RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Latijns-Amerika: gevangen in de middle income trap?

Special

Delen:

Deze studie maakt deel uit van de Latijns-Amerika na de grondstoffenhausse serie

  • Het is Latijns-Amerika niet of nauwelijks gelukt om inkomensconvergentie te realiseren met de VS, ook al is er enige vooruitgang geboekt tijdens de hausse in de grondstoffenprijzen
  • In deze periode waren de arbeidsproductiviteitsgroei en de groei van de totale factorproductiviteit over het algemeen gering tot negatief
  • In institutioneel opzicht scoort Latijns-Amerika rond het mondiale gemiddelde, met belangrijke verschillen binnen de regio. Chili blijft het best presterende land, maar is zijn voorsprong deels kwijtgeraakt
  • Voor wat betreft de kwaliteit van de infrastructuur, het opleidingsniveau en uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling scoort Latijns-Amerika relatief slecht. In verschillende landen lijkt de (technologische) complexiteit van de productie tijdens de hausse in grondstoffenprijzen te zijn afgenomen
  • Het is de Latijns-Amerikaanse landen nog niet gelukt om te ontsnappen aan de middle income trap. Nu grondstoffen niet meer bijdragen aan de groei, zijn landen mogelijk wel meer geneigd en genoodzaakt om structurele hervormingen door te voeren

Groei in Latijns-Amerika valt tegen

Bezien over een langere periode vallen de economische prestaties van Latijns-Amerika tegen. Tijdens het eerste decennium van de 21e eeuw was de economische groei in Latijns-Amerika relatief hoog en wisten de meeste landen in de regio de achterstand ten opzichte van de VS wat betreft het inkomen per hoofd van de bevolking te verkleinen. Op de langere termijn is er echter vrijwel geen sprake geweest van convergentie, waardoor de inkomenskloof tussen de VS en Latijns-Amerika nog vrijwel even groot is als in 1950 (figuur 1). In bepaalde periodes -vooral de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw- is de kloof zelfs groter geworden. Over de gehele periode bezien zijn Argentinië en met name Venezuela er sterk op achteruit gegaan. Alleen Chili en Costa Rica scoren relatief goed. In deze landen steeg het inkomen per hoofd van de bevolking gemeten in PPP (= koopkrachtpariteit) van respectievelijk 33% en 20% van het niveau in de VS in 1950 tot 43% en 28% in 2015. Maar dit is evengoed slechts een bescheiden convergentie vergeleken met de ontwikkeling die sommige landen buiten de regio hebben doorgemaakt (figuur 2). Natuurlijk lukte het ook veel landen buiten Latijns-Amerika niet om een snelle inkomensconvergentie te realiseren, maar niettemin is het ontbreken van echte succesverhalen in Latijns-Amerika opmerkelijk.

Figuur 1: Vrijwel geen convergentie in Lat-Am...
Figuur 1: Vrijwel geen convergentie in Lat-Am...Bron: Conference Board
Figuur 2: …maar wel snelle convergentie in sommige landen buiten de regio
Figuur 2: …maar wel snelle convergentie in sommige landen buiten de regio Bron: Conference Board

De grote uitdaging: hogere productiviteitsgroei

Figuur 3: Gunstige demografische ontwikkeling bijna voorbij
Figuur 3: Gunstige demografische ontwikkeling bijna voorbijBron: VN

Vormt de relatief hoge economische groei in het eerste decennium van deze eeuw een omslagpunt? Om in te schatten of de convergentie die optrad tijdens het eerste decennium van de 21e eeuw na een periode van zwakke groei in de afgelopen jaren terugkeert, moeten we kijken naar het onderliggende groeipatroon. In veel landen heeft arbeid in de laatste decennia sterk bijgedragen aan de groei. Aangezien de arbeidsparticipatie al sterk is toegenomen en veel landen in de niet al te verre toekomst zullen worden geconfronteerd met vergrijzing, zal arbeid waarschijnlijk minder bijdragen aan groei dan in de afgelopen vijftien jaar (figuur 3). Op de lange termijn kan inkomensconvergentie alleen worden gerealiseerd door hogere arbeidsproductiviteit. In die zin hebben Latijns-Amerikaanse landen enige vooruitgang geboekt in de afgelopen decennia, maar deze vooruitgang is gering in vergelijking met andere regio's, met name Azië (figuur 4). Binnen de regio hebben Chili, Uruguay en, meer recent, Ecuador en Peru afgezet tegen de regionale norm goed gepresteerd (figuur 5). Tijdens de hausse in de grondstoffenprijzen in 2003-2011 namen de investeringen in de meeste Latijns-Amerikaanse landen toe, wat gedeeltelijk verklaart waarom de arbeidsproductiviteit in die periode iets is toegenomen. Maar zowel de besparingen als de investeringen bleven in Latijns-Amerika als percentage van het BBP laag (zie Latijns-Amerika: na de hausse in de grondstoffenprijzen). 

Figuur 4: Groei van de arbeidsproductiviteit is gering...
Figuur 4: Groei van de arbeidsproductiviteit is gering...Bron: Conference Board
Figuur 5: …behalve in Peru, Uruguay en Chili
Figuur 5: …behalve in Peru, Uruguay en ChiliBron: Conference Board

Voor de wat langere termijn is met name de groei van de totale factorproductiviteit (TFP) relevant. TFP geeft aan hoeveel er kan worden geproduceerd met een gegeven hoeveelheid arbeid en kapitaal, en is dus een indicator voor de efficiëntie van een economie. De groei van de TFP is vooral van belang voor landen die de overstap willen maken van een middeninkomensstatus naar een status van hoge inkomens. Helaas valt de groei van de TFP in Latijns-Amerika erg tegen. In de afgelopen decennia was deze veelal afwezig of zelfs negatief (figuur 6). Vrijwel alle Latijns-Amerikaanse landen scoren vrij slecht, hoewel Uruguay en in mindere mate Bolivia, Guatemala en Peru het relatief goed doen. In de grootste economieën, Brazilië en Mexico, was sprake van geen of van negatieve TFP-groei. In Brazilië is de agrarische sector echter een uitschieter. Volgens Rada & Valdes (2012) bedroeg de jaarlijkse groei van de TFP in deze sector tussen 1985 en 2006 2,6%. Ook in de meeste andere Latijns-Amerikaanse landen is de productiviteitsgroei van de agrarische sector hoog in vergelijking met andere ontwikkelings- en opkomende landen (Ludena, 2010). Zie Latijns-Amerika: perspectieven voor de landbouw voor meer informatie over de agrarische sector.

Figuur 6: Groei TFP is negatief...
Figuur 6: Groei TFP is negatief...Bron: Conference Board
Figuur 7: …in veel landen
Figuur 7: …in veel landenBron: Conference Board

De structurele groeibelemmeringen in Latijns-Amerika

Instituties

Om de langetermijnvooruitzichten van Latijns-Amerika nader te beoordelen, kijken we allereerst naar de instituties. Instituties vormen een belangrijke bepalende factor voor de economische prestaties op de langere termijn (zie bijvoorbeeld Acemoglu & Robinson, 2012). Als regio scoort Latijns-Amerika in institutioneel opzicht dicht bij het mondiale gemiddelde. Voor wat betreft de rechtsorde en de corruptie scoort de regio echter duidelijk onder het mondiale gemiddelde (figuur 8). De verschillen tussen de landen in de regio zijn groot (figuur 9; zie ook Latijns-Amerika: vooruitgang door populistisch beleid? voor meer informatie).

Figuur 8: Rechtsorde en bestrijding van corruptie relatief zwak
Figuur 8: Rechtsorde en bestrijding van corruptie relatief zwakBron: Wereldbank
Figuur 9: Chili en Venezuela zijn uitschieters
Figuur 9: Chili en Venezuela zijn uitschietersBron: Wereldbank

Om het groeipotentieel te beoordelen, kunnen we ook direct kijken naar de kwaliteit van het ondernemingsklimaat. Volgens het World Economic Forum is het ondernemingsklimaat in Latijns-Amerika sinds 2006/2007 enigszins verbeterd. Maar daar waar andere regio's snellere vooruitgang hebben geboekt, is deze regio afgezakt van een van de meest aantrekkelijke delen van de opkomende wereld naar een van de minst aantrekkelijk regio's, na Sub-Sahara Afrika (figuur 10). Binnen de regio is Chili in de afgelopen jaren minder de uitblinker geworden, maar het blijft nog steeds het meest aantrekkelijke land, vóór Panama en Costa Rica (figuur 11). Ook Brazilië scoort goed op de Global Competitiveness Index. Dit kunnen we deels toeschrijven aan de grote omvang van de binnenlandse markt, die sterk bijdraagt aan de aantrekkingskracht van het land voor buitenlandse bedrijven. Venezuela, Paraguay en Guyana hebben de laagste score op deze index.

Figuur 10: Ondernemingsklimaat relatief slecht...
Figuur 10: Ondernemingsklimaat relatief slecht...Bron: World Economic Forum
Figuur 11: …vooral in Venezuela, Paraguay en Guyana
Figuur 11: …vooral in Venezuela, Paraguay en GuyanaBron: World Economic Forum

Gebrek aan menselijk kapitaal

Om de groeivooruitzichten en de productiviteit op de lange termijn te verbeteren, moet het kennis- en vaardigheidsniveau van de beroepsbevolking omhoog. Wat dat betreft moet Latijns-Amerika diverse problemen aanpakken. Zo stijgen de uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling in de regio wel, maar minder snel dan gemiddeld in lage- en middeninkomenslanden (figuur 12). Brazilië doet het op dat gebied wel relatief goed (figuur 13). 

Figuur 12: Ondanks stijging blijven uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling laag...
Figuur 12: Ondanks stijging blijven uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling laag...Bron: Wereldbank
Figuur 13: …hoewel Brazilië het redelijk goed doet
Figuur 13: …hoewel Brazilië het redelijk goed doetBron: Wereldbank

Verder is er een tekort aan goed opgeleide werknemers (figuur 14). Volgens de Wereldbank ziet een hoog percentage werkgevers in Latijns-Amerika en het Caraïbische gebied het ontbreken van een goed opgeleide beroepsbevolking als een belangrijke beperking. Dit probleem doet zich vooral voor in Brazilië, Suriname, Argentinië en Paraguay.

Onderwijssystemen zijn van oudsher relatief zwak in de meeste Latijns-Amerikaanse landen. In de afgelopen decennia is het aantal leerlingen in basis- en middelbaar onderwijs wel snel gestegen. De geringe kwaliteit van het onderwijs blijft in veel Latijns-Amerikaanse landen echter een probleem, evenals de ongelijke toegang tot onderwijs (OESO, 2014). Dit gebrek aan menselijk kapitaal en de technologische beperkingen belemmeren de productiviteitsgroei en de economische diversificatie. De complexiteit van de exporten is een indicator die kan worden gebruikt om te beoordelen in hoeverre een economie een structurele transformatie heeft doorgemaakt en is opgeschoven in de waardeketen (IMF, 2015). Latijns-Amerika scoort iets beter dan alle opkomende en ontwikkelingslanden als geheel (figuur 15), maar de complexiteit is in de afgelopen decennia niet toegenomen. In verschillende landen is de economische complexiteit in de afgelopen decennia zelfs afgenomen, zoals in Brazilië, Argentinië en Peru.

Figuur 14: Ernstig tekort aan geschoolde werknemers
Figuur 14: Ernstig tekort aan geschoolde werknemersBron: Wereldbank
Figuur 15: Economische complexiteit is gering en daalt in veel landen
  Figuur 15: Economische complexiteit is gering en daalt in veel landenBron: Atlas of Economic Complexity

Infrastructuur

Gebrekkige infrastructuur is ook een belangrijk economisch probleem voor Latijns-Amerika (figuur 16 en 17). Veel landen in de regio hebben tijdens de schuldencrisis van de jaren tachtig bezuinigd op investeringen in de infrastructuur en in de meeste landen zijn de investeringen ook sindsdien relatief laag gebleven. Het resulterende gebrek aan goede infrastructuur drijft de kosten voor het bedrijfsleven op. Terwijl logistieke kosten in hoge-inkomenslanden slechts 9% van het BBP voor hun rekening nemen, is dat in Latijns-Amerika en het Caraïbische gebied 16 tot 26% van het BBP. Wereldwijd gezien zijn de kosten voor internationaal containervervoer in Brazilië en Colombia het hoogst (OESO, 2013). De infrastructurele problemen van Latijns-Amerika strekken zich ook uit tot de digitale wereld, wat waarschijnlijk mede te wijten is aan institutionele problemen. Zo loopt de regio op het vlak van internettoegang (mobiele breedband) ver achter bij de opkomende landen in Azië (OESO, 2013). Onvoldoende infrastructuur beperkt ook de regionale handelsintegratie, mede daar de transportkosten voor handel binnen de regio vaak net zo hoog zijn als voor handel buiten de regio (OESO, 2014). Volgens FAO (2012) gaat meer dan 50% van het fruit verloren voor het de eindbestemming heeft bereikt (voor informatie over de invloed van het gebrek aan infrastructuur op de voedsel- en landbouwsector, zie Latijns-Amerika: perspectieven voor de landbouw).

Over het algemeen is de Latijns-Amerikaanse export logistiek gezien zeer intensief of tijdgevoelig. Het verbeteren van de infrastructurele efficiëntie zal derhalve aanzienlijke economische baten kunnen opleveren. Volgens Calderón en Servén (2010) zou een verdubbeling van de jaarlijkse investeringen in infrastructuur van 2,5% van het BBP tot 5% van het BBP de jaarlijkse BBP-groei met niet minder dan 2 procentpunt per jaar kunnen verhogen. Volgens Barbero (2012) waren de infrastructurele investeringen met name in Mexico en Uruguay bijzonder laag: slechts 1 tot 2% van het BBP in de periode 2008-2011. In Bolivia en Peru was dit niveau relatief hoog: ongeveer 4% van het BBP.

Figuur 16: Kwaliteit van de infrastructuur is laag...
Figuur 16: Kwaliteit van de infrastructuur is laag...Bron: World Economic Forum
Figuur 17: …vooral in Venezuela, Paraguay, Argentinië en Brazilië
Figuur 17: …vooral in Venezuela, Paraguay, Argentinië en BraziliëBron: World Economic Forum

Conclusie

Er zijn momenteel geen duidelijke tekenen die erop wijzen dat de Latijns-Amerikaanse landen kunnen terugkeren naar het hoge economische groeiniveau van het eerste decennium van deze eeuw. Het ondernemingsklimaat en de kwaliteit van de infrastructuur lijken wat te zijn verbeterd, terwijl ook de uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling zijn toegenomen. De vooruitgang gaat echter minder snel dan elders in de wereld. De problemen op het gebied van instituties, menselijk kapitaal en infrastructuur zijn waarschijnlijk de reden waarom de economische complexiteit van de regio in de afgelopen tien jaar is gestagneerd of, in sommige gevallen, zelfs achteruit is gegaan. Er zijn grote verschillen tussen de landen, waarbij Chili, Uruguay, Costa Rica en Panama vaak relatief goed presteren en Venezuela en Paraguay relatief slecht. Zelfs voor de best presterende landen zijn er geen duidelijke signalen dat zij hun achterstand ten opzichte van de Westerse wereld snel zullen weten te reduceren. Mogelijk is het einde van de hausse in grondstoffenprijzen wat dat betreft een geluk bij een ongeluk. Nu de groei niet langer gedreven wordt door stijgende grondstoffenprijzen, zijn overheden wellicht eerder geneigd (en gedwongen) om het groeipotentieel te verhogen door structurele hervormingen door te voeren. 

Bronnen

Acemoglu, D. & Robinson, J. (2012). Why Nations Fail: The Origins of Power, Prosperity, and Poverty, Crown Business.

Atlas of Economic Complexity

Barbero, J. A. (2012). La infraestructura en el desarrollo integral de América Latina: IDeAL 2012. Bogotá: Corporación Andina de Fomento.

Calderón, C., and L. Servén (2010), Infrastructure in Latin America. Policy Research, Working Paper no. 5317. World Bank, Washington, DC.

FAO, (2012), Global food losses and food waste, Food and Agricultural Organization of the United Nations, Rome.

IMF (2015), Regional Economic Outlook, April 2015: Western Hemisphere.

Ludena, Carlos (2010), "Agricultural Productivity Growth, Efficiency Change and Technical Progress in Latin America and the Caribbean," Research Department Publications 4675, Inter-American Development Bank, Research Department.

OECD (2014), Latin American Economic Outlook 2015, CAF-ECLAC-OECD Development Centre, OECD Publishing.

OECD (2013), Latin American Economic Outlook 2014, CAF-ECLAC-OECD Development Centre, OECD Publishing.

Nicholas Rada and Constanza Valdes (2012), Policy, Technology and Efficiency of Brazilian Agriculture, United States Department of Agriculture, July 2012.

Bijlage

Figuur 18: Argentinië
Figuur 18: ArgentiniëBron: Conference Board
Figuur 19: Brazilië
Figuur 19: BraziliëBron: Conference Board
Figuur 20: Chili
Figuur 20: ChiliBron: Conference Board
Figuur 21: Colombia
Figuur 21: ColombiaBron: Conference Board
Figuur 22: Mexico
Figuur 22: MexicoBron: Conference Board
Figuur 23: Peru
Figuur 23: PeruBron: Conference Board

Deze studie maakt deel uit van de Latijns-Amerika na de grondstoffenhausse serie

Colofon

Deze studie is een uitgave van Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Macrobond. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. 

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Kennis en Economisch Onderzoek aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: WEO: World Economic Outlook World Economic Outlook, EIU: Economist Intelligence Unit, IMF: Internationaal Monetair Fonds, WEF: World Economic Forum, DOTS: Direction of Trade Statistics

Gebruikte afkortingen landen: AR: Argentinië, BZ: Belize, BO: Bolivia, BR: Brazilië, CL: Chili, CO: Colombia, CR: Costa Rica, EC: Ecuador, SV: El Salvador, GT: Guatemala, GY: Guyana, HN: Honduras, MX: Mexico, NI: Nicaragua, PA: Panama, PY: Paraguay, PE: Peru, SR: Suriname, UY: Uruguay, VE: Venezuela

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rn.rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

KEO is ook te vinden op internet: www.rabobank.com/economie

Voor overige informatie kunt u bellen met het secretariaat van Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rn.rabobank.nl

Eindredactie: 
Allard Bruinshoofd, hoofd Internationaal Onderzoek, Kennis en Economisch Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Alexandra Dumitru en Christel Frentz

Graphics: Selma Heijnekamp en Reinier Meijer

Delen:
Auteur(s)

naar boven