al doorgeschoven naar 2016, volgens uitspraken van betrokkenen dit jaar.

Box 1. ISDS beschermt investeerders

In Europa gaat er veel media-aandacht uit naar ISDS, de arbitrage tussen investeerders en staten. Deze vaak voorkomende  bepaling in handelsverdragen is op dit moment een van de meest besproken onderdelen van TTIP in Europa. ISDS voorziet in een mechanisme om geschillen te beslechten tussen investeerders en nationale overheden wanneer een regering een wet uitvaardigt die de waarden van de investeringen kan aantasten. Een investeerder zal deze bepaling toejuichen, omdat het rechtssysteem van een bepaald land mogelijk vooringenomen is tegen buitenlandse investeerders. Aan de andere kant kan worden gesteld dat het vooruitzicht op schadeclaims een ‘regulatory chill’  tot gevolg kan hebben, die wordt gedefinieerd als “[een situatie waarin] een overheidsactor geen bonafide regelgevende maatregelen neemt vanwege een vermeende of daadwerkelijke dreiging van beleggingsarbitrage” (Tietje & Baetens, 2014). Deze ‘regulatory chill’ in de regelgeving betekent slecht nieuws voor de democratie, omdat het een beperking is op de de facto nationale soevereiniteit. Op het politieke vlak overheerst de opvatting dat een bepaalde vorm van bescherming wel wenselijk is voor investeerders, omdat Europa ook talrijke bedrijven kent die in het buitenland investeren. De discussie draait nu om welk instituut belast gaat worden met de arbitrage. Het is gebruikelijk dat er een arbitragecommissie wordt aangewezen om klachten te behandelen. De invulling van de arbitragecommissie verloopt wat ondoorzichtig nu juristen achter gesloten deuren bijeenkomen en hoger beroep niet mogelijk is. Het jongste mandaat van het Europees Parlement gaf de Europese onderhandelaars de ruimte een rechtbankomgeving voor de commissie in te richten waarin hoger beroep is toegestaan en waar de commissie uit professionele onafhankelijke rechters bestaat in plaats van uit juristen.  

Een stapje terug; de voordelen van vrije handel

Vrijhandel tussen landen maximaliseert de welvaart in de wereld. Door comparatieve voordelen te benutten, specialiseren landen zich in sectoren waarin zij het meest efficiënt zijn. De hogere efficiëntie leidt tot maximalisering van de welvaart. Ook kan handel een stabiliserend effect op de binnenlandse economie hebben: als een land-specifieke tegenslag een land raakt, wordt de productie minder negatief beïnvloed als dit land erin slaagt door export uit een recessie te komen.

In de praktijk hebben overheden echter een groot aantal handelsbarrières opgeworpen, zoals invoerrechten om de binnenlandse sectoren te beschermen tegen internationale concurrentie. Meestal wordt dit protectionisme uitgelegd als beschermingsmaatregel voor 'opkomende industrieën' en het genereren van belastinginkomsten voor de overheid. Behalve economische redenen worden ook veiligheid, gezondheid en het milieu als argument aangehaald om de handel aan banden te leggen. Waar het op voedsel aankomt, ligt er vaak ook een grote hoeveelheid regulering om te waarborgen dat geïmporteerde producten daadwerkelijk geschikt zijn voor menselijke consumptie. Deze argumenten kunnen echter ook worden misbruikt om economische redenen te verbloemen.

Winnaars, verliezers en belangengroepen

Waarom bestaat er nog protectionisme als alle landen kunnen profiteren van vrije handel? Een land als geheel profiteert meestal wel van vrijhandel, maar toch kan het openen van de markten tot een aanzienlijke herverdeling van productie en inkomen leiden. Door deze herverdeling en spreiding zullen sommige industrieën en beroepsgroepen slechter af zijn bij vrije handel. In het ergste geval kunnen zelfs hele bedrijfstakken uit een land verdwijnen, vaak met gespecialiseerde beroepsgroepen in hun kielzog. Daarom ondervinden vrijhandelsakkoorden vaak felle tegenstand van de benadeelde belangengroepen, zoals de opkomende industrieën die de protectionistische maatregelen nodig hebben om te kunnen concurreren, boeren die meer concurrentie uit het buitenland vrezen, en vakbonden die zich inzetten voor het behoud van de bestaande werkgelegenheid. De algemene welvaart stijgt dus meestal door vrijhandel, maar de politieke haalbaarheid is niet zo vanzelfsprekend. Dit kan de overheid nog wel eens tot herverdelingsmaatregelen dwingen om de verliezers van het vrijhandelsakkoord te compenseren.

Maak de taart groter... maar alleen voor genodigden

Eerder al waren er wereldwijde initiatieven om de handel te liberaliseren, zoals de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) uit 1948 en het opzetten van de Wereld Handels Organisatie (WTO) in 1995. Maar deze wereldwijde initiatieven hebben geleidelijk plaats gemaakt voor regionale handelsakkoorden. De handelsbeperkingen tussen de deelnemende landen worden hierdoor teruggedrongen en er komen handelsstromen op gang die de comparatieve voordelen van ieder land benutten. Dit effect wordt ook wel 'handelsschepping' genoemd. Regionale handelsakkoorden leiden echter ook tot een 'handelsverlegging' van de import uit kostenefficiënte niet-deelnemende landen naar inefficiënte deelnemende landen (Kohl et al., 2013). Terwijl de welvaart door handelsschepping stijgt, betekent handelsverlegging een verlies van welvaart voor de regio. Door GATT zou het 'regionalisme' misschien wel de multilaterale liberalisatie van de handel kunnen vereenvoudigen omdat er al minder handelsbeperkingen zijn tussen de deelnemende landen. Maar het risico op represailles tussen de handelsblokken neemt er wel door toe.

De mogelijke gevolgen van TPP en TTIP

In een aantal artikelen zijn de effecten van TTIP gemodelleerd. Tabel  3 en 4 geven een overzicht van de mogelijke welvaartsstijging door TPP en TTIP volgens de studies. Deze welvaartsstijging is altijd weergegeven tegen een referentiejaar, bij de meeste studies het BBP in 2027. Er is een aanzienlijk verschil in de uitkomsten, wat voor een groot deel kan worden toegeschreven aan de opzet van de onderzoeken. Auteurs moeten een model kiezen en aannames doen over prijselasticiteit en het aantal non-tarifaire belemmeringen (NTB's) die weg worden genomen door een vrijhandelsakkoord. Vooral de NTB's zijn moeilijk in te schatten omdat zij immaterieel zijn, maar zij vormen wel het belangrijkste aspect in de belemmeringen waar exporterende bedrijven mee te maken hebben. We zien het effect van aannames duidelijk tussen de minder en meer ambitieuze scenario's van TTIP, waarbij de laatste op een veel hogere winst uit TTIP duidt. In de literatuur over TPP is er meer onderlinge variatie tussen de scenario’s en aannames waardoor  de variatie in de uitkomsten nog wat sterker is dan tussen de TTIP-onderzoeken onderling. Wat de zaak er ook niet eenvoudiger op maakt, is dat de meeste onderzoeken zijn uitgevoerd in opdracht van belanghebbenden van de onderhandelingen. We willen daarom wel enige voorzichtigheid betrachten ten aanzien van de welvaartsstijging door de twee akkoorden. 

Tabel 3: Mogelijk welvaartseffect van TPP
Tabel 3: Mogelijk welvaartseffect van TPPBron: Petri et al. (2011), USDA (2014), Cheong (2013), Kawasaki (2014), Todsadee et al. (2012)
Tabel 4: Mogelijk welvaartseffect van TTIP
Tabel 4: Mogelijk welvaartseffect van TTIPBron: CERII (2013), CEPR (2013a), CEPR (2013b), Ecorys (2009).

Ondanks onzekerheid over het exacte effect van de vrijhandelsakkoorden kunnen we wel enige algemene conclusies trekken over de mogelijke gevolgen van beide verdragen. Zoals wij hierboven al aangaven, kan een handelsakkoord leiden tot intensivering van de handel tussen de partijen van het akkoord, maar niet-deelnemende landen kunnen hun handel zien afnemen.

We verwachten niet dat het effect op Europa van de 'handelsverlegging' door TPP groot zal zijn. Het model van Petri et al. (2014) suggereert zelfs dat een verbetering van de ruilvoet de handelsverlegging voor de EU verzacht. De welvaartsdaling zal hierdoor beperkt blijven. Oost-Aziatische landen die niet deelnemen aan TPP, daarentegen, kunnen naar verwachting worden geraakt door een aanzienlijke handelsverlegging. Wat betreft handelscreatie zal TPP de landen die hun nationale industrieën achter hoge tariefmuren verbergen, sterk beïnvloeden doordat de buitenlandse concurrentie  de efficiëntie flink zal stimuleren.

Voor TTIP verwachten we een handelsverlegging ten koste van niet-deelnemende landen met industrieën die concurreren met zowel de VS als Europa. Raza et al. (2014) suggereren dat in het bijzonder de middeninkomenslanden de effecten van TTIP zullen voelen. Op sectorniveau verwachten we dat Amerikaanse of Europese sectoren, die op dit moment al relatief concurrerend zijn, zullen profiteren, maar dat de minder competitieve sectoren juist last krijgen van de toegenomen concurrentie. Volgens een CEPR-studie uit 2013 zijn de automobielbranche, het transport over water en de verzekeringsbranche de Europese competitieve sectoren die kunnen profiteren van TTIP. Voor de VS zijn dit elektronische machines, metaal en metaalproducten en overige transportmiddelen. De voordelen van TTIP vloeien niet alleen voort uit de liberalisatie van de handel, maar ook uit de samenwerking op het gebied van regelgeving. Dit kan tot wereldwijde productnormen leiden voor auto's en farmaceutica en op termijn efficiëntie wereldwijd stimuleren. 

Conclusie

De twee vrijhandelsakkoorden zullen waarschijnlijk de handel en de efficiëntie stimuleren in de in totaal 29 landen die aan de onderhandelingen deelnemen. Tegelijkertijd kan handelsverlegging een negatieve invloed hebben op de niet-deelnemende landen. Een ander effect zal de verdeling van productiefactoren over sectoren zijn. Waarschijnlijk zullen landen als geheel profiteren van de vrijhandel, maar het kan wel nodig zijn dat overheden maatregelen nemen om de opbrengsten daarvan te verevenen.

Geraadpleegde literatuur

Areerat, T., Kameyama, H., Ito, S., & Yamauchi, K. E. (2012). Trans Pacific Strategic Economic Partnership With Japan, South Korea and China Integrate: General Equilibrium ApproachAmerican Journal of Economics and Business Administration4(1), 40.

Centre for Economic Policy Research (2013a).Reducing transatlantic barriers to trade and investment: An economic assessment. Study commissioned by European Commission, prepared under implementing Framework Contract TRADE10/A2/A16.

Centre for Economic Policy Research (2013b). Estimating the Economic Impact on the UK of a Transatlantic Trade and Investment Partnership Agreement between the European Union and the United States.

Cheong, I. (2013). Negotiations for the Trans-Pacific Partnership agreement: Evaluation and implications for East Asian regionalism.

Kawasaki, K. (2015). The Relative Significance of EPAs in Asia-Pacific.Journal of Asian Economics.

Fontagné, L., Gourdon, J., & Jean, S. (2013). Transatlantic trade: Whither partnership, which economic consequencesCEPII, Policy Brief1.

Ecorys (2009). Non-Tariff Measures in EU-US Trade and Investment: An economic assessment.  ECORYS Nederland BV, European Commission, study commissioned by Directorate-General for Trade (European Commission).

Kohl, T., Brakman, S., & Garretsen, H. (2013). Do trade agreements stimulate international trade differently? Evidence from 296 trade agreements.

Petri, P. A., & Plummer, M. G. (2012). The Trans-Pacific Partnership and Asia-Pacific Integration: Policy ImplicationsPeterson Institute for International Economics Policy Brief, Forthcoming.

Tietje, Christian and Freya Baetens (2014), The Impact of Investor-State-Dispute Settlement (ISDS) in the Transatlantic Trade and Investment Partnership, study commissioned by the Ministry for Foreign Trade and Development Cooperation, Ministry of Foreign Affairs, The Netherlands.

Raza, Werner et al. (2014): Assess_TTIP: Assessing the claims benefits of the Transatlantic Trade and Investment Partnership. Wien http://guengl.eu/uploads/plenary-focus-pdf/ASSESS_TTIP.pdf.

USDA (2014). Agriculture in the Trans-Pacific Partnership. Economic research report, 176.

Bijlage: Acroniemen

TTIP / Transatlantisch Handels- en Investeringspartnerschap: het kolossale vrijhandelsakkoord (FTA) tussen de VS en de EU. Er wordt verwacht dat dit akkoord de non-tarifaire belemmeringen zal wegnemen. Deze kunnen nu vaak oplopen tot wel 20% van de waarde van producten. TTIP gaat uitgebreid in op de productnormen. Dit houdt in dat de VS en de EU in de toekomst samen wereldwijde industriële normen vast zouden kunnen stellen.

TPP / Trans-Pacifisch Partnerschap: bij dit vrijhandelsakkoord is een aantal landen aan beide zijden van de Stille Oceaan betrokken. Aan de westkant van de oceaan zijn dit de VS, Mexico, Canada, Chili en Peru, en in het oosten Japan, Nieuw-Zeeland, Maleisië, Vietnam, Singapore en Brunei. Behalve dat deze FTA handelsbarrières verlicht, bevat zij bepalingen over de rechten van werknemers en over de bescherming van (intellectuele-)eigendomsrechten.

TPA / Bevoegdheid tot Handelsbevordering: het Amerikaanse Congres kan de president deze bevoegdheid verlenen, zodat hij over een vrijhandelsakkoord kan onderhandelen. Als er een akkoord is gesloten, kan het wetsvoorstel dat hieruit voortkomt door het Congres alleen worden aangenomen of verworpen. Dit houdt in dat het Congres het akkoord niet kan openbreken, en dat het niet kan worden  ‘gefilibustered’ (dat wil zeggen tegengehouden door eindeloze redevoeringen). 

Delen:
Auteur(s)

naar boven