RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Japan: hoe meer er verandert, des te meer er hetzelfde blijft

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • De Japanse economie stelde in het tweede kwartaal van 2015 teleur met een krimp van 0,3% op kwartaalbasis
  • De strategie van de Japanse regering gericht op hogere groei en inflatie (Abenomics) komt vooral neer op devaluatie van de yen. Als op zichzelf staande maatregel zal dit niet erg succesvol zijn
  • Het huidige monetaire verruimingsbeleid pakt namelijk niet de structurele economische problemen aan, zoals de verminderde koopkracht van huishoudens

De groei van het Japanse BBP in het tweede kwartaal van 2015 stelde weer flink teleur. De economie kromp met 0,3% op kwartaalbasis, waarmee de naar boven bijgestelde stijging van 1,1% in het eerste kwartaal weer deels ongedaan werd gemaakt. Op jaarbasis kwam de groei uit op een magere 0,9%. Dit ondanks de gunstige vergelijking met het tweede kwartaal van 2014, toen de bestedingen terugvielen door de verhoging van de omzetbelasting van 5% naar 8%. Ook op detailniveau waren de resultaten verre van fraai. De consumentenbestedingen namen op kwartaalbasis met 0,7% af. Met uitzondering van de spectaculaire daling van 5,0% in het tweede kwartaal van 2014 was dit het zwakste cijfer sinds het eerste kwartaal van 2011. En ondertussen daalden ook de bedrijfsbestedingen met 0,9% op kwartaalbasis (na 2,6% groei in het eerste kwartaal).

Tegelijkertijd daalde ook de export met 4,4% op kwartaalbasis, eveneens de grootste daling sinds 2011. Dit onderschrijft maar weer eens hoezeer het voorzichtige herstel van de Japanse economie onder Abenomics op een zwakke yen is gebaseerd. Hier kwam bij dat het nominale BBP op kwartaalbasis bijna gelijk bleef, na een aanvankelijke groei van 2,1% in het eerste kwartaal. Dit kwam niet als een verrassing: de inflatie viel dit kwartaal terug tot gemiddeld 0,5% op jaarbasis ten opzichte van 2,3% in het eerste kwartaal. In ons vorige Economisch Kwartaalbericht lieten we al zien dat de strategie van de Japanse regering gericht op hogere groei en inflatie vooral neerkomt op devaluatie van de munt door de centrale bank. Als op zichzelf staande maatregel zal dit niet erg succesvol zijn. Verrassend is wel dat de Bank of Japan (BoJ) volhoudt dat het stimuleringsbeleid van extreem lage rente en enorme kwantitatieve verruiming werkt, terwijl het tegendeel duidelijk is bewezen.

Ruim monetair beleid levert al decennia lang geen werkelijk resultaat op

Laten we eens een flinke stap terugzetten in de tijd om te zien hoe het monetaire beleid van de BoJ heeft uitgepakt. In de jaren zestig vertoonde de gemiddelde jaarlijkse BBP-groei in Japan China-achtige waarden van 11% op jaarbasis. De gemiddelde nominale beleidsrente van de BoJ was toen 6,2%, en de gemiddelde reële rente, berekend door er de gemiddelde jaarlijkse inflatie over die periode van af te trekken, kwam uit op 0,9% (figuur 1). In de jaren zeventig liet de gemiddelde jaarlijkse BBP-groei een scherpe daling zien tot 5,4% bij een haast onveranderde nominale rente van 5,9%. De overeenkomstige reële rente kwam door de hoge inflatie uit op -3,4%. In de jaren tachtig vertraagde de BBP-groei nog verder tot 4,5%; de nominale rente kroop naar de 4,7% en de reële rente steeg naar 2,2% door afnemende inflatie. Toen kon je nog beweren dat de BoJ met haar monetaire beleid erin slaagde net zoveel invloed uit te oefenen op de economie als iedere andere centrale bank.

Figuur 1: Monetair beleid kan groei en inflatie niet stimuleren
Figuur 1: Monetair beleid kan groei en inflatie niet stimulerenBron: Macrobond, Rabobank

Maar nadat eind jaren tachtig de tweeledige aandelen- en vastgoedzeepbel was gebarsten, kelderde de gemiddelde BBP-groei in de jaren negentig naar 1,5% op jaarbasis en zakte de nominale rente tot 2,2%. De reële rente kwam uit op 1,0%. Ondanks een ruimer monetair beleid hield het zwakke conjunctuurverloop ook in de jaren nul van deze eeuw aan. Zelfs bij een gemiddelde nominale rente van slechts 0,3% (en zelfs enige tijd van 0%) en een daling van de reële rente naar 0,6% liep de gemiddelde BBP-groei terug tot een magere 0,6%. Het huidige decennium lijkt een voorzichtige opleving van de BBP-groei te laten zien naar 1,4%, waarmee het extreem ruime beleid van de BoJ eindelijk wat effect lijkt te sorteren. Maar in werkelijkheid zijn de groeicijfers van de jaren nul enorm vertekend door de wereldwijde financiële crisis. Als we bijvoorbeeld alleen naar de periode 2000-2007 kijken, zien we dat de gemiddelde jaarlijkse BBP-groei weer 1,5% op jaarbasis bedraagt. Kortom, de BoJ heeft de beleidsrente 25 jaar lang op een tot voor kort ongekend laag niveau gehouden en heeft toch moeten toekijken hoe de inflatie steeds verder wegzakte en hoe de BBP-groei bij een plafond van maximaal 1,5% op jaarbasis tot stilstand kwam. Dit wijst er vooral op dat het Japanse monetaire beleid op de lange termijn geen werkelijk resultaat oplevert.

Het huidige monetaire verruimingsbeleid pakt de structurele economische problemen niet aan

Voor wat betreft het huidige omvangrijke kwantitatieve verruimingsbeleid van de BoJ ter aanvulling op een 0%-rentebeleid wordt het steeds duidelijker dat het beoogde effect achterwege blijft. Wel profiteren de grote Japanse exporteurs direct van de devaluatie door de verruiming van de geldhoeveelheid: hun concurrentiekracht neemt toe en ze kunnen met de winst in dollars meer Japanse yens kopen. De binnenlandse vraag blijft echter zwak. Dit komt doordat huishoudens wel worden getroffen door de zwakkere valuta en hun koopkracht afneemt (mede door belastingverhogingen van de overheid). Veelzeggend was dat de Japanse reële inkomens in juni met 2,9% op jaarbasis krompen, terwijl de reële gezinsbestedingen in dezelfde maand met 2,0% op jaarbasis daalden (figuur 2). Dit reflecteert een structureel economisch probleem dat de BoJ niet kan oplossen met een ultraruim monetair beleid. Het is bovendien een probleem dat ook in veel andere economieën begint te spelen.

Figuur 2: Lage inkomsten en bestedingen
Figuur 2: Lage inkomsten en bestedingenBron: Macrobond
Tabel 1: Kerncijfers Japan
Tabel 1: Kerncijfers JapanBron: Macrobond, Rabobank

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Macrobond. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Kennis en Economisch Onderzoek aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development, IMF: Internationaal Monetair Fonds, CPB: Centraal Planbureau

Gebruikte afkortingen landen: VK: Verenigd Koninkrijk, VS: Verenigde Staten, EZ: Eurozone, IE: Ierland, AT: Oostenrijk, BE: België, DE: Duitsland, NL: Nederland, FI: Finland, PT: Portugal, ES: Spanje, IT: Italië, FR: Frankrijk, GR: Griekenland.

Gebruikte afkortingen valuta: CNY: Chinese yuan,  IDR: Indonesische roepia, INR: Indiase roepie, MYR: Maleisische ringgit, KRW: Zuid-Koreaanse won.

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rn.rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rn.rabobank.nl

Eindredactie: 
Allard Bruinshoofd, hoofd Internationaal Onderzoek
Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Graphics: Selma Heijnekamp en Reinier Meijer

Delen:
Auteur(s)
Michael Every
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
+852 2103 2612

naar boven