RaboResearch - Economisch Onderzoek

Turkije: hoogste tijd voor een nieuwe regering

Themabericht

Delen:
  • Turkije gaat op 1 november opnieuw naar de stembus. Opiniepeilingen duiden op een herhaling van de destijds onwerkbaar bevonden uitslag van 7 juni.
  • De toegenomen politieke onzekerheid en het weer opgelaaide Koerdische conflict hebben bijge­dragen aan een forse waardedaling van de Turkse lira, een algemeen verlies van vertrouwen in de eco­nomie en afkoelende economische groei.
  • De financiering van het lopende rekeningtekort viel tegen met als gevolg dalende valutareserves en verhoogde risico’s op een betalingsbalanscrisis.
  • Vertrouwensherstel door de spoedige formatie van een nieuwe regering is essentieel om een verdere verslechtering van de situatie te voorkomen.
  • Naar verwachting zal de tot nu toe regerende AKP een waarschijnlijk instabiele coalitie met de sociaaldemocratische CHP vormen indien de partij opnieuw niet erin slaagt om een absolute meerderheid in het parlement te behalen.
  • Beide partijen lijken de economie door budgettaire verruiming te willen stimuleren, wat mogelijk ten koste gaat van de voor het investeerdersvertrouwen belangrijke investment grade rating.
  • De vooruitzichten voor de implementatie van hoognodige structurele hervormingen ter vermindering van het lopende rekeningtekort zijn echter matig. Hierdoor blijft Turkije ook in de komende jaren buitengewoon kwetsbaar voor abrupte kapitaaluitstroom.

Gefaalde coalitieonderhandelingen vereisen nieuwe verkiezingen

Op 1 november aanstaande houdt Turkije opnieuw parlementsverkiezingen. Dit omdat de tot nu toe alleen regerende AKP er na het verlies van haar absolute parlementaire meerderheid tijdens de verkiezingen van 7 juni jongstleden niet in is geslaagd een coalitieregering met de sociaaldemocratische CHP te vormen (figuur 2). Gezien de hieruit resulterende patstelling schreef president Erdoğan medio augustus nieuwe verkiezingen uit. In te­gen­stelling tot zijn hoop op duidelijkere machtsverhoudingen in het parlement duiden recente peilingen van voor de terreuraanslag in Ankara van 10 oktober 2015 op een herhaling van de uitslag van juni (figuur 1). Tenzij de AKP er onver­wacht nog in slaagt om een (weliswaar krappe) absolute meerderheid te behalen, duurt de politieke onzekerheid voort totdat een coalitieakkoord is bereikt.

Figuur 1: Verkiezingsuitslag juni 2015 en recente opiniepeiling
Figuur 1: Verkiezingsuitslag juni 2015 en recente opiniepeilingBron: Anadolu Agency, AKAM, A&G, Andy-AR, Metropoll, KONDA, TEB
Figuur 2: Zetelverdeling juni 2015
Figuur 2: Zetelverdeling juni 2015Bron: Anadolu Agency

Terugkeer van politieke onzekerheid ondermijnt vertrouwen in economie

Na jaren van aanzienlijke politieke voorspelbaarheid heeft de plotseling in juni ingezette onzekerheid over de toekomstige politieke ontwikkelingen en het weer opgelaaide conflict met de Koerdische PKK het vertrouwen van con­sumenten, producenten en investeerders flink geraakt. Hierdoor zijn de economische vooruitzichten voor Turkije fors verslechterd.

Figuur 3: Economische groei trok in het tweede kwartaal aan…
Figuur 3: Economische groei trok in het tweede kwartaal aan…Bron: Macrobond, Türkstat
Figuur 4: …maar het vertrouwen ebde sindsdien weg
Figuur 4: …maar het vertrouwen ebde sindsdien weg Bron: Europese Commissie, Türkstat

Zo daalde het consumentenvertrouwen naar het laagste niveau sinds de Grote Recessie (figuur 4) en verloor de Turkse lira opnieuw fors aan waarde nadat de munt eerder dit jaar door druk op de centrale bank al in een duikvlucht was beland. Vooral de private consumptie en de inves­teringen -de twee hoofddrijfveren van de economische groei- zullen hiervan flink last ondervinden. De met de lira-depreciatie gepaard gaande hoge inflatie raakt immers de koopkracht van Turkse huishoudens terwijl de balansen van tal van Turkse ondernemers na jaren van aanzienlijke netto schuldopbouw in vreemde valuta door het waardeverlies van de eigen munt onder druk staan.

Daarnaast drukken de aanhoudende daling van de kredietgroei en de hoge werkloosheid (rond 10% in juni 2015) even­eens op de binnenlandse consumptie en de investeringen. Ofschoon de forse depreciatie van de lira de concurrentiepositie van Turkse exporteurs heeft verbeterd en de daling van de internatio­nale grondstofprijzen de kosten van de omvangrijke energie-invoer hebben verlaagd, draagt de netto uitvoer nog steeds niet positief bij aan de groei. Zo lijdt de export onder de sterk verminderde vraag uit landen als Rusland, Oekraïne, Irak en Syrië, terwijl de opbrengsten uit de redelijk stabiele uitvoer naar de eurozone worden gedrukt door de zwakkere euro vis-à-vis de Amerikaanse dollar.

Ondanks de verkiezingen stimuleert de Turkse regering de economie niet met hogere overheidsuitgaven. De strikte begrotingsdiscipline van Turkije –een tekort van maar 1,1% van het BBP bij een schuldniveau van 34% van het BBP dit jaar– is immers een belangrijke steunpilaar voor het vertrouwen van buitenlandse investeerders, op wiens geld de Turkse economie in sterke mate leunt. Gelet op het forse waardeverlies van de lira en de noodzaak om voldoende buitenlandse financiering voor het lopende-rekeningtekort aan te trekken, ligt een renteverlaging evenmin in het verschiet (zie figuur 5). Bij een verdere depreciatie van de lira wordt een forse renteverhoging ondanks het negatieve effect op de groei daarentegen steeds waarschijnlijker. Dit omdat het buitengewoon lage niveau van de netto reserves van USD 32 miljard (ongeveer 1,5 maanden invoerdekking) een verdediging van de munt door valuta-interventies onmogelijk maakt. Hier komt bij dat de kosten van een verdere depreciatie van de lira waarschijnlijk niet opwegen tegen de groei-afremmende werking van een renteverhoging, gelet op het koopkracht verminderende effect en de sterk negatieve netto open vermogenspositie in buitenlandse valuta van het bedrijfsleven (USD 178 miljard in het tweede kwartaal van 2015; figuur 6).

Figuur 5: Financiering van het lopende rekeningtekort schiet in de afgelopen maanden tekort
Figuur 5: Financiering van het lopende rekeningtekort schiet in de afgelopen maanden tekortBron: Turkse centrale bank
Figuur 6: Bedrijven blijven kwetsbaar voor lira-zwakte
Figuur 6: Bedrijven blijven kwetsbaar voor lira-zwakteBron: Turkse centrale bank

Vertrouwensherstel essentieel om economie uit het slop te trekken en financiering van het lopende-rekeningtekort te waarborgen

Hoewel het lopende-rekeningtekort van Turkije de afgelopen maanden is afgenomen door de afzwakkende economische groei, de zwakke lira en de gedaalde grondstofprijzen, drukt het algemene vertrouwensverlies zwaar op de tekortfinanciering. Met name de belangrijke portefeuille-instroom is sinds het begin van het jaar in het algemeen fors negatief. Zorgwekkend is ook het relatief grote aandeel van niet te identificeren kapitaalinstromen waarmee het tekort in sommige maanden is gefinancierd (figuur 5). Dankzij sterke banden met buitenlandse banken bleef de externe financiering van de Turkse financiële sector echter per saldo redelijk stabiel en kon het lopende-rekeningtekort deels worden gefinancierd. Dit geldt ook voor de relatief beperkte netto instromen van directe investeringen. De reeds beperkte valutareserves liepen sinds het begin van het jaar met ruim USD 11 miljard terug naar USD 120 miljard bruto en USD 32 miljard netto. Daarbij verklaren de ruim USD 70 miljard van bij de centrale bank aangehouden valutareserves van commerciële banken een groot deel van het bruto-nettoverschil.

Rekening houdend met blijvende lopende-rekeningtekorten van 4 tot 5% van het BBP en de nog op handen zijnde schuldaflossingen heeft Turkije het komende jaar rond de USD 200 miljard, ofwel 25-30%-BBP, nodig om aan zijn externe verplichtingen te voldoen. De aanstaande renteverhoging van de Amerikaanse centrale bank kan de kapitaaluitstroom uit opkomende markten daarentegen juist versnellen. Met het oog op de grote omvang van zijn externe financieringsbehoefte en de grotendeels volatiele financieringsbronnen wordt Turkije hier in hoge mate aan blootgesteld. Dit geldt in het bijzonder als het vertrouwen in de twee steunpilaren van de economie -de goed gereguleerde en stabiele bancaire sector en de begrotingsdiscipline- wordt aangetast.

Vertrouwensherstel is daarom essentieel. Daarbij spelen de spoedige formatie van een regering en het ver­stevigen van het economische fundament van Turkije een belangrijke rol. Hierdoor zouden de kapitaalstromen op korte termijn weer kunnen aantrekken, zodat de Turkse lira weer aan kracht kan winnen en de druk op de balansen van het bedrijfsleven (en in het verlengde hiervan de kwaliteit van de activa van de tot nu toe stabiele bancaire sector) afneemt. Anders zou de druk op de valutareserves en de lira blijven bestaan met toenemende faillissementen en verslechterende bank­balansen tot gevolg. Het reeds aanwezige risico van een betalingsbalanscrisis verergert dan uiteraard ook.

Structurele hervormingen die de kwetsbaarheid van de Turkse economie wegnemen, zouden het vertrouwen een flinke boost kunnen geven…

Structurele hervormingen zouden dan ook moeten zijn gefocust op de onderliggende kwetsbaarheden van de Turkse economie: iets doen aan de achter­blij­ven­de concurrentiekracht ter versterking van de Turkse exportpositie en de binnenlandse spaarquote verhogen om de afhankelijkheid van externe kapitaalinstromen te verminderen. Dit zou het vertrouwen kunnen vergroten.

Een lage productiviteitsgroei en een technologische achterstand behoren tot de grootste problemen van de concurrentiekracht van Turkije. Door hervormingen van de arbeidsmarkt, het onderwijs en het belastingstelsel zouden deze problemen kunnen worden aangepakt. Zo is verdere liberalisering van de arbeidsmarkt nodig om een internationaal concurrerend loonniveau te kunnen waarborgen en de participatiegraad van vooral vrouwen en ouderen te verhogen. Omdat een deel van deze groep in de minder productieve grijze economie werkt, zou een verschuiving naar de formele economie winsten kunnen opleveren op het gebied van hogere productiviteitsgroei en afdrachten voor de socialezekerheidsstelsels (en dus hogere binnenlandse besparingen). Daarnaast loopt het Turkse basis- en voortgezet onderwijs qua kwaliteit en toegankelijkheid ondanks de recente vooruitgang nog steeds achter op de mediterrane EU-landen. Dit belemmert de innovatie. Bovendien investeren Turkse bedrijven onvoldoende in nieuwe technologie. Dit komt doordat de huidige belastingregels prikkels bieden om niet boven een bepaalde omvang te groeien, waardoor de nodige efficiëntieschaal vaak niet wordt bereikt. 

Met het oog op de lage binnenlandse spaarquote zouden een monetair beleid dat meer op lage inflatie is gericht dan op groei, en de belastingtechnische facilitering van pensioensparen de eerste stappen kunnen zijn om het spaargedrag te stimuleren.

Behalve deze economische maatregelen verdient het institutionele kader van Turkije meer aandacht. Zeker nu het vertrouwen in de onafhankelijkheid van de rechtspraak, de centrale bank en de media de afgelopen jaren steeds meer in twijfel wordt getrokken. De (on-)betrouwbaarheid van het democratische stelsel, de corruptie, de aanzienlijke maatschappelijke polarisatie en het recent weer opgelaaide conflict met de PKK drukken alle zwaar op het Turkse investeringsklimaat.

Figuur 7: Concurrentiekracht moet worden versterkt
Figuur 7: Concurrentiekracht moet worden versterktBron: World Economic Forum
Figuur 8: Institutionele kader verdient aandacht
Figuur 8: Institutionele kader verdient aandachtBron: Wereldbank

…Maar de kans op een stabiele, hervormingsgezinde regering is buitengewoon klein

Op basis van recente opiniepeilingen dienen zich twee realistische scenario’s aan voor de samenstelling van de nieuwe Turkse regering: ofwel de AKP behaalt een onverwachte absolute meerderheid, ofwel de partij moet proberen een coalitie met de sociaaldemocratische CHP te vormen. Alhoewel de implicaties voor Turkije onder de twee scenario’s verschillen, lijkt het erop dat beide partijen de voorkeur geven aan stimulering van de economie op de korte termijn via budgettaire verruiming in plaats van aan de implementatie van structurele hervormingen. Hierdoor komt de begrotingsdiscipline van Turkije mogelijk in gevaar, vooral wanneer de economische groei sterk afzwakt. In het ergste geval zou het land hierdoor de door internationale kredietbeoordelaars toegekende investment grade rating kunnen verliezen. Dit kan verstrekkende gevolgen hebben voor de financiering van het lopende-rekeningtekort. 

Scenario 1: AKP wint zonder absolute meerderheid en vormt een coalitie met de CHP 

Beide partijen zijn er deze zomer al bijna in geslaagd een coalitie te vormen. Een dergelijke coalitie zal naar goed Turks gebruik waarschijnlijk relatief instabiel zijn en voortijdige verkiezingen zijn niet uit te sluiten. De ideologische verschillen tussen de twee partners en de mogelijke inmenging van president Erdoğan in het dagelijkse beleid vormen immers constante spanningsbronnen. Gezien de grote rol van de AKP zou een dergelijke coalitie het huidige beleid op grote lijnen voortzetten, waarbij de polarisatie van de samenleving en de politieke druk op de Turkse instituties echter zullen afnemen.

Met het oog op de mogelijk relatief korte levensduur van de coalitie zou het economische beleid naar verwachting met name op de korte termijn zijn gericht. Hierbij zouden verhoogde uitgaven voor sociale zekerheid, nieuwe mega-infrastructuurprojecten en de stimulering van investeringen en werkgelegenheid tot een verslechtering van de tot nu toe sterke overheidsfinanciën kunnen leiden (figuur 9). Ondanks dat een AKP-CHP-coalitie over een groter maatschappelijk draagvlak voor de nodige structurele hervormingen beschikt, zijn de vooruitzichten -mede gezien de zeer beperkte aandacht hiervoor in de verkiezingsprogramma’s- zeer matig.

Hier staat tegenover dat een coalitieregering door de vertegenwoordiging van een groter deel van de bevolking de diepgaande polarisatie in de Turkse samenleving kan doen afnemen. Dit vermindert ook het risico op grootschalige sociale onrust. Naar verwachting zou het vredesproces met de Koerden weer opnieuw kunnen worden opgestart en ligt een verbetering van de bilaterale betrekkingen met landen als Egypte, Israël of Libië in het verschiet. Dit zou de Turkse uitvoer ten goede komen.   

Dankzij de gedwongen machtsdeling tussen de twee partijen lijkt een verdere kwaliteitsverslechtering van de Turkse instituties van de baan; in sommige opzichten zou zelfs sprake kunnen zijn van een verbetering. De aanwezigheid van de CHP in tal van commissies beperkt immers de invloed van de AKP op de benoeming van nieuwe beleidsmakers en op het handelen van nationale instellingen. Vooral de centrale bank, de rechterlijke macht en tal van toezichthouders zouden weer onafhankelijker kunnen worden, wat het vertrouwen in hun onpartijdigheid weer kan doen toenemen. Wat de centrale bank betreft zou hierdoor de druk op de lira kunnen verminderen, met als gevolg lagere inflatie en meer monetaire beleidsruimte. Een toename van de recentelijk zeer beperkte vrijheid van het Turkse medialandschap ligt eveneens in het verschiet, waardoor de sector zijn controlerende functie beter kan vervullen dan tot nu toe mogelijk was.

Figuur 9: Sterke positie overheidsfinanciën…
Figuur 9: Sterke positie overheidsfinanciën…Bron: EIU
Figuur 10: …maar monetair beleid kan inflatie niet beteugelen
Figuur 10: …maar monetair beleid kan inflatie niet beteugelenBron: Macrobond

Scenario 2: AKP wint krappe absolute meerderheid 

In dit scenario blijft het tot nu toe gevoerde beleid eveneens op grote lijnen gehandhaafd, maar zou de regering stabieler zijn. Dit zullen internationale investeerders op de korte termijn toejuichen. Qua economisch beleid zou de AKP blijven inzetten op ondernemersvriendelijke maatregelen en de ondersteuning van grootschalige infrastructuurprojecten. Gelet op haar defensievere houding zou de AKP naar verwachting echter niet aan pijnlijke structurele hervormingen beginnen om de afhankelijkheid van Turkije van buitenlandse kapitaalinstroom te verminderen. Hierdoor blijft het land kwetsbaar voor onrust op de internationale kapitaalmarkten.

Bovendien zouden de zorgen van investeerders over de kwaliteit van het Turkse institutionele kader op termijn kunnen toenemen wanneer de voor hun geloofwaardigheid essentiële onafhankelijkheid van de centrale bank en de rechtspraak verder onder druk komt te staan. Hierbij zou het onzeker blijven in hoeverre de door de AKP nagestreefde verdieping van de toetredingsonderhandelingen tot de EU een matigende invloed kunnen hebben. Ondanks hernieuwde pogingen om het vredesproces met de Koerden weer op te starten zou de maatschappelijke polarisatie aanzienlijk blijven, met als gevolg blijvend hoge risico’s op sociale onrust.

Landenrisico’s blijven buitengewoon hoog ongeacht hoe de nieuwe regering eruit gaat zien

De verkiezingen van 1 november zullen meer duidelijkheid geven over de toekomstige politieke ontwikkelingen in Turkije. Een einde aan de instabiliteit lijkt niet in zicht. Herstel van het vertrouwen en het aantrekken van de economie vragen om een stabiele daadkrachtige regering, maar de vooruitzichten hiervoor zijn matig. Zowel de naar verwachting instabiele coalitieregering als de defensief opgestelde AKP-regering zullen hun toevlucht nemen tot het budgettair stimuleren van de economie, zonder het implementeren van hoognodige structurele hervormingen. Gezien haar begrotingsdiscipline in de afgelopen jaren en de relatief grotere stabiliteit zou een AKP-regering op de korte termijn voor meer vertrouwen kunnen zorgen, maar dat neemt niet weg dat Turkije’s economische en maatschappelijke problemen binnenkort aangepakt moeten worden om het vertrouwen op de middellange termijn te waarborgen. Anders blijft het land buitengewoon kwetsbaar voor abrupte kapitaaluitstroom en een diepe economische crisis.

Delen:
Auteur(s)

naar boven