RaboResearch - Economisch Onderzoek

Wat doet TTIP voor Nederland?

Economisch commentaar

Delen:
  • De EU en de VS onderhandelen momenteel over het handelsakkoord TTIP
  • De meeste studies wijzen op gematigd positieve economische effecten als TTIP wordt ingevoerd
  • Gezien onze sectorstructuur profiteert Nederland waarschijnlijk iets meer van TTIP dan de EU als geheel

TTIP in het kort

De Europese Unie en de VS zijn momenteel in onderhandeling over het handelsakkoord TTIP (Trans-Atlantisch Handels‐ en Investeringspartnerschap). TTIP is een handelsakkoord dat veel verder strekt dan eerder gesloten regionale akkoorden. Behalve afspraken over het verlagen van importtarieven en handelsbeperkingen bevat TTIP bepalingen over intellectueel eigendom, de mate waarin staatsinmenging is toegestaan en de harmonisatie van productnormen. Momenteel zit TTIP in de tiende onderhandelingsronde. De eerder gestelde deadline van eind 2015 is al doorgeschoven naar 2016 en de kans is groot dat het proces nog verdere vertraging oploopt. Dit komt onder meer doordat er in veel Europese landen ophef is ontstaan over TTIP. Een onderdeel dat veel maatschappelijke verontwaardiging veroorzaakt, is Investor-State Dispute Settlement (ISDS). ISDS is een arbitrage-mechanisme waar buitenlandse investeerders een beroep op kunnen doen als overheden een wet uitvaardigen die de waarde van de investeringen kan aantasten (Kalf en Marey, 2015). Daarnaast mengen belangengroepen die zich benadeeld voelen door de voorstellen zich hevig in de publieke discussie. Dit zorgt ervoor dat de politieke haalbaarheid van het handelsakkoord niet vanzelfsprekend is (Novy, 2014).

Directe economische effecten van TTIP

Volgens de klassieke handelstheorie, ontwikkeld door de Britse econoom David Ricardo, kan de welvaart in de wereld worden gemaximaliseerd als er vrijhandel is en landen zich specialiseren in sectoren waarin ze een comparatief voordeel hebben. Dit denkkader ligt ook ten grondslag aan de modellen die de effecten van TTIP trachten te kwantificeren. Het merendeel van de studies vindt een gematigd positief effect van TTIP op het Bruto Binnenlands Product (BBP) van de EU (tabel 1). Maar er zijn ook kritische geluiden. Capaldo (2014) schat de economische effecten van TTIP negatief in voor de EU. In tegenstelling tot de in andere studies gangbare CGE (Computable General Equilibrium) modellen, is het model van Capaldo meer Keynesiaans van aard. In het model van Capaldo zijn lonen en prijzen vast, waardoor producenten in de EU zich door de toegenomen internationale concurrentie genoodzaakt voelen te bezuinigen op arbeid, wat weer leidt tot vraaguitval, overheidsbezuinigingen en economische krimp. Bovendien bewegen productiefactoren zich in het model van Capaldo minder snel van minder naar meer efficiënte sectoren. Het model van Capaldo biedt vooral een interessant alternatief voor de korte en middellange termijn; op de langere termijn houdt zijn aanname van vaste lonen en prijzen geen stand. In ieder geval maakt zijn exercitie wel duidelijk dat het aanpassingsvermogen van een economie van invloed is op het effect dat TTIP zal hebben.

Tabel 1: Mogelijk welvaartseffect van TTIP
Tabel 1: Mogelijk welvaartseffect van TTIPBron: CEPII (2013), CEPR (2013a), CEPR (2013b), Ecorys (2009), Capaldo (2014)

Wat betekent TTIP specifiek voor Nederland?

In de meeste studies naar TTIP zijn de economische gevolgen voor Nederland niet apart gemodelleerd. Ecorys (2012) heeft uitgerekend dat de langetermijnbaten van TTIP ergens tussen de € 1,4 en € 4,1 miljard euro liggen; dit is een positief effect van nog geen 1% van het BBP. Op basis van de sectorale effecten van TTIP hebben we zelf ook een doorrekening gemaakt. Hiervoor gebruiken we de studie van CEPR (2013a), die ook vaak door de Europese Commissie wordt aangehaald. Uit deze studie komt naar voren dat onder meer de auto-industrie, de transportsector en de financiële dienstensector profijt hebben van TTIP voor wat betreft productie en werkgelegenheid, terwijl de metaalindustrie en elektrotechnische industrie verliezen. Amerikaanse sectoren die profiteren zijn onder meer de machine-industrie en de transportmiddelenindustrie. Als we ervan uit gaan dat de schattingen van CEPR realistisch zijn, en deze over de sectorstructuur van Nederland leggen, dan zou de Nederlandse economie iets sterker van TTIP profiteren dan de EU als geheel (figuur 1). Dit komt doordat Nederland een relatief grote dienstensector heeft en minder vertegenwoordigd is in de verliezende sectoren, zoals de metaalindustrie en de elektrotechnische industrie. De conclusie dat Nederland relatief beter af is met TTIP blijft wat tentatief, omdat de uiteindelijke economische impact ook afhankelijk is van andere zaken, zoals de flexibiliteit van lonen en prijzen. Hoewel TTIP in sommige sectoren een forse impact kan hebben, is de macro-economische impact zeer gering.

Conclusie

Een meerderheid van de studies die zijn gedaan naar TTIP voorspellen gematigd positieve economische effecten van het handelsakkoord. Op basis van schattingen over de sectorale impact van TTIP kunnen we voorzichtig concluderen dat het handelsakkoord voor Nederland mogelijk iets gunstiger uitpakt dan voor de EU als geheel. De macro-economische impact van dit alles is echter beperkt.

Figuur 1: Economische effecten TTIP positief voor dienstensector, negatief voor delen van de maakindustrie
Figuur 1:  Economische effecten TTIP positief voor dienstensector, negatief voor delen van de maakindustrieBron: CEPR (2013), Eurostat
Figuur 2: Dienstensector in Nederland relatief sterk vertegenwoordigd
Figuur 2:  Dienstensector in Nederland relatief sterk vertegenwoordigdBron: Eurostat

Literatuur

Capaldo, J. (2014), The Trans-Atlantic Trade and Investment Partnership.

Centre for Economic Policy Research (2013a),Reducing transatlantic barriers to trade and investment: An economic assessment, Study commissioned by European Commission, prepared under implementing Framework Contract TRADE10/A2/A16.

Centre for Economic Policy Research (2013b), Estimating the Economic Impact on the UK of a Transatlantic Trade and Investment Partnership Agreement between the European Union and the United States.

Fontagné, L., J. Gourdon en S. Jean (2013), Transatlantic trade: Whither partnership, which economic consequencesCEPII, Policy Brief1.

Ecorys (2009), Non-Tariff Measures in EU-US Trade and Investment: An economic assessment,  ECORYS Nederland BV, European Commission, study commissioned by Directorate-General for Trade (European Commission).

Ecorys (2012), Study on “EU-US High Level Working Group”, ECORYS Nederland BV, Study for the Ministry of Economic Affairs, Agriculture and Innovation.

Kalf, J. en P. Marey (2015), Mare liberum: handelsbevordering over de Atlantische en Stille Oceaan met TTP en TTIP, Rabobank Themabericht.

Novy, D. (2014), TTIP – Is free trade coming to the north Atlantic?.

 Tietje, C. en F. Baetens (2014), The Impact of Investor‐State‐Dispute Settlement (ISDS) in the Transatlantic Trade and Investment Partnership, study commissioned by the Ministry for Foreign Trade and Development Cooperation, Ministry of Foreign Affairs, The Netherlands.

Delen:
Auteur(s)
Theo Smid
Rabobank KEO
030 21 62666
Jurriaan Kalf
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
088 726 7864

naar boven