RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Latijns-Amerika: perspectieven voor de landbouw

Special

Delen:

Deze studie maakt deel uit van de Latijns-Amerika na de grondstoffenhausse serie

Auteurs: Andy Duff en Andres Padilla

  • Latijns-Amerika is een belangrijke netto exporteur van voedsel- en landbouwproducten. De regio neemt 16% van de totale wereldexport en 4% van de totale wereldimport van deze producten voor zijn rekening
  • Het is een van de weinige regio's in de wereld met een aanzienlijk potentieel aan onontgonnen landbouwgronden, vooral in Brazilië en Argentinië. De regio lijkt hierdoor ook in de toekomst een centrale rol te spelen in de mondiale voedselproductie en -export
  • Veel landen in de regio hebben in het recente verleden een respectabele groei weten te realiseren van de landbouwproductiviteit.Desondanks moet de productiviteit verder omhoog om aan de binnenlandse voedselbehoefte te voldoen en om de concurrentiepositie op exportmarkten te behouden of te versterken
  • Het is daarbij net zo belangrijk de landbouwproductiviteit van kleine boeren duurzaam te verhogen als de productie en export van reuzen als Brazilië en Argentinië op te voeren

Een profiel van de Latijns-Amerikaanse landbouw

Latijns-Amerika wordt al lange tijd geassocieerd met de productie en export van de meest uiteenlopende landbouwproducten, van koffie uit Brazilië en Colombia tot rundvlees uit Argentinië en bananen uit Ecuador. Handelscijfers laten zien dat de regio inderdaad een belangrijke netto exporteur van landbouwgrondstoffen is in de wereld; zij is goed voor een geschatte 16% van de wereldvoedsel- en landbouwexport tussen 2012 en 2014, terwijl in dezelfde periode het aandeel van de regio in de wereldvoedsel- en landbouwimport slechts 4% was (figuur 1). Achter deze geaggregeerde statistieken voor de export gaat een indrukwekkende lijst van grondstoffen schuil waarvan de regio, en Zuid-Amerika in het bijzonder, hoofdleverancier is op de wereldmarkt.

Figuur 1: Latijns-Amerika - wereldmarktaandeel in voedsel en landbouw
Figuur 1: Latijns-Amerika - wereldmarktaandeel in voedsel en landbouwBron: UN Comtrade, FAO, Rabobank

Latijns-Amerika is dus belangrijk voor de mondiale voedsel- en landbouwsector, maar voedsel en landbouw is minstens zo belangrijk voor Latijns-Amerika; de sector vertegenwoordigt een belangrijk deel van de totale export van de landen in de regio (figuur 2).

Figuur 2: Landbouwaandeel in de totale export van landen, naar waarde
Figuur 2: Landbouwaandeel in de totale export van landen, naar waardeBron: WTO International Trade Statistics 2014

Figuur 3 geeft per land de agrarische handelsbalans weer en toont ook de bijdrage van de verschillende landen aan de totale agrarische handel in de regio. Brazilië en Argentinië staan bovenaan voor wat betreft de (netto) export dankzij hun mondiale belang als exporteurs van granen, oliezaden en dierlijke eiwitten. Mexico is de grootste importeur van de regio, met een netto export van bijna nul.

Figuur 3: Latijns-Amerika - landbouwimport en -export (USD mld - gemiddelde 2012 - 2014)
Figuur 3: Latijns-Amerika - landbouwimport en -export (USD mld - gemiddelde 2012 - 2014)Bron: UN Comtrade database 2015

De structuur van de landbouwsector in de regio is zeer divers. Waar grootschalige bedrijven een groot deel van de Argentijnse en Braziliaanse agri-exporten voor hun rekening nemen, is naar schatting meer dan 50% van de Latijns-Amerikaanse voedselproductie afkomstig van de veertien miljoen kleine boeren in de regio (IDB/Global Harvest Initiative, 2014). Hierdoor zijn er enorme verschillen tussen de Latijns-Amerikaanse landen voor wat betreft de schaal en ontwikkeling van de landbouw en de bijdrage aan de economie. Figuur 4 illustreert deze grote verschillen.

Figuur 4: Latijns-Amerika - agrarisch BBP, landbouwaandeel in het BBP en in de beroepsbevolking (gegevens 2012 en 2013)
Figuur 4: Latijns-Amerika - agrarisch BBP, landbouwaandeel in het BBP en in de beroepsbevolking (gegevens 2012 en 2013)Bron: Rabobank, met gebruikmaking van gegevens van de Wereldbank, FAO (2015) 

Voor wat betreft de absolute omvang van het agrarische BBP is Brazilië duidelijk regionaal koploper. Dit lijkt vanzelfsprekend, omdat Brazilië ook verreweg de grootste bevolking en landoppervlakte heeft. Verder is het duidelijk dat de landbouwsector in Brazilië slechts een klein percentage van het BBP (5,7%) en van de werkgelegenheid (11,0%) voor haar rekening neemt. Hierbij moet echter wel worden opgemerkt dat agribusiness (d.w.z. de gehele productiekolom van agrarische bedrijven, inclusief opslag, transport, handel, verkoop aan de consument en toeleveranciers) een veel groter deel uitmaakt van het Braziliaanse BBP (geschat wordt zo'n 25%) dan de landbouwsector op zichzelf. Dit geldt ook voor Argentinië, waar het aandeel van de agribusiness op 25%-30% wordt geschat. Omdat er nu eenmaal voor veel meer landen statistieken beschikbaar zijn over de bijdrage van de landbouwsector aan de economie dan over de bijdrage van de agribusiness aan de economie, hebben we ervoor gekozen de eerste variabele te gebruiken als indicator in deze figuur.

Aan de andere kant van het spectrum staan landen als Bolivia, Guatemala en Paraguay. De landbouw maakt hier een iets groter deel uit van het BBP (respectievelijk 13,3%, 11,3% en 21,6%) en beslaat een veel groter deel van de beroepsbevolking (respectievelijk 41%, 35% en 28%), maar de absolute waarde van het agrarische BBP is relatief laag.

Wat de structuur van de landbouwproductie betreft zien we dat bij de meerderheid van de Latijns-Amerikaanse landen waar gegevens van beschikbaar zijn (tabel 1) een groot deel van de grond in handen is van particuliere grootgrondbezitters. Dit is een erfenis uit de koloniale tijd.

Tabel 1: Structuur van grondposities in Latijns-Amerikaanse landen
Tabel 1: Structuur van grondposities in Latijns-Amerikaanse landenBron: FAO (2014)

De kwaliteit van de grond en het klimaat in een land of streek zijn natuurlijk van groot belang voor het potentieel van landbouwgrond. Dit, samen met de structuur van de grondposities, bepaalt grotendeels het agrarische profiel van landen en streken.

Het relatief kleine aandeel van arbeid in de landbouw in combinatie met grootschalige bedrijven in Argentinië, Uruguay en Brazilië komt tot uitdrukking in het agrarische profiel van deze landen met hun enorme bezittingen aan savanne-, cerrado- en pampaland. Hier is vooral sprake van (i) in hoge mate gemechaniseerde grootschalige productie van gewassen zoals granen en oliezaden en (ii) extensieve veehouderij. Elders heeft irrigatie flink bijgedragen aan de productiviteit van drogere streken van Noord- en Centraal-Mexico, Peru, Chili en West-Argentinië. In de hooglanden van de Andes concentreert de koffieproductie zich in de valleien en op de lagergelegen hellingen van Colombia en Peru. Kleine familieboerderijtjes domineren deze koffieteelt. In de Andes wordt de grond steeds minder productief naarmate deze hoger ligt, waardoor de armoede evenredig toeneemt. 

De vooruitzichten voor de Latijns-Amerikaanse landbouw: uitdagingen en kansen

De mondiale vraag naar landbouwgrondstoffen houdt gelijke tred met de wereldwijde bevolkingsgroei en de stijgende reële inkomens. Naar schatting zal de wereldbevolking tegen 2050 tot 9 miljard zijn gegroeid; de vraag naar voedsel zal dan 60% hoger liggen dan op dit moment (Rabobank, 2014). Hoewel een hogere productiviteit een deel van de toename van de vraag kan opvangen, zal er in de toekomst toch nieuwe landbouwgrond nodig zijn.

De onbenutte landbouwgrond is zeer ongelijk verdeeld over de wereld, en Latijns-Amerika, en dan met name Brazilië en Argentinië, heeft het grootste toekomstige potentieel (figuur 5). Daar komt bij dat naar schatting een derde van al het zoet water op aarde zich in deze regio bevindt. Daarom wordt Latijns-Amerika gezien als een onmisbare leverancier van landbouwproducten voor de groeiende wereldbevolking en is het geen toeval dat internationale handelsbedrijven in de hele regio hebben geïnvesteerd in de infrastructuur en capaciteit voor granen en oliezaden.

Om gebruik te maken van het agrarische potentieel van de regio, moet er wel een aantal uitdagingen worden aangegaan. In een wereld van volatiele grondstoffenprijzen moeten bedrijven of economieën die in hoge mate afhankelijk zijn van de verkoop van één product heel gezond zijn om de prijscycli en prijsvolatiliteit te kunnen overleven. Met het stijgen van de opbrengst wordt ook een goede infrastructuur steeds belangrijker om hogere kosten en verliezen of verspilling van voedsel te voorkomen.

Hoewel er nog voldoende onbenutte landbouwgronden in de regio aanwezig zijn, zijn deze niet gelijk verdeeld over de landen. Dit houdt in dat een verhoging van de productiviteit in grote delen van de regio noodzakelijk zal zijn om aan de binnenlandse vraag te voldoen en om van de exportmogelijkheden te profiteren. Daarom wordt het voor de regio net zo belangrijk de landbouwproductiviteit van de kleine boeren duurzaam te verhogen als de productie en export van reuzen als Brazilië en Argentinië op te voeren. Wat zullen in het licht van deze uitdagingen de belangrijkste factoren zijn die bepalen in hoeverre de regio in de toekomst kan profiteren van haar potentieel?

Figuur 5: Mogelijk aanbod nieuwe grond voor regen-afhankelijke landbouw (miljoen hectaren)
Figuur 5: Mogelijk aanbod nieuwe grond voor regen-afhankelijke landbouw (miljoen hectaren)Opmerking: ‘Goede’ logistiek betekent minder dan zes uur reistijd naar een haven; onder ‘slechte’ logistiek wordt zes uur reistijd of meer verstaan. Bron: Wereldbank, 2010
Figuur 6: Latijns-Amerika - gemiddelde jaarlijkse toename van agrarische totale factorproductiviteit, 2001 - 2011
Figuur 6: Latijns-Amerika - gemiddelde jaarlijkse toename van agrarische totale factorproductiviteit, 2001 - 2011Bron: USDA

De stijging van de agrarische totale factorproductiviteit[1] ligt in de regio boven het wereldgemiddelde (figuur 6), hoewel er tussen de landen onderling aanzienlijke verschillen zijn. Volgens een analyse van USDA op basis van gegevens van de FAO behaalden Peru, Nicaragua, Guatemala en Brazilië allen een gemiddelde jaarlijkse groei van de agrarische totale factorproductiviteit van meer dan 3% in het tijdvak 2002-2011 (USDA, 2015).

In het geval van Brazilië en Argentinië is de productie- en exportgroei behaald in weerwil van diverse structurele en institutionele problemen. In Brazilië wordt de combinatie van slechte logistiek, hoge belastingen en geïnstitutionaliseerde bureaucratie (plaatselijk ook wel 'custo Brasil' genoemd) gecompenseerd door investeringen in onderzoek en ontwikkeling en door een systeem van officiële landbouwkredieten dat wordt aangevuld met financieringen door inputleveranciers, handelsmaatschappijen en banken in de private sector. In Argentinië heeft de natuurlijke bodemkwaliteit in combinatie met een snelle toepassing van technologie (mechanische landbouw, genetisch gemodificeerde zaden) de agrarische sector tot bloei gebracht ondanks de regelmatig terugkerende macro-economische volatiliteit en de hoge exportbelastingen.

Investeringen in technologie kunnen zorgen voor een hogere productiviteit en een stijging van de landbouwopbrengst. Op nationaal niveau moet er worden geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling. Voor de grote commerciële landbouwbedrijven in de regio betekent dit een investering in precisielandbouw en in de nieuwste gewasvariëteiten van kwekers en telers. Voor de kleinschaligere landbouw, die 50% van de regionale voedselproductie uitmaakt, kan dit betekenen dat toegang tot technologie mogelijk moet worden gemaakt door gerichte financiële steunprogramma's zoals het CRIAR-programma in Bolivia (IDB, 2015) of door betere voorlichtings- en informatiediensten.

Naast technologie zijn investeringen in infrastructuur nodig om zowel kosten als verliezen/verspilling terug te dringen. Ook van groot belang zijn de handhaving en verbetering van toegang tot de markt door handelsverdragen op regionaal en internationaal niveau en andere maatregelen die de bijdrage van de landbouw aan de economische ontwikkeling van Latijns-Amerika kunnen vergroten. Met name voor kleinschalige boeren is het opzetten van collectieven zoals coöperaties en producentenverenigingen een succesvolle manier gebleken om hen aan een betere toegang tot informatie, kredieten en de markt te helpen.

Voetnoot
[1] De totale factorproductiviteit is het deel van de opbrengst dat niet is te verklaren door de hoeveelheid inputs in de productie. Als zodanig wordt de hoogte bepaald door hoe efficiënt en intensief de inputs in de productie worden gebruikt, en geeft zij vaak de verbeteringen (of het gebrek daaraan) weer in kwaliteit van inputs, technologie en management.

Referenties

FAO (2014): The state of food and agriculture.

IDB/Global Harvest Initiative (2014): The next global breadbasket: how Latin America can feed the world.

IDB (2015): Food Security and Productivity: Impacts of technology adoption by small subsistence farmers in Bolivia. IDB Working Papers series No. IDP-WP 567.

Rabobank (2014): Unleashing the potential of global F&A.

USDA (2015): Economic Research Service, International Agricultural Productivity,

World Bank (2010): Rising global interest in farmland: can it yield sustainable and equitable benefits?

Bijlage: kaarten

c
x

Landenprofielen

Argentinië

Argentinië is een belangrijke landbouwexporteur. Van alle Latijns-Amerikaanse landen exporteert alleen Brazilië meer landbouwproducten. De totale export van Argentijnse landbouwproducten bedroeg de afgelopen drie jaar gemiddeld USD 42 miljard, terwijl de import slechts USD 1,5 miljard bedroeg. Vanwege het gematigde klimaat en het uitgebreide landbouwareaal bestaat de landbouwproductie voornamelijk uit rijgewassen. Sojaproducten zijn daarbij het belangrijkst gewas, goed voor 52% van de totale landbouwexport. Argentinië is de grootste exporteur van sojameel en –olie ter wereld en de op twee na grootste exporteur van sojabonen. De export van granen (vooral mais en tarwe) is daarna het belangrijkst en goed voor 18% van het totaal en daarmee komt het hele belang van graan & oliezaden uit op 70% van de totale landbouwexport. Vlees en zuivelproducten zijn tegenwoordig van ondergeschikt belang. In het verleden speelde de vleesexport wel een belangrijkere rol. De afgelopen jaren maakten vlees en zuivelproducten respectievelijk ongeveer 5 en 4% uit van de totale export. Nog minder belangrijk in de totale export, maar internationaal gezien toch wel relevant, is de export van wijn en fruit, zoals citroenen, appels en peren.

Argentinië heeft geprofiteerd van de hoge internationale prijzen en zowel de productie als de export zijn de afgelopen tien jaar navenant gegroeid. Macro-economisch en sectorbeleid hebben de laatste jaren een belemmering gevormd voor verdere groei, met name in sectoren als vlees, tarwe en zuivel. Het rendement is hierdoor uitgehold. Ook stimuleerde dit beleid een overschakeling op de teelt van sojabonen, het gewas met de hoogste winstmarges.

Ook in de toekomst blijft de landbouw de belangrijkste exportsector, waarbij sojabonen en granen de belangrijkste landbouwexportproducten zullen blijven. We verwachten dat de totale productie van gewassen met 18% zal toenemen. Ervan uitgaande dat een nieuwe regering (die in december 2015 zou moeten aantreden) een aantal veranderingen zal doorvoeren in het landbouwbeleid (namelijk de exportbeperkingen terugdringen en de concurrentiekracht van de valuta verbeteren), verwachten we ook dat de vlees- en zuivelsectoren weer zullen aantrekken.

Brazilië

Brazilië is de op twee na grootste landbouwexporteur ter wereld, na de VS en de EU, met een jaarlijkse gemiddelde export van USD 98 miljard in de afgelopen drie jaar. De import bedroeg in diezelfde periode gemiddeld USD 10 miljard. Brazilië is de grootste producent en exporteur van suiker, koffie en sinaasappelsap ter wereld, en ook de grootste exporteur van rundvlees, sojabonen en pluimvee. Het land is de grootste concurrent van de Verenigde Staten op het gebied van de internationale verkoop van oliezaden. De export in het marketingjaar 2015/2016 zal naar verwachting een recordhoogte bereiken van 48 miljoen ton, 4% hoger dan het vorige marketingjaar. Sojabonen blijven het voornaamste oliezaad dat Brazilië produceert en naar verwachting zal zo'n 41% van de productie in 2015/2016 worden aangewend voor verwerking. Brazilië is de op twee na de grootste producent van mais. De productie komt steeds meer van de zogenaamde 'safrinha'-gewassen. Hiervan wordt de opbrengst verhoogd door voordeel te trekken uit het lange, tropische groeiseizoen met twee oogsten in één enkel marketingjaar. Gegevens van het Braziliaanse Nationale Bevoorradingsbureau (CONAB) laten zien dat de hoeveelheid land waarop twee keer per jaar wordt geoogst sinds 2000 met een factor vier is gegroeid tot 9,6 miljoen hectare (54 miljoen ton). Met de dubbele oogsten wordt nu meer geproduceerd dan met de enkele maisoogst (naar schatting 30,3 miljoen ton), die voornamelijk op de binnenlandse markt terecht komt. De 'safrinha'-productie is vooral gericht op de export en heeft van Brazilië in de maanden november en december een maisexporteur gemaakt die zich kan meten met de VS. Daarnaast is Brazilië ook 's werelds grootste exporteur van pluimvee, de op één na grootste exporteur van rundvlees en de op drie na grootste exporteur van varkensvlees. Toch is er nog ruimte voor groei in dierlijke eiwitten en met de depreciatie van de real ten opzichte van de dollar zal het Braziliaanse vlees de komende jaren zelfs nog concurrerender worden. Brazilië blijft met 80% van de mondiale export van sinaasappelsap koploper in de wereld, met een omvang van naar verwachting 850 duizend ton aan bevroren product (FCOJ) in de nabije toekomst. Brazilië is goed toegerust om zijn dominante positie als sinaasappelsapleverancier de komende jaren te behouden. Dit vanwege de beschikbaarheid van het fruit, de industriële schaal waarop het wordt geproduceerd, én het feit dat de kosten vooral worden uitgedrukt in lokale valuta. Daarnaast kampt de concurrerende industrie in Florida met problemen. Ook is Brazilië koploper in de wereld als producent en exporteur van suiker. In 2014 heeft het land voor USD 9,5 miljard aan suiker en voor USD 0,9 miljard aan ethanol geëxporteerd.

Voor de toekomst verwachten we dat Brazilië zijn sojabonenproductie verder zal uitbreiden door grote gebieden te beplanten en de opbrengsten te verhogen. Door de logistieke infrastructuur te verbeteren, zal Brazilië waarschijnlijk een van de landen met de laagste productiekosten voor sojabonen ter wereld worden. En ondertussen profiteert het enorm van de groei van de mondiale vraag naar proteïnen. Omdat het land nog veel ruimte heeft om de maisproductie nog meer af te wisselen met sojabonen, zal het in het komende decennium naar verwachting doorgaan met de productie en export van dit graan. Het tempo van de uitbreiding zal afhangen van de logistieke ontwikkelingen in Brazilië in de komende paar jaar, en de prijsontwikkeling op de internationale en binnenlandse markt. Toch verwachten we dat de maisproductie in het land zal blijven groeien met een samengestelde jaarlijkse groei (CAGR) van 1,4% over de komende vijf jaar. Daar komt bij dat de Braziliaanse vleesindustrie zal blijven profiteren van de verwachte grotere beschikbaarheid van granen op de binnenlandse markt. Hierdoor kan het voer de komende vijf jaar goedkoper worden geproduceerd dan in andere landen. Daarom verwachten we dat het Braziliaanse marktaandeel op de internationale vleesmarkt tegen 2020 nog hoger zal zijn dan het nu is. Ook de nieuwe handelsakkoorden die Brazilië op internationaal niveau heeft afgesloten zullen hierbij een rol spelen.

Chili

Chili is de op drie na grootste landbouwexporteur in Latijns-Amerika, met een jaarlijkse gemiddelde export van USD 19 miljard in de afgelopen drie jaar. In totaal kwam de import over diezelfde periode uit op USD 4,9 miljard. Dit houdt in dat Chili het op twee na grootste exportoverschot voor landbouwproducten heeft gegenereerd (van USD 14 miljard) na Brazilië en Argentinië. Eetbaar fruit en noten vormen met een omzet van USD 5,8 miljard de belangrijkste groep exportproducten, gevolgd door zalm en andere vissoorten met een omzet van USD 4,9 miljard. Andere belangrijke sectoren zijn cellulosepulp en papier (USD 2,9 miljard), wijn (USD 1,9 miljard) en rundvlees (USD 900 miljoen). De waarde van de import is in de afgelopen drie jaar stabiel gebleven op USD 5 miljard. Dierlijke eiwitten maakten hier USD 1,2 miljard van uit, en graanproducten en plantaardige oliën waren de grootste andere twee productsoorten die het land importeerde, respectievelijk voor USD 800 en USD 600 miljoen. De invoer van rundvlees kwam uit op USD 840 miljoen, pluimvee op USD 142 miljoen en varkensvlees op 111 miljoen. Graanproducten waren het op één na grootste importproduct (USD 690 miljoen in 2014), voornamelijk bestaande uit mais en tarwe. Andere relevante importproducten zijn plantaardige oliën (USD 640 miljoen) en suiker (USD 330 miljoen).

De Chileense agribusiness zal naar verwachting sneller blijven groeien dan de totale economie. Voor 2015 wordt een groei van 5% voorspeld, terwijl de totale economie slechts met 2% zal groeien (BBP). Qua noten zullen amandelen en hazelnoten de komende vijf jaar het grootste deel van de groei voor hun rekening nemen. Kersen, bessen, avocado's en mandarijnen zijn de fruitsoorten met het hoogste potentieel, terwijl tafeldruiven en appels slechts een bescheiden of helemaal geen groei zullen laten zien. De zalmsector zal waarschijnlijk verder worden geconsolideerd. De factoren die de resultaten van de sector de komende vijf jaar gaan bepalen, zijn onder andere de internationale vraag, de wisselkoers en de beschikbaarheid van water, die een belangrijke zorg blijft in verschillende regio’s.

Colombia

Colombia is de zevende landbouwexporteur van de regio, met gemiddelde exportinkomsten van USD 6,6 miljard per jaar gedurende de afgelopen drie jaar. De import is fors met USD 4,9 miljard, wat inhoudt dat het land in diezelfde periode een bescheiden overschot van USD 1,7 miljard per jaar aan landbouwproducten heeft weten te genereren. Koffie en verse bloemen nemen iets minder dan twee derde van de Colombiaanse landbouwexport voor hun rekening, en fruit en suiker zijn de andere twee belangrijke producten die op de internationale markt worden verkocht. Met koffie blijft Colombia een hoofdrolspeler op de mondiale markt, per saldo de op twee na grootste exporteur na Brazilië en Vietnam (gemeten in volume) met een geschatte export van 11,7 miljoen balen koffie van 60 kg in 2014. Voor wat betreft verse bloemen staat het land op de tweede plaats in de wereld, na Nederland, met de VS als voornaamste afnemer. Het aandeel van Colombia op de mondiale markt voor verse bloemen is naar schatting 16%. De rest van de export bestaat voornamelijk uit suiker en fruit, vooral bananen, mango's en fruitpulp. In sectoren als graanproducten ontbreekt het Colombia aan internationaal concurrentievermogen doordat de kosten van productie en logistiek hoog zijn. We vinden dit terug in een aanzienlijke import, vooral van mais en tarwe, die zo'n 40% uitmaken van de landbouwimport van Colombia. Andere relevante importproducten zijn plantaardige oliën, drank, oliezaden, subtropisch fruit en noten. Het land heeft in het afgelopen decennium een aantal vrijhandelsakkoorden afgesloten met diverse landen en handelsblokken (VS, Canada, Chili en de EU). Hierdoor worden de exportmogelijkheden voor Colombiaanse producenten geleidelijk aan beter. Aan de andere kant verschijnen hierdoor ook steeds meer buitenlandse aanbieders op de binnenlandse markt.

Op dit moment worden er in Colombia nieuwe snelwegen en tunnels aangelegd, en de bestaande wegen verbeterd. De logistieke kosten kunnen hierdoor worden teruggedrongen, aangezien de transporttijd van de voornaamste productiecentra naar de havens door deze verbeteringen afneemt. Grootschalige investeringen in de agribusiness zullen waarschijnlijk echter pas versneld plaatsvinden als het Congres wetshervormingen en garanties voor het grondeigendomsrecht heeft goedgekeurd. In sommige regio's waar geweld tot interne ontheemding heeft geleid, worden nu geschillen en juridische strijd uitgevochten over eigendomsrechten. Een gunstige uitkomst van het vredesakkoord waarover op dit moment met de guerrillagroep FARC wordt onderhandeld zou ook kunnen bijdragen aan een verdere investering in de ontwikkeling van de landbouw. Het effect op de handelsbalans zal echter pas op de lange duur merkbaar zijn. Op de middellange termijn is het niet waarschijnlijk dat Colombia zijn handelsoverschot in de agribusiness wezenlijk zal verbeteren.

Ecuador

Ecuador heeft tussen 2012 en 2014 gemiddeld voor USD 9 miljard per jaar aan landbouwproducten geëxporteerd. Gezien de omvang van de economie is dit fors. Hiermee is het de op vier na grootste exporteur in de regio. Het land importeerde gemiddeld slechts voor USD 1,3 miljard in de afgelopen drie jaar en daarmee kwam het handelsoverschot voor landbouwproducten met USD 7,7 miljard uit op de vierde plaats van Latijns-Amerika. De agribusinessexport in Ecuador is over diverse sectoren verspreid: bananen, garnalen, tonijn, bloemen en cacao. Bananen blijven het belangrijkste exportproduct voor de Ecuadoraanse agribusiness, goed voor zo'n USD 2,5 miljard in 2014. Het land wist zijn positie als wereldwijde hoofdleverancier van het fruit te consolideren met een geschat wereldmarktaandeel van 30%. In totaal werd in 2014 voor USD 2,3 miljard aan garnalen en andere schaal- en schelpdieren verkocht, een stijging van maar liefst 91,7% ten opzichte van de USD 1,2 miljard in 2012. Dit duidt op een aanzienlijke waardestijging per ton, aangezien de volumestijging slechts 26% bedroeg. De verkoop van ingeblikte tonijn kwam in 2014 uit op USD 1 miljard, onveranderd ten opzichte van 2013 op de derde plaats van de agribusinessexport. Verse rozen zijn het op drie na grootste agrarische exportproduct, goed voor USD 590 miljoen in 2014. Ecuador is de op twee na grootste exporteur van verse bloemen na Nederland en Colombia met een geschat aandeel van 10% van de wereldmarkt. Een ander belangrijk exportproduct is cacao. De cacaoexport steeg van USD 345 miljoen in 2012 naar USD 580 miljoen in 2014.

Ecuador heeft de afgelopen drie jaar voor een gemiddelde van USD 1,3 miljard aan landbouwproducten geïmporteerd. De meest relevante importproducten zijn graanproducten (USD 360 miljoen), plantaardige vetten en oliën (USD 163 miljoen) en fruit en noten (USD 150 miljoen). De import is de afgelopen drie jaar relatief stabiel gebleven en zal waarschijnlijk de komende vijf jaar niet wezenlijk groeien.

De exportsectoren van Ecuador zijn volwassen en zullen de komende vijf jaar qua omvang een autonome groei laten zien. De in 2014 goedgekeurde handelsovereenkomst met de EU kan in de tweede helft van 2016 worden geïmplementeerd. Dit is van doorslaggevend belang om de verkoop van kernproducten als tonijn, garnalen, bloemen en cacao aan de EU op peil te houden. Bananen vallen onder een aparte overeenkomst waarin de EU een geleidelijke afname van de invoerheffingen garandeert en waarin voorwaarden zijn afgesproken die vergelijkbaar zijn met de afspraken tussen de EU en Colombia.

Mexico

In 2014 had de landbouwexport in Mexico een omvang van USD 26 miljard. Zij nam de afgelopen twee jaar jaarlijks gemiddeld met 6% toe. Het land is hierdoor de derde exporteur van de regio, na Argentinië en Brazilië. In dezelfde periode kwam de import gemiddeld uit op USD 23,3 miljard, waardoor het land een klein overschot heeft. De Mexicaanse export blijft weliswaar in hoge mate gericht op de Verenigde Staten, maar toch zijn er nieuwe markten aangeboord in onder andere Canada, Japan, Hong Kong en Europa. Bovendien heeft Mexico nieuwe handelsakkoorden afgesloten met China en uit hoofde van TPP. De landbouwexport van Mexico bestaat voornamelijk uit groenten (23%), drank (15%), fruit (14%), suiker en suikerwaren (9%) en graanproducten en meel (6%). Mexico is de voornaamste exporteur van verse tomaten, avocado's, papaja's, hete salsa's, bier en tequila. Daarnaast zijn (biologische en cafeïnevrije) koffie, cacaopoeder, gebak, paprika's, vee, aardbeien en chocolade belangrijke exportproducten. Ook is de uitvoer van rund- en varkensvlees naar de VS en Azië aanzienlijk gegroeid. In 2014 is de waarde van de vleesexport met 21% gestegen ten opzichte van het jaar daarvoor en we verwachten ook voor de komende jaren groei. De export van agrifood zal tussen 2015 en 2020 naar verwachting rond de 6% per jaar groeien. De export van fruit en groenten zal in dit tempo blijven stijgen nu deze producten meer geïntegreerd raken in de Amerikaanse voedselvoorzieningsketen en op andere markten zoals Europa. Voor andere exportproducten zoals varkens- en rundvlees wordt het concurrentievoordeel steeds groter doordat bedrijven producten met meer toegevoegde waarde vervaardigen. Hierdoor kunnen ze in 2020 in omvang misschien wel zijn verdubbeld. De groei van de Mexicaanse suikerexport staat onder druk door een handelsgeschil tussen de VS en Mexico.

In 2014 importeerde Mexico voor meer dan USD 25 miljard. Daarmee is het de belangrijkste landbouwimporteur van Latijns-Amerika en is het een belangrijke afzetmarkt voor landbouwexporteurs, vooral die in de VS. Mexico is de op één na grootste importeur van maïs met rond de 10 miljoen ton, goed voor een waarde van USD 2,3 miljard. Ook is Mexico de tweede importeur van sojabonen (op grote afstand van China), met 4 miljoen ton en een waarde van USD 2 miljard. Bovendien importeerde Mexico vorig jaar rond de USD 4,5 miljard aan vlees. Met meer dan 800.000 ton is Mexico de op één na grootste importeur van varkensvlees en met meer dan 700.000 ton de op twee na grootste importeur van pluimvee (inclusief pasteitjes), en met een totaal van 150.000 ton de voornaamste importeur van kalkoen (inclusief pasteitjes).

Peru

Peru heeft de afgelopen drie jaar gemiddeld voor USD 7,4 miljard per jaar aan landbouwproducten geëxporteerd, waardoor het land als zesde uitkomt op de Latijns-Amerikaanse ranglijst van landbouwexporteurs. De import bedroeg in totaal USD 3,3 miljard, wat een handelsoverschot inhoudt van USD 4,1 miljard per jaar over dezelfde periode. Vismeel en visolie vertegenwoordigen het grootste deel van de export met USD 1,8 miljard, oftewel 26% van de totale export. Eetbaar fruit en noten, die de laatste jaren in grote getalen zijn verbouwd, maken 15% van de export uit met USD 1,1 miljard. Samen met koffie (USD 800 miljoen), vis en schaaldieren (USD 770 miljoen) en eetbare groenten (USD 630 miljoen) vormen zij de vijf grootste exportsectoren van de Peruaanse agribusiness. Door de sterke toename van de verbouw van avocado's, asperges, cranberries en pepers heeft Peru zijn positie op de internationale markt voor eetbare groenten versterkt. De export van traditionele exportproducten als vismeel, visolie, vis en koffie laat een bescheiden groei zien, terwijl fruit en groenten de laatste jaren de meeste groei voor hun rekening hebben genomen. Dit patroon zal de komende jaren niet ingrijpend veranderen.

Granen, vooral rijst, mais en tarwe, zijn met USD 1,4 miljard (gemiddeld voor 2012-2014) de belangrijkste importproducten. Ook plantaardige olie is een belangrijk importproduct ( USD 500 miljoen). Het derde belangrijke importproduct is zuivel (iets meer dan USD 200 miljoen). Hoewel de consumptie van melk en melkproducten per hoofd van de bevolking naar regionale maatstaven laag is, blijft Peru een netto importeur van zuivelproducten. In totaal had het land een overschot op de handelsbalans voor agribusiness van USD 4,1 miljard (gemiddelde voor 2012-2014).

Ook op de middellange termijn zal de groei waarschijnlijk worden gedreven door de niet-traditionele sectoren als fruit en groenten. Door de zachte winters kan men in Peru meer keren per jaar oogsten. Peru zou de status van wereldleider in vis en olie moeten kunnen behouden, maar de volumegroei zal afhankelijk van beschikbaarheid blijven fluctueren. Er wordt waarde toegevoegd aan de industrie door producten te verkopen die klaar zijn voor menselijke consumptie in plaats van ingrediënten voor verdere verwerking in andere landen. Dit gaat de komende jaren zorgen voor een positieve waardeontwikkeling.

Deze studie maakt deel uit van de Latijns-Amerika na de grondstoffenhausse serie

Colofon

Deze studie is een uitgave van Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Macrobond. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Kennis en Economisch Onderzoek aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: WEO: World Economic Outlook World Economic Outlook, EIU: Economist Intelligence Unit, IMF: Internationaal Monetair Fonds, WEF: World Economic Forum, DOTS: Direction of Trade Statistics

Gebruikte afkortingen landen: AR: Argentinië, BZ: Belize, BO: Bolivia, BR: Brazilië, CL: Chili, CO: Colombia, CR: Costa Rica, EC: Ecuador, SV: El Salvador, GT: Guatemala, GY: Guyana, HN: Honduras, MX: Mexico, NI: Nicaragua, PA: Panama, PY: Paraguay, PE: Peru, SR: Suriname, UY: Uruguay, VE: Venezuela

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rn.rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

KEO is ook te vinden op internet: www.rabobank.com/economie

Voor overige informatie kunt u bellen met het secretariaat van Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rn.rabobank.nl

Eindredactie: 
Allard Bruinshoofd, hoofd Internationaal Onderzoek, Kennis en Economisch Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Alexandra Dumitru en Christel Frentz

Graphics: Selma Heijnekamp en Reinier Meijer

Delen:
Auteur(s)

naar boven